Non Fictie/Fictie

Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label fictie. Alle posts tonen

donderdag 24 mei 2018

3 x lunch



1.
Het was me tot nu toe gelukt haar de hele lunch niet aan te kijken. Ik wist te weinig van de technieken van de AIVD, dat irriteerde me. Waarom had ik me niet beter ingelezen? Nu hadden ze iemand gestuurd en moest ik ter plekke bedenken waar ik op moest letten. Ze was vast goed getraind, dat leek me een zekerheid. Lichaamstaal, dat leek me nou typisch zoiets waar ze op zouden oefenen. Zorgen dat ze mijn blik niet kon vangen en lezen, dat was het eerste waar ik bedacht op moest zijn. Ik schoof zonder op te kijken haar drinken haar kant op. Alles wat ik zei zou natuurlijk tegen me gebruikt kunnen worden, dus het volgende wat me te doen stond was zwijgen. Een gezellige lunch zou het niet worden. Maar het was nu zaak scherp te blijven.
Ze hoestte. Niet intrappen. Niet opkijken. Helder blijven denken. Ik kon eigenlijk niks anders bedenken dan wegrennen, weg uit mijn huis, weg van haar. Maar hoeveel mensen zouden er niet voor de deur staan, op de galerij van mijn flat? Ze werd natuurlijk gedekt. Werden we gemonitord? Mijn blik schoot langs haar, mijn kamer door. De hoeken waren leeg. Ik scande de rest van mijn kamer af. Mijn oog viel op het bevestigingsplaatje van de lamp boven de tafel. Er zat opeens een opvallende knop in het midden. Dat zou er één kunnen zijn. Of misschien wel meerdere. Werkte de AIVD al met 360-graden-camera's? Verdomme, wat was ik slecht op de hoogte.
Het was nou niet bepaald zo dat dit als een donderslag bij heldere hemel kwam. Ik had al weken het gevoel dat het eraan zat te komen. Hoewel ik niet precies snapte wat ze van me wilden, kreeg ik steeds vaker het vermoeden dat ik in het vizier was. Ogen, overal ogen die op me gericht waren en weg schoten zodra ik terugkeek. En toch had ik niet de moeite genomen uit te zoeken hoe ze te werk gaan, wat ik moest doen om me te wapenen als ze echt opeens voor mijn deur stonden. Hoorde ik haar nu zingen? Ja het leek wel of ze zong! Mijn hoofd ratelde. Ik kon een paar betekenissen bedenken.

1. Zingen was een teken voor de mensen die ons monitoren dat ze moesten ingrijpen
2. Het was een afleidingsmanoeuvre; ze probeerde me uit de tent te lokken.
3. De woorden die ze zong waren een code. Maar voor wie? Voor mij? Hoe moest ik het ontcijferen?

Ik was pas op punt 3 gekomen toen ze alweer gestopt was met zingen. Ik had de woorden niet opgeslagen dus ik kon niks ontcijferen. Ik begon me steeds wanhopiger te voelen; dit was misschien de enige kans geweest om hieraan te ontsnappen en ik had hem gewoon gemist! Mijn knie trilde onophoudelijk. Dat moest ik stoppen, want dat zou haar zeker opvallen. Nervositeit is verdacht, dat snapte ik ook wel. Ik kon mijn been niet stoppen. Ik zat in de val. Moest ik me overgeven? Het zou niet lang duren of ze zouden me ontmaskeren. Het woei door mijn hoofd wat me boven het hoofd hing. Urenlange ondervragingen? Eenzame opsluiting? Isoleercel? Levenslang? Zouden ze mijn familie ook ondervragen?
Ik werd uit mijn gedachtegang gehaald door haar stem.
'Tante Nie-hien, ik heb een snot-te-bel.'




2.
Het was me tot nu toe gelukt haar de hele lunch niet aan te kijken. Ik had haar boterham in 16 gelijke vierkantjes gesneden en het bord blindelings over de tafel geschoven. Mijn blik week geen moment van mijn vork toen ik mijn boterham op at. Alleen toen ze het opeens nodig vond om met haar wangen volgepropt Ik zag twee beren te zingen, was ik genoodzaakt mijn blik te verzetten.
Ik concentreerde me op de vensterbank. Dat hielp. Ik had de vensterbank vanochtend twee keer schoongemaakt. Normaal doe ik dat maar 1 keer in de ochtend en dan om 5 uur nog eens. Maar toen ik zag dat het nog minder dan een uur zou duren voor mijn zus met mijn nichtje voor de deur zou staan, merkte ik dat mijn adem veel te hoog zat. Op mijn handen zaten rode vlekken. Ik heb de vensterbank nog eens afgenomen, uiteraard eerst met het wondersponsje, toen met een doekje met azijn en daarna nog met een Dettol -doekje. Dat hielp. Mijn handen zaten niet meer onder de vlekken toen ik uiteindelijk om 11 uur de deur opendeed. En nu had ik iets om mijn blik op te richten. De vensterbank glom. Veel meer dan normaal. Toch het overwegen waard om het ook op de lijst te zetten voor het rondje van 13 uur. Ik volgde met mijn ogen de strakke lijn van de vensterbank, van links naar rechts, weer terug van rechts naar links. Ik hoorde de twee beren bijna niet meer. Ik was blij dat er niks meer op de vensterbank staat. Ooit had ik er twee lege vazen op staan, maar die ontbraken de lijn altijd waardoor het me minder rust gaf. En ze waren een kriem om stofvrij te houden.
'Tante Nie-hien, ik heb een snot-te-bel’. Haar kinderstem trekt me ruw uit mijn zeepbubbel. Een snottebel, het woord klettert door mijn hoofd, spattend tegen de opgeruimde wanden van mijn gedachten. Mijn ogen schieten naar de tafel. Er hebben nog nooit zoveel kruimels op mijn tafel gelegen. Chaos. Maar ik ontwaar tussen de vuiligheid geen sporen van het S-woord. Dat stelt onverwachts gerust. Ik durf het aan haar aan te kijken om te kijken wat me te doen staat. Of nou ja, eerst even naar de keuken. Het water streelt mijn vingers, het glijdt tussen de groeven van mijn handen. Ik sluit mijn ogen. Terwijl de Dettol tussen mijn handpalmen in gemasseerd wordt, vergeet ik even wat voor hel mij staat te wachten in de eetkamer. Ik haal diep adem, de geur van schoon water, van ammoniak, van bleek.
Ik concentreer me weer op de vensterbank als ik met vijf doekjes in mijn hand de hel benader. Ik had haar een zachtere behandeling gegund, maar ik kan niet anders. Zonder te kijken schuur ik over haar gezicht. Ik had gehoopt niks te voelen door de stapel doekjes heen, maar ik voel het glijden en ik voel het stokken. Ik doe mijn ogen dicht en mijn hoofd maakt beeld bij wat mijn vingers waarnemen. Het S-woord is overal, in tig verschillende hoedanigheden, structuren en groen- en bruintinten. Ik ruik de Dettol niet meer, het heeft plaats gemaakt voor een misselijkmakende walm die zich behoorlijk brutaal aan me opdringt. Er is geen ontkomen aan. Ik blijf boenen. Net zo lang tot het groen voor mijn ogen verandert in zwart. In de verte hoor ik het gehuil van een kind.




 
3.
Het was me tot nu toe gelukt haar de hele lunch niet aan te kijken. Je zou misschien denken dat langdurig naar iemand kijken de oplossing zou bieden. Maar niks is minder waar, wist ik inmiddels. Hoe meer ik tot in de kleinste details iemands gezicht in me op nam, elke huidcel probeerde te scannen, hoe groter de frustratie dat ik in mijn hoofd telkens nul op het rekest kreeg.
Ik hoorde haar hoesten terwijl ik zelf mijn boterham in stukken sneed. Hoe lang zou ik hier al met dit meisje zitten? Ik keek naar de klok. Ik raakte verstrikt in de wijzers. Ze leken ook zoveel op elkaar en ik kwam er niet meer uit welke kant van de wijzer ik nou op moest kijken om af te lezen hoe laat het was. Na een tijdje zag ik toch dat de ene wat groter was dan de ander. Die zou wel het belangrijkste zijn, dus in concentreerde me daarop. Hij wreef met één uiteinde vlak voor de vijf. Dan zal het wel vijf uur zijn. Of vijf minuten. Kon het vijf minuten zijn? Ik mompelde het zachtjes om te horen hoe het klonk. 'Het is vijf minuten. Het is vijf uur. Het is vijf jaar.' Nee, jaren stonden volgens mij niet op de klok.
Ik keek terug naar mijn bord. Mijn oog viel op een klein vierkant briefje dat op tafel lag. Ik pakte het op, voelde het papier, de vingers van mijn linkerhand verfrommelde het tot het helemaal in mijn handpalm paste. Ik streek het weer glad. Ik zag het meisje naar mijn bewegende handen kijken. Zou ze mijn handen vaak gezien hebben?
Mijn tafelgenootje begon te neuriën. De woorden kwamen zo mijn hoofd in dwarrelen. Dus we zongen samen over twee beren. Over broodjes en wonderen. Voor even maakte het me niet uit dat ik niet wist wie ze was. We kenden alle twee dezelfde woorden en dezelfde melodie en voor nu was dat heel even genoeg.
Toen de woorden op waren, viel mijn oog weer op het blaadje. De kreukels waren er niet helemaal uit gegaan. Ik zag opeens dat er een woord op stond. Had dat er de hele tijd al opgestaan? Het waren letters zoals ik vroeger op school schreef. Het was de P en de L en de E en de U en de N. Ik volgde de lijnen op het papier met mijn vinger. Het begon toch weer te knagen. Ik zou zo graag kunnen plaatsen wie ze was. Ik nam een slok van mijn thee en verbrandde mijn mond bijna. 'Tante Nie-hien, ik heb een snot-te-bel.' Ik keek op, met een warm gevoel nam ik haar gezicht in me op. Ik glimlachte en bleef haar zo een tijd aankijken. Wat was ze mooi. En ze noemde me tante!


zondag 25 februari 2018

Fantasie

'Ja, ik ga het gewoon doen!' Hij sprak zichzelf bemoedigend toe terwijl hij met zijn vuist met niet al te indrukwekkende kracht op zijn bureau sloeg. Hij moest beslagen ten ijs komen, besloot hij onmiddellijk. Hij zocht op zijn telefoon of hij plaatjes kon vinden van een Dashja, maar googelen op z'n Russisch viel hem nog niet mee. Was het woord wel Dashja? Het was iets met een D en een A in ieder geval. Het gesprek was ook alweer te lang geleden om de precieze details naar boven te kunnen toveren.  
Hij trok een kladblok uit zijn bureaula.  Hij kraste met een balpen op het papier, het duurde even voor er inkt uit vloeide. Creativiteit was niet echt zijn ding, maar hij zette toch met wat onzekere pennenstreken wat lijnen op papier die de muren van de ruimte moesten voorstellen. Hij bekeek de schets en probeerde te fantaseren waar hij zou hebben kunnen staan. Hij was niet de eigenaar van een echt fantasievol brein. Hij was nooit een jongen geweest die hele werelden bij elkaar verzon, fantasievriendjes had ie niet, rollenspellen speelde hij zelden. Zijn fantasieën beperkten zich eigenlijk tot de droom rijk en baas te worden, maakte niet uit waarvan.
Het was dus een hele opgave zich de ruimte en de bijeenkomst voor te stellen. Hij wierp schichtig een blik op het raam om te zien of niemand zijn kantoor in keek en kneep toen een beetje gegeneerd zijn ogen dicht. Matroesjka’s dartelden langs, flessen wodka en Poetin met ontbloot torso op zijn paard.
Whatsapp piepte. Mark, of ie tijd had vandaag voor een lunch-overleg. Goed plan, maar hij wilde dit eerst rond hebben in zijn hoofd. Terug naar de Dashja, of hoe het ook heette. Het was er vast stervenskoud geweest, zo ging dat in Rusland. En waar zou zo’n ruimte naar ruiken? Hij kwam niet veel verder dan de geur van heel veel Russen met een enorme kegel van het feest van de avond ervoor. Of de geur van een veel te hoog opgestookte verwarming die voor het eerst aan was gezet na de zomer. 
Geklop op de deur, de interne post werd op de hoek van zijn bureau gelegd. Hij staakte dat rare gefantaseer, dat was toch veel te mal voor hem. Ach, niemand zou zich concentreren op de feiten over de ruimte als ze zijn scoop zouden horen. Als zijn verhaal maar consistent was. Een gordijn achterin de ruimte waar hij half achter heeft gestaan, zodat niet iedereen hem hoeft te hebben gezien en klaar was Kees. Hij krabbelde het vrijwel onleesbaar op het vel papier.
Nu was het zaak te reproduceren wat de woorden van zijn voormalige compagnon nou precies waren geweest. Hem bellen zou het makkelijkste zijn, maar uiteraard een absolute no-go. Hoe was het nou ook alweer? Hij had na de opmerkingen over Groot Rusland nog iets gezegd over Kazachstan. Het was geen recht-toe-recht-aan opmerking, maar hoe zei ie het nou wel? Hij kraste op zijn vel papier. Verdomme, door het papier heen.
Hij wierp een blik op de tijd op zijn telefoon, Mark zou hier over 10 minuten binnenvallen. Daarna stonden er de hele dag vergaderingen gepland, dus het moest nu-nu. Hij had bijna geen tijd voor morele overwegingen. Éven schoot het door zijn hoofd dat het natuurlijk niet helemaal in lijn was met hoe zijn moeder hem had opgevoed. Maar hé, hij kon deze scoop niet voor zich houden én het was dé manier om zijn buitenland-kansen wat te vergroten. Win-win. En laten we eerlijk zijn; het had gekund dat hij voor de bijeenkomst was uitgenodigd. In theorie. Best wel. Het was zelfs gek geweest dat híj niet was uitgenodigd toen. Hij kon zich zijn teleurstelling toen dat reisje aan zijn neus voorbijging nog helder voor de geest halen, ook al was het al tien jaar geleden. Het was onlogisch geweest, of eigenlijk vooral oneerlijk ook.
Ja dit was een goed plan. Eigenlijk een uitstekend plan. En zolang de scheids niet keek…
De deur van zijn kantoor zwaaide open. Mark sloeg hem breed lachend op zijn schouder.
   ‘Ook midden in de voorbereidingen voor morgen?’ klonk het terwijl hij hem een blik op zijn kladblok zag werpen.
   ‘Ah ja,’ stamelde hij, terwijl hij zo onopvallend mogelijk met zijn onderarm het papier afdekte. Geluk bij een ongeluk dat hij zo belabberd kon tekenen, ratelde het door zijn hoofd. Het kon niet zijn dat Mark hierin iets herkend had. It giet oan! schoot het enigszins triomfantelijk door zijn hoofd. Morgen zou een onvergetelijk congres worden.

Opdracht cursus creatief schrijven: schrijf íéts terwijl je midden tussen de verhuisdozen en behangselplak zit.

donderdag 11 januari 2018

Nog lang en gelukkig?


1. 
Gespannen keek Roos op naar klok met de gouden wijzers. Ze voelde een kleine steek in haar buik. Vijf over half twaalf. Ze was er al bang voor geweest.  Nog 7 uur en 10 minuten en dan ging haar wekker; ze kon het niet langer voor zich uit schuiven. Anders zou ze morgen weer gapend achter haar bureau zitten. De gewenste acht uur slaap had ze al maanden niet meer gehaald, waardoor ze overdag steeds minder in staat was om geconcentreerd de stukken te lezen en schrijven. Met een rusteloos gevoel in haar benen liep ze naar de drankkast. Geroutineerd  schoof ze het glazen deurtje open en trok er een fles Benromach Whiskey uit. Een slokje voor het slapengaan was er de afgelopen maanden ingeslopen. Ze had niet het idee dat het nog hielp, maar durfde het ook niet achterwege te laten. Elke strohalm greep ze aan.  Ze was fanatiek gaan sporten in de avond, als haar man naar bed ging – en ze voelde elke dag meer hoe ze hem teleurstelde dat ze niet meer samen met hem naar het slaapvertrek ging- begon ze een meditatiesessie, gevolgd door een neutje voor het slapen. Alles om de kans maar te vergroten dat ze gewoon in slaap zou kunnen vallen. Maar het werd een steeds groter ding in haar hoofd en ze voelde hoe het steeds meer een self-fulfilling prophecy werd.
Ze staarde tussen de kierende gordijnen door de donkere nacht in. Elke avond begonnen de  zenuwen al op te spelen als de eerste tekenen van de opkomende duisternis zich lieten zien. Het duurde dan nog uren voor ze naar bed moest, maar de gedachte dat dat moment er weer aan kwam, maakte haar altijd misselijk. Waarom zou het deze keer wel lukken? Waarom zou ze deze nacht niet uren liggen te draaien in bed? Vijftig verschillende tijden zien verschijnen op de digitale wekker op haar nachtkastje. Uitrekenen hoeveel uur ze nog heeft. Stress vanwege de uitkomst van die som. Stiekem toch nog eens naar de drankkast. Haar man wakker maken voor een vrijpartij terwijl ze daar eigenlijk geen zin in had, maar hopend dat het haar slaperig zou maken. Toch nog even op haar telefoon kijken. Draaien. Rechtop zitten. Gapen. Liggen. Woelen. Naar de wc. Het paleis uit sneaken, de nacht in. Ronddwalen door de brede lanen. Ongure types. De pikzwarte nacht die plek maakte voor de eerste tekenen van de dag. Fluitende vogels. Krantenbezorgers. Ochtendkou. Bij haar man terug in bed.
Voorzichtig trok ze het gordijn dicht, terwijl ze met haar andere hand trillend voelde in haar broekzak. Het zat er nog.
Natuurlijk had haar arts haar gewaarschuwd dat ze last kon krijgen van slaapproblemen toen ze een jaar geleden wakker werd gekust. Maar ze had nooit kunnen bevroeden hoezeer het haar leven, en dat van haar man, zou vergallen. Hoe ze avond in avond uit tot wanhoop werd gedreven.
Ze keek achterdochtig de kamer rond, scande met snel op en neer schietende ogen alle gordijnen op kieren. Ze was de afgelopen tijd wel gedrilld altijd bedacht te zijn op eventuele royaltywatchers. En dit was het laatst denkbare moment waarop ze ze zou kunnen gebruiken. Ging ze het doen? Zou ze het niet nog één keer proberen? Woelen, de klok zien verspringen, drinken, dolen. Haar handen maakten onwennig het aluminium-pakje open. Nog één keer de gordijnen checken. Ze voelde dat ze het ging doen. Ja ze ging het doen. Haar lichaam vulde zich met paradijselijke lucht. Daarna werd het pikzwart. Als de nacht.   




2.
   ‘Hoezo vindt ze onze eitjes niet lekker?’
   ‘Moeder, laat nou maar,’ mompelde hij, terwijl hij de broodjes uit de oven haalde.  Oh, hij kon haar wel wurgen.
   ‘Laat nou maar? We hebben altijd de beste eitjes van het land, gelegd door de allerduurste hennetjes ter wereld. Hoezo zouden die niet goed genoeg voor haar zijn?’
Hoeveel van zulke gesprekken had hij de afgelopen tijd wel niet met zijn moeder over de nukken van zijn vrouw gevoerd? Hij wist niet wat hij erger vond: de achterlijke eisen die zijn vrouw stelden aan zo’n beetje alles in het leven of de manier waarop zijn moeder hem daar telkens op aan sprak.
Hij ademde diep in. Hij wist dat hij het gesprek niet aan moest gaan met zijn moeder, maar het werd met de keer moeilijker. Hij draaide zich om naar de deur, al had hij ook weinig zin bij zijn vrouw in de eetkamer te gaan zitten. Maar zijn moeder had er blijkbaar nog niet genoeg van en snerpte ‘Ik hoorde trouwens dat ze ook commentaar heeft op de kleding die de lakeien dragen? Dat ze zegt dat al dat groen geen goede vibe met zich mee brengt?’ Moeder kokhalsde bijna bij het woord vibe.  
   ‘Moeder,’ siste hij met zijn kaken op elkaar.
   ‘Ja zoon,’ antwoordde ze laconiek, alsof zijn ergernis over dit gesprek haar totaal was ontgaan.
   ‘En ze had ook al geklaagd dat ons Rosenthal-servies, wat was het ook alweer.... niet Feng Shui was?’ Met haar onderlip en nekspieren trok ze een zuur, afkeurend gezicht, zoals alleen dames met haar allure dat kunnen doen. 
Hij voelde alles draaien in zijn buik. Vanuit de eetkamer klonk een gil van zijn vrouw.
   ‘Gatver! Er zitten velletjes in mijn sinasappelsap!’ klonk het door de deur heen. Hij voelde zonder op te kijken de zie je nou-blik van zijn moeder priemen. Toen hij voorzichtig zijn hoofd omhoog hief, zag hij zijn moeder heftig hoofdschuddend voor hem staan.
Hij nam nog één keer een flinke teug adem. Waar hij dacht dat hij zou briezen van al die opgekropte woede, werd hij verrast door de totale kalmte die uit zijn mond kwam.
   ‘Moeder. Ja het is afschuwelijk wat ze allemaal eist. Ze is het ergste, het allerergste wat me ooit is overkomen. Maar laten we één ding wel even in het vizier houden. Wiens totaal idiote idee was het om mijn aanstaande vrouw te selecteren op basis van veeleisendheid?’
Hij voelde een ader kloppen op zijn voorhoofd die hij nog nooit had gevoeld. Even ijzig ging hij verder.
    ‘Wie besloot,  met haar autoritaire leiderschap, dat het een goed idee zou zijn als mijn aanstaande zo’n zeikwijf zou zijn dat ze zelfs een bed met 8 matrassen en 16 spreien niet goed genoeg vond omdat er een nano-erwtje onder lag?’
Hij keek zijn moeder recht in de ogen aan en sprak toen even rustig met iets meer kracht: ’Wie?’
Met zijn hand lichtte hij een mes uit het messenblok schuin achter hem terwijl hij zijn moeder strak bleef aankijken. 


maandag 18 december 2017

Hans en Grietje in drie dialogen

1.
‘Heb je het al gehoord?’
‘Niet te doen he!’
‘Hoe kun je dat nou over je hart verkrijgen, je kinderen het huis uitzetten zodat je zelf meer te eten hebt!’
‘Terwijl zij er toch niet echt uit ziet alsof ze onmiddellijk omvalt van de honger.’
‘Maar ja, het zijn niet haar kinderen he. Dat is toch anders he.’
‘Ja dat zag je ook met die vrouw uit het bos in het Oosten, die had toch ook haar stiefkinderen weg gestuurd? Maar die kwamen telkens mooi weer terug!’
‘En vergeet die ene stiefmoeder niet, met die appel en die bloedmooie dochter, jaren geleden.’
‘Ja, die was zelf dan ook lelijker dan de nacht, geen wonder dat ze jaloers was op dat kind.’
‘Blijkbaar kun je alleen stiefmoeder worden als je haren op je kin hebt en een pukkelige neus.’
‘Daar vallen weduwnaars blijkbaar op.’
‘Nou dan maken wij geen schijn van kans, ha!’
‘Och die arme kinderen toch, misschien zijn ze al wel doodgevroren. Of opgevreten door een wolf.’
‘Nou, laten we die kinderen ook niet heilig verklaren. Laten we eerlijk zijn; het was een stelletje bloed-irritante kinderen.’
‘Bij de hand! Vreselijk. Zou het er geen dag mee uithouden eerlijk gezegd. Hij heeft die kinderen ook veel te veel verwend nadat hun moeder overleed.’
‘Dat is een valkuil he. Denken dat die kinderen dan zielig zijn en dat je niet meer boos op ze mag worden.’
‘Ja, en je ziet wat er van komt. Hij heeft ze er geen dienst mee bewezen.’
‘Maar ja, ook geen man met ruggengraat he. Je ziet wel wie daar de broek aan heeft.’
‘Zit tot over zijn oren onder de plak.’
‘Mag de naam kerel niet eens dragen eigenlijk he.’
‘Arme Lia, ze zou zich in haar graf omdraaien als ze zou zien wat er allemaal gaande is.’
‘Nou over de doden natuurlijk niks dan goeds. Maar over Lia heb ik ook wel eens gehoord dat ze het bijltje er wel heel snel bij heeft neergegooid.’
‘Je hebt gelijk. Dat heb ik ook wel eens gedacht...echt gestreden heeft ze niet he, om haar ziekte te verslaan.’
‘Je zou van een goede moeder toch wat meer verwachten.’
‘En je ziet nu wat er uiteindelijk van komt. Het hele dorp al weer dagen in rep en roer...’

2.
   ‘Naam?’ hij klonk niet bepaald vriendelijk.
   ‘Margreet Bos,’ haar stem kraakte nog steeds, concludeerde ze teleurgesteld.
   ‘Overleden aan?’
   ‘Een longembolie, denk ik.’ Ze had zich dit gesprekje wat zachter voorgesteld, het leek wel een kruisverhoor. En het irriteerde haar dat ze hem amper kon zien door het enorme witte licht waarin hij stond. Enkel door de contouren van zijn indrukwekkende baard, durfde ze te conculderen dat dit dan wel Petrus zou moeten zijn.
   ‘Wat doe je hier? Ik zie alleen maar narigheid. Ik zie geen liefde. Ik zie zelfs alleen maar haat.’
   ‘Ik heb weinig liefde ontvangen ja,’ snauwde ze.
   ‘Ik heb het over geven mevrouw Bos. Liefde geven. Vertel wat je met je stiefkinderen hebt gedaan?’
Margreet voelde een driftbui opkomen. Het zou toch niet waarwezen dat haar stiefkinderen haar nu de weg naar de hemel zouden afnemen? Ze hadden haar bij leven al genoeg ellende gebracht. Ze probeerde kalm te blijven. Dat was haar laatste redmiddel. En het was nu alles of niets, dat snapte ze ook wel.
   ‘Ik heb ze naar het bos gestuurd in de hoop dat ze daar eten zouden vinden om te kunnen overleven,’ zei ze met haar liefste stem.
Petrus bleef even stil.
   ‘Ik heb twijfels over uw motief mevrouw Bos. Barmhartigheid is een woord dat niet in uw vocabulaire voorkomt, volgens mij.’
   ‘Nou meneer, als ik zo slim zou zijn dat ik zulke moeilijke woorden zou kunnen gebruiken, was ik echt niet met zo’n armoedig houthakker met twee etterkinderen getrouwd.’ He, had ze zich toch weer laten gaan.
Petrus zette een stap naar voren waardoor ze hem voor het eerst in de ogen kon kijken.
   ‘De poort blijft dicht mevrouw,’ sprak hij plechtig. Hij wees haar enkel met een armgebaar de weg naar de andere poort.
Als ze nog voeten had gehad, was ze nu stampvoetend weggestoven. Ze kon niet anders dan geruisloos haar ondergang tegemoet gaan. Tot haar verbazing riep Petrus haar nog na.
   ‘Mevrouw Bos. Zegt u eens eerlijk, dacht u nu echt dat ik de poort voor u zou openen?’

3
   ‘Wat doet dit met jou?’
Hans keek op terwijl hij één wenkbrouw omhoog trok. Vroeg hij dat nou echt? De psych zat schuin voor hem, hij had de vingertoppen van zijn linkerhand tegen die van zijn rechterhand aan gedrukt en maakte er onophoudelijk kleine pulserende bewegingen mee. Te cliché. De doos met tissues op de tafel; check. Hans voelde zijn mondhoeken licht omhoog krullen. Het was allemaal natuurlijk helemaal niet grappig, maar zoveel clichés op een hoopje, daar kon hij de humor wel van inzien. Jammer dat hij niet op een sofa lag eigenlijk.
   ‘Hoe voel je je daarbij?’ de psych deed nog een poging.
   ‘Ja jezus, hoe ik me daarbij voel? Kut natuurlijk. God, ik gun het mijn zus echt. Haar vent is top, en dat verdient ze. En ik ben echt trots als ze weer in een programma haar nieuwe boek mag promoten en iedereen vol lof over haar werk praat. Echt. ‘
Hij zag de psych een bemoedigend knikje geven. Zucht, dat soort signalen werkten altijd averechts bij hem. Maar ja, hij zat hier nou toch. Nu moest hij doorpakken. Niet kijken naar de pulserende vingers, of de tissues op tafel.
   ‘Maar het is natuurlijk wel bizar. Ik bedoel, uh, we komen uit het zelfde nest, hebben dezelfde geschiedenis. En dat het haar dan sterker heeft gemaakt en ik er als zwak wezen uitgekomen ben, dat voelt vrij kut ja.’ Hij friemelde aan het kettinkje met het kiezelsteentje eraan dat om zijn nek hing.
Weer dat begrijpende knikje van de psych.
   ‘En wat maakt dat jij het idee hebt dat jij zwak bent?’
   ‘Jezus gast, heb je mijn dossier niet gelezen? Ik ga al jaren kliniek in en uit. Kijk naar mijn lijf. Ik weeg 52 kilo! Ik heb nog nooit een relatie gehad die langer duurde dan het orgasme. Ik ben niet achterlijk, das niet de biografie van een sterk persoon...’
   ‘Ik merk dat je boos wordt.’
Scherpe analyse, dacht Hans cynisch. Dat cynisme maakte hem nog bozer, het zat hem behoorlijk in de weg. Heerlijk moest dat zijn, als je zo’n gesprek zonder blikken of blozen gewoon serieus zou kunnen voeren. Goed, nieuwe poging. Ah, de psych was hem al voor.
   ‘Kun je proberen te beschrijven wat je precies zo boos maakt?’
Hans bleef even zwijgend naar de wiebelende schoen van de psych kijken.

   ‘Weet je, ze had ervoor kunnen zorgen dat ik me niet zo eenzaam had gevoeld met mijn verleden. Ik weet dat onze geschiedenis absurd is. Zij is de enige met wie ik dat zou kunnen delen.’ Zowaar voelde zijn strot verdomd stroef en opgezwollen aan opeens. Natte ogen. Voorzichtig keek Hans op. Als de psych maar niet... Toch wel.... Hij zag de hand van hem al naar de doos met tissues gaan en met een subtiel gebaar zijn kant op schuiven. Ja doei. Er waren grenzen. Zijn ogen waren op slag droog, zijn keel soepel. Tijd om weg te wezen!


Opdracht: schrijf jouw versie van Hans en Grietje. Het was de laatste opdracht. Maar in januari begin ik vrolijk aan de vervolgcursus, heb de smaak te pakken. 

donderdag 30 november 2017

Carriéretijgers


Hoewel de klokken al luidden, was de kerk nog halfleeg toen ze binnen kwamen.
   'Alsjeblieft een beetje achterin, dadelijk denken ze nog dat we nabestaanden zijn,' fluisterde Isa terwijl ze Jeroen met een lichte duw de achterste aansluitende vrije rij in forceerde.
   ´Je hebt een vlek!´en ze wees naar zijn overhemd dat zichtbaar werd bij het zitten gaan.
   ´Godv...´ Ze snoerde hem de mond met een por in zijn zij.
   ´Dit is al het tweede overhemd dat ik vandaag met vlek uit mijn kast haal,´ bromde hij haar kant op.
   ´De ossengalzeep staat op de wasmachine. Werkt prima.´
   ´Mark zei laatst vlak voordat we de meet-up in gingen ook al dat ik er uit zie als een    vrijgezel.’
   ‘Heb je hem welkom geheten in 2017?’
Van achter in de kerk werd de kist binnengereden. De buurvrouw liep er snotterend achteraan, gesteund door twee vrouwen die gezien de overeenkomst in uiterlijk, allen sluik haar en een bol gezicht, wel zussen van de buurvrouw moesten zijn.
Toen de kist hun rij was gepasseerd, probeerde hij vlug met een beetje spuug de vlek alsnog uit zijn overhemd te verwijderen. Zijn overhemd was nu vies én nat.
   ‘Er zijn toch ook genoeg zzp-ers die parttime werken?’
   ‘Anders neem je voortaan je was mee naar je moeder als je bij haar op bezoek gaat,’ beet ze hem fluisterend toe.
Ze volgden de andere kerkgangers die weer allemaal gingen staan. Met het bidprentje bedekte hij de vlek.
   ‘Voor het geld hoef je het echt niet te doen.’
   ‘Vraag je ma anders meteen even waarom ze vergeten is jou te leren hoe je je kleren moet wassen.’
   ‘Het is ook niet dat ik nou een standaard 9 tot 5 baan heb.’
Met de hoek van de laatste foto van de buurman pulkte hij aan de vlek.
   ‘Ah ja, thanks for telling, anders was die zware baan van je me misschien helemaal ontgaan.’ Met een korte corrigerende zwiep tikte ze ondertussen zijn hand met bidprentje van de vlek af.
Het koor zong, de buurvrouw snifte en Jeroen kuchte.
   ‘Met die nieuwe stap gaat er echt wel een tandje bij. Dan kan het niet zo doormodderen,’ mompelde hij in zijn kuch.
Met opgetrokken wenkbrauwen keek ze hem aan. Hij bleef strak naar de bank voor hem staren.
   ‘Op mijn werk is er niemand die dat kan bolwerken zoals wij het samen doen.’
   ‘Dus omdat Mark een hersenloze huisvrouw aan de haak heeft geslagen, moet ik mijn baan opzeggen?’ Ze kreeg het niet voor elkaar alles op fluistertoon uit te brengen.
   ‘Dat zeg ik toch niet? Je moet het niet zo persoonlijk nemen.’
   ‘Ah ja, niet persoonlijk...’
 Het koor was gestopt met zingen en de man naast haar keek geïrriteerd opzij. Jeroen wachtte tot de stem van de pastoor weer door de kerk galmde.
   ‘Ik kan deze stap niet alleen,’ en hij legde zijn hand wat onhandig op haar bovenbeen. Isa schoof op richting de geïrriteerde man.
   ‘We moeten het hier toch gewoon over kunnen hebben?’ vervolgde hij.
   ‘Jeroen,’ siste ze, ‘kijk om je heen. We zitten in een fokking kerk. Voor het altaar staat de buurvrouw te huilen. En jij vertelt me doodleuk dat ik huisvrouw moet worden? Dit is níét het er gewoon over hebben!’
Niet alleen de geïrriteerde man keek hen nu boos aan, ook op het bankje ervoor kwam men in beweging om te zien wat er achter hen gaande was.
Isa schroefde haar volume weer naar beneden maar kreeg het niet voor elkaar niks meer te zeggen.
   ‘Het is dat er in die schrijfopdracht staat dat ik niet de ruimte mag verlaten. Anders was ik nú vertrokken. Het had me geen fuck uitgemaakt wat de kerk ervan gedacht zou hebben. Of de buurvrouw. Of Mark met zijn huisslaaf. ’
Ze graaide in haar tas en haalde er met een woeste beweging een verfrommeld papiertje uit. Haar ogen schoten over de letters.  
   ‘Oh ik had het onderwerp ook nog moeten omzeilen!’ begon ze verontwaardigd, met weer wat meer volume.
Jeroen zag dat nu ook de gezusters op de eerste rij zich omdraaiden. Gegeneerd dook hij wat verder in elkaar.
   ‘Dus meneer vertelt me tijdens een uitvaart dat ik eigenlijk voor niks heb gestudeerd en me jarenlang uit de naad heb gewerkt om mijn bedrijf op de kaart te zetten. Dat ik dat allemaal maar aan de wilgen moet hangen omdat hij zo nodig de succesvolle topmanager wil uithangen. En ik moet dan doodleuk beginnen over wat we met kerst gaan eten dit jaar?’
   ‘Isa...’ probeerde hij haar tegen beter weten in te sussen.
De dame voor hen bemoeide zich er nu ook mee. Bijna smekend fluisterde ze met betraande ogen ‘mevrouw, alstublieft.’
‘Dit moet een dialoog zijn, geen ...uh...trialoog,’ -Isa gokte dat dat het juiste woord was-            ‘dus kunt u zich alstublieft weer omdraaien?’ sprak ze droogjes tegen de dame.
Toen wendde ze zich weer tot Jeroen, die zichtbaar zijn best deed te verdwijnen.  
   ‘Maar goed, ik heb me toch al niet aan de opdracht gehouden, dus ik ben weg.’
Hoewel de geïrriteerde man zijn benen al meewerkend opzij gevouwen had, was het toch nog een heel gedoe om het gangpad te bereiken. Het duurde allemaal nog langer dan nodig omdat ze met haar panty bleef hangen aan het klittenband van de tas van de man. Ze had de aandacht van de hele kerk toen ze uit de kerkbank kwam geworsteld. In Paradisum klonk terwijl ze, tegen alle regels in, met ferme passen de kerk verliet.

Opdracht cursus Creatief schrijven: schrijf een dialoog waarin op een ongepast moment een verwijt middels subteksten aan de orde komt. Een van de personages probeert het onderwerp te omzeilen en  de personages mogen de ruimte niet verlaten.  

woensdag 15 november 2017

Hakuna Matata



Geroutineerd vouwde Hannie de Afrikaanse doek om haar haren. Ze wierp daarna een vluchtige blik op de spiegel, al had ze haar spiegelbeeld al lang niet meer nodig om te zien of de doek goed zat. Ook de blik die ze daarna op haar horloge wierp, was eigenlijk overbodig; 09.45, zoals ze al wist.  Tijd om de nieuwe groep op te wachten bij de ingang van het museum. Ze hoorde tijdens haar loopje door de gang al het gebrek aan geroezemoes; de groep was duidelijk nog niet gearriveerd. De rondleiding begon om tien uur, dus ze waren nog niet te laat. Maar toch kon ze een klein gevoel van ergernis niet onderdrukken. Ze zette altijd zo duidelijk in de mail dat het van belang was dat de gasten ruim op tijd aanwezig zouden zijn en ze kon zich gewoon niet voorstellen waarom mensen daar geen gehoor aan gaven.                                                                  
En deze groep had ook nog het verzoek ingediend de rondleiding in het Engels te krijgen. Hoewel ze nooit in het buitenland was geweest -op het schoolreisje naar Berlijn ruim 30 jaar geleden na- was Engels an sich geen probleem voor haar. Tijdens de djembé-lessen en op de Afrika-dagen en -festivals was het doorgaans de voertaal en ze hield van het internationale karakter dat het met zich mee bracht. Maar het betekende wel dat ze haar hele rondleiding opnieuw had moeten timen. Ze kon de Nederlandse versie wel dromen, ze wist precies welke woorden ze waar moest vertellen, om stipt om 12 uur bij het museum-restaurant de rondleiding te kunnen afronden. In het Engels lag dat natuurlijk allemaal net weer anders, dat had ze nu helemaal moeten uitdokteren.                                               
Nu was het natuurlijk wel zaak dat ze gewoon om tien uur kon beginnen. Anders moest ze alsnog zinnen gaan schrappen, en dat hele proces moest dan allemaal improviserend op het moment zelf in haar hoofd gebeuren. Ze voelde de rode vlekken al bijna in haar nek schieten bij het idee dat dat vandaag allicht allemaal boven haar hoofd hing.
Haar horloge piepte tien uur. Ze kon er niks aan doen dat ze meteen met een enigszins chagrijnige blik naar buiten keek, richting parkeerplaats.  De groep stond nu in haar hoofd definitief in de min. De minuten die volgden, hield ze zich bezig met tellen. Telkens telde ze af van honderd tot één, haar blik strak op de parkeerplaats gericht, in de hoop dat precies bij één de groep zou arriveren. Ze had al twaalf keer  de één bereikt, toen er een busje de parkeerplaats op gedraaid kwam. Ze zag direct dat de bus gevuld was met donkere mensen. He, had de dansgroep zich nou alweer vergist? Zo moeilijk was het toch niet dat zij enkel op de zaterdagen in de oneven weken geboekt waren? Maar toen de schuifdeur van het busje openzwaaide, werd haar meteen duidelijk dat dit niet de dansgroep was. De kleurige gebatikte kostuums hadden plaats gemaakt voor vrij grouwe en vooral westers-ogende kleding. Ondanks dat ze de afgelopen minuten enkel bezig was geweest met wachten op haar groep, duurde het even voordat ze besefte dat deze Afrikanen haar gezelschap vormden voor deze ochtend.  Ze voelde even een lichte paniek opkomen, maar besloot resoluut die niet toe te laten.  Stick to the plan!  Ze begroette de groep in het Swahili, zoals ze altijd deed om alvast in de stemming te komen. Karibu! Het gezelschap keek haar wat lacherig aan. Ze liet een stilte vallen om de excuses over het te laat komen te kunnen ontvangen. Het bleef stil. Ze rechtte haar rug. “Afrika, een continent dat we vooral kennen van de armoede, de oorlogen, kindersterfte, lang zittende dictators, en nare ziektes als aids en malaria. Vandaag wil ik jullie in de tentoonstelling Africa Smiles mee op reis nemen naar een andere kant van dit continent. Ik wil jullie kennis laten maken met de geuren, kleuren en klanken van dit werelddeel.”
Ze was blij dat haar gedegen voorbereiding haar vruchten afwierp. Ze had niet hoeven zoeken naar de Engelse woorden. Niks zo vervelend als een gids die niet vloeiend uit haar woorden komt en haar verhaal niet paraat heeft.  De groep volgde haar naar de ruimte over huisvesting. Hoevaak had ze hier al de leiding genomen, een groep nieuwsgierige volgelingen achter haar? Ze hingen doorgaans aan haar lippen als ze vertelde over dat spannende continent waar ze zo van in de ban was door de  de mooie mensen, de opzwepende ritmes, de mysterieuze gebruiken. Heerlijk was dat als de mensen zich door haar verhalen lieten meevoeren, alsof ze zweefde, gedragen door de bezoekers.
Vandaag voelde het anders. De Afrikanen spraken onderling geen engels, maar een taal waar ze geen touw aan vast kon knopen. Ze spraken hard, met z’n allen door elkaar. Tussen al die vreemde woorden en klanken door klonk bijna onophoudelijk hard gelach. Hannie probeerde zich enkel bezig te houden met de volgende teksten die ze moest vertellen, en met de tijd die ze nog moest zien in te halen, maar ze kon zich niet los wrikken van het gevoel dat de groep achter haar rug om om háár zoveel lol had. Waren ze aan het bekritiseren hoe ze de Vlisco-doek om haar middel had geknoopt? Misschien vonden ze het uberhaubt wel bespottelijk dat ze, als enige nota bene, Afrikaanse kleding droeg?
Bij het bereiken van de eerste nagebouwde Afrikaanse hut, nam ze een flinke hap lucht om met evenveel overtuiging en passie haar verhaal te kunnen doen als anders. Ze vond de moed om  enthousiast te beginnen, maar de groep ging niet mee in haar verhaal, het bleef stil bij de ingebouwde grapjes, en er werd in het engels gemord dat Afrika echt niet vol stond met dit soort ronde hutjes met rieten daken. Waar waren de betonnen huizen, de golfplaten daken? En de grote paleizen waar de locale popsterren in woonden? Die waren veel interessanter om te vertonen toch? Van een van de popsterrren -er viel een naam die Hannie werkelijk niks zei- werd gezegd dat hij in alle 16 kamers van zijn huis een tv had, dat hadden ze hier mooi kunnen nabouwen!
De zweetdruppels dropen onder haar gekleurde hoofddoek uit, terwijl ze zich met haar Afrikaanse gevolg door het museum sleepte.  Ze probeerde houvast te blijven vinden in het draaiboek. Maar bij elk verhaaltje van haar kwam er op een andere moment reactie uit de groep dan ze gewend was. De meeste vragen van bezoekers kon ze net zo dromen als haar antwoorden. Maar deze groep leek niet gevoed door nieuwsgierigheid en verwondering en Hannie kon zo een twee drie geen antwoord verzinnen op alle opmerkingen die de groep constant naar haar terugkaatste. Het voelde allerminst alsof ze zweefde. Ze kreeg steeds meer het gevoel dat ze met een enorme kracht de grond in werd gezogen. De groep leek zich ondertussen nog prima te vermaken, ze lachten nog steeds om alles wat ze zagen en wat er verteld werd. Hannie had de grootste moeite dat lachen te kunnen plaatsen. Het kostte haar bakken met energie.
Het djembé-onderdeel was doorgaans het hoogtepunt van de rondleiding, maar het hing nu al een uur als het zwaard van Damocles boven haar hoofd. Ze voelde aan alles dat het deze keer niet zo zou zijn dat zij met haar ritme de hele groep naar een opzwepend harmonieus eind zou weten te stuwen. Wat moest ze dan? Moest ze afwijken van wat ze normaal met haar groep deed, enkel omdat dit Afrikanen waren? Dat kon toch nooit de bedoeling zijn, de gedachte klonk zelfs een beetje racistisch. En als ze iet niet was! Dus besloot ze ook dit deel, zij het met inmiddels vlekken in haar nek en onder haar oksels, hetzelfde aan te pakken als ze altijd deed. Maar in plaats van rustig 1 voor 1 haar ritmes na te spelen hadden de Afrikanen vrijwel direct haar ritme ingepikt en overgenomen en was de ruimte gevuld met allerlei ritmes waar Hannie geen enkele controle over had. Ze wilde dat ze het los kon laten, maar het voelde als falen als gids als ze dan maar zou besluiten de groep gewoon te laten spelen waar ze zin in hadden. Even ging ze nog stug door met door al die drums heen instructies te geven, maar ze voelde haar waardigheid als gids met elke slag die ze op de drums deed meer de bodem in geslagen worden. Met rood aangelopen hoofd, keek ze op haar horloge. De tijd had een loopje met haar genomen, de minuten hadden zich deze ochtend gedragen alsof ze uren waren. Het was nog géén twaalf uur, maar ze was klaar, op. Ze kon zich niet bedenken waar ze het vandaan moest halen nu al improviserend nog extra minuten te vullen. Het was werkelijk niks voor haar maar met een zucht besloot ze eerder dan in haar draaiboek stond met haar afsluitende praatje te beginnen. “Stilte,” riep ze, en ze schrok zelf van het hoge schooljuf-gehalte dat haar kreet had. Maar het hielp. De groep keek haar aan, zij keek naar de grond terwijl  ze monotoon haar laatste tekst opdreunde. “Ik hoop dat jullie veel geleerd hebben van deze rondleiding.  Als laatste wil ik jullie nog een bekende Afrikaanse wijsheid meegeven: hamna shida ,  of bekender Hakuna matata. Wind je niet op, maak je niet druk.”
Ze veegde haar verhitte voorhoofd af met een punt van de doek die los om haar hoofd was komen te zitten.  “Goedemiddag allemaal nog,” mompelde ze richting de groep en keek verward  nog eens naar haar horloge.  “Goedemorgen bedoel ik,” corrigeerde ze zichzelf, zonder de groep nog aan te kijken. Vurig hopend dat niemand van haar collegae haar in deze staat zou tegenkomen, vluchtte ze weg. 

Opdracht Cursus Creatief Schrijven: Bedenk aan de hand van een bestaand persoon een personage, en bedenk een schurende situatie waarin hij met zijn karakter in terecht kan komen / schrijf een character-based plot.