(voor de tweede keer, want opeens viel de stromm uit, grom grom)
hoe dol moeder ook op haar medicijnentasje is, mijn zoon -nano: ik heb vast wel eens over hem verteld- heeft een gruwelijke hekel aan het ding. De gestreepte stof hoeft maar te verschijnen tussen de kleren in mijn koffer, of nano zet het al op een brullen en begint te stampvoeten. Oorzaak? Nano's moeder wilde per se op vakatnie naar een land waar de malariamug veevuldig huishoudt. Dus dient nano elke dag anti-malaria-spul tot zich te nemen. ' Je zegt gewoon tegen hem da het een snioepje is, dan neemt ie het vast zonder problemen' zei de apotheker nog opgewekt tegen me. Haha. Mijn zoon weet neit wat snoepjes zijn, wel weet ie dat ie totaal niet zit te wachten op een ranzig bitter pilletje. Dus is het elke dag een martelgang van een paar uurom dat ding naar binnen te krijgen. Inmiddels hebben we door het gebruik van een spuitje, zonder naald uiteraard, de martelgang weten te beperken tot een paar minuten, maar de tranen die erom vloeien zijn helaas niet minder geworden...
Uiteraard gebeurde ook het onvermijdelijke: nano werd -na vrolijk met alle kinderen in the village zijn speelgoed te hebben gedeeld, net als zijn koekjes, en het prut onder hun nagels en en en- ziek. Terwijl we recht op de evenaar een pauze hielden, sloeg zijn termometer 39.8 uit. Uiteraard viel meteen het M-woord, maar wijs geworden door mijn ervaring afgelopen jaar, en met hulp van deze of gene ontzettend ervaren nederlandse oegandees die al meerde malen aan den lijve van haar mooie kinderen heeft ondervonden hoe oegandesen altijd alles op malaria gooien, kregwen we er toch de juiste diagnose uit: een bacteriele infecte. En dus kwamen we het hospital uit met vier flesjes medicijnen die elk om de 6 uur het lichaam van mijn zoon moesten zien binnen gewerkt te worden. Een groot feest. Vooral omdat de oegandezen het nodig vinden van alles aan de medicijnen toe te voegen om het maar 'leuk' eruit te laten zien en te laten ruiken en smaken, maar waardoor het voor mijn, en mijn zoons, zintuigen een grote chemische vergifzooi leek. De martelgang van dat ene malariapilletje per dag werd dus enorm uitgebreid, zijn huilen moet tot in het dorp verder te horen zijn geweest. En mijn tranen liepen onophoudelijk bij het, met heel veel kracht, toedienen van al die troep, wat deed ik mijn zoon toch aan????
Inmiddels is meneer met behulp van hetchemische vergif, de frisse lucht aan een geweldig mooi lake, en de goede zorgen van bovengenoemde nederlandse oegandees (en van zijn moeder natuurlijk ook, want zo slecht bedoelde ze het allemaal niet) weer netjes helemaal de oude. Hij geniet volop, en hoeft niet meer bang te zijn voor het medicijnzakje; die heeft het namelijk begeven nadat het arsenaal aan medicijnen ineens zo werd uitgebreid...
zaterdag 22 december 2007
zondag 16 december 2007
benidorm
Hoe naief kun je zijn? dacht ik even met mijn trolley en mijn geboekte hostelkamer en geregelde taxi een soort benidormreis te gaan maken waarbij alles van een lijen dakje zou lopen.
Na een reis die volledig volgens het boekje verliep (mijn eigen prins had een hele stoel voor zichzelf, waardoor alle cadeautjes en dvd's in mijn tas bleven en ik zelf 'alles is liefde' heb kunnen kijken en een nieuw record tetris heb weten te vestigen) kwam ik aan in een entebbe. We werden niet verwelkomd door een bordje met onze naam , maar door een enorme regenbui en onweer waar je u tegen zegt (en nano zegt daar dan lamp tegen). Oke, mijn taxi was er dus niet...Na een tijdje ronddwalen en taxichauffeurs van me af te slaan, mijn onderhandelingskunde maar eens uit de rugzak gehaald, en voor een heel aardig prijsje zat ik na een tijdje dan toch in een auto, op weg naar onze gereserveerde kamer.
'backpackers hostel' stond er opeens op de muur. hadden die knakkers hun naam veranderd, kwam ik daar met mijn trolley aanzetten, sliep ik nog tussen de stinkende backpackers. Ik dacht alleszins dat ik zou gaan slapen, echter: de door mijn gereserveerde kamer was locked, de sleutels nergens te vinden. Zelfs nano's magische sleutels die in het vliegtuig elk geheim gat hadden weten te openen, kregen de deur niet open. Mooi weer, een reserveerde taxi, een gereserveerde kamer in een hostel, het was me allemaal niet gegund, blijkbaar zie ik er met nano op mijn rug toch nog te veel uit als een backpacker...
Gelukkig is flex nog steeds mijn middlename (en komen mailtjes gericht naar flex1.beeld@tros bij mij terecht) en zo kwam het dat ik met een hardlachende nano alle reuzesprinkhanen uit ons muskietennet haalde, terwijl naast mij een zweedse backpacker in slaap viel, en een kamer verder iemand luid genoot van het lichaam van een oegandees...
Och het is zo slecht nog niet toch nog een beetje een backpacker te zijn!
Na een reis die volledig volgens het boekje verliep (mijn eigen prins had een hele stoel voor zichzelf, waardoor alle cadeautjes en dvd's in mijn tas bleven en ik zelf 'alles is liefde' heb kunnen kijken en een nieuw record tetris heb weten te vestigen) kwam ik aan in een entebbe. We werden niet verwelkomd door een bordje met onze naam , maar door een enorme regenbui en onweer waar je u tegen zegt (en nano zegt daar dan lamp tegen). Oke, mijn taxi was er dus niet...Na een tijdje ronddwalen en taxichauffeurs van me af te slaan, mijn onderhandelingskunde maar eens uit de rugzak gehaald, en voor een heel aardig prijsje zat ik na een tijdje dan toch in een auto, op weg naar onze gereserveerde kamer.
'backpackers hostel' stond er opeens op de muur. hadden die knakkers hun naam veranderd, kwam ik daar met mijn trolley aanzetten, sliep ik nog tussen de stinkende backpackers. Ik dacht alleszins dat ik zou gaan slapen, echter: de door mijn gereserveerde kamer was locked, de sleutels nergens te vinden. Zelfs nano's magische sleutels die in het vliegtuig elk geheim gat hadden weten te openen, kregen de deur niet open. Mooi weer, een reserveerde taxi, een gereserveerde kamer in een hostel, het was me allemaal niet gegund, blijkbaar zie ik er met nano op mijn rug toch nog te veel uit als een backpacker...
Gelukkig is flex nog steeds mijn middlename (en komen mailtjes gericht naar flex1.beeld@tros bij mij terecht) en zo kwam het dat ik met een hardlachende nano alle reuzesprinkhanen uit ons muskietennet haalde, terwijl naast mij een zweedse backpacker in slaap viel, en een kamer verder iemand luid genoot van het lichaam van een oegandees...
Och het is zo slecht nog niet toch nog een beetje een backpacker te zijn!
zaterdag 8 december 2007
medicijnzakjes en backpackers

Een paar uur voordat ik word opgepikt, zit ik redelijk rustig een lapje te naaien op mijn medicijnzakje. Een zakje dat járen geleden al door mijn ouders werd meegenomen op hun reis naar India, en aan de stiksels te zien heeft een van hen het zelf in elkaar gezet toendertijd. Enige reparatie is na al die jaren en al die reizen wel nodig, dus ben ik in de laatste uren thuis met draad en naald in de weer.
Dat had vroeger natuurlijk nooit gekund; toen moest ik op het laatste moment mijn hele tas nog inpakken. Mijn backpack, die ik dit jaar voor het eerst heb ingeruild voor een trolley (en een rugdrager en een bedje en een handbagagetas en een rugzakje voor nano...woej, wat is het toch leuk met een kind te reizen...!). Daarmee ben ik vanaf nu vast ook geen backpacker meer...Laat staan die stoere backpacker die altijd vol trots met een inimini backpack de minste kilo's uit de bagageweegschaal wist te krijgen. Die zich geen minuut zorgen maakte over de vlucht (en dus niet tig keer aan de telefoon hing met klm met vragen over kindervoeding, vrije stoelen, in te checken rugdragers enzovoort enzovoort). Die geen vliegangst had en zelfs met een lichaam nog half in de roes van het feestje de avond ervoor, vrolijk het vliegtuig uit sprong (terwijl ik nu al ongeveer 150 keer bedacht heb dat ik het toch wel echt heel jammer zou vinden als het vliegtuig neer zou storten) . Die alle adviesen over veiligheid, inhoud van medicijntasje en wel en niet te eten voedsel aan haar laars lapte. Die het voor mietjes vond om van te voren een hotel of hostel te boeken voor de eerste nacht...
Nee ik moet eerlijk zijn:
Ik ben geen backpacker meer.
Terwijl ik de laatste steekjes aan het medicijnzakje naai, zie ik in mijn gedachten Nano over een jaar of 14 met een backpack op zijn rug, vol spanning over zijn eerste reis alleen naar het land van zijn vader, aan zijn moeder vragen of ze alsjeblieft op het laatste moment nog een lapje wil naaien over een gat in het medicijnzakje dat zijn opa en oma ooit nog mee naar India hadden genomen. Dan heb ik met deze reis mijn doel bereikt en is tevens het backpackerstokje doorgegeven...Komt alles toch nog goed!
dinsdag 23 oktober 2007
zaterdag 20 oktober 2007
jasje
Even leek de hele wereld te vergaan toen ik als elf jarig meisje voor het eerst ongesteld werd, dagen lang huilde om dat te verwerken en mijn vader mij probeerde te troosten met de legendarische opmerking: ' dan kun je nu zelf dat broertje maken dat je altijd wilde hebben' . Ik een kind maken??? Zelf???? Wat een vre-se-lij-ke gedachte. Ik gruwelde.
Het heeft vijf jaar geduurd om bij te komen van die opmerking. Ik was 16, had een mooie Kleindoenradenaar aan de haak geslagen, en in een kledingzaak werd ik verliefd op een klein bordeaux rood houwtjetouwtje-jasje. Als dat kleine kindje dat ik zelf zou kunnen maken, deze jas aan zou mogen, zou dat een hoop goedmaken, en zou het zelfs misschien nog wel eens léúk kunnen worden om kinderen te krijgen... En dus kocht ik het jasje. Ik hing het op mijn kamer als decoratie en droomde over ons kindje dat met zijn blonde lokken en blauwe kijkers erin rond zou rennen, want niet alleen mijn vriends naam had iets Scandinavisch.
Dat blonde kaboutertje is er nooit gekomen. Maar 12 jaar nadat mijn vader mij het schokkende nieuws vertelde, hangt dat jasje wel mooi aan mijn kapstok. En 's morgens als ik naar mijn werk ga, roept er een klein mannetje 'jas aan, jas aan' en komt met dat jasje aangerend, 'piep piep' doet ie zijn armpjes door de mouwen.
Wie had dat ooit verwacht, 9 jaar geleden, dat ik dit jasje toch nog zo snel zou gebruiken?
Oke, dat blonde engelenhaar is er niet van gekomen, maar hey, hoe had ik nou aan kroeshaar kunnen denken toen ik 16 was? Schinnen hield tenslotte wel van buitenlanders, maar buitenlanders hielden niet van Schinnen. Dus moesten wij het in onze jeugd doen met twee donkere kinderen in het dorp, geadopteerd uit Colombia, dus niet eens de real shit. In mijn fotoalbum van vroeger prijkt natuurlijk wel een foto waarin ik in één badje zit met het enige donkere jongetje van het dorp, en aan de muren van onze tienerkamers hingen posters van Afrikaanse kindertjes, en moriaantje natuurlijk, die was ook zo zwart als roet. Maar daar bleef het wel een beetje bij.
Maar ik had dus mooi wel gelijk, toen ik dat jasje 9 jaar geleden tegenkwam: het is zo gruwelijk nog niet om moeder te zijn, als je kind zo'n mooi jasje mag dragen!
Het heeft vijf jaar geduurd om bij te komen van die opmerking. Ik was 16, had een mooie Kleindoenradenaar aan de haak geslagen, en in een kledingzaak werd ik verliefd op een klein bordeaux rood houwtjetouwtje-jasje. Als dat kleine kindje dat ik zelf zou kunnen maken, deze jas aan zou mogen, zou dat een hoop goedmaken, en zou het zelfs misschien nog wel eens léúk kunnen worden om kinderen te krijgen... En dus kocht ik het jasje. Ik hing het op mijn kamer als decoratie en droomde over ons kindje dat met zijn blonde lokken en blauwe kijkers erin rond zou rennen, want niet alleen mijn vriends naam had iets Scandinavisch.
Dat blonde kaboutertje is er nooit gekomen. Maar 12 jaar nadat mijn vader mij het schokkende nieuws vertelde, hangt dat jasje wel mooi aan mijn kapstok. En 's morgens als ik naar mijn werk ga, roept er een klein mannetje 'jas aan, jas aan' en komt met dat jasje aangerend, 'piep piep' doet ie zijn armpjes door de mouwen.
Wie had dat ooit verwacht, 9 jaar geleden, dat ik dit jasje toch nog zo snel zou gebruiken?
Oke, dat blonde engelenhaar is er niet van gekomen, maar hey, hoe had ik nou aan kroeshaar kunnen denken toen ik 16 was? Schinnen hield tenslotte wel van buitenlanders, maar buitenlanders hielden niet van Schinnen. Dus moesten wij het in onze jeugd doen met twee donkere kinderen in het dorp, geadopteerd uit Colombia, dus niet eens de real shit. In mijn fotoalbum van vroeger prijkt natuurlijk wel een foto waarin ik in één badje zit met het enige donkere jongetje van het dorp, en aan de muren van onze tienerkamers hingen posters van Afrikaanse kindertjes, en moriaantje natuurlijk, die was ook zo zwart als roet. Maar daar bleef het wel een beetje bij.
Maar ik had dus mooi wel gelijk, toen ik dat jasje 9 jaar geleden tegenkwam: het is zo gruwelijk nog niet om moeder te zijn, als je kind zo'n mooi jasje mag dragen!
Trouwens
ik mag toch aannemen dat die Ander niet vervolgens zich gaat bemoeien met de naam van Nano's zusje, of gaat klagen dat Nano's haar eraf moet, of me helemaal gefrustreerd maakt omdat Hij gewoon alsnog overal doorheen slaapt. Of dat ie gaat zitten zeiken dat ik de afwas niet gedaan heb, te veel achter mijn laptopje hang...Of dat Ie Nano dooie dieren gaat voeren, of ranzige veel te zoete snoepjes. Of dat Ie legerkleding voor um gaat kopen, um gaat uitschelden als nano niet mannelijk en macho genoeg is. Of dat Hij elke vrijdag met zijn vrienden in de kroeg hangt, en ik Hem de volgende ochtend kotsend in Nano's kamer aantref. Of dat Hij bij elk pijntje gaat liggen kermen van de pijn, waardoor ik opeens twee kinderen heb om te verzorgen...
woensdag 17 oktober 2007
Schijt aan asm-dag
zo. ik heb het even he-le-maal gehad met dat zogenaamde gezellige en leuke alleenstaandemoederschap.ik wil dat er ook eens Iemand Anders tegen nano zegt dat ie niet op het stopknopje in de bus mag drukken, dat Iemand me vóórdat ik twee-en-een-half-uur (!) met een driewieler loop te zeulen, even met Zijn technische inzicht vertelt dat Nano de komende jaren nooooit met zijn voeten bij de trappers zal komen.Dat Iemand Anders eens een keertje de afwas doet, en dat als We dat alletwee verzuimen, ik niet de enige ben die de volgende ochtend tegen een enorme berg aan moet kijken. Dat Iemand als ik met koppijn op de bank lig, me daar rustig laat liggen en intussen al het geklets van Nano aanhoort -liefs in een andere ruimte-. Dat die Ander eens een keer tegen het kdv zegt dat ze met hun kammetjes van de dreadlocks van Nano af moeten blijven, en tegen de gastouder dat de televisie ook wel eens uit mag. Dat die Iemand als vanzelfsprekend thuis bij Nano blijft als ik eens gewoon iets heel saais wil doen, iets waar je geen oppas of vriend voor belt.Dat die Ander ook eens meedenkt over alle praktische problemen die de aankomende reis naar Afrika met zich meebrengt, ipv dat ik me daar in mijn eentje over lig suf te piekeren. En als Hij dan toch aan het meedenken is, kan Ie misschien ook eens bedenken hoe we dat volgende week gaan aanpakken, als de wintertijd weer ingaat, en ik als er geen actie wordt ondernomen, dus opeens elke ochtend veeeels te vroeg met een wakker kind zit opgescheept. Ow ja, uitslapen natuurlijk, dat Hij verdomme er maar eens een keer uitgaat zeg...
donderdag 17 mei 2007
Topsport
Sommige mensen lopen eens in de zoveel tijd een halve marathon, anderen staan elke week op een natgeregend veldje achter een bal aan te trappen, naar de tv kijkend met halters te zwaaien, in een sportclub tussen het rondzwaaiend zweet van anderen zich kapot te rennen. Ík ga eens in de zoveel tijd mèt een dreumes van 1,5 twee uur in de trein zitten. Hoewel, zitten, dat is nou net niet wat ik doe eigenlijk.
Met nano in de trein, echt, je moet er een topconditie voor hebben. Nano vindt stilzitten namelijk iets voor oude mensen. Dus loopt nano voortdurend door de coupe heen te banjeren. Bang dat anderen er niet van gediend zijn dat ze in hun rustige treinreis (zij wèl...) gestoord worden door twee vunzige handjes die hen vragen hem op te tillen, ren ik er altijd maar achter aan. Daar gaan de eerste caloriën.Het eerste rondje vallen er altijd wat oh's en ah's voor dat lieve dreumesje dat daar dapper door de trein stapt.Na een kwartiertje beginnen de andere treinreizigers ons te herkennen als we weer eens langs komen wandelen met z'n tweeen. Na een half uur begin ik her en der wat meelijdende blikken te krijgen, als ik weer eens door nano aan mijn hand getrokken door de coupe snel. En na een uur klinken er weer overal oh's en ah's, maar nu voor dat zielige moedertje dat de hele tijd maar achter haar kind aan moet sjokken.
Maar nano heeft nog een veel grotere hobby: traplopen. Hij heeft leren traplopen ìn de trein, en elke keer als we weer in een trein zitten, wil hij even checken of 'zijn' trap nog steeds zo lekker beklimbaar is. Dus klimt mamma achter hem aan, trap of, trap af, trap op, trap af, trap op, trap af -ow we zijn in den bosch- trap op, trap af, trap op, trap af, trap op, trap af, want stel je voor dat de trein opeens stil staat of nano zijn klimskills ineens kwijt is.Op een gegeven moment vindt nano de trappen niet leuk meer, door de coupe heen wandelen ook niet. En dan is het tijd geworden om de grote trucendoos open te gooien. vingerpoppetjes, blokken die door de trien heen wordne gegooid, allerlei eten dat zijn mond in belandt of juist niet, boekjes die opnieuw en opnieuw en opnieuw moeten worden voorgelezen.
Bij slechte wedstrijden, begin ik na tien minuten al af te tellen, nog 2 uur en 15 minuten...nog 2 uur en 10 minuten...Bij betere wedstrijden begint het aftellen na een uurtje afmatting. En heel af en toe win ik een wedstrijd, dan kom ik op de plaats van bestemming niet totaal buiten adem, doorweekt van het zweet, met bessures en spierpijn aan.
Het wordt tijd dat ik eens een medaille ontvang voor die prestaties...
Met nano in de trein, echt, je moet er een topconditie voor hebben. Nano vindt stilzitten namelijk iets voor oude mensen. Dus loopt nano voortdurend door de coupe heen te banjeren. Bang dat anderen er niet van gediend zijn dat ze in hun rustige treinreis (zij wèl...) gestoord worden door twee vunzige handjes die hen vragen hem op te tillen, ren ik er altijd maar achter aan. Daar gaan de eerste caloriën.Het eerste rondje vallen er altijd wat oh's en ah's voor dat lieve dreumesje dat daar dapper door de trein stapt.Na een kwartiertje beginnen de andere treinreizigers ons te herkennen als we weer eens langs komen wandelen met z'n tweeen. Na een half uur begin ik her en der wat meelijdende blikken te krijgen, als ik weer eens door nano aan mijn hand getrokken door de coupe snel. En na een uur klinken er weer overal oh's en ah's, maar nu voor dat zielige moedertje dat de hele tijd maar achter haar kind aan moet sjokken.
Maar nano heeft nog een veel grotere hobby: traplopen. Hij heeft leren traplopen ìn de trein, en elke keer als we weer in een trein zitten, wil hij even checken of 'zijn' trap nog steeds zo lekker beklimbaar is. Dus klimt mamma achter hem aan, trap of, trap af, trap op, trap af, trap op, trap af -ow we zijn in den bosch- trap op, trap af, trap op, trap af, trap op, trap af, want stel je voor dat de trein opeens stil staat of nano zijn klimskills ineens kwijt is.Op een gegeven moment vindt nano de trappen niet leuk meer, door de coupe heen wandelen ook niet. En dan is het tijd geworden om de grote trucendoos open te gooien. vingerpoppetjes, blokken die door de trien heen wordne gegooid, allerlei eten dat zijn mond in belandt of juist niet, boekjes die opnieuw en opnieuw en opnieuw moeten worden voorgelezen.
Bij slechte wedstrijden, begin ik na tien minuten al af te tellen, nog 2 uur en 15 minuten...nog 2 uur en 10 minuten...Bij betere wedstrijden begint het aftellen na een uurtje afmatting. En heel af en toe win ik een wedstrijd, dan kom ik op de plaats van bestemming niet totaal buiten adem, doorweekt van het zweet, met bessures en spierpijn aan.
Het wordt tijd dat ik eens een medaille ontvang voor die prestaties...
maandag 17 juli 2006
Gomezi
Dan kan ik eindelijk stralend de kerk binnenlopen, door iedereen toegejuicht omdat ik er eindelijk uitzie als een echte Oegandeze mamma. Op mijn arm mijn zoon, waar het natuurlijk eigenlijk om draait vandaag, maar die in zijn witte pakje nogal schraal afsteekt bij zijn moeder. Ze doen de dienst die drie uur duurt speciaal voor mij in het Luganda, zodat ik de taal ook snel onder de knie heb. Het heeft één voordeel: ik word niet afgeleid door alle dingen die gezegd worden en waar ik me vast niet in kan vinden, en beleef zowaar in die drie uur naast de pijn in mijn kont, de hitte, en de drukte om mijn schreeuwende kind stil te krijgen, iets religieus. Onder luid getrommel en gezang wordt mijn liefste ondergedompeld in het water van Afrika. De pastoor blijkt ondanks mijn mooie jurk er bezwaar tegen te hebben dat ik als vegetarier mijn eigen kind vasthou tijdens alle handelingen, dus telkens als er iets belangrijks staat te gebeuren, wordt nano uit mijn handen getrokken.Na drie uur mogen we de kerk verlaten, mijn jurk zit van geen kanten meer, het is heet door de vele doeken die er onder de rok gepropt zijn, en er had best iemand mogen melden dat mijn gomezi ontzettend doorschijnt, gezien mijn gewoonte mijn bh niet omhoog te trekken na het voeden.We komen buiten, mijn kindje is nu ook een kindje van God, maar voor mij iets belangrijker: ik mag eindelijk mijn jurk uit...!
zaterdag 8 juli 2006
Tradities
Afrika is een continent van tradities, en daar kom je zeker achter als je een kind hebt dat half Afrikaans is. In de afgelopen weken was het ongeveer haasten van de ene traditionele ceremonie naar de andere. En ik moet zeggen dat ik het wel kan waarderen. Uiteraard, nieuwsgierig als ik ben, wil ik van alles de achterliggende gedachten weten, maar helaas gaat de uitleg in de meeste gevallen niet verder dan: 'We African people do things this way.'
Bij aankomst in Bulaga stonden alle vrouwen van de familie klaar. Kakelend als een stel kippen werden Nano en ik bejubeld toen we het busje uitstapten. Geheel naar traditie werd door iedereen die Nano vasthield wat geld in zijn hand of broekzakje gestopt. En vast ook geheel volgens Afrikaanse traditite werd vervolgens dat lieve inimini broekzakje van mijn zoon geplunderd door ons 'huishulpje', maar dat even terzijde.
Bij de eerste ontmoeting met zijn oma, de moeder van Baker, werd Nano's lichaam versierd met een kralenketting die om zijn middel bungelt. De achterliggende gedachte? Het onderscheidt het onderlichaam van het bovenlichaam. Op mijn vraag waarom je dat onderscheid wilt maken, kwamen alleen maar vragende gezichten waarom ik niet snap dat het natuurlijk heel erg fijn is om je onderlichaam van je bovenlichaam te scheiden.
Nano gaat elke dag in bad. Niet zomaar in bad, niet lekker spetterdespet, nee, Nano gaat elke dag in een Afrikaans bad. Van Grootmoeder hebben we een grote pan gekregen vol met mysterieuze kruiden en een laagje water. Elke avond zetten we de pan op het vuur, gieten vervolgens het water in het badje, wassen Nano met het blad van een speciale plant, gieten het water weer terug in de pan en de dag erna doen we weer precies hetzelfde, met hetzelfde water.
Nano heet niet meer Nano. De traditie is, dat de sonname van het kind bepaald wordt door de familie van de vaders kant. Als er een meisje geboren wordt, zijn het de vrouwen die zich beraden over een toepasselijke naam, in Nano's geval waren het dus
de mannen. De hele familie is special voor deze gelegenheid bij elkaar gekomen, en terwijl nano door zijn overgrootmoeder hoog in de lucht wordt gegooid, wordt zijn naam bekend gemaakt. Rapapa rapapa en het is geworden: Mukasa Marc. Mukasa betekent de God van de zee, en Marc iets met Jezus die hem altijd lief zal hebbben. Nadat zijn naam bekend is gemaakt, wordt hij van hand op hand gedragen. Elk familielid gooit hem enkele keren in de lucht terwijl zij onder groot applaus wensen uitspreken voor hun nieuwe clanlid. Er wordt vooral gewenst dat Mukasa hard zal gaan werken, veel vrouwen zal krijgen en vooral nooit de vieze goedkope vis hoeft te eten. Vervolgens wordt er een heerlijk diner geserveerd, gemaakt door grandma. (pikant detail is dat de nacht erna de moeder van mukasa kotsend boven een bak hing en de dag erna vier familieleden in het ziekenhuis zijn opgenomen wegens maagproblemen...) De familie is echt ongekend blij met hun nieuwe aanwinst, ik kreeg zelfs tranen in mijn ogen toen ik het gezicht van grandma zag toen ze Nano (en mij) voor het eerst zag, zo'n stralend gezicht heb ik echt nog nooit gezien. Om hun vreugde te tonen hebben ze Nano Mukasa Marc ook maar meteen gekroond tot clanhoofd, net als zijn vader en opa. En dat houdt geloof ik weer in dat hij de rest van zijn leven een trommel en een speer in zijn kamer moet hebben en iets geks onder zijn kussen.
Bij Nano werd deze week ook geheel volgens Oegandese traditie Malaria geconstateerd. Nadat Nano een keer had gehoest, had het hele dorp de diagnose al gesteld: Nano heeft malaria. Na lang aandringen, want hij oogde alles behalve ziek en zijn temperatuur was nog nooit zo perfect geweest, 37,1, hebben we toch maar een bezoek aan de kliniek gebracht in het dorp. 'Mijn zoon hoest en is verkouden', was mijn mededeling. Maar het kon hen weinig schelen, er werd direct bloed geprikt en jawel: Nano heeft malaria. Zo verbaasd als ik was, zo vanzelfsprekend leek het personeel en mijn omstanders het te vinden. En met het zelfde gemak waarmee de diagnose was gesteld werd me een hele berg medicijnen toegestopt die ik allemaal drie keer daags bij hem naar binnen moest zien te proppen. Erg in de war, want mijn moederinstinct zei toch echt dat Nano gewoon verkouden was, maar ja, een ziekte als malaria ontkennen zou wel heel slecht zijn, ben ik maar an de zware keur begonnen. Na drie dagen werd Nano pas echt ziek. Hij wilde niet meer drinken, was erg duf, een lachje kon er niet vanaf, en hij sliep 20/7. Ziek van de gedachte dat Nano ernstig ziek aan het worden was in dit gekke land, besloot ik toch maar eens een échte arts op te zoeken. En in het internationale hospital werd mijn moederinstinct ontzettend bevestigd; Er was in zijn hele lichaam geen spoortje malaria te vinden, had er ook de laatste weken niet ingezeten, en alle kwalen die hij nu had, waren bijwerkingen van de medicijnen die hij onnodig toegediend had gekregen...Ook na dit verhaal krijg ik nog minimaal 5 keer per dag van familie, dorpsbewoners ed te horen dat nano volgens hen malaria heeft...Och, het is een houvast en zekerheid in deze Afrikaanse onzekere samenleving; als een kind een beetje een dipdagje heeft , heeft het malaria. Makkelijk, duidelijk, en het levert nog geld op ook.
Zondag wordt Nano geheel volgens Oegandees katholieke traditie gedoopt. De naaisters zijn al langs geweest om mijn maten op te meten, dus zondag zal ik pronken in een traditionele ik mag wel zeggen mierzoete jurk (marike, ik weet al wat ik op je bruiloft ga dragen...). Op deze dag krijgt nano ook weer een nieuwe naam namelijk Nano Francis Xavier, naar een of andere heilige. De verhalen over deze vast ook heugelijke dag zullen wellicht later volgen.(maar deze mooie korte dialoog tussen Baker en de Pastoor wil ik jullie niet onthouden:
'Does she know how to pray?'
'No'
'Is she not a Chatolic?'
'No'
'A protastant?'
'No, she is a vegetarian'
LiefsMama Nano Dion Kasaana Mukasa Marc Francis Xavier
zondag 2 juli 2006
zo anders.
Een jaar geleden had ik denk ik welgeteld 1 minuut nodig om te wennen aan Oeganda. Toen ik de rode aarde zag vanuit het vliegtuig, de hete lucht voelde en de geur rook toen ik het vliegtuig uitstapte, wist ik dat ik me hier thuis zou voelen. Hoe anders is het dit keer.
Als moeder van een deels Oegandees kind, kost het me heel wat meer energie om te wennen.
Want wat valt het zwaar dat je in Oeganda niet alleen moedert, maar dat het hele dorp met je mee moedert. Zelf bepalen wat er met je kind gebeurt, zit er niet in, aangezien bij elke ontmoeting je kind uit je handen wordt gegrist, of het nou slaapt of niet, of de ontmoeting is met een kind dat net zelf op d'r benen kan staan, of een oude dronkaard. Maar het betekent ook dat ik voordurend door iedereen, van jonge snotneuzen van 15 tot wildvreemden, erop wordt gewezen dat ik een slechte moeder ben.Want er zijn nogal wat dingen die ik fout doe; dat ik Nano twee keer per dag een fles geef, wordt als een zonde gezien, een speen is uit den boze, je kind ook maar een seconde laten huilen kan echt niet zonder het hele dorp op je dak te krijgen, hem bijvoeden voordat hij zeven maanden is, is niet verstandig, je kind kleden alsof het heel warm is (want dat is het) is slecht, Nano's vuile was bij je eigen vuile was leggen, is de boze geesten op je afroepen, de operatie die ik na mijn bevalling heb ondergaan had niet gehoeven want met kruiden had he took wel geheeld, als moeder van een half-mzungukind magi k er toch wel echt zorg voor dragen dat mijn kind altijd schone kleding draagt, al is dat vechten tegen de bierkaai want om de minuut zit je kind in de vieze handen van iemand, je kind op de buik dragen is slecht voor zijn nekje en van dat plassertje kan echt wel een stukje af...
Hmmm, ik weet niet of ik het haal om hier binnen vier weken aan te wennen, en ik weet ook niet of ik of Nano daar zoveel beter van word...
Als moeder van een deels Oegandees kind, kost het me heel wat meer energie om te wennen.
Want wat valt het zwaar dat je in Oeganda niet alleen moedert, maar dat het hele dorp met je mee moedert. Zelf bepalen wat er met je kind gebeurt, zit er niet in, aangezien bij elke ontmoeting je kind uit je handen wordt gegrist, of het nou slaapt of niet, of de ontmoeting is met een kind dat net zelf op d'r benen kan staan, of een oude dronkaard. Maar het betekent ook dat ik voordurend door iedereen, van jonge snotneuzen van 15 tot wildvreemden, erop wordt gewezen dat ik een slechte moeder ben.Want er zijn nogal wat dingen die ik fout doe; dat ik Nano twee keer per dag een fles geef, wordt als een zonde gezien, een speen is uit den boze, je kind ook maar een seconde laten huilen kan echt niet zonder het hele dorp op je dak te krijgen, hem bijvoeden voordat hij zeven maanden is, is niet verstandig, je kind kleden alsof het heel warm is (want dat is het) is slecht, Nano's vuile was bij je eigen vuile was leggen, is de boze geesten op je afroepen, de operatie die ik na mijn bevalling heb ondergaan had niet gehoeven want met kruiden had he took wel geheeld, als moeder van een half-mzungukind magi k er toch wel echt zorg voor dragen dat mijn kind altijd schone kleding draagt, al is dat vechten tegen de bierkaai want om de minuut zit je kind in de vieze handen van iemand, je kind op de buik dragen is slecht voor zijn nekje en van dat plassertje kan echt wel een stukje af...Hmmm, ik weet niet of ik het haal om hier binnen vier weken aan te wennen, en ik weet ook niet of ik of Nano daar zoveel beter van word...
Volgende keer een iets positiever verhaal hopelijk over alle tradities waar nano mee te maken krijgt.
LiefsMamaNano
LiefsMamaNano
vrijdag 16 juni 2006
baren en zogen
Maar als alles dan toch anders blijkt dan dat het altijd leek, dan wil ik toch wel hopen dat dat karakter van mij tòch helemaal geknipt blijkt voor het moederschap... Heb ik toch nog iets...
woensdag 5 april 2006
het gooi
Soms doe je dingen in je leven die je van te voren nooit had verwacht. Met je kind op babyzwemmen gaan bijvoorbeeld.Maar ja; dat kind heb je toch al, en zowel tata als opa kunnen niet zwemmen, dus hey, laten we de tradities eens doorbreken. Daarbij nodigt een mooie bijstandsuitkering natuurlijk ook uit om af en toe eens flink met geld te smijten. En zo komt het dus dat je op een doodnormale woensdagochtend ineens met je baby tussen een groep gooise vrouwen belandt, met een evengrote groep roze vetgemeste michelin-poppetjes, en ik kan u verzekeren: lélijk! De dames kwamen dus uit het Gooi, dat had ik net al even gemeld. Dus toen mijn mooie negertje voor het eerst van z'n leven weer bovenkwam van een duik in het zwembad, werden zijn oren blootgesteld aan gesprekken over au-pairs, baby-psychologen, de PC Hooft-tractoren, het wekelijkse-half-uurtje-aandacht-voor-je-baby, flessenvoeding ('want ik moet ook aan mijn eigen lichaam en carriere denken' en alle eendjes die zwemmen in het waturrrrrrrrrr. Ik geloof dat ik mijn kind toch liever blootstel aan trommelmuziek, zonneschijn en hier en daar een kleine tropenziekte.
Abonneren op:
Posts (Atom)




