Non Fictie/Fictie

Posts tonen met het label creatief schrijven. Alle posts tonen
Posts tonen met het label creatief schrijven. Alle posts tonen

zondag 25 februari 2018

The morning after

Ik had haar niet verwacht toen ik de trap af kwam lopen. Ze droeg een roze nachtponnetje tot over haar knie, met witte bloempjes erop. Haar voeten stonden bloot op het laminaat. In een van haar handen hield ze een pop vast, niet stevig, maar naar beneden bungelend, verlicht door de eerste voorzichtige lichtstralen van de ochtendschemering. Het woei in huis. Niet een klein fris briesje, eerder een storm. De deuren klapperden en om haar heen zwierven papieren door de lucht. Meegenomen door de wind, van de ene kant van het huis naar de andere. Hoewel het een frisse winterwind was die van buiten het huis in kwam, was het vooral zwavel wat je rook.
Het was dat haar wereld nog zo klein was, haar referentiekader nog zo beperkt, anders had ze zich vast en zeker in een apocalyptische scene gewaand. Ik probeerde haar gezicht te lezen. Waar waande ze zich wel in? Ik zag geen angst, geen verbazing, geen verdriet. Ik denk dat haar scala aan emoties nog niet uitgerust was met een emotie die paste bij het gadeslaan van de plek waar ze nu totaal onverwachts in gestapt was, zo rechtstreeks vanuit haar droom over eenhoorns of turn-medailles. Ze stond daar maar, totaal onbeweeglijk, terwijl de papieren die op tafel hadden gelegen en met magneten op de koelkast hadden gehangen door de lucht bleven fladderen. Ik volgde haar blik, keek ze naar de plek waar gisteren nog de enorme boekenkast stond? Het leek er niet op dat ze registreerde dat de planken overladen met kinderboeken plaats gemaakt hadden voor enkel een zwarte vlek op de muur.  Ook leek het niet dat het bij haar binnenkwam dat ik inmiddels vlak bij haar stond. Wat moet er in dat kleine hoofdje van haar omgegaan zijn? Wat moeten haar hersenen hebben gemaakt van dit bizarre tafereel? Ze had een lege woonkamer aangetroffen, haar moeder nergens te bekennen. De deuren wagenwijd open terwijl de dag zijn intrede nog niet gedaan. De storm die het huis over had genomen. De geur van een kachel die ze niet hadden. En die blaadjes, die rondvliegende blaadjes.

-wordt allicht vervolgd- 

Opdracht cursus creatief schrijven:
Schrijf íéts - ook al is het niet af....- terwijl je midden tussen de verhuisdozen en behangselplak zit.
Dit was voorlopig de laatste opdracht ihkv de cursus. Ik blijf schrijven - ook nog in een soort schrijfgroepje-verband- en hier posten voor de geïnteresseerden. Leuk dat jullie meelazen!

vrijdag 26 januari 2018

Drie keer Quaat

1.
Als je aan punk denkt, dan is de Westelijke Mijnstreek in Zuid-Limburg allicht niet de eerste locatie die in je op komt. Toch was een kleine stad in deze regio de plek waar in 1995 uit het niks opeens overal stickers opdoken met het woord quaat, van de q met een bliksemschicht het krakerslogo gemaakt, en de a omgetoverd tot een anarchistenteken. Steeds meer jongeren vroegen zich af waar al die stickers op sloegen die ze op de wc's van de verschillende middelbare scholen en in de jongerencentra tegen kwamen. Het duurde niet lang of ook de geruchtenstroom kwam op gang. Sittard zou een eigen punkband hebben, of krijgen. Er werd lustig op los gegist hoe de bezetting van deze band eruit zou zien. En zo was Quaat al een legende voordat ze ook maar één noot gespeeld hadden.
Op een ochtend in mei kwamen de zes bandleden bij elkaar in een oefenruimte, bij sommigen zat het haar mooi in het vet, in strakke spikes of kaarsrechte hanenkammen. Anderen droegen hun lange haar sluik langs het gezicht. Legerkistjes aan, jassen met badges en spikes. Naast de gitaren en bassen werd er ook een klarinet uit de koffer gehaald, niet het eerste instrument waar je aan denkt bij een punkband. De zanger haalde een vel papier uit zijn zak en liet de door hem opgekrabbelde tekst aan de rest zien. Hij was boos op de maatschappij, dat was wel duidelijk. De gitarist kwam meteen met akkoorden, de bassist probeerde een basloopje uit en de drummer probeerde een goed ritme te vinden. De energie kolkte door de kleine ruimte. Een droom ging hier uitkomen. Enkel het meisje met de klarinet was stil. De onzekere indruk die ze maakte stak schril af tegen haar felroze hanenkam en piercings in lip, neus en oren. 
De gitarist schoot haar te hulp en krabbelde wat noten voor haar op papier. Ze keek er ongemakkelijk naar. Oké, die noten kon ze wel spelen. Maar hoe dan? Ze zette in, maar raakte na drie maten al in de knoei hoe ze verder moest. De bassist riep haar toe dat ze het anders kon houden bij de eerste drie noten. Dat zette geen zoden aan de dijk, het meisje bleef onzeker staren naar de noten, haar wangen inmiddels meer roze dan haar haar. ‘Hou het anders bij de eerste toon, ‘ zei de gitarist licht spottend, maar ook omdat hij niet wist hoe hij dit amuzikale varkentje anders zou moeten wassen. Oké, de eerste toon dus. Dat moest te doen zijn. Maar meteen nadat de drummer had afgetikt sloeg de twijfel alweer toe. Was het dan de bedoeling dat ze die toon voortdurend moest aanhouden? Of moest ze hem telkens opnieuw aanzetten?
Het anti-maatschappij-lied werd zodoende verstoord door een constante c uit een klarinet. Of constant? Ogenschijnlijk op geheel willekeurige momenten onderbrak de toon kort omdat de klarinettist naar adem snakte. 
Van Quaat is na deze repetitie niks meer vernomen. Wel werd dezelfde avond nog door vier jongeren uit de westelijke mijnstreek een nieuwe punkband opgericht. Heel burgerlijk zonder klarinettist.


2. 
Ik wilde een band. Een punkband. Op het podium in een donker hol vol met zwetende, pogoënde punkers. Zelf een bandnaam bedenken, ons eigen logo met een marker op de rug van onze legerjassen. Het zou de kers op mijn punktaart zijn. Ik had alleen een klein probleem. Bij het uitdelen van muzikaliteit had ik niet vooraan in de rij gestaan. Ik twijfel of ik überhaupt ooit in die rij ben gaan staan. Al won ik wel altijd de duetjes die ik met mijn klarinetlerares speelde; ik was altijd één a twee maten voor haar klaar. Het bleek echter ondanks mijn a-muzikaliteit én mijn weinig-rock-‘n-roll instrument niet moeilijk een band bij elkaar te zoeken; ik had de bezetting van mijn eigen punkband in no-time rond!
Naar de eerste repetitie ging ik echter met dezelfde tegenzin als naar de gymles. Het was kicken dat ik super muzikale vrienden bij elkaar had gebracht, maar hoe moest ik daartussen standhouden? Ik klikte met klamme handen mijn klarinetkoffer open terwijl de rest al aan het inspelen was. Ik keek om me heen, werd er nu van me verwacht dat ik uit het niks ook ging meespelen? Maar hoe dan? Ik kreeg een vel met uh akkoorden, noten -ik had geen idee- onder mijn neus geduwd. Er kwam geen verdere instructie bij. Blijkbaar verwachtten mijn bandleden dat ik hiermee aan de slag kon gaan. Ik bleef vertwijfeld naar het blad staren, mezelf zoveel mogelijk verstoppend achter mijn klarinet. Moest ik dit dan de hele tijd achter elkaar spelen? En in welk tempo? Ik floot zachtjes één noot, omdat het me gek leek als ik helemaal niet zou spelen.
   ‘Speel anders maar alleen de eerste drie!’ Blijkbaar viel iemand op hoe ik ontzettend zat te stuntelen hoe ik hier iets muzikaals van moest bakken. Maar de eerste drie noten, dat maakte het eigenlijk alleen maar ingewikkelder. Ik was niet zo dat ik nu opeens wel enig benul had hoe ik dit tot een goed eind kon voortbrengen. Ik begon me behoorlijk opgelaten te voelen.
‘Speel anders alleen de eerste toon’. Ik slikte. Dit was wel een beetje de meest kleinerende opmerking die ik ooit naar me toegeworpen had gekregen. En zélfs nu wist ik niet wat ik er mee aan moest. Mijn instructie was totaal vernederend vereenvoudigd tot het spelen van één enkele toon, en zelfs daar wist mijn hoofd 100 vragen bij te bedenken. Eén toon, als in dat ik steeds dezelfde toon moest spelen in plaats van al die tonen die op dat vel papier waren gekrabbeld? Maar nog steeds bleef dan de vraag: in welk tempo dan? Of werd er nu serieus gevraagd of ik gewoon gedurende het hele nummer één noot wilde blazen? Ik voelde aan alles dat alles wat nu nog over was van mijn imago totaal naar de klote zou gaan als ik nu alsnog om duidelijkheid zou vragen. Ik koos dus maar voor de optie waar mijn hoofd het minste vragen bij stelde. En zo kwam het dat ik een heel discutabele rol kreeg in mijn eigen punkband, namelijk die van de klarinettist die het hele nummer lang één toon uitstootte. Gelukkig zijn punknummers doorgaans kort, en kwam ik daardoor maar een enkele keer in ademnood.
Er is na deze repetitie nooit meer een woord gesproken over Quaat. Soms hoeven dingen niet uitgesproken te worden, als iedereen wel weet hoe het in elkaar zit. Hoewel ik pas maanden later begreep hoe pijnlijk het écht in elkaar zat; diezelfde avond nog was er een nieuwe -succesvolle- band opgericht, zónder Eefje-één-toon. Het duurde jaren voordat ik daar de humor van in kon zien.


3.
Hij was vijftien en speelde al zolang gitaar als hij zich kon herinneren. Niet alleen thuis, met zijn familie samen, maar ook in allerlei orkesten en bandjes die door de muziekschool werden samengesteld. Kwam er een nieuw album van een band uit, dan kon hij het meestal na één dag helemaal meespelen.  Dat hij op een dag werd gevraagd in een punkband te spelen was een geschenk uit de hemel, dat was toch wel even wat anders dan die gelegenheidsbandjes van de muziekschool. Nu kon hij echt zijn eigen muziek gaan maken, met zijn toffe vrienden. En hij vond het wel spannend klinken dat ze niet voor de standaard bezetting gingen. Zijn muzikale nieuwsgierigheid was groot genoeg om vooral heel benieuwd te zijn wat de mogelijkheden van een klarinet waren binnen een punkband. En zíj was met het idee van de band gekomen, dus al had hij liever snoeiharde punk uit de boekjes gemaakt, dan was dat niet echt een optie geweest.
Hij zat vol energie toen de eerste repetitiedag was aangebroken. Hij had de weken eraan vooraf al heel wat verschillende gitaarrifjes uitgeprobeerd, met zijn broer had hij al wat nummers op papier gezet. Er hoefde alleen nog maar tekst bij, dan lag er al een halve demo van Quaat klaar. Wat voelde het tof om zo met vrienden in het oefenhok muziek te maken! De zanger had een goede tekst klaar die vrij makkelijk op de muziek kon worden gezet die hij had voorbereid. Even afstemmen en gaan! De klarinettist had echter moeite met intunen, merkte hij al snel. Niet zo gek, want van al hun muzikale voorbeelden, had geen enkele band een klarinettist. Hij had echter zelf wel wat ideetjes hoe de klarinet best heel cool zou kunnen klinken bij de rest, dus hielp hij haar even op weg. En daarna snel weer spelen, want daar waren ze voor bij elkaar gekomen; om lekker te jammen. Het klonk vet, alleen snapte hij niet wat de klarinettist van zijn noten bakte. Hoezo speelde ze die noten niet gewoon mee met de rest? Zo ingewikkeld was het niet toch? Oké, misschien alleen die eerste drie noten dan om het te proberen? Maar zelfs dat was blijkbaar te moeilijk voor haar. Terwijl de rest van de band al vrij snel de flow te pakken had, bleef zij maar stuntelen. Het klonk nergens naar. Grappig, dacht hij nog even, dat ze zo met haar hanenkam en piercings er het punkst uit zag van de hele band, maar muzikaal was ze het minst punk van iedereen. Tenzij je onder punk verstond dat je maar wat deed wat zo min mogelijk met muzikaliteit te maken had. Gelukkig was de rest van de band wel wat hij zich er op zijn kamer van voor had gesteld. Dus het was makkelijk haar links te laten liggen. Hij loste haar nog even uit haar lijden door de opdracht voor haar te vergemakkelijken; gewoon lekker één toon spelen, was voor zijn oren ook makkelijker eruit te filteren.
Hij ging met een voldaan gevoel naar huis. Ja, in een punkband spelen was zo cool als hij zich van te voren had voorgesteld. En er zat potentie in deze band, daar werd hij gelukkig van. Alleen de klarinet, tja, dat voelde iedereen, dat was geen succes. Haar uit de band zetten was een beetje gek, het was tenslotte haar idee. Maar ze zou toch wel begrijpen als ze een nieuwe band zouden beginnen zonder haar? Jawel toch? Hij zocht het nummer van de zanger op in de telefoongids.   


Noot voor eventueel meelezende betrokkenen: no hard feelings 💜 En ik heb uiteraard gebruik gemaakt van artistieke vrijheid en delen die ik niet wist, of niet meer wist, zelf ingevuld. 



Opdracht cursus Creatief Schrijven: Schrijf een gebeurtenis op vanuit 3 perspectieven: ik-vorm, derde persoon, en alwetende verteller. 

donderdag 11 januari 2018

Nog lang en gelukkig?


1. 
Gespannen keek Roos op naar klok met de gouden wijzers. Ze voelde een kleine steek in haar buik. Vijf over half twaalf. Ze was er al bang voor geweest.  Nog 7 uur en 10 minuten en dan ging haar wekker; ze kon het niet langer voor zich uit schuiven. Anders zou ze morgen weer gapend achter haar bureau zitten. De gewenste acht uur slaap had ze al maanden niet meer gehaald, waardoor ze overdag steeds minder in staat was om geconcentreerd de stukken te lezen en schrijven. Met een rusteloos gevoel in haar benen liep ze naar de drankkast. Geroutineerd  schoof ze het glazen deurtje open en trok er een fles Benromach Whiskey uit. Een slokje voor het slapengaan was er de afgelopen maanden ingeslopen. Ze had niet het idee dat het nog hielp, maar durfde het ook niet achterwege te laten. Elke strohalm greep ze aan.  Ze was fanatiek gaan sporten in de avond, als haar man naar bed ging – en ze voelde elke dag meer hoe ze hem teleurstelde dat ze niet meer samen met hem naar het slaapvertrek ging- begon ze een meditatiesessie, gevolgd door een neutje voor het slapen. Alles om de kans maar te vergroten dat ze gewoon in slaap zou kunnen vallen. Maar het werd een steeds groter ding in haar hoofd en ze voelde hoe het steeds meer een self-fulfilling prophecy werd.
Ze staarde tussen de kierende gordijnen door de donkere nacht in. Elke avond begonnen de  zenuwen al op te spelen als de eerste tekenen van de opkomende duisternis zich lieten zien. Het duurde dan nog uren voor ze naar bed moest, maar de gedachte dat dat moment er weer aan kwam, maakte haar altijd misselijk. Waarom zou het deze keer wel lukken? Waarom zou ze deze nacht niet uren liggen te draaien in bed? Vijftig verschillende tijden zien verschijnen op de digitale wekker op haar nachtkastje. Uitrekenen hoeveel uur ze nog heeft. Stress vanwege de uitkomst van die som. Stiekem toch nog eens naar de drankkast. Haar man wakker maken voor een vrijpartij terwijl ze daar eigenlijk geen zin in had, maar hopend dat het haar slaperig zou maken. Toch nog even op haar telefoon kijken. Draaien. Rechtop zitten. Gapen. Liggen. Woelen. Naar de wc. Het paleis uit sneaken, de nacht in. Ronddwalen door de brede lanen. Ongure types. De pikzwarte nacht die plek maakte voor de eerste tekenen van de dag. Fluitende vogels. Krantenbezorgers. Ochtendkou. Bij haar man terug in bed.
Voorzichtig trok ze het gordijn dicht, terwijl ze met haar andere hand trillend voelde in haar broekzak. Het zat er nog.
Natuurlijk had haar arts haar gewaarschuwd dat ze last kon krijgen van slaapproblemen toen ze een jaar geleden wakker werd gekust. Maar ze had nooit kunnen bevroeden hoezeer het haar leven, en dat van haar man, zou vergallen. Hoe ze avond in avond uit tot wanhoop werd gedreven.
Ze keek achterdochtig de kamer rond, scande met snel op en neer schietende ogen alle gordijnen op kieren. Ze was de afgelopen tijd wel gedrilld altijd bedacht te zijn op eventuele royaltywatchers. En dit was het laatst denkbare moment waarop ze ze zou kunnen gebruiken. Ging ze het doen? Zou ze het niet nog één keer proberen? Woelen, de klok zien verspringen, drinken, dolen. Haar handen maakten onwennig het aluminium-pakje open. Nog één keer de gordijnen checken. Ze voelde dat ze het ging doen. Ja ze ging het doen. Haar lichaam vulde zich met paradijselijke lucht. Daarna werd het pikzwart. Als de nacht.   




2.
   ‘Hoezo vindt ze onze eitjes niet lekker?’
   ‘Moeder, laat nou maar,’ mompelde hij, terwijl hij de broodjes uit de oven haalde.  Oh, hij kon haar wel wurgen.
   ‘Laat nou maar? We hebben altijd de beste eitjes van het land, gelegd door de allerduurste hennetjes ter wereld. Hoezo zouden die niet goed genoeg voor haar zijn?’
Hoeveel van zulke gesprekken had hij de afgelopen tijd wel niet met zijn moeder over de nukken van zijn vrouw gevoerd? Hij wist niet wat hij erger vond: de achterlijke eisen die zijn vrouw stelden aan zo’n beetje alles in het leven of de manier waarop zijn moeder hem daar telkens op aan sprak.
Hij ademde diep in. Hij wist dat hij het gesprek niet aan moest gaan met zijn moeder, maar het werd met de keer moeilijker. Hij draaide zich om naar de deur, al had hij ook weinig zin bij zijn vrouw in de eetkamer te gaan zitten. Maar zijn moeder had er blijkbaar nog niet genoeg van en snerpte ‘Ik hoorde trouwens dat ze ook commentaar heeft op de kleding die de lakeien dragen? Dat ze zegt dat al dat groen geen goede vibe met zich mee brengt?’ Moeder kokhalsde bijna bij het woord vibe.  
   ‘Moeder,’ siste hij met zijn kaken op elkaar.
   ‘Ja zoon,’ antwoordde ze laconiek, alsof zijn ergernis over dit gesprek haar totaal was ontgaan.
   ‘En ze had ook al geklaagd dat ons Rosenthal-servies, wat was het ook alweer.... niet Feng Shui was?’ Met haar onderlip en nekspieren trok ze een zuur, afkeurend gezicht, zoals alleen dames met haar allure dat kunnen doen. 
Hij voelde alles draaien in zijn buik. Vanuit de eetkamer klonk een gil van zijn vrouw.
   ‘Gatver! Er zitten velletjes in mijn sinasappelsap!’ klonk het door de deur heen. Hij voelde zonder op te kijken de zie je nou-blik van zijn moeder priemen. Toen hij voorzichtig zijn hoofd omhoog hief, zag hij zijn moeder heftig hoofdschuddend voor hem staan.
Hij nam nog één keer een flinke teug adem. Waar hij dacht dat hij zou briezen van al die opgekropte woede, werd hij verrast door de totale kalmte die uit zijn mond kwam.
   ‘Moeder. Ja het is afschuwelijk wat ze allemaal eist. Ze is het ergste, het allerergste wat me ooit is overkomen. Maar laten we één ding wel even in het vizier houden. Wiens totaal idiote idee was het om mijn aanstaande vrouw te selecteren op basis van veeleisendheid?’
Hij voelde een ader kloppen op zijn voorhoofd die hij nog nooit had gevoeld. Even ijzig ging hij verder.
    ‘Wie besloot,  met haar autoritaire leiderschap, dat het een goed idee zou zijn als mijn aanstaande zo’n zeikwijf zou zijn dat ze zelfs een bed met 8 matrassen en 16 spreien niet goed genoeg vond omdat er een nano-erwtje onder lag?’
Hij keek zijn moeder recht in de ogen aan en sprak toen even rustig met iets meer kracht: ’Wie?’
Met zijn hand lichtte hij een mes uit het messenblok schuin achter hem terwijl hij zijn moeder strak bleef aankijken. 


maandag 18 december 2017

Hans en Grietje in drie dialogen

1.
‘Heb je het al gehoord?’
‘Niet te doen he!’
‘Hoe kun je dat nou over je hart verkrijgen, je kinderen het huis uitzetten zodat je zelf meer te eten hebt!’
‘Terwijl zij er toch niet echt uit ziet alsof ze onmiddellijk omvalt van de honger.’
‘Maar ja, het zijn niet haar kinderen he. Dat is toch anders he.’
‘Ja dat zag je ook met die vrouw uit het bos in het Oosten, die had toch ook haar stiefkinderen weg gestuurd? Maar die kwamen telkens mooi weer terug!’
‘En vergeet die ene stiefmoeder niet, met die appel en die bloedmooie dochter, jaren geleden.’
‘Ja, die was zelf dan ook lelijker dan de nacht, geen wonder dat ze jaloers was op dat kind.’
‘Blijkbaar kun je alleen stiefmoeder worden als je haren op je kin hebt en een pukkelige neus.’
‘Daar vallen weduwnaars blijkbaar op.’
‘Nou dan maken wij geen schijn van kans, ha!’
‘Och die arme kinderen toch, misschien zijn ze al wel doodgevroren. Of opgevreten door een wolf.’
‘Nou, laten we die kinderen ook niet heilig verklaren. Laten we eerlijk zijn; het was een stelletje bloed-irritante kinderen.’
‘Bij de hand! Vreselijk. Zou het er geen dag mee uithouden eerlijk gezegd. Hij heeft die kinderen ook veel te veel verwend nadat hun moeder overleed.’
‘Dat is een valkuil he. Denken dat die kinderen dan zielig zijn en dat je niet meer boos op ze mag worden.’
‘Ja, en je ziet wat er van komt. Hij heeft ze er geen dienst mee bewezen.’
‘Maar ja, ook geen man met ruggengraat he. Je ziet wel wie daar de broek aan heeft.’
‘Zit tot over zijn oren onder de plak.’
‘Mag de naam kerel niet eens dragen eigenlijk he.’
‘Arme Lia, ze zou zich in haar graf omdraaien als ze zou zien wat er allemaal gaande is.’
‘Nou over de doden natuurlijk niks dan goeds. Maar over Lia heb ik ook wel eens gehoord dat ze het bijltje er wel heel snel bij heeft neergegooid.’
‘Je hebt gelijk. Dat heb ik ook wel eens gedacht...echt gestreden heeft ze niet he, om haar ziekte te verslaan.’
‘Je zou van een goede moeder toch wat meer verwachten.’
‘En je ziet nu wat er uiteindelijk van komt. Het hele dorp al weer dagen in rep en roer...’

2.
   ‘Naam?’ hij klonk niet bepaald vriendelijk.
   ‘Margreet Bos,’ haar stem kraakte nog steeds, concludeerde ze teleurgesteld.
   ‘Overleden aan?’
   ‘Een longembolie, denk ik.’ Ze had zich dit gesprekje wat zachter voorgesteld, het leek wel een kruisverhoor. En het irriteerde haar dat ze hem amper kon zien door het enorme witte licht waarin hij stond. Enkel door de contouren van zijn indrukwekkende baard, durfde ze te conculderen dat dit dan wel Petrus zou moeten zijn.
   ‘Wat doe je hier? Ik zie alleen maar narigheid. Ik zie geen liefde. Ik zie zelfs alleen maar haat.’
   ‘Ik heb weinig liefde ontvangen ja,’ snauwde ze.
   ‘Ik heb het over geven mevrouw Bos. Liefde geven. Vertel wat je met je stiefkinderen hebt gedaan?’
Margreet voelde een driftbui opkomen. Het zou toch niet waarwezen dat haar stiefkinderen haar nu de weg naar de hemel zouden afnemen? Ze hadden haar bij leven al genoeg ellende gebracht. Ze probeerde kalm te blijven. Dat was haar laatste redmiddel. En het was nu alles of niets, dat snapte ze ook wel.
   ‘Ik heb ze naar het bos gestuurd in de hoop dat ze daar eten zouden vinden om te kunnen overleven,’ zei ze met haar liefste stem.
Petrus bleef even stil.
   ‘Ik heb twijfels over uw motief mevrouw Bos. Barmhartigheid is een woord dat niet in uw vocabulaire voorkomt, volgens mij.’
   ‘Nou meneer, als ik zo slim zou zijn dat ik zulke moeilijke woorden zou kunnen gebruiken, was ik echt niet met zo’n armoedig houthakker met twee etterkinderen getrouwd.’ He, had ze zich toch weer laten gaan.
Petrus zette een stap naar voren waardoor ze hem voor het eerst in de ogen kon kijken.
   ‘De poort blijft dicht mevrouw,’ sprak hij plechtig. Hij wees haar enkel met een armgebaar de weg naar de andere poort.
Als ze nog voeten had gehad, was ze nu stampvoetend weggestoven. Ze kon niet anders dan geruisloos haar ondergang tegemoet gaan. Tot haar verbazing riep Petrus haar nog na.
   ‘Mevrouw Bos. Zegt u eens eerlijk, dacht u nu echt dat ik de poort voor u zou openen?’

3
   ‘Wat doet dit met jou?’
Hans keek op terwijl hij één wenkbrouw omhoog trok. Vroeg hij dat nou echt? De psych zat schuin voor hem, hij had de vingertoppen van zijn linkerhand tegen die van zijn rechterhand aan gedrukt en maakte er onophoudelijk kleine pulserende bewegingen mee. Te cliché. De doos met tissues op de tafel; check. Hans voelde zijn mondhoeken licht omhoog krullen. Het was allemaal natuurlijk helemaal niet grappig, maar zoveel clichés op een hoopje, daar kon hij de humor wel van inzien. Jammer dat hij niet op een sofa lag eigenlijk.
   ‘Hoe voel je je daarbij?’ de psych deed nog een poging.
   ‘Ja jezus, hoe ik me daarbij voel? Kut natuurlijk. God, ik gun het mijn zus echt. Haar vent is top, en dat verdient ze. En ik ben echt trots als ze weer in een programma haar nieuwe boek mag promoten en iedereen vol lof over haar werk praat. Echt. ‘
Hij zag de psych een bemoedigend knikje geven. Zucht, dat soort signalen werkten altijd averechts bij hem. Maar ja, hij zat hier nou toch. Nu moest hij doorpakken. Niet kijken naar de pulserende vingers, of de tissues op tafel.
   ‘Maar het is natuurlijk wel bizar. Ik bedoel, uh, we komen uit het zelfde nest, hebben dezelfde geschiedenis. En dat het haar dan sterker heeft gemaakt en ik er als zwak wezen uitgekomen ben, dat voelt vrij kut ja.’ Hij friemelde aan het kettinkje met het kiezelsteentje eraan dat om zijn nek hing.
Weer dat begrijpende knikje van de psych.
   ‘En wat maakt dat jij het idee hebt dat jij zwak bent?’
   ‘Jezus gast, heb je mijn dossier niet gelezen? Ik ga al jaren kliniek in en uit. Kijk naar mijn lijf. Ik weeg 52 kilo! Ik heb nog nooit een relatie gehad die langer duurde dan het orgasme. Ik ben niet achterlijk, das niet de biografie van een sterk persoon...’
   ‘Ik merk dat je boos wordt.’
Scherpe analyse, dacht Hans cynisch. Dat cynisme maakte hem nog bozer, het zat hem behoorlijk in de weg. Heerlijk moest dat zijn, als je zo’n gesprek zonder blikken of blozen gewoon serieus zou kunnen voeren. Goed, nieuwe poging. Ah, de psych was hem al voor.
   ‘Kun je proberen te beschrijven wat je precies zo boos maakt?’
Hans bleef even zwijgend naar de wiebelende schoen van de psych kijken.

   ‘Weet je, ze had ervoor kunnen zorgen dat ik me niet zo eenzaam had gevoeld met mijn verleden. Ik weet dat onze geschiedenis absurd is. Zij is de enige met wie ik dat zou kunnen delen.’ Zowaar voelde zijn strot verdomd stroef en opgezwollen aan opeens. Natte ogen. Voorzichtig keek Hans op. Als de psych maar niet... Toch wel.... Hij zag de hand van hem al naar de doos met tissues gaan en met een subtiel gebaar zijn kant op schuiven. Ja doei. Er waren grenzen. Zijn ogen waren op slag droog, zijn keel soepel. Tijd om weg te wezen!


Opdracht: schrijf jouw versie van Hans en Grietje. Het was de laatste opdracht. Maar in januari begin ik vrolijk aan de vervolgcursus, heb de smaak te pakken. 

donderdag 2 november 2017

Een beige leven



Hij probeerde zijn voeten telkens zorgvuldig op het smalle pad te zetten maar hij zag dat zijn beige italiaanse schoenen desondanks langszaam maar zeker een steeds grotere laag modder hadden aangetrokken. Hij deed zijn best dat niet erg te vinden en liep verder richting het opgaande struweel dat  voor hem lag. Een kleurige herfstspreeuw kruiste fladderend zijn pad. Hoe lang zou hij nou al onderweg zijn? En zou hij al gemist worden? Het voelde goed om hier uit te waaien, prentte hij zichzelf in, met die adembenemende natuur om hem heen. Al was het vooral gure en koude lucht die hij inhaleerde.
Toen hij honger begon te krijgen nam hij wat onhandig plaats op een omgevallen boomstam. Uit zijn aktentas haalde hij een Tupperware-bakje met rauwkost. Geen slaolie, dat was wel een beetje droogjes, daar had hij door alle spanning niet zo goed over nagedacht vanochtend. Gelukkig had hij zijn snee volkoren brood wel besmeerd met halvarine. Hij keek wat schuchter om zich heen, een vis in het water kon hij zich hier toch niet noemen. Maar het was een heel stuk beter dan die kantoortuin waar hij normaal met zijn team stipt om 12 uur lunchte. Ja dit moment moest hij koesteren.
Hoe zou Tineke reageren? En de tweeling? Die zouden vast woedend zijn in eerste instantie. Maar er zou hopelijk een moment komen dat ze zijn actie zouden kunnen zien als een kleine heldendaad. Daar zouden allicht heel wat jaren overheen gaan.  Misschien zouden zijn zonen door zijn beslissing veel eerder dan hij beseffen waar het allemaal om gaat in het leven, en wat juist totaal onbenullig is, ook al doet iedereen om je heen je anders geloven.
Zouden ze, al zoekend naar sporen, de mail van Saar vinden en linken aan zijn actie? Het was iets na acht uur geweest gisterenavond, het journaal was net afgelopen. Hij was net de hoeslakens en moltons van de waslijn aan het halen, toen zijn telefoon zoemde dat er een nieuwe email was. Meestal was het zijn werkmail; een bestelling of een vraag van een bedrijf of particulier of radiatorfolie nou echt zo effectief was. Maar tot zijn verbazing was het dit keer een mail in zijn hotmail-account. Daar kwam nooit meer iets binnen eigenlijk, op de maandelijkse nieuwsbrief van de buurtvereniging na, die hijzelf altijd verzond. Hij keek verbouwereerd naar de afzender. Saar. Een blauwe maandag waren ze een setje geweest. Maar dat was geen lang leven beschoren geweest, dat had iedereen meteen al geweten. De vrijgevochten, idealistische globetrotter met de behouden en gereserveerde huismus. Het duurde dan ook niet lang voor ze weer gevlogen was, naar de jungle van Colombia, als hij het zich goed herinnerde. Ze hadden elkaar nooit meer gesproken. Zij had vast zelfs nooit meer aan die saaie ex van haar gedacht. Hij daarentegen best wel eens.  Als hij weer eens op zijn werk naar het systeemplafond zat te staren als kleine afleiding van het invullen van de excelsheets met de kwartaalresultaten, mijmerde hij wel eens waar zo iemand als Saar nou mee bezig zou zijn, wat zij zou zien als ze omhoog keek om even te ontsnappen aan de dagelijkse beslommeringen. Al leek het hem sterk dat zij in haar leven überhaubt dagelijkse beslommeringen zou kennen waar ze van wilde ontsnappen.                       
 Of hij kon zich als hij thuis kwam van zijn werk soms ineens inbeelden hoe zíj naar zijn huis en zijn leven zou kijken. Ze zou vast jeuk krijgen van zijn degelijke doorzonwoning met herfstkrans aan de deur, twee vazen symmetrisch voor het raam. Meestal was hij trots op alles wat hij voor elkaar had gebokst, op de auto én caravan op de oprit, zijn gezin, de heg die altijd netjes geknipt was. Maar op die momenten dat hij opeens met haar ogen ernaar keek, kon hij haar jeuk bijna zelf voelen. Ja, ze zou het vast een leeg bestaan vinden, veel te veel gericht op net een grotere auto dan de buren kunnen veroorloven, het gras groener krijger dan in de folder van het tuincentrum.
En nu stond haar naam bovenaan in zijn mail-app. Hij had gewacht met het lezen van de mail tot Tineke na Nieuwsuur naar de slaapkamer was vertrokken.
Het begon te motregenen. Fluks zette hij zijn weg voort. Zijn natgeworden pantalon plakte al hinderlijk tegen zijn benen toen hij de rand van de Oostvaardersplassen bereikt had.  Hij baande zich moeizaam een weg door het rietpluim. Hij voelde de moeheid in zijn benen toenemen. De nacht had hem  na het lezen van het mailtje geen enkele slaap gegund. De eerste uren voelde hij zich met de  minuut miserabeler, had hij geconstateerd. Maar vanaf dat hij een besluit had genomen, was hij elk uur rustiger geworden. Maar de slaap had hij niet meer kunnen vatten. Hij was opgestaan voordat het alarm op zijn telefoon af zou gaan.
Zijn telefoon. Die zou hij vanaf deze plek met een beetje een strakke worp in het water moeten kunnen mikken. Verdonkeremanen, eerst de telefoon, dan de rest. Hij opende zijn aktentas om hem er uit te halen. Hij merkte dat zijn handen trilden. Was het omdat hij daar natgeregend stond in de novemberwind? Hij deed zijn best om de telefoon vast te pakken zonder op het scherm te kijken, zodat hij hem meteen weg kon gooien. Maar het scherm lichtte op en trok onontkomelijk zijn aandacht. “Stefan” schreeuwde de letters. Niet opnemen, nu snel handelen. Maar voor hij het wist had hij met zijn trillende vinger toch over het groene pictogram  geveegd.    ‘Sjoerd?’ Hij schrok hoe zijn bubbel opeens verbroken werd door de stem van zijn collega. Kon hij nog ophangen? Hij bracht de telefoon tegen zijn natgeregende wang en oor.    ‘Uh, ja,’ antwoordde hij schor.    ‘Waar zit je man? We hebben een topdeal binnen!’ Hij keek om zich heen, naar het meer voor hem en toen naar zijn bemodderde schoenen, zijn doorweekte broekspijpen. ‘Sjoerd?’ Hij kuchte alleen maar.  ‘Alle gemeenten-gebouwen gaan toch over op ons radiatorfolie! We zijn binnen!’  Heel even maar keek hij nog één keer uit over de Oostvaarderdsplassen. Toen verraste hij zichzelf door zich resoluut om te draaien. Direct zette hij de pas er in.    ‘Ik kom eraan’.  Gelukkig heb ik nog een droog pak in de auto hangen, dacht hij, terwijl hij tijdens het lopen zijn natgeregende haar enigszins probeerde te fatsoeneren.  Hij zag niks meer van het natuurschoon om hem heen en kon alleen maar denken aan de autoverwarming die hem zometeen zou opwarmen. En aan een garage die hij nu misschien wel zou kunnen gaan bouwen. 

Opdracht cursus creatief schrijven: let op het woordgebruik van mensen om je heen en laat je daardoor inspireren bij je tekst.
Ik vond mijn inspiratie in dit draadje op twitter over de saaiste woorden in de Nederlandse taal: https://twitter.com/arcinho/status/921456715056472067https://twitter.com/arcinho/status/921456715056472067 https://twitter.com/arcinho/status/921456715056472067
Ik zocht daar zelf een paar draadjes bij met mooie woorden en die twee lijsten met woorden werden het uitgangspunt voor dit verhaal.