Non Fictie/Fictie

zaterdag 28 februari 2009

Nano spreekt op de evenaar Deel 2

Op dag 4:
We lopen in het donker naar ons hostel. Na de eerste verre reis wèèt je dat een sterrenhemel in landen als Oeganda door het gebrek aan lichtvervuiling ontzettend indrukwekkend is. En toch blijft het verbazen, miljoenen sterren die je in nederland nooit te zien krijgt. Ik wijs mijn zoon op de enorme sterrenhemel die zich boven ons openbaart. Wat ontzettend veel he!!!!
'Ja! een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf, dertien, veertien, vijftien, zestien, zeventien, achttien, negentien. Het zijn er negentien, mama!'

Zo'n vijf tot tien keer per dag:
'Ik hèèt niet Obama'
(Dat Obama bekend en geliefd zou zijn in Oeganda, was wel te verwachten. Maar dat hij zo populair zou zijn dat mensen ineens Amerikaanse vlaggen in hun kamer hebben hangen, petjes dragen met OBAMA erop, in de hoofdstad op elke straathoek posters te koop zijn, en sleutelhangers, en zijn biografie en en en, dat had ik niet verwacht. Dat mijn zoon als een soort held wordt ontvangen omdat hij blijkbaar wel iets weg heeft van deze Afro-Amerikaan had ik uiteraard evenmin verwacht)

Zo'n tien keer per dag:
'Mijn mama hèèt niet Mzungu'

Op dag 10:
We rijden op weg naar de Murchison falls, op Giraffenzoektocht. In het noorden van het land ziet Oeganda er wat meer uit zoals in de boekjes op de basisschool. En dus roept mijn zoon bij het zien van een dorp met hutjes van modder met rieten dakjes;
'Wonen daar kabouters?'

donderdag 19 februari 2009

Nano spreekt op de Evenaar

Dag 1
Al lopend over een Oegandees marktje, alle groentes prachtig in torentjes uitgestald, zakken met bonen, rijst, erwten, slapende marktverkopers en kleurig gekleedde vrouwen, spreekt Nano:
'Mama, ik wil naar een gewòne winkel, met een kassa.'

Dag 2
Al lopend onder een Oegandese boom, boven ons hoofd zien we heel veel aapjes met mooie witte staarten in de takken slingeren, ruziemaken, takjes naar beneden gooien, van boom wisselen. We proberen Nano te wijzen op het schouwspel dat door de bladeren enigszins wordt afgedekt. Nano kijkt even naar boven, knikt, richt zijn blik weer naar beneden, en zegt vol bewondering, wijzend op een platgestampte 1-liter-fles: "wauw, wat een grote fles!!!"


Dag 3 t/m 6
Na het weigeren van een ietwat karige Oegandese maaltijd:
"Ik eet straks wel iets, als we weer in Hilversum zijn"

Dag 6
'De huizen zijn hier heel anders'
'Hoezo dan?'
'Hier hebben ze geen Poesje Tiba. En geen leuke woonkamer.'

terug van weggeweest: de spagaat-stand

De geschiedenis herhaalt zich. Deze reis is een lustrum; mijn 5de keer Afrika! Mijn vierde keer Oeganda en Nano's derde ervaring als globetrotter. Vol ervaring dus, zou je denken, en dat is vast ook wel zo, maar iets met een ezel en een steen en zo, en dat ik dan die ezel ben. Zo maakten een kronkel in mijn hersenen voor de 5de keer op rij de rare gedachte dat ik best wel met een beetje oude zonnebrandcreme 2 uur lang pal in de zon kon gaan zwemmen. Resultaat: voor de vijfde keer op rij een heel dorp dat komt kijken hoe de Mzungu als een soort slang haar vel verliest. (en hoe haar neus er meer uitziet alsof ze door een enorm grote neger in elkaar gerost is...)
Ook was ik weer totaal vergeten hoe vreselijk uitputtend, energievretend en frustrerend de combinatie is van een kind dat moet wennen aan zo'n totaal ander leven en een heel dorp dat op je lip zit. Ik moet dat vorig jaar ook zo ervaren hebben, maar ik was vergeten hoe benauwend dat voelt. Want dat voelt het; verstikkend, met mijn -o zo lenige- benen in een enorm spagaat. Want Nano heeft het moeilijk, net als in 2006 en in 2007, met al die enorme veranderingen, en uit dat in een enorme uitbarsting van peuterpuberen waar de Nanny's en babyfluisteraars en wat dies meer zij wel pap van lusten. En het dorp kijkt toe, fronst voortdurend kolosaal haar wenkbrauwen als ik begrip toon voor Nano's enorme nukken in plaats van hem met een ferme klap de mond te snoeren. En dat oordeel zou ik natuurlijk links kunnen laten liggen, maar de druk van het dorp is ongekend. Al die pakken slaag die hier voortdurend worden uitgedeeld leiden natuurlijk wel tot enorm gedisciplineerde kinderen, en dan is zelfs in mijn ogen Nano opeens wel een enorm verwend kind dat slecht luistert en altijd maar begrip kan verwachten. Het levert een hele stroom aan moeilijke momenten op.
Gelukkig heb ik uit de voorgaande jaren ook geleerd dat het beter gaat na een tijdje, dat Nano dan wèl rondloopt alsof het zijn tweede thuis is, en dus ga ik door deze toch behoorlijk pittige periode met aardig wat hoop heen. En ondertussen geniet ik tussen alle enorme nukken van Nano, vreselijke dilemma's in mijn hoofd en volgekotste lakens (want ook nu is Nano exact twee dagen nadat hij in het dorp aangekomen is ziek geworden, gelukkig lijkt het een minder hardnekkig iets te zijn dan vorig jaar)van alle kleine momentjes dat Nano langzaamaan wederom went aan het Afrikaanse leven. Hoe snel het begrip 'Power Break' in zijn vocabulair is opgenomen, en hoe hij van zijn nieuwe vriendjes leert dat het terugkomen van de stroom gepaard gaat met een enorm gejuich en dansjes. Hoe hij zojuist met grote ogen bekeek hoe het dorp 's avonds wordt opgelicht door heel veel kaarsjes die kleine kraampjes verlichten waar vanalles en nog wat ondefenieerbaars wordt klaargemaakt. Hoe hij het nog een paar keer per dag heeft over de trein die op weg naar Schiphol even stil kwam te staan (en alles wat daarna nog is gebeurt, moet dus blijkbaar nog een plekje krijgen in zijn hoofd). Hoe hij een paar keer per dag een opleving krijgt en met zijn Oegandese vriendjes speelt met speelgoed dat niet zou misstaan op de Novibkalender. Hoe hij samen met die vriendjes al zoekend probeert het taalprobleem te omzeilen en uiteindelijk uitkomt op een universeel oorlogje-spelen, beng beng. En vooral hoe hij vanaf de eerste seconde dat hij met zijn vader oog in oog stond, hem in alle rust en zonder enige weerstand toestond in zijn leven, op zijn schoot plaats nam alsof hij wekelijks het vlees snijdt in huize Nano.
Dat alles maakt dat deze pittige week best door te komen is, en dat het enkel wachten is op een betere balans tussen de plus- en minpunten.



spelende nano.


dinsdag 10 februari 2009

vocabulair

Mijn kind praat. En zoals dat gaat met kinderen die praten, gebruikt hij steeds meer woorden, bij sommige nieuwe woorden of zinnen die hij gebruikt, heb ik geen idee waar hij ze heeft opgepikt, bij anderen kan ik er niet omheen.

Nano zit in een auto-karretje in de supermarkt (moet ik me overigens schamen dat ik speciaal daarvoor soms boodschappen doe bij Albert?). Hij stapt opeens uit. 'Ho mama, de uitlaat hangt los'. Intussen is hij op de grond gaan liggen om half onder de auto een beetje te sleutelen. Als hij tevreden heeft besloten dat het nu wel goed zit met die uitlaat, neemt hij weer plaats achter het stuur. 'Ow, de auto wil niet starten'. Na een paar keer proberen, kunnen we toch richting de broodafdeling rijden. Daar hoor ik echter een vervelend bericht uit het boodschappenkarretje: 'Mamma, de motor is afgeslagen!' En dus gaan we lopend naast de auto richting kassa.

Leuk autootje hoor, die Mazda 121 van me!

donderdag 22 januari 2009

moeder is jarig.

De dagen voorafgaand aan mijn verjaardag, had ik mijn zoon al meerdere malen ingelicht over het heugelijke nieuws dat ik binnenkort jarig zou zijn. De verwachtingen waren dus hooggespannen dat zoonlief zijn spaarpot zou hebben omgekeerd om bij een winkel een prachtig cadeau voor zijn moeder te kunnen kopen.

De avond voorafgaand aan mijn verjaardag.
'Nog even slapen he, mama en dan ben je jarig. Hier, mag jij al mijn vriendjes vannacht hebben'

En zo werd ik op mijn verjaardag wakker tussen giraf, poppie, zussie, De Grote Beer, Doppie het Aapie, muis, eend, konijn, Meneer Jummie en hond (die ooit van mij was maar die zoonlief zonder pardon aan zijn vriendengroep heeft toegevoegd). Een feest was het eigenlijk niet, want zelfs in mijn tweepersoonsbed namen Nano's vrienden enorm veel ruimte in.

Nano werd wakker en kwam bij me in bed gekropen. Hij was mijn verjaardag niet vergeten, bleek wel toen hij zijn handje openvouwde en er een oud klef Sinterklaassnoepje te voorschijn kwam, dat hij de dag daarvoor in de buurtsuper had gekregen. Hij had het bewaard voor mijn verjaardag!
'Hier mama, hou maar even vast,' zei hij gul, terwijl hij zelf met zijn vingertje het snoepje ook vast bleef houden. Ik dacht dat het een soort cadeautje was, maar zijn handje liet het snoepje niet los. Het was een eer dat ik op mijn verjaardag even zijn snoepje mocht vasthouden, waarna hij er zelf een hap van nam.

Daarna kregen we aan de ontbijttafel een soort van ruzie. Nano vond dat het ook zijn verjaardag was. Ik vond van niet.

We fietsten naar zijn gastouder toe, Nano achterop. 'Hey, nu heb je nog niet voor me gezongen!' roep ik naar achteren, referend aan de vele malen dat ie de dag ervoor had verteld dat hij voor me zou gaan zingen op mijn verjaardag.
'He wat jammer nou,' luidt zijn antwoord. Ik vraag of ie het alsnog wil doen. Hij zegt dat het te laat is.

's Middags haal ik hem op bij de gastouder. Zijn eerste vraag is of ik wel nog taart voor hem bewaard heb. Dan komt hij aan met een kroon die hij samen met de gastouder gemaakt heeft. Ik ben blij verrrast, maar merk op dat hij misschien wel een beetje klein is voor me. Verontwaardig kijkt hij me aan; ' Maar hij is voor míj, mamma'.
Dus fietsen we terug naar huis, Nano een kroon op zijn hoofd, mensen die Hoera naar hem roepen.

Thuis zingt hij alsnog voor me, onder toeziend oog van zijn opa en de buurvrouw, die hem een groot applaus geven.

Mijn verjaardag zal nooit meer hetzelfde zijn.

maandag 19 januari 2009

een grote wereld

Het is vandaag 19 januari, een prima dag om eens even iets recht te zetten. Mensen om mij heen worden dertig, of iets wat daar dicht in de buurt komt. En dus praten mensen om mij heen over kinderen. Over wel of niet. En dus hoor ik zo nu en dan het hele scala aan voors en tegens langs komen. Iets hebben om voor te leven, je vrijheid opgeven, je stamboom voortzetten, nooit meer kunnen uitslapen. Een veelgehoord tegenargument is dat je wereld zo klein wordt als je een kind krijgt. Pardon? Goed, dat gaan we dus even recht zetten. Je wereld wordt níét kleiner als je een kleine krijgt. Sterker nog: hij wordt enorm groot. Ik heb de laatste maanden bijna elke Hilversumse kroeg van binnen gezien en kan u zodoende precies een lijstje geven van welke kroeg een rookvrije zone heeft, welke net doet of het rookverbod er nooit gekomen en welke de roker ook met de enorme vorst buiten laat roken. Ik kan u ook precies vertellen hoe de gemiddelde bedrijfskantine van de Hilversumse supermarkt eruit ziet. (behalve die van de aldi, daar was ik niet welkom). Hoe ik daar terecht kom? Door mijn zoon, die me altijd op de meest onmogelijke momenten van achterop de fiets, of al lopend aan mijn hand, de meest gevreesde zin van 2009 toefluistert: 'Mama, ik moet plassssssssssssen'. Na deze zin, tasten mijn ogen binnen een paar seconde de omgeving af. Meestal is de conclusie hetzelfde: het kan nu écht niet. Maar voordat ik begonnen ben met een zin over 'het ophouden', heeft nano zijn zin altijd al uitgebreid met de toevoeging 'Ik moet echt heeeel nodig'.
En zo weten we dus inmiddels beide de weg achter de schermen bij de Dirk, en bij de Albert Heyn, en bij de Pizzabezorger, een willekeurige kapper, de wasstraat, cafe A t/m Z.

De keus voor wel of geen kind, moet iedereen zelf maken, ik zou niet durven mensen ervan te overtuigen ervoor te gaan en zie dat ook totaal niet als mijn missie. Maar als je nou geen kinderen wilt, omdat je wereld dan zoveel kleiner wordt, dan wil ik dát bij deze dus wel even wegnemen en zie ik het geboortekaartje graag tegemoet komen!

vrijdag 2 januari 2009

paspoort

Waar het voor velen vooral gedoe is om eens per 4 jaar een nieuw paspoort aan te vragen (want natuurlijk zijn de gemeentehuizen nooit open als je níét hoeft te werken, en uiteraard weigert je kind op het moment supreme dat de ambtenaar aan hem vraagt wie die vrouw is die naast hem staat, ook maar iets te zeggen dat op 'mama' lijkt...), is het voor de globetrottende medemens vooral een heel emotionele aangelegenheid. En aangezien ik mezelf nog steeds reken tot de (gematigde) globetrotters der aarde, stond ik afgelopen maand dus weer een beetje met knikkende knieën op het gemeentehuis.
Vier jaar geleden was het al geen makkie geweest. Een boekje waar middels stempels en visa te zien was dat ik voor het eerst van mijn leven buiten Europa was gereisd (naar India, waar ik zo in shock was van alles dat ik in mijn herinnering al die weken alleen maar naar de grond heb gestaard omdat ik dacht anders gek te worden...). Mijn reis naar Zuid-Amerika stond er met een een hoop stempels (want bijvoorbeeld eventjes voor mijn verjaardag naar Chili, stempel, stempel) in beschreven. De reis waarbij ik me voor het eerst een echte backpacker voelde (en het illegaal beklimmen van de Machu Picchu denk ik wel het hoogtepunt is van mijn globetrottende carriere tot nu toe.)
Het paspoort waar ik afgelopen maand afscheid van heb genomen, was nog wel wat betekenisvoller voor mij. Zo stonden er stempels in die symbool stonden voor de eerste keer dat ik voeten op aarde zette op het Afrikaanse continent. Waar ik eigenlijk alleen maar heenging omdat mijn docent me het zo vriendelijk vroeg, want eigenlijk had ik helemaal niks met Afrika, wilde liever nog een keerjte naar Zuid-Amerika. Dat ik tegen mijn eigen verwachtingen in, meteen vanaf de eerste dag helemaal verliefd werd op Afrika, mag inmiddels voor niemand meer een geheim zijn.
En dan de stempels van 2005, op mijn 23ste verjaardag het eerste visum voor Oeganda, een land waar ik stiekem nog van had moeten opzoeken waar het nou precies lag. Geen haar op mijn hoofd dat eer toen aan dacht, dat er in twee jaar tijd nog wel twee visa bij zouden komen van hetzelfde land.
De grootste verrassing van dat hele paspport is natuurlijk de sticker die door een ambtenaar op mijn verzoek op de pagina 'Kinderen' is geplakt. Een klein vrij donker jongetje prijkt er op de sticker; mijn zoon.
En hoewel ik er uiteraard na drie jaar al best aan ben gewend dat mijn leven zo is gelopen, kan ik me als een buitenstaander verbazen over het verhaal dat dit paspoort vertelt. Het leven zit vol verrassingen, en ik hou er van!!! Op naar het volgende paspoort met over vier jaar hopelijk net zo'n mooi stempel-verhaal!

zondag 14 december 2008

boom

Ik heb het al meerdere malen laten vallen: het moederschap doet rare dingen met je. Sommige dingen kun je wel van te voren bedenken, anderen worden in elk blad of boek speciaal voor kersverse ouders met veel grappig bedoelde anekdotes omschreven. En sommige dingen, die bedenk je gewoon niet. En daar sta je dan opeens, op zondag, met je zoon van net 3 jaar, een uitje te hebben in de Intratuin...

Het begon al toen ik in 2005 hoogzwanger was, en ineens een kerststal móést hebben. Wat zou dat kleine kindje in mijn buik wel niet denken als ie zou zien dat ie in een nestje terecht was gekomen, waar niet eens een kerststal aanwezig is? En dus kocht ik een kerststal.

En dit jaar bekroop me opeens het gevoel dat ik mijn zoon heel wat te kort zou doen, als hij zou opgroeien in een huis zonder kerstboom. (dit gevoel beperkt zich tot de tijd rond kerst, goddank). En dus kocht ik een kerstboom.

En dus haalde ik het in mijn hoofd om er een uitje van te maken om spulletjes te kopen om in die kerstboom te hangen. En dus vertrokken wij vanmiddag op de fiets naar de Intratuin, om met legio andere mensen te snuffelen tussen de honderden lampjes en kerstballen. En het bleek nog leuk ook, met warme chocomel, een kerstman waar mijn zoon eerst niks van wilde weten en vervolgens niet bij weg te krijgen was, een levende kerststal met een heel politiek correct zwart schaapje, en een miniatuur kerstdorp waar de efteling nog iets van zou kunnen leren.

En dus stond ik vandaag in mijn eentje de kerstboom te versieren; mijn zoon had natuurlijk veel meer interesse in al het speelgoed dat hij op zijn verjaardag had gekregen. Daar ging mijn behoefte om mijn warme herinneringen aan het uitpakken van de kerstballen en de kerststal van vroeger, nieuw leven in te blazen. Terwijl zoonlief een stel kabouters in een kasteel probeerde op te sluiten, was ik ondanks dat zoonlief niet deelnam aan het ritueel alsnog blij dat ik wél voor onbreekbare kerstballen had gekozen. Want je kunt veel van het moederschap zeggen, maar handiger heeft het me nou niet bepaald gemaakt.

En dus stond ik na een aardige tijd, toch enigszins tevreden te kijken naar mijn kerstboom. Dat moederschap mag er dan voor gezorgd hebben dat ik het ineens nodig vind zo'n boom met alle poeha eromheen in huis te halen; mijn smaak heeft het gelukkig niet aangetast; ik vind ze nog steeds spuuglelijk!

dinsdag 21 oktober 2008

groter huis gezocht

Toen ik, bijna hoogzwanger, tegen dit huisje aanliep, was ik natuurlijk helemaal in de wolken. Ik kan me nog levendig herinneren dat ik helemaal gelukkig werd bij het zien van al die deuren die op mijn gang uitkomen. Wauw! En een kamertje voor mijn kleine babytje, helemaal fijn. Inmiddels zijn we 3 jaar verder. En in die drie jaar heeft dat kleine babytje ietsje meer bij elkaar verzameld dan alleen een rammelaar, en dus wordt het al een tijdje best een beetje krap. De laatste tijd gaat het echter in een sneltreinvaart.


Zo heb ik sinds een maandje of wat overal in mijn huis poorten en tunnels en bruggen staan. Het moeilijke is, dat ik ze meestal niet met het blote oog zie. Ik heb inmiddels de tunnels leren te herkennen; een rijtje van een aantal dekens op de grond wijst er 9 van de 10 keer op dat er een tunnel op die plek aanwezig is. Bruggen zijn ook goed te herkennen, meestal door een rij met stoelen midden door de woonkamer. Maar poorten zijn, hoe goed ik ook mijn best doe, door mij nog steeds niet zomaar te zien. Gelukkig heb ik een zoon die me met liefde vertelt waar ze staan. 'Ho, stop. Hier is een poort. Zeg het toverwoord.' Of ik moet opeens mijn portemonnee trekken. Op een dag rijzen er zo 8 poorten en tunnels en bruggen op, in dat kleine huisje van mij is dat best krap.
Soms wordt mijn huis opeens gevuld door een enorme hoge toren, te herkennen aan kramp in mijn been, aangezien dat been vaak de steunpilaar voor de toren vormt.

Het wordt kortom allemaal nogal krap hier.
Zeker nu Nano en ik hier niet meer alleen wonen. Overdag nog wel, maar 's nachts worden we vergezeld door een heel leger aan kabouters en piraten, die voornamelijk op nano's kamer regelmatig feestjes en bijeenkomsten organiseren. En nu heb ik daar zelf in de woonkamer natuurlijk niet zo'n last van, maar als Nano écht wil slapen, dan worden alle kabouters en piraten naar buiten gebonjourd. En nu de winter eraan zit te komen, zie ik het al wel gebeuren dat ze vervolgens allemaal bij mij in de woonkamer blijven hangen.

U begrijpt: ik ben gaan zoeken naar een nieuw huis. Nu heb ik iets op het oog dat qua grootte te doen moet zijn, en qua prijs ook wel.

Maar ik zie het al voor me: binnen een mum van tijd zullen de kamers gevuld zijn met ridders, prinsjes en prinsesjes. En voor ik het weet moet ik mijn zoon elke avond wegtrekken uit riddertoernooien die uiteraard telkens precies op zijn kamer plaats vinden. En voor het slapengaan moet ik uiteraard tig keer checken of de ophaalbruggen wel zijn opgehaald, kijken of de hoge torens nog niet door vijandige ridders met kanonskogels zijn beschoten....

Wat is nu wijsheid? Zal ik hier toch maar blijven zitten, en me er maar bij neerleggen dat ik zo nu en dan bijna over een poortje struikel om vervolgens op de teen van een kabouter te stappen, of zal ik me maar storten in een nieuw avontuur en voor nano alvast een passend riddershelmpje op de kop proberen te tikken?

vrijdag 17 oktober 2008

Een peutertje in de grote wereld

Nano leest in de trein de krant. Op de voorpagina staat een foto van twee Islamitische dames, met een hoofddoekje om hun hoofd.
'Kijk mama! Kaboutertjes!!'

Nano kijkt een perconferentie van Wouter Bos.
'Mama, wie is dat?'
'Dat is Wouter Bos, Nano.'
'Ow Pieter Post he mama! Waar is zijn poes?'

Nano ziet een reportage van EenVandaag over wijlen Malalai Kakar. Als zij bedekt door een Burka haar werk gaat doen, zegt Nano:
'Kijk mama! Een paraplu.'
...
'Hé, de paraplu praat!'

dinsdag 2 september 2008

de maatschappelijke ladder

Een kind baren gaat onherroepelijk gepaard met een ongelofelijke berg opofferingen. Dat is waar menigeen mij tijdens mijn zwangerschap mee bang probeerde te maken, of voor probeerde te bereiden op dat wat komen zou. En natuurlijk hadden ze gelijk. Meer dan dat je je erop kan voorbereiden, hoeveel boekjes je ook leest, hoeveel ervaringsdeskundigen je ook spreekt, houdt het leven dat je had op op het moment dat er zo'n klein wormpje op je buik gelegd wordt.

Maar ik kan niet zeggen dat ik nou zo'n enorme heimwee heb naar de tijd dat ik tot twee uur 's middags met een enorme kater in mijn bed lag te stinken. Of dat ik met vrienden in depressieve buien niet anders kon concluderen dan dat het leven kut is, en tevens totaal zinloos. Of je niet-cool voelen omdat je eens een zaterdagavond thuis zit.
De enige opoffering waar ik zo nu en dan eens goed over kan sippen, is die van mijn carriére. Ik kan niet zeggen dat het allemaal anders loopt dan ik vroeger in mijn hoofd had, want ik hád vroeger niets in mijn hoofd. Maar ik merk wel dat ik eens in de zoveel tijd overvallen word door een enorme honger naar werk waar ik wél het idee heb iets toe te kunnen voegen, waar ik wat kan met de dingen waar ik jaren lang voor heb gevochten om voor mezelf toe te geven dát ik ze kán. Mijn kont vraagt zo nu en dan om een zakelijke pluim.
Maar er zijn ook tijden dat ik helemaal vergeet dat ik ooit misschien andere dingen ambieerde, dat ik als ik in Oeganda een andere keuze had gemaakt, nu tussen 9 en 5 (of dan wslk tussen 9 en 11 uur 's avonds) waarschijnlijk dingen had gedaan waar ik een stuk gelukkiger van zou worden dan van mijn huidige werkzaamheden.
Gelukkig heb ik dan mijn zoon, die me op zulke momenten met de neus op de feiten duwt.

Ik fiets met hem langs mijn werk.
'kijk nano daar is mama de hele dag als jij bij Nijntje bent.'
Intussen rijden we onder een viaduct, direct naast mijn werk.
Zegt de zoon: 'zit je de hele dag onder de brug mama?'

zondag 20 juli 2008

3 x kort

1. Of je worst lust

Nano is vegetarier, overtuigd, van het principiële soort. Dat zijn moeder ook vegetarier is, berust volledig op toeval. Indoctrinatie is dus totaal niet aan de orde.

We staan in de supermarkt, en terwijl ik met mijn neus in de verschillende soorten pasta duik, zie ik vanuit mijn ooghoek een jonge dame in supermarktuniform naar mijn zoon toe stappen. 'Hier heb je een plakje worst', en nog voordat ik het voor elkaar krijg uit de pasta te duiken en mijn zoon te redden van deze nare slagerin, zit haar hand met dat plakje worst al praktisch in mijn zoons mond. Ik trek haar hand en het plakje worst in een beweging uit zijn mond. De vrouw kijkt verbaasd en beteuterd tegelijk, mijn zoon zet het op een krijsen. 'Hij hoeft geen worst' meld ik haar zo vriendelijk mogelijk. Ze kijkt naar mijn zoon, die tussen zijn schreeuwen en snikken door roept 'ik wihil wo-horst'. Ongeloofwaardig kijkt de jonge vrouw me aan. 'Weet u zeker dat hij geen worst wilt?'
En ja, dat weet ik zeker...

2. Oppassen
In de trein bij de deur staat een grote gespierde neger. Het type waarbij het cliche over het steegje 's nachts prima past. Nano kijkt de grote man met grote ogen aan, tilt zijn armpje op, priemt zijn wijsvingertje de richting van de grote sterke neger op, en zegt, op bedreigende toon; 'jij moet oppassen'...

3. Geloof
Nano en ik bakken pannenkoeken.Ondertussen staat het cdtje van Stef Bos op. We luisteren het vaak, dus Nano zingt de teksten zo nu en dan mee.
Zondag in Soweto komt langs, met de tekst:

Dit is de eerste keer
Dat ik in iets geloof
Ik geloof
En vraag niet wat
Maar ik geloof
In deze dag
Ik geloof
Vraag niet in wie
Maar ik geloof
Wat ik hier zie
Ik geloof in wat ik zie .

Nano is van de nuchtere slag en zegt, nadat ie naar de stapel pannenkoeken heeft gekeken: ik geloof dat de pannenkoeken klaar zijn...

zaterdag 19 juli 2008

google analytics

Ik heb een aantal vrienden die standaard mijn stukjes lezen, hetgeen mij goed doet. De reacties vind ik vaak erg leuk om te lezen, en behalve voor mezelf en voor als nano later groot is, schrijf ik ook voor jullie.

Maar mijn site wordt door meer mensen bezocht. En lang leve Google Analytics, want ik weet dus ook hoe ze me weten te vinden. En ik lig al een paar maanden dubbel als ik er weer eens aan denk te checken wat zoal de zoektermen zijn waarop men mijn site vindt. En die wil ik u niet onthouden :)

Zo heb ik met mijn stukje over Bom en Bam een hoop mensen weten te trekken, voornamelijk omdat ik het over een potje sperma had. Mensen bleken op zoek te zijn naar de combinatie tuinbroek + sperma, bom + sperma, sperma explosie, en het antwoord op de vraag of je misselijk wordt van sperma.

Dan mijn fietsensleutel-ellende-verhaal: het leverde een hoop bezoekers op die op zoek waren naar manieren om een (gestolen?) fiets van zijn axa-slot te ontdoen zonder daarbij een sleuteltje te gebruiken.
Over fietsen gesproken: er bestaan dus mensen die echt op zoek zijn naar 'de coolste fiets van het schoolplein' en dan te lezen krijgen dat ík zo'n fiets heb!

Dat ik bij mijn laatste reis naar Oeganda, dat land even -geheel ten onrechte natuurlijk- met Benidorm vergeleek, heeft me ook veel bezoekers opgeleverd. Mensen die nieuwsgierig waren naar hoe je een taxi in benidorm kunt vinden bijvoorbeeld, of die meer willen weten over een explosie in Benidorm.
En over explosies willen veel mensen wat weten. Van zout explosies, explosies in operatiekamers tot het maken van kleine explosies, al dan niet met gebruik van een jerrycan.

En dan zijn er nog mensen die op mijn site denken te kunnen vinden hoe ze ene dorine kunnen smsen of wat het telefoonnummer is van ene Hodsy.


Je vrouw betrappen in bed foto's....

hmmm ik ben bang dat ik al deze mensen behoorlijk teleur heb gesteld. gezien hun gemiddelde tijd dat ze op mijn site bleven hangen, hebben ze idd niet echt gevonden wat ze zochten.

Sorry mensen...