Non Fictie/Fictie

donderdag 10 december 2009

toetje voor de jarige job

We lopen in de supermarkt. Mijn zoon en ik. Mijn zoon, die vanaf volgende week als kleuter door het leven zal gaan. En daarom duwen we een volle kar door de supermarkt heen. Bij de koelafdeling valt mijn oog op een toetje dat speciaal is ontworpen om kleutertjes over te halen om aan hun moeders jassen te trekken en te zeuren of ze die alsje-alsje-blieft mogen. Waarna een kind natuurlijk op de grond gaat liggen gillen, met gebalde vuistjes. En dat dan de weigerende ouder door de andere supermarktbezoekers minderwaardig wordt aangekeken...'weer zo'n slechte ouder-van-nu die haar kind totaal niet onder controle heeft'. Zo'n toetje dus. In de aanbieding. En zoals ik al zei: mijn zoon is binnen 48 uur kleuter, dus ik zie opeens reden om het toetje in onze kar te leggen. De ogen van mijn zoon sperren open. 'Mammmmaaaaaaaa een sprookjestoetje!!!!!!' Hij weet even niet of ie het moet geloven. Maar als ie ziet dat ik het meen, weet ie niet waar ie heen moet met zijn geluk. Hij maakt een sprongetje. En danst een rondje. En spreekt in zijn enthousiasme een wildvreemde winkelende vrouw aan. 'Ik ben bijna jarig, en daarom mogen wij dit toetje!' En voor de zekerheid zegt hij het ook nog even tegen de dame achter de kassa. En terwijl alle chips, smarties, ingredienten voor taarten en cakes zonder commentaar in de achterbak van de auto worden geladen, houdt zoonlief de toetjes stevig vast, die gaan dus mooi op zijn schoot mee. Als ik in de auto opzij kijk, en hem glimmend van geluk zie zitten met zijn toetjes, zie ik opeens dat het van de Sprookjesboom is. De Sprookjesboom, die mijn werkgever met een beetje pech weer 270.00 euro boete op gaat leveren, en indirect er dan vast wel weer voor zou zorgen dat ik in januari weer geen loonsverhoging krijg, of dat ik door een ingetrokken uitzendlicentie uberhaubt geen baan meer heb. Maar fuk dat, want echt, er is natuurlijk geen enkele loonsverhoging die op kan tegen het geluk dat mijn zoon deze dag uitstraalt, enkel en alleen omdat ie van zijn eigen moeder op zijn verjaardag een toetje mag waar een of andere heks en prinses op staan.


Thuis opent zoon een paar keer de koelkast, gewoon om te kijken of de toetjes er nog zijn. Hij maakt nog een dansje, en bedenkt zich hardop hoe zijn bezoek op zijn feestje zal reageren als hij laat zien van welk toetje ze na het eten kunnen smullen. En hij bedenkt het zich nog eens, hardop. En nog eens. De mensen zullen versteld staan, dat is wel duidelijk. Net zo versteld als hij zelf was toen hij zijn moeder in de supermarkt opeens het meest onverwachte ooit zag doen.
Als hij een van de pakken nog een keertje uit de koelkast haalt voor een ererondje door het huis, kijk ik naar hem en heb spontaan medelijden met de ouders die zich wekelijks over laten halen door hun kinderen om al die Dora-spaghetti en Mickey-stroop en Bob de Bouwer-tomatensaus te kopen. Die zullen nooit meer voor 3 euro hun kind tot zo'n ongekend gelukzalige status weten te krijgen...

donderdag 12 november 2009

3 x kort (2)

Zwart

Terwijl de sint nog niet in het land is, lopen we in Amsterdam tegen een aantal zwarte pieten op. Nano is verbaasd, moeders ietwat boos (want kom verdomme niet aan de mythe van de sint, dus blijf gewoon lekker in Spanje met je pakkenpietje tot de stoomboot je aan wal zet.). Moeders verzint een smoes. Dat ze er vast zijn om de boel alvast te regelen voor als de Sint straks komt. Nano bekijkt het wat nuchterder: ' Volgens mij zijn het geen echte pieten, mam. Ze hebben zich gewoon geschminckt!'




Kip of het ei

'Mama, mag ik een speculoospastakoekje?'


Naief

'Oh mama, maar deze heks is denk ik wél lief. Die geeft zelfs een appel!'

maandag 19 oktober 2009

Nog steeds niet...

Achter op de fiets begint opeens mijn zoon van bijna 4 te mokken. Uit het niks klinkt het boos en verontwaardigd: "Mama, waarom weet ik nog stééds niet hoe je nou kleine babytjes kan maken?"

dinsdag 8 september 2009

Schoolpleinmoeders (deel 1?)

Al vanaf dat ik net wist dat er een klein mensje in mijn buik groeide, gruwelde ik min of meer bij het idee dat dat zou betekenen dat ik ooit tussen de Gooische medemoeders op het schoolplein zou moeten staan. Ik mocht mezelf met mijn krap 24 jaar dan wel niet te jong vinden om een kind te krijgen, maar om nou opeens met allerlei moeders die 10 jaar ouder zijn en totaal andere levens leiden dagelijks samen te klonten op een schoolplein....nee, dat was meer iets voor in een nachtmerrie.
De verhalen over moedermaffia's op het schoolplein van ervaringsdeskundigen liegen er ook niet om.

Inmiddels zijn we weer een aantal jaren verder. Langzaam maar zeker begin ik te wennen aan het idee dat ik straks daadwerkelijk daar op het schoolplein klaar zal staan om mijn zoon vast en zeker dol-enthousiast uit het schoolgebouw te zien rennen. Sterker nog: ik zie er al bijna naar uit. Dat mag ook wel want over 4 maanden zal Nano voor het eerst met een rugzakje om, bekertje met melk, trommeltje met een boterhammetje en een stukje fruit, naar school toe rennen. En ik zal op het schoolplein staan, hem uitzwaaiend en enkele uren later hem opwachtend om alle verhalen van de dag te mogen ontvangen. En dat voelt allemaal helemaal zo slecht nog niet. Mooi is dat, dat de tijd dat dus allemaal wel weer even regelt.

Het enige dat me nog tegen de borst stuit, is dat dat schoolplein dus in het Gooi ligt. En je kan veel van me zeggen, maar een echte Gooise Vrouw ben ik niet geworden in de afgelopen 9 (!) jaar. En aansluiting bij de echte Gooise Vrouwen heb ik ook allerminst gevonden. Mijn rasta-kleurige Adidasjes matchen nog steeds niet echt met de parelkettingen. Soms denk ik dat het wel mee valt, want Gooise Vrouwen zijn natuurlijk een overdreven cliche, en Hilversum wordt door omliggende dorpen nog steeds gezien als het getto van het Gooi.
Op weg naar mijn allereerste ouderavond in mijn carriere als moeder probeer ik me er aan vast te houden dat ik vast en zeker niet de enige vreemde eend in de bijt ben. Niet dat het per definitie zo erg is een vreemde eend in de bijt te zijn, maar ik wil mijn zoon toch wel besparen dat ie op mijn 60ste verjaardag een lied moet voordragen over dat ze hem altijd geplaagd hebben...
Op dat moment komt er een auto aanrijden, eentje waar mijn Nissan Micraatje minimaal tien keer in past. Op de achterbank (waar mijn knusse woonkamerbankje ook weer bijna twee keer in past) staat bijna vorstelijk één autostoeltje. Het raam van de auto gaat open, en er verschijnt een dame achter het stuur die zowaar aan elk cliché van de Gooise Vrouw voldoet. Een blouseje met een sweater om haar schouders gedrapeerd, een geblondeerde coup boven op haar hoofd vastgespeld, een twinkelende parelketting siert haar gebruinde decolleté. Ze spreekt een moeder aan die vlak voor me fietst. En haar openingszin is zo cliché dat ik een gniffel moeilijk kan onderdrukken: 'Hoe laat gaat Carel-Jan morgen naar de Hockey-club?'

Een paar minuten later zit ik met mijn derriere op een inimini kleuterstoeltje. Terwijl ik luister naar hoe de juf uitlegt wat Nano de komende jaren allemaal gaat leren en op welke pedagogisch verantwoorde manier ze dat aanpakken, kijk ik stiekem mijn ogen uit naar wat straks mijn collega-schoolpleinvaders en -moeders worden. Het is gelukkig een ratjetoe aan mensen. Mijn oog valt het eerst op het cliché waar ik naar op zoek was. Hij is er; de Gooise Man, in zijn Gooise broek, met zijn Gooise hoofd. Maar de zeer goed ingeburgerde allochtoon is er ook, de hip geklede moeder, de doodgewone huisvrouw, de moeder die zichzelf een beetje uit het oog verloren is, de patserige vader die later vast tegen de juf gaat schelden als zijn zoon niet de gewenste resultaten boekt of het gewenste gedrag laat zien. En terwijl twee moeders naast mij met vurige ogen hun ongenoegen uiten over de moeders die nooit hun handen uit de mouwen steken voor de school, besef ik dat dit écht een nieuwe wereld is die voor me opengaat, en dat hier vast een hoop over valt te bloggen...

maandag 31 augustus 2009

Lowlands, nog maar 10 jaar te gaan...

Heb ik vorig jaar een aantal maanden zitten wikken en wegen of ik zou gaan (want was ik met mijn 26 jaar en post-borstvoedingsdecolleté niet veel te oud voor dit festival?), dit jaar was er geen twijfel; ik ging! Lowlands 2008 had me namelijk geleerd dat het eigenlijk júíst een ultiem festival was om te vertoeven als je de rest van het jaar tussen de poepluiers en strafstoeltjes zit. Ik zou vast niet de enige zijn die een vriend thuis moest laten omdat zijn vrouw dat weekend had gepland te gaan bevallen. Op Lowlands stikt het namelijk van de kersverse ouders. Zouden alle kersverse ouders het moeten opnemen in een robbertje touwtje-trekken tegen alle pubers die op Lowlands rondlopen, dan zouden ze met verve winnen.

Prima feestje dus. En zonder moeite vermaakte ik me ook dit jaar weer drie dagen lang met overdag slapen in de zon en in de nacht dansen onder de sterrenhemel of onder de lampen van de danstenten. Rond een uur of 7 in de avond zocht ik diep onder in mijn dagtasje mijn moederspet, zette die op en belde mijn zoon om te vragen of hij het nog naar zijn zin had in het paradijs dat mijn vaders thuis heet. 'Hoi Mama, hoe is het op Lowlands?' vraagt mijn 3,5-jarige wijsneus me prompt als ik hem aan de telefoon heb. Jeetje. Opeens voel ik de hete adem van de volgende generatie, van mijn eigen nageslacht, in mijn nek hijgen. Bijna krijg ik het benauwd; over een jaar of 10 heeft Nano de leeftijd die ik had toen ik het voor het eerst droomde van een 3daags verblijf in het Lowlands-paradijs. En ik vind het allemaal leuk en aardig dat ik vind dat ik ook als moeder gewoon nog eens per jaar uit mijn dak mag mag gaan, ik ga niet sámen met mijn zoon op een festival uit mijn dak gaan. Er zijn grenzen.

Hmmm, dat wordt een afkickprogramma opstellen voor de komende 10 jaar. Óf ik kan er natuurlijk de komende 10 jaar alles aan doen te zorgen dat Nano geen interesse krijgt in de ietwat alternatieve muziekfestivals. Een soort omgekeerde indoctrinatie...Hem gaan stimuleren om helemaal voetbalgek te worden zodat ie zijn spaarcentjes liefst uitgeeft om bij de Uefa-cup aanwezig te zijn. Of ik kan hem natuurlijk nu al op zeilen doen, dan is ie over een jaar of 10 wel in staat om met zijn zeilbootje de wereld rond te reizen, terwijl moeders lekker op Lowlands danst tot de zon weer op komt....

dinsdag 11 augustus 2009

fan van mama

Jubel en jolijt: ik ben in!
Nano is in een fase beland dat moeder boven aan de ladder staat. Regelmatig hoor ik hem tegen andere kinderen zeggen, met een mengeling van trots en adoratie: 'Míjn moeder zegt...', waarbij elk woord met kracht wordt uitgesproken. En alles wat daarna komt, is natuurlijk De Waarheid, en daar dient iedereen zich aan te houden, want zijn moeder heeft het ten slotte zo gezegd.

Ook als andere volwassenen hem iets zeggen of aanbieden, is Nano's repliek regelmatig: Even aan mijn moeder vragen of het mag. Want ja, hij gaat niet zomaar iets doen zonder dat de oppermoeder de goedkeuring heeft gegeven. Zelfs niet als ie daardoor een heerlijk snoepje misloopt.

Als je een poging doet te bedenken hoe het brein van een drie jarige werkt, dan zou je denken dat het voor een peuter lastig is te begrijpen dat dat voortdurende corrigeren door een moeder eigenlijk een heel positief iets is (want je leert wat grenzen zijn en ander pedagogisch geblaat). Niks is minder waar; nano snapt prima hoe nuttig dat is, en heeft zelfs medelijden met kinderen die het zonder corrigerende ouder moeten doen. Dat bleek wel toen we een liedje luisterde van wijlen Annie MG Schmidt. De tekst zal bij velen bekend zijn:
Ik ben lekker stout

Ik wil niet meer, ik wil niet meer!
Ik wil geen handjes geven!
Ik wil niet zeggen elke keer:
Jawel mevrouw, jawel meneer...
nee, nooit meer in m'n leven!
Ik hou m'n handen op m'n rug
en ik zeg lekker niks terug!
Ik wil geen vieze havermout,
ik wil geen tandjes poetsen!
'k Wil lekker knoeien met het zout,
ik wil niet aardig zijn, maar stout
en van de leuning roetsen
en schipbreuk spelen in de teil
en ik wil spugen op het zeil!

En heel hard stampen in een plas
en dan m'n tong uitsteken
en morsen op m'n nieuwe jas
en ik wil overmorgen pas
weer met twee woorden spreken!
En ik wil alles wat niet mag,
de hele dag, de hele dag!

En ik wil op de kanapee
met hele vuile schoenen
en ik wil aldoor gillen: Nee!
En ik wil met de melkboer mee
en dan het paardje zoenen.
En dat is alles wat ik wil
en als ze kwaad zijn, zeg ik: Bil!

----

Na de regel over het van de leuning roetsjen, zei Nano verontwaardigd: 'Dat mag toch helemaal niet'. Ik bevestigde dat, waarna hij al hoofdschuddend zei: 'tjonge jong, hebben die kinderen geen moeder, of zo?'

Jaha, het is volop genieten zo'n kind dat zijn moeder ziet als het beste in het leven. Ik teer er nog maar even op, want voor je het weet is die kleine Nano een grote dwarse puber, en ik hou mijn hart vast wat ik dan allemaal op mijn bordje krijg, iets zegt me dat het dan iets minder van een lofzang weg zal hebben dan nu....


(oke oke, eerlijkheid gebiedt mij te vertellen dat ik ook nu net zo goedeen stukje had kunnen schrijven dat een totaal ander beeld schept. Zo zou ik het bijvoorbeeld kunnen hebben over die nacht dat ik uit mijn slaap werd gewekt om vervolgens te horen te krijgen dat ik geen heks meer moest zijn... Of ik zou kunnen schrijven over hoe hij gisteren stampvoetend weg liep en op het paadje achter ons huis met een donderblik in zijn ogen de buurvrouw vertelde dat ie niet meer naar huis wilde, omdat hij zijn moeder 'écht niet meer leuk vindt'... Maar hey, ik ben malle pietje niet, optimistic is my middle name, en er is volgens mij nog maar zelden iemand gelukkig oud geworden door zijn geheugen te bevuilen met de negatieve kanten des levens. Dus ik hou me er vrolijk aan vast dat mijn zoon fan van me is!)

woensdag 1 juli 2009

herinneringen

Aan de vooravond van hun 60ste verjaardag, kijkt mijn moeder met afgrijzen toe hoe haar geheugen de eerste grote gaten begint te vertonen, terwijl mijn vader geboeid toekijkt hoe ook zijn geheugen hem in de steek begint te laten.
Ik ben 27, vanaf nu wordt ook mijn geheugen alleen nog maar minder (en dat is best zorgwekkend aangezien mijn geheugen al jaren een eigen leven leidt, en alles behalve betrouwbaar genoemd kan worden. Dat wordt nog wat op de vooravond van mijn 60ste verjaardag...)
De redding voor alle mooie familiemomenten vanaf nu komt van mijn zoon. Want die is 3,5, en zijn hoofd staat dus vanaf nu open om grote en kleine herinneringen op te slaan voor de rest van zijn leven (of uh, totdat hij zijn 60ste verjaardag viert!).


Leuke bijkomstigheid van deze fase is dat bij een hoop dingen in nano's dagelijkse leven bij mij herinningen van vroeger naar boven komen.

Op de fiets terug van het kinderdagverblijf wijst nano mij welke route hij wil dat ik vandaag naar huis neem. En meteen ben ik weer in Schinnen, 1985, klaar van het spelen bij de peuterspeelzaal, neem ik plaats achterop de fiets van mijn vader. En ik mag kiezen: rechts, rechtstreeks naar huis, of links, door de bossen, langs de afcent, langs het huis waar mijn oma geboren is, het huis waar mijn vader geboren is, en dan naar het huis waar ik geboren ben. Ik kies uiteraard voor links.

Ik zie Nano worstelen met zijn vingertjes. Hij probeert er drie tegelijk omhoog te steken, en dat is nog best lastig. Want probeer je de ene rechtop te steken, dan zul je altijd zien dat nummer vier vanzelf mee naar boven komt. En vier zou hij best graag willen zijn, want dan mag hij naar school, maar hij is natuurlijk gewoon drie. Dus gaat het vierde vingertje met hulp van zijn andere handje weer terug naar beneden, maar dan floept nummer 3 weer mee, en is hij opeens maar 2....
Ik mocht mee naar mijn moeders werk, het vormingscentrum. Twee heeeeeel grote meisjes kwamen naar me toe terwijl ik in een nisje stond. Ze vroegen hoe oud ik was. Ik durfde niks te zeggen, maar stak voorzichtig mijn drie middelste vingers in de lucht, terwijl mijn duimpje met man en macht probeerde mijn pink beneden te houden.

In het zwembadje ontdekt nano dat het water hem 'draagt'. 'Wauw mama, het lijkt wel of ik vlieg!'
'Ik loop op mijn handen, ik loop op mijn handen.' En 'Dit is diep voor de mieren' elke zomer klonken die twee regels uit volle borst als mijn zusjes en ik in onze heerlijke tuin in het badje de hitte trotseerden.

En als ik voor Nano een bus talkpoeder haal om de jeuk van de waterpokken wat te verzachten, ben ik zodra de geur van het poeder het busje verlaat, terug in de badkamer vroeger. Mijn lieve oma smeert me in, ik word gek van de jeuk. 'Niet krabben, niet krabben.'

Nu maar hopen dat Nano's hoofd over een aantal decennia ook vol is met warme herinneringen aan vroeger. En als hij later kinderen krijgt, hoop ik dat hij net als ik de wens heeft dat hij mag bijdragen om ook het hoofd van hun te vullen met een hele mooie herinneringen om later op terug te kijken, net als zijn moeder dat járen geleden ook voor hem deed...

donderdag 23 april 2009

4 x dialoog

Ook 6500 kilometer van de evenaar praat Nano natuurlijk.


reïncarnatie

'Kijk Nano, hier heb ik op school gezeten'
'Wanneer dan?'
'Vroeger'
'Waar was ik toen?'
'Jij was er toen nog niet. dat was nog vóór jij in mijn buik zat zelfs'
'Ah, toen was ik vast iemand anders'


banaan in je oor

'We gaan even boodschappen doen nano'
'Mama, wat zeg je, ik kan je echt niet verstaan als je zo praat'
'Nou Nano, ik ben net naar de tandarts geweest, en ik heb een verdoving gehad, en nu kan ik een beetje moeilijk praten.'
geïrriteerd: 'sorry mama, maar ik versta écht niet wat je zegt als je zo praat'
'grmpf'

een echte winkel...

'Mama naar welke winkel zijn we geweest?'
'Uh, naar de Super de Boer'
geïrriteerd: 'Neehee, een échte winkel'
'Uh, bedoel je de kringloopwinkel?'
'Neeee.'
'Wat verkochten ze er dan?'
'Mamma, doe niet zo......Welke winkel was het nou?'
'Tja nano, misschien moet je toch iets meer vertellen over wat voor een winkel het was, anders kan ik je niet helpen'
boos: 'nee ma-ma, dat wol ik niet zeggen'
'Oke'
'....'
'....'
'Die waar we met micah en teo waren geweest'
'Hmmm, ik kan me geen winkel herinneren. was het wel een winkel dan?'
'Neehee, ik bedoel gewoon de efteling.'


uit het niks

'Mama, als ik een zusje krijg, moeten we twee stoeltjes op de fiets.'
'Uh ja.'
'En ik wil wel een zusje dat praat hoor'
'Ja maar babytjes praten op het begin nooit he'
'Doe toch maar een praatbaby... Hoe lang duurt dat nog?'
'Nog heel lang.'
'Waarom?'
'Omdat je een mama én een papa nodig hebt om een zusje te maken'
'Maar ik heb toch al een papa?'
"Uh, ja. Maar die zit wat ver weg'
'Dan zoeken we in Nederland toch een papa om een zusje te maken!'

donderdag 19 maart 2009

nachigulli deel 2


Het afgelopen jaar is me regelmatig gevraagd of ik wist hoe het met Nachigulli ging, het meisje dat zo'n bijzondere band met Nano had en dat 2 dagen voor wij Afrika verlieten door een auto werd aangereden. Ik wist het antwoord nooit. Moest afgaan op de berichtgeving uit Oeganda. En het bericht uit Oeganda was, dat het goed met haar ging. Maar in datzelfde Oeganda werd Nachigulli een jaar geleden teruggebracht uit het ziekenhuis, lag ze totaal in shock op de bank, en werd ook door iedereen gezegd dat het goed met haar ging, ondanks dat haar lichaam, haar ogen iets héél anders zeiden. Dus.

Ik had me verheugd op het weerzien tussen Nachigulli en Nano. Ze hadden het afgelopen jaar een aantal keren gebeld, enkel elkaars namen zeggend. Nachigulli lachte, Nano straalde.

Het weerzien was anders dan verwacht. Nachigulli viel in haar mooiste jurk Nano om de nek, maar Nano was meer geïnteresseerd in Dion.

Op Nachigulli's voorhoofd zit een litteken. Van dé dag. Als ze lang in de zon is geweest wordt ze tijdelijk gek. Dan gilt ze dat ze last van haar hoofd heeft. En dan krijgt ze een pilletje. En dan gaat het weer goed met Nachigulli. Nou ja, goed. Ik heb haar stralende lach echter maar weinig gezien. Meestal was ze stil, als ze er al was. want Nachigulli is 10, en in Nederland betekent dat een heerlijk leven met school, clubjes, vriendjes en vriendinnetjes. In Oeganda betekent dat tot 5 uur blokken op school en daarna een huishouden runnen, water halen, koken, wassen, schoonmaken. Heeft Nachigulli het even gehad na een stomme dag op school en mokt ze wat over het werk dat ze daarna thuis nog moet doen, dan krijgt ze een ferme klap in haar gezicht. En ik kijk toe, met een knoop in mijn maag.
Ik blijf het een van de confronterendste dingen van Afrika vinden; het verschil in hoe kinderen opgroeien.
Nano's leeftijdsgenootjes slepen al met water, lopen alleen door het dorp, knielen voor volwassenen, zijn gehoorzaam en gaan slapen zonder te mokken, zijn niet nieuwsgierig,vragen niks, want dat is not done.
Nano vraagt me de kleren van het lijf, (ik denk dat ik zonder overdrijven elke dag minimaal 30 keer 'waarom' heb gehoord) uit zijn gevoel, zegt als ie dingen niet leuk vindt, krijgt begrip als ie worstelt met zichzelf of zijn omgeving, wil soms uit luiigheid gedragen worden, wordt boos als ie te weinig drinken krijgt, of in de verkeerde beker.
Misschien heeft Nachigulli een leeftijd dat ze dat verschil aanvoelt. In ieder geval heeft ze de leeftijd dat het taalverschil, waar nano's leeftijdsgenootjes zich amper bewust van lijken te zijn, voor haar in de weg zit. En dus kijkt ze die paar momenten dat ze in de buurt is bijna jaloers toe hoe de jonge kinderen met Nano spelen zoals zij dat vorig jaar ook nog deed.

Nu heb ik dus zelf gezien hoe het met Nachigulli gaat, maar ik durf niet te zeggen of het goed met haar gaat of niet. Wel weet ik inmiddels zeker -en helaas eindig ik mijn blogs van deze reis met een enorm cliche, waarvoor mijn excuses- dat het leven van een tienjarig meisje in Oeganda echt niet over rozen gaat...



(de blogjes van afgelopen maand heb ik thuis een beetje opgeleukt met foto's en zelfs een enkel filmpje, voor de liefhebber.)

dinsdag 17 maart 2009

Nano spreekt op de evenaar deel 3

Het hoogtepunt van Nano's kou moest nog komen toen ik het blogje erover schreef.
'Mama, als we straks naar Nederland gaan, kunnen we lekker weer de verwarming aan he!'

Voor onze auto loopt een prachtige lizard. Ik vraag aan Nano: 'Wie is dat?'
'Dat is mijn vriend!'

Nano analyseert de dag dat hij ziek was in Oeganda:
'Misschien had ik wel te weinig televisie gekeken.'

Halverwege de reis, bij het zien van een ontzettend onsmakelijke 'toilet'
'Laat maar mama, ik poep wel weer in Nederland'

Nano kan er maar niet aan wennen dat ze in Oeganda de gewoonte hebben iedereen onder de pak-um-beet vijf aan te spreken met Baby. Dus klinkt het minimaal 10 keer per dag, op zéér boze toon:
'IK BEN GÉÉN BABY!!!'


Op de laatste dag bekijk ik hoe Nano vol overgave met zijn Oegandese vriendjes speelt. Net als vorig jaar heeft hij weer vrienden waar hij ontzettend van geniet, waar hij gearmd mee door het dorp wandelt, waar hij zelfs als we een dagje weg zijn, chappatti's voor bewaart. Ietwat bang dat hij ze wel heel erg zal gaan missen, zeg ik: 'Das jammer he, vanaf morgen kun je niet meer met je vriendjes spelen'.
'Das toch niet erg, in Nederland heb ik ook vriendjes, hoor.'

's Avonds voor het slapengaan, klinkt het nu (en ook hier 6365 kilometer van de evenaar af) elke avond:
'slaap lekker, goodnight, see you soon en sula bulungi'
mijn globetrottertje....

met kop en schouders...













dinsdag 10 maart 2009

luxe in oeganda

Nano en ik hebben een uitrustdagje. Niet dat we het nodig hebben om uit te rusten want we hebben net een aantal dagen mogen uitrusten op het paradijselijke landgoed van een Nederlandse vriendin en haar drie Nano-look-alikes. Maar we moeten een middag overbruggen in een stad waar weinig te beleven is. En dus belanden we in een luxe hotel waar we gebruik maken van het buitenzwembad.
En dus leer ik Nano zwemmen met zijn vleugeltjes om. Maak ik handstanden onder water terwijl hij mijn benen probeert te vangen. Smeert hij mijn rug in met grote klodders zonnenbrand om te voorkomen dat ik weer helemaal verbrand. Kijk ik naar hem hoe hij smikkelend van een groot bord frietjes geniet. En valt hij in slaap tussen mijn benen in, mijn bovenbeen gebruikend als een kussentje, en uiteraard een handdoek om zich heen omdat meneer het koud heeft. En terwijl mijn zoon daar zo ligt te slapen en ik uitkijk over het blauwe zwembad, bedenk ik me dat het niet veel verschilt van een vakantie in Spanje. En dat dat helemaal zo slecht nog niet is.

Maar als ik aan het eind van de dag met mijn zoon in een shared car stap, een gewone personen auto waarbij er op de achterbank naast nano en mij nog vier andere mensen plaatsnemen, en we rijden tussen de tuterende vrachtauto’s volgeladen met matoke, ben ik toch ontzettend blij dat dat zwembad in Oeganda ligt en niet in Spanje.