Non Fictie/Fictie

woensdag 11 maart 2015

100 dingen waar ik blij van word

Jaaaaaa, daar liet de lente zich heel langzaam zien. Weg met de winter! Een winter die qua temperatuur allicht niet zo heel streng was, maar die mijn geschiedenis in zal gaan als de meest barre winter tot nu toe. En nu is het bijna lente, tijd voor fijne dingen. En daarom hier alvast honderd dingen die mij vrolijk maken.Omdat ze opschrijven al een plezierige bezigheid op zich is. En hoewel ze allemaal persoonlijk zijn, hoop ik dat het lezen ervan jullie ook vrolijk stemt (en allicht aanzet tot het maken van net zo'n lijst, doen hoor, is goed voor je humeur!)



In willekeurige volgorde:


1.Blauwe bessen
2.De geur van hars
3.Een flink hete opgieting in de sauna
4.Een nieuwe fijne serie ontdekken (Transparent nét ontdekt, en nu al helemaal leuk (elke vrijdagavond bij de vpro, afl 1 nog via uitzending gemist te kijken)
5.Met het beste schutterteam dat ik ken met onze waterpistolen Lowlands onveilig maken
6.Chai van Matje
7.Tijdens het naaien zien hoe een kledingstuk ontstaat
8.Een dik pak folders op de mat
9.Mijn zussen
10.Lekker eten koken voor vrienden
11.Op de Glitterstraat 168 zijn
12.Een Indiase thali bij mijn moeder eten
13.Kamperen
14.Een festivalletje met kinderen en vrienden
15.Bloemetjes die ondanks het gebrek aan groene vingers tóch de moeite nemen in mijn tuin te bloeien
16.'s Morgens wakker worden met 1 of 2 lekkere lijfjes in mijn bed, terwijl ik niet heb gemerkt dat ze 's nachts bij me in bed zijn gekropen
17.Lieve mensen die laten weten dat ze in deze klote winter aan me denken
18.Leuke post
19.Mijn nichtje Kyra spelend met haar nichtje Zoë
20.Struinen voor leuke kleren voor de kinderen
21.Pinterest
22.Mooie ronde getallen, tijdstippen, data
23.Vriendschappen van 20 jaar die nog steeds werken
24.Mijn ouders in de weer zien met mijn kinderen
25.Met mijn zussen en moeder een naaiweekend hebben
26.Staatsbosbeheer-campings
27.Een leuk ideetje voor een blogje krijgen
28.Tijdens mijn opleiding mijn zelfvertrouwen voelen groeien
29.In mijn eentje in de auto rijden
30.Nano's onnavolgbare verhalen over uitvindingen die hij gaat doen
31.Nagchampa Wierook
32.Een goede cabaretvoorstelling
33.Nano in het Engels met zijn vader horen kletsen en grapjes maken
34.In Zoë een klein Evelientje zien (vooral als ze boos is)
35.Tijd om de krant 's morgens te lezen
36.Dingen doen die ik eigenlijk niet durf
37.Creatieve ideetjes ook echt uitvoeren
38.35% korting stickers van de Appie
39.Fietsvakantie
40.Twee genietende kindjes aan de eettafel
41.Tot rust komen bij mijn vader
42.Als iemand gekookt heeft als ik uit mijn werk kom
43.Zoës turnkunsten bekijken
44.Leuke app-gesprekken
45.Het vooruitzicht dat ik bijna klaar ben met mijn studie
46.Een ijsje halen op een van de eerste lentedagen
47.De Oegandese tropenlucht inademen als  ik uit het vliegtuig in Entebbe stap
48.Lekker uiteten
49.Leuke reacties op mijn blog krijgen
50.Chocola
51.Op slippers lopen
52.Een jurkje vinden dat ook bij mijn figuur goed staat
53.Met Nano op een vlot kamperen
54.Met de kinderen naar een leuke theatervoorstelling
55.Een lekkere smoothie maken
56.Eindelijk eens de tijd nemen om een boek te lezen
57.Een keertje niks hoeven te doen
58.Een massage
59.Mensen ontmoeten waar je in eerste instantie van denkt dat er geen klik is, maar waar je het super goed mee blijkt te kunnen vinden
60.Nano's taalgebruik
61.De zee
62.Nano en Zoë die super leuk samen spelen ondanks hun grote leeftijdsverschil
63.Uitverkoop
64.Slappe lach met Marike
65.Een avond spelletjes spelen
66.Denken aan mijn kinderjaren op de Zandberg
67.Lucide dromen
68.De hele nacht door dansen
69.Heel hard meezingen met Janse Bagge Bend (en stiekem huilen omdat de nummers en het dialect me ook raken, ondanks de feeststemming)
70.De eerste pompoensoep van het jaar
71.Vliegeren
72.Andere mensen blij maken
73.De eerste rolex als ik in Oeganda ben
74.Verhalen van Toon Tellegen
75.Voorlezen (in pareltjes van de jeugdliteratuur die ik vroeger bijna allemaal heb laten liggen omdat ik toen dacht dat het niet leuk was boeken te lezen die iedereen al las)
76.In het gras liggen slapen
77.Zelf cadeautjes maken voor mensen
78.Koken met kerst voor mijn familie
79.Vogels die je 's morgens wakker maken
80.Sleeën in de ex-wei van mijn tante, door de kuil heen
81.Stiekem een sigaretje roken als ik wijn op heb
82.Kampeerweekend met de kleesj-groep en al onze kinderen
83.Mensen die dezelfde humor hebben als ik (of net een tikkeltje beter)
84.De eerste asperges van het seizoen
85.Over de markt lopen
86.Speurtochten uitzetten
87.Stempels of flock snijden
88.In mijn stoffendozen stofjes uitzoeken voor nieuwe naai-projectjes
89.Nadenken over reizen die ik ooit nog wil gaan maken
90.De broodtrommels van mijn kinderen vullen met lekkere, gezonde dingen
91.Douchen met lekkere douchegel
92.Picknicken
93.Kleine familietradities
94.Frambozen en bramen uit eigen tuin
95.Nachtzwemmen
96.Mooie afro-bos op mijn kinders hoofden
97.Vol verwachting Sinterklaasliedjes zingen bij de achterdeur
98.Door de Aller Hande bladeren voor nieuwe recept-ideetjes
99.Vrienden
100.Deze lijst opschrijven

maandag 16 februari 2015

Als de dood ineens een dingetje is

De dood kwam in 2014 als nieuwkomer, met stip,  binnen op nummer 1, in mijn lijst thema's van het jaar .
Het grootste deel van het jaar was dat een vrijwillige keuze; in 2014 zat ik vol in mijn opleiding tot uitvaartleider. Ik was een deel van het jaar bezig met de theorie, liep in de zomer meerdere stages en zo was de dood meer dan ooit tevoren aanwezig in mijn leven. Toen op de valreep aan het eind van het jaar de man met de zeis zowel mijn oma als mijn broer besloot mee te nemen, nestelde de dood zich zelfverzekerd op mijn nummer 1 in de lijst der hoofdthema's van 2014.
Hoewel mijn kinderen zich gelukkig nog steeds vooral bezig houden met het in elkaar knutselen van knikkerbanen en dromen over een prinsessenleven, was de dood ook in hun leven opeens aanwezig. En dat ervoeren ze, uiteraard, anders dan ik.

Nano nam, net als zijn vader, met een behoorlijke afkeur waar hoe ik vrijwillig ervoor koos mij met de dood bezig te gaan houden. Daar kon hij zich toch helemaal niks bij voorstellen, dat iemand, zijn moeder nota bene, zo'n naar vak zelf koos. In de loop van mijn studie werd er thuis meer gesproken over het onderwerp, en gingen de scherpe randjes van zijn reactie af, maar hij blijft erbij dat het niet normaal is dat ik die veel boeiendere tvwereld inruil voor een leven tussen de kisten, graven en huilende mensen.
Zoë had geen mening over mijn opleiding. Zoë en geen mening; een unicum. Maar bij het overlijden van mijn oma bleek ze het vooral bijzonder fascinerend te vinden; ze zat een hele tijd op een krukje naast omama's bed, te observeren hoe roerloos haar overgrootmoeder daar lag. Toen ik die avond voor het slapen gaan haar vroeg hoe ze het nou had gevonden die dag bij omama, antwoordde ze wild enthousiast: "super gezellig'.

Ook bij het overlijden van haar oom, drie weken later, was ze bijzonder vaak naast zijn bed te vinden. Ze leek zich uitzonderlijk op haar gemak te voelen, in haar prinsessenjurkje op een krukje naast haar overleden oom. Voor de kinderen was een dood iemand in huis helemaal niet eng, bleek ook wel toen ik Zoë, rijdend op een stokpaard, tegen haar nichtje vrolijk hoorde zeggen: stap maar achterop, dan gaan we samen in pietengalop (het was ten slotte net 5 december geweest) naar oom Floris toe. En daar gingen ze, inderdaad in pietengalop naar hun dode oom, om daar rond zijn bed wat te spelen. Soms vroeg ze zich zomaar wat af. Of hij nog plast nu hij dood is bijvoorbeeld. Maar over de grote vragen des doods maakte ze zich niet druk; haar oom was dood en dat was vooral best interessant.

Een week na zijn dood zat ik op de bank wat te sippen. Nano vroeg verbaasd waarom ik zo verdrietig was. Ik antwoordde, even verbaasd, dat het om oom Floris was. He, antwoordde hij met kinderlijke logica, maar dat is toch al een week geleden?? (Hoewel, kinderlijke logica; ik heb de afgelopen maanden ervaren dat het ook voor heel veel volwassenen niet voor te stellen blijkt hoe intensief zo'n rouwperiode is. Dat het niet na de uitvaart een soort van afgerond is, dat ook twee maanden later het nog mijn hele doen en laten beheerst, dat ik nog elke ochtend bijna als allereerste aan de dood van mijn broer denk, na een nacht die regelmatig ontregeld wordt door duizend-en-een aan mijn broers dood gerelateerde gedachten. Dat alle handelingen die ik uitvoer met een rouwrandje zijn, dat het al mijn energie opslokt. Dat ik nog steeds overvallen kan worden door de gedachte dat de dood voor altijd is, en dat ik die gedachte nog steeds heel aardig weet op te frommelen om ooit weer uit te vouwen als het daar de tijd voor is. En dat het besef dat die tijd dus nog moet komen, doet realiseren dat dit nog heel wat tijd ding nummer één in mijn hoofd zou kunnen blijven.)

Toen ik net mijn eerste autootje kocht, was aan het spel van Nano te zien dat het niet zo'n heel goede auto was; hij zag ineens in elk touw, in elke sjaal een startkabel en speelde daar vrolijk de scenes mee na die voor ons huis regelmatig te zien waren. Net zo is aan Zoës spel nu te zien dat de dood haar levenspad dit jaar gekruist heeft. Zo hoor ik haar, totaal zonder drama of emotie, regelmatig haar poppen in een kistje leggen in plaats van in een bedje. Ze zijn dan ook regelmatig dood, dus ja, dan kun je ze maar beter in een kistje leggen (hoewel ze toch ook moet hebben gezien dat zo'n bedopbaring echt veel prettiger is dan een kistopbaring, maar goed, ik laat haar maar...). Ze is zelf ook regelmatig dood in haar spel, Nano ook trouwens.

Afgelopen week had Zoë zin in memory, een van de vele leuke cadeaus die ze van haar oom had gekregen de afgelopen jaren (want cadeaus kopen voor zijn neefje en nichtjes was een van zijn hobbies, bleek ook bij het opruimen van zijn huis waar nog cadeaus voor de komende verjaardagen klaar bleken te liggen). Ze probeerde haar broer te porren om een potje mee te spelen, maar die had, nu hij zelf Kolonisten en alle andere toffe 999-games spellen ontdekt had, weinig zin in een saai potje kaartjes omdraaien. Zoë nam even pauze en stelde daarna, alsof ze een totaal nieuw onderwerp aansneed, haar broer een vraag:
'Vind jij het eigenlijk grappig dat oom Floris dood is?'. Nano keek verbaasd op. 'Nee natuurlijk niet', antwoordde hij, ondertussen zijn wenkbrauwen ophalend naar mij kijkend. Zoë sloeg haar slag, met een fonkeling in haar ogen. 'Nou dan moet je ook zijn spel spelen. Anders vind je het wel leuk dat hij dood is.'
En zo is de een z'n dood, de ander z'n, uh memoriespel.






donderdag 29 januari 2015

Koffie bij die Appie

Een koffiehoek bij de Albert Heijn. Een tafeltje met kuipjes melk, suiker, roerstaafjes. Een uitnodigend bord dat je welkom bent een gratis kopje koffie te drinken. Een klein bankje of wat stoeltjes. En mensen, mensen die er zitten en een kopje koffie drinken.
Ik heb die mensen nooit gezien. Niet echt. Ergens in mijn ooghoek allicht. Of op de achtergrond, totaal out of focus, omdat de focus ligt bij de boodschappen die gedaan moeten worden, de klok die tikt omdat de kinderen zo opgehaald moeten worden of bijhouden of mijn kinderen met de handscanner wel alle boodschappen scannen.

Nu zie ik ze wel. De mensen die koffie drinken bij de Albert Heijn. Dat zijn niet zomaar klanten die, met iets minder tijdsdruk dan ik, tijdens de boodschappen besluiten even een bakkie te doen. Nee, dat zijn veelal mensen die speciaal voor dat bakje koffie naar de Albert Heijn gaan. Hoewel, dat bakkie is niet de reden dat ze vaak dagelijks naar de koffiecorner gaan. Het zijn de mede-koffiedrinkers die ze keer op keer weer treffen bij hun eigen Appie. Mensen die de setting van tl-licht, blikken soep en vakkenvullers opzoeken om daar gezelligheid te vinden. Tussen al die haastige mensen die zo snel mogelijk de route door de supermarkt afleggen, blijven zij in alle rust zitten. Ze schenken koffie in voor elkaar, kijken naar de massa consumenten waar zij geen deel van uit lijken te maken. Zij vormen een cultuur op zich. Ze hebben daar bij de koffiehoek vriendschappen opgebouwd, praten over ditjes en datjes. Elke dag weer. Als er iemand een tijdje niet komt, valt het op, wordt er over gesproken.

Ik zie ze zitten, elke dag sinds ik na 5 december 2014 in de Albert Heijn kom. De Albert Heijn in Sittard mist op die dag één van hun vaste koffiedrinkers. De man die altijd zo vriendelijk was voor de hele groep koffie in te schenken, daar stond hij om bekend. Ze wisten dat hij aan zijn hand was geopereerd, ze hebben hem nog gewaarschuwd: artsen kun je niet vertrouwen, narcoses ook niet. En toen kwam hij niet meer terug. De mensen van de koffiehoek hadden één van hun leden verloren.

Toen mijn broer stierf, kwam de subcultuur van de koffiedrinkende mensen al snel boven tafel. Wie moesten we op de hoogte stellen van zijn overlijden, in welke kringen bevond hij zich? Zijn vriendin vertelde dat veel mensen moeilijk te bereiken waren omdat mijn broer de meeste van de straat kende, én van het koffiedrinken bij de Albert Heijn. Het fascineerde me meteen, die voor mij onbekende wereld waar mijn broer blijkbaar een belangrijke rol speelde. En ik besefte ook meteen dat het me waarschijnlijk niet had gefascineerd als ik toen hij nog in leven was, had gehoord dat mijn broer dagelijks bij de Appie koffiedrinkt. Maar nu hij er niet meer was, werd het zo'n mooi gegeven.

Het werd nog mooier toen ik een paar dagen na zijn overlijden alleen met hem in de kamer was. Er werd aangebeld. Een Indonesische familie kwam binnen: een echtpaar van 70 jaar, een iets oudere zus van de dame, en de zoon. Bij het binnentreden van mijn broers kamer, zakte de oude man meteen op zijn knieën naast mijn broer op de grond, zijn handen gevouwen de lucht in. Hij bad in een voor mij onverstaanbare taal, afgewisseld met wat woordjes Nederlands en veelvuldig roepen van mijn broers naam. De dame bleef van een afstandje staan kijken en begon te jammeren, non stop. Ik werd overrompeld door dit bezoek. Ik had geen idee wie deze mensen waren, maar ze waren blijkbaar erg onder de indruk van het overlijden van mijn broer, en de wijze waarop ze dit uitten ontroerde me.
Toen vader op zijn knieën naast mijn broer bleef zitten, zijn handen nog in bidstand, maar niet meer hardop biddend, en moeder bleef jammeren maar dat steeds meer binnensmonds deed, besloot ik mijn nieuwsgierigheid achterna te gaan en te vragen waar ze mijn broer van kenden.

Deze prachtige ontmoeting had ik te danken aan de koffiecorner van de Albert Heijn. Vol passie vertelden ze hoe ze mijn broer bijna dagelijks daar troffen. Dat hij altijd degene was die zo aardig was ook voor anderen koffie in te schenken. Ze vertelden over welke mensen er bij elkaar kwamen ('heel veel net te dikke mensen' typeerde de zoon zijn eigen subcultuur op verrassende wijze) en hoe er over van alles en nog wat gepraat werd. Als er verteld werd hoe mijn broer zich in die koffiecorner gedroeg, zwol het gejammer van de vrouw weer aan, en hief de vader zijn handen weer in de lucht.


Als ik nu langs een koffiehoekje in de Albert Heijn kom, dan zie ik ze. De geheime subcultuur waar mijn broer deel van uit maakte, waar mijn broer van genoot, waar hij werd gewaardeerd. Het zijn een soort altaartjes geworden die achter me aan reizen. Als er plek voor was, had ik in elke koffiehoek een kaarsje aangestoken. Een kaarsje voor mijn broer, die een van die onzichtbare mensen was. In plaats van een kaarsje aansteken knik ik nu vriendelijk naar de mensen die er koffiedrinken.

Ik zie ze.

woensdag 10 december 2014

De Natuur

Mijn broer hield van de natuur. Dat was de laatste jaren wel duidelijk. Een tuinman in hart en nieren, altijd oog voor plantjes, hoe klein of verlept ze ook waren. Maar de liefde voor de natuur ging veel verder terug.

Vroeger, toen ik een jaar of tien was, had ik een heel stoere broer. Lang haar, met de onderkant weggeschoren. Spijkerbroek met scheuren erin, een tattoo, een oorbel. Uit zijn kamer klonken op hard volume de Peppers, Publi Enemy en Rage Against the Machine. Hij spoot met graffiti eerst zijn kamer en later het hele dorp onder. Met zijn even stoere vrienden hing hij uren op zijn kamer, waar ik als klein zusje absoluut niet binnen mocht komen om te kijken met welke stoere-jongens-dingen zij bezig waren.
En die super stoere broer kwam opeens op een dag thuis met een paar plantjes. En die plantjes waren zijn alles. Hij plantte ze achter in de tuin en als hij van het Kleesj terug naar huis gefietst kwam, was het het eerste waar hij naar toe liep. Kijken of zijn plantjes goed waren gegroeid en niet waren aangevreten door de schapen.
Toen hij in die periode in coma raakte, waren zijn vrienden zo lief om meteen de zorg voor de plantjes over te nemen. Ze hadden blijkbaar ook een grote liefde voor planten, hetgeen me ook bij hen totaal verbaasde. Ik zie ze nog zitten, met z'n allen om onze tafel buiten, teriwjl mijn broer vocht voor zijn leven in het ziekenhuis. Ze hadden een deel van de plantjes afgeknipt en waren ze met zorg klein aan het knippen. Zo ontroerend; van die grote stoere jongens die zich zo bekommerden om plantjes.

Een paar jaar later, toen ik Doe Maar ontdekte, viel bij mij pas het kwartje. Het was een groene plant. Een mooie plant. Ee welriekende plant. Een grote en sterke, ja een nuttige plant....


 Dag grote broer, goede reis. 15-07-1975 - 05-12-2014

dinsdag 26 augustus 2014

Uitslag

Het is vandaag een jaar geleden dat ik een grootse prijsvraag lanceerde op mijn blog. De prijsvraag ging over wat ik precies over een jaar zou doen. Nou hier ben ik. Met de uitslag, de prijswinnaars en al het andere waar jullie allemaal natuurlijk al een jaar naar uitkijken!

Het eerste is natuurlijk; wat was het goede antwoord? Het meest juiste antwoord was.........D. En jullie weten allemaal natuurlijk nog precies wat er onder D stond, en toch zal ik het gewoon omdat het kan even herhalen:

d) Dan ben je hard aan het studeren om de uitvaartbranche in te gaan (en eventueel daarnaast al aan het werk)

Toen ik deze prijsvraag uitschreef, was ik volgens mij nog niet eens op de open dag van de opleiding tot uitvaartleider geweest. Maar 2 weken na deze prijsvraag zat ik al midden in het kennismakingsweekend. Het budget dat mijn vorige werkgever beschikbaar stelde om me te herscholen, kwam precies overeen met het bedrag voor de opleiding tot uitvaartleider. Dat bedrag zat al in mijn hoofd, omdat ik al tijden zo nu en dan eens snuffel of ik me niet zou omscholen in dat wat me al sinds jaar en dag trekt; uitvaartleider. Uiteraard gepaard met heel wat twijfels heb ik een jaar geleden vrij snel de knoop doorgehakt. Dat dat bedrag zo precies overeen kwam, moest wel een teken zijn dat ik deze wereld nou eindelijk maar eens moest gaan ontdekken! Oke, misschien was het met twee kids nou niet de meest voor de hand liggende manier om mijn kansen op de arbeidsmarkt te vergroten, maar soms moet je iets doen omdat je er anders later, als je zelf de dood in de ogen kijkt, spijt van krijgt dat je de stap nooit gewaagd hebt.
En dus stapte ik, tussen de koos-schappen door uit mijn comfortzone, ver van het werkveld dat ik gewend was. Ik heb mij het afgelopen jaar ondergedompeld in de wereld van de uitvaart, een wereld die me zo lang heeft gefascineerd. En mijn fascinatie bleek terecht; het is een bijzondere wereld en een heel bijzonder vak. Een vak waar ik heel graag ooit míjn vak van zou willen maken, ben ik nu achter. Ooit, want de praktische puzzel heb ik in mijn hoofd nog niet opgelost.

In de tussentijd bleef ook mijn interesse in mijn 'oude' vakgebied. Ik heb menig sollicitatiebrief geschreven en het viel zowaar mee dat ik ook best met enige regelmaat kennis mocht komen maken. Weer even binnenkijken bij leuke, levendige bedrijven. Daar kreeg ik honger van na al dat thuiszitten. En toeval of niet, juist deze week zal ook het deel tussen de haakjes van antwoord D worden ingewilligd. Want ik begin donderdag met een nieuwe, tijdelijke, baan bij een leuk productiehuis in Hilversum! Werk dat dicht ligt bij wat ik hiervoor deed (waarmee ook antwoord A - a) Dan heb je een zelfde baan als nu (wat doe je ook alweer eigenlijk?????), maar dan bij een ander bedrijf- goedgekeurd kan worden, edoch daar koos niemand voor).

Van een leeg gat na een ontslag kun je onrustig worden, en onzeker. En gek. Maar het brengt ook veel nieuws. Die opleiding was ik nooit zomaar begonnen als ik niet op straat was gezet (en geld voor omscholing had gekregen). dan was die uitvaartwereld misschien wel altijd met me meegereisd als een soort onbekende wolk boven mijn hoofd.
En die leuke baan waar ik nu ga beginnen, had ik vast nooit durven nemen toen ik nog een vast contract had. En zo is deze druilerige augustusdag er met het schrijven van dit blogje er toch een met een zonnig randje.

En dan hebben we het nog niet eens gehad over de prijswinnaar. Een vijfgangen-diner viel er te winnen. Hoe vaak in mijn leven ik ook had laten vallen dat ik heel graag die uitvaartwereld in wilde, er waren er maar twee die daaadwerkelijk inschatte dat dit het moment was waarop dat zou gebeuren. En het waren mijn zussen. Toeval?

Linda was de eerste met antwoord D en krijgt in deze super loting dan ook nummer 1, terwijl Marike haar geluk kan beproeven met nummer 2 (haha het voelt een beetje als een speurtocht uitzetten, gewoon voor de lol. Met een walkman en zo....)

random.org heeft het lootje voor me getrokken, zie hier het resultaat:
Dus linda, je mag je vijfgangendiner/koffietafel op een door jou gewenst moment komen verorberen in het prachtige Hilversum!



zondag 20 juli 2014

Mama......!

20 juli 2014 08.00 - 21.15

Mama, mag ik op je kussen?
Mama, je moet meer opschuiven!
Mama, wil je mijn deken pakken?
Mama, mag ik televisie kijken?
Mama, mogen we crackers?
Mama, wat doen we met die onderbroek op de grond?
Mama, hoeveel crackers mogen we?
Mama, wil jij ze pakken?
Mama, mag ik thee?
Mama, wat is dit voor film?
Mama, waar is het spuitje?
Mama, waarom mag ik niet op de lamp staan?
Mama, mag ik nog een boterham met ei?
Mama, wil je me schuiven?
Mama, mag ik mijn pakje aan?
Mama, mag ik in de kelder kijken?
Mama, wil je mijn telefoon van het dak halen als je hier mee klaar bent?
Mama, heb je een schaar voor mij?
Mama, mag ik twee crackertjes eten?
Mama, wil je mijn pak uitdoen?
Mama, doe je mijn pakje weer aan?
Mama, wil je me schuiven?
Mama, wil je dit even opruimen?
Mama, kijk!
Mama, kijk!
Mama, klaar!
Mama, kom eens, de deur moet open!
Mama, wil je helpen met bouwen?
Mama, mag ik die bak erbij?
Mama, kijk eens hoe hoog mijn gebouw is!
Mama, hij is gevallen, wil jij hem even pakken?
Mama, ga je al bijna koken?
Mama, kijk maar!
Mama, misschien is dit geschikt?
Mama, hier moest ik aan denken toen je het over die spiegeltegels had!
Mama, dit is de schoen van de heks!
Mama, wil je me schuiven?
Mama, ik ga plassen!
Mama, wil je dit even aandoen?
Mama, wil je mijn veter strikken?
Mam, ik kan zo niks horen!
Mama, wat gaan we eten?
Mama, mag ik mijn potje?
Mama, waar is de shampoo?
Mama, je moet komen!
Mama, ik kan niet slapen!
Mama, ik kan écht niet slapen!
Mama, de wasmachine maakt een raar geluid!

dinsdag 8 juli 2014

broeder- en zusterliefde

Zuster:

Lokatie: speeltuin
Situatie: broer en zus spelen samen in drukke speeltuin. Moeders bereidt zich op een bankje voor op een naderend sollicitatiegesprek. Daar komt zusje, boos, verontwaardigd, van slag op moeders af rennen.
'Die jongens daar, die roepen dat de meiden eraan komen als ik met Nano kom. Maar Nano is geen meid, Nano is mijn broer!' Ze haalt even adem om onerminderd verder te razen: ' Ze kunnen niet zeggen dat hij een meid is. Het is een jongen!!'
Nano heeft niks door, maar Zoë is tot op het bot beledigd dat iemand het in zijn hoofd heeft gehaald haar grote broer gewoon een meid te noemen. Was ze een paar jaar ouder geweest, had ze ze vast helemaal in elkaar gerost. Zijn ze nou helemaal betoeterd, de mannelijkheid van haar grote broer zo te ondermijnen??

Broeder:

Lokatie: speelbos
Situatie: In het speelbos staat een waterpomp op het hoogste punt, vanaf daar sijpelt het omhoog gepompt water naar beneden. Jongetjes hebben met stenen, stokken en opgehoopte modder dammetjes gebouwd en bepalen de loop van het water. Opvallend dat het een grote bende jongens is die zich bezighoudt met de waterbaan. Meiden zijn ook te vinden in het bos, maar houden zich ver van de modderpoel waar aanstormende testosteron-bommetjes de dienst bepalen.
Maar daar is ineens Zoë, die op het hoogste punt van het modderrijk plaats neemt, en de scepter besluit te zwaaien door de bediening van de waterpomp op zich te nemen. Ze begint enthousiast en zelfverzekerd doch nog niet met veel resultaat. Een klein straaltje water loopt langs de waterbaan naar beneden. Nano merkt het op, kijkt naar boven wie de waterbaan bestuurt en ziet daar tot zijn grote verrassing zijn eigen kleine grote zus stralend staan. De broederliefde wordt wakker in hem, en enthousiast stoot hij de jongens aan die naast hem met hun handen in de modder zitten te woelen. 'Kijk!!! Mijn zusje bedient de waterpomp!!!!' De jongens kijken vrij ongeïnteresseerd op, enigszins getriggerd door Nano's enthousiasme, maar afgeremd door de inhoud van zijn boodschap.   En daar zien de stoere jongens inderdaad een klein meisje aan de waterpomp staan. Haar stralende lach en trotse houding ontgaat ze, daar hun blik meteen getrokken wordt naar het pisstraaltje dat hun dammennetwerk bewatert. 'Ze kan het niet. Er komt helemaal niks uit de pomp,' klinkt hun krachtige afkeurende commentaar. Verbouwereerd door hun negatieve reactie kijkt Nano omhoog, ziet zijn zusje nog steeds staan, en schiet meteen in de verdediging. 'Dat is het begin, ze moet nog een beetje oefenen. En er komt wel wat water uit, hoor!'
De jongens luisteren al niet meer, gaan verder met hun dambouwactiviteiten en hopen vurig dat er snel een échte stuurman de plek van dat kleine meisje overneemt.
Ze hebben geluk dat Nano (nog) niet zo veel testosteron in zijn lijf heeft, anders hadden ze vast niet zomaar verder kunnen gaan met hun activiteiten...

Nog een paar jaar, dan zal het gerucht zich snel verspreiden in het Gooi en omstreken: kom je Die Twee tegen, zeg dan nóóit iets negatiefs over de ander. Tenzij je het niet erg vindt er eens flink van langs te krijgen. Wees gewaarschuwd!



dinsdag 10 juni 2014

1 jaar in het rijk der kozen

Hallo Achtbaan. Hoi dames die zonder dat ik het wist blijkbaar elke werkdag voor mijn huis verzamelen om over ditjes en datjes te kletsen. Hoi onzekerheid. Hallo kruipende dagen. Hoi vliegende maanden. Hoi Lidl. Goededag nieuwe dromen. Hoi vacature-alert bij het krieken van elke dag. Hoi afwijzing. Dag UWV met je rare regeltjes. Hoi nieuw werkveld. Hallo nutteloos gevoel. Hoi opgeruimd huis (oh nee toch niet). Hoi moedeloosheid. Hey gekke lijst met onrealistische eisenpakket voor nieuwe baan. Hoi schoolvakantie (wat kom je als verrassing, ik wist helemaal niet dat je nu al was, want ik hoefde er helemaal geen ingewikkelde opvangpuzzels op los te laten). Hallo 24/7 moederschap. Hoi loopbaancoach. Hoi schoolbank. Hoi twijfelaanval. Hoi mede-koos. Hoi 'ja hoor ik wil wel dit of dat doen voor school want ik heb toch zeeën van tijd'. Hoi naaimachine.  Hoi chagrijn. Hallo hoop. Hoi hopeloosheid. Hoi stomme data om tegenaan te hikken (1 januari echt thuis, 1 april opvang moeten opzeggen en voltijd thuismoederen, 1 juni 6 maand thuis) Hoi budgettips. Hoi super originele openingszin. Hoi vief-en-zeventig breeve. Hallo onthaasting. Hoi boksbal. Hoi uitnodiging. Hallo wilde ideeën over de toekomst.  Hey taken en sollicitatie-activiteiten. Hoi schoolpleinmoeders. Hoi ex-collegae. Hallo Linked-In. Hoi lege agenda. Hoi vol hoofd.

Het was een enerverend jaar. Maar denk dat ik er maar eens mee ga stoppen, ben er wel klaar mee. Al een jaartje ongeveer.

woensdag 19 maart 2014

tampon

Het was nog maar pas geleden, een week of twee, dat ik in de supermarkt stond en een belangrijk besluit nam. Bij de kassa trok ik mijn portomonnaie uit mijn jaszak om mijn pinpas en bonuskaart tevoorschijn te toveren. Maar als een duvel uit een doosje kwam daar ongevraagd, voor de zoveelste keer in mijn leven, een tampon bij tevoorschijn die zichzelf nogal opzichtig lanceerde naar een prominent plekje op de lopende band. Mijn konen voelde ik in no-time rood worden, want zo gaat dat als je weer eens op een totaal ongepast moment een tampon tevoorschijn tovert (de momenten dat het wel gepast is een tampon tevoorschijn te toveren zijn natuurlijk op één vinger te tellen...). Al menig keer in mijn leven hoopte ik dat ik voor even onzichtbaar kon worden, nadat ik had geconcludeerd dat mijn hoopvolle gedachte dat allicht niemand van de omstanders had gezien hoe de tampon zich als een konijn uit een goochelhoed tevoorschijn toverde, totaal absurd was.  Tuurlijk had iedereen het gezien. En iedereen wist hoe ik me zou voelen, dus keek iedereen me aan, om te kijken of ik inderdaad een rood hoofd had. Check.

Maar die dag in de supermarkt had ik er genoeg van. Want waar schaam ik me dan voor? Dat ik ook ooit ongesteld ben? De alternatieven zijn een zwangerschap of een (vervroegde) overgang, beide weinig aantrekkelijk, dus niks om me voor te schamen dat ik zo nu en dan menstrueer. Of zou ik me moeten schamen dat ik geen maandverband gebruik (wie wel???) maar tampons? Of dat mensen zouden kunnen denken dat ik op dát moment ongesteld ben? Dat zou een totaal misplaatste interpretatie van de situatie zijn, want tampons zijn er altijd en overal bij mij, in al mijn tassen en zakken, 360 dagen per jaar (en die vijf dagen zul je altijd zien dat ik net onverwachts ongesteld word....). Daarbij weet iedereen van de vele reclames dat ongestelde vrouwen prima gezelschap zijn: fris, fruitig, goedlachs en heerlijk in hun vel. 
Kortom, ik kon maar één conclusie trekken daar bij de kassa: voortaan ben ik Proud of my Periods. Ovuleren is Oke. Hoewel ik me daarmee op redelijk glad lorelei-achtig ijs bevond, had ik dat soort kreten wel even nodig om me op te peppen om voortaan met nieuwe girlpower nonchalant mijn tampons weer op te rapen als die zich weer eens uit zichzelf zouden openbaren.


En vandaag was dan de vuurproef. En vuurproeven kunnen maar beter groots en hard zijn, is mijn mening, dus schoot er vandaag midden op het schoolplein vol ouders een tampon uit mijn jaszak toen ik daar mijn fietsensleutel uit wilde halen. En Proud of my Periods zakte ik heel nonchalant naar de grond, van plan deze tampon geen seconde te verbergen op weg naar mijn jaszak. Vlak voor ik bij de grond was, riep Zoë -die het klaarblijkelijk met me eens was dat je van zo'n vuurdoop beter een spektakel kan maken-, luid en duidelijk: HE MAMA DIE MOET TOCH IN JE GAATJE*!!!!

*disclaimer, 'gaatje', dat begrip heb ik natuurlijk niet bedacht maar daar kwam mevrouw zelf mee.  Geen idee of iemand haar dat geleerd heeft of dat ze dat gewoon vindt wat het is. Maar daar de Nederlandse taal het vertikt met een beetje aardige -niet al te medische, noch te pornografische of te vergezochten- alternatieven te komen, laat ik het maar even zo....

vrijdag 31 januari 2014

ravage


Het was 12 december toen ik 's morgens om kwart voor 6 begon aan een vreselijk priegelwerk. Mijn zoon had een traktatie uitgezocht. Eentje waar vreselijk veel precisiewerk bij kwam kijken, maar dat nam ik voor lief omdat ik het waardeerde dat hij met een tamelijk gezond voorstel kwam.
Toen om 6 uur bleek dat mijn spuitzak aan alle kanten lekte en het vullen van de eitjes dus helemaal geen eitje zou zijn, nam ik het al wat minder voor lief. Toen vervolgens bleek dat die olijven ook een vreselijk tijdrovend gepriegel waren en de klok veel sneller ging dan mijn handen, het zweet op mijn voorhoofd stond en ik moeite had de jarige job gezellig te woord te staan, besloot ik nooit meer akkoord te gaan met een priegeltraktatie, en al helemaal niet zelf een vreselijk-veel-werk-traktatie uit te zoeken.

Vandaag pakte ik het dus beter aan. Zoë is nog jong, dus je kunt ze nog praktisch alles laten trakteren zonder dat ze gaan mokken. Dus ik besloot een simpel bloemetje uit fruit te stansen, rondje van ander fruit erin als hart, op stokje, en klaar. Zoë werd vrolijk van het idee en ik dus ook.
Bij het inkopen van het fruit, kreeg ik mijn eerste twijfels. Want je moet best een gek plat stuk fruit hebben wil je daar makkelijk 15 bloemetjes uit kunnen stansen. De watermeloen die ik op het oog had, was natuurlijk nergens te koop eind januari. Met heel wat matige alternatieven zodat ik in de ochtend de keus nog had, kwam ik thuis. Ik probeerde een paar dingetjes uit, en het viel niet tegen.
De wekker ging, en ik begon aan het simpele klusje. Maar het duurde maar vijf minuten tot ik besefte dat ik me vreselijk verkeken had op deze traktatie. De galiameloen had maar weinig rechte kanten en het bleek een heel gepuzzel om niet 15 galiameloenen nodig te hebben voor 15 relatief mini traktaties. De perzik sneed opeens lang niet zo mooi als de avond ervoor. En bij het doorboren met het stokje begon de ellende pas echt. Tal van gebroken bloemetjes sierden mijn aanrechtblad. Heel wat resten onbruikbaar fruit lagen om me heen, en steeds minder stukken onaangeraakt fruit bleven over, terwijl er pas 4 bloemetje op de oase prikten, en de klok weer eens een loopje met me nam.
Uiteindelijk kreeg ik toch enigszins de slag te pakken. En zowaar stonden er toen Nano naar beneden kwam al 10 bloemetjes klaar, en het zag er nog best een beetje oke uit, dacht ik. Heel even. Want Nano keek ernaar en zei, veelbetekenend 'tja'.... Toen Zoë naar beneden kwam, was ik praktisch klaar met dit helse karwei. Ik zette mijn allerpositiefste stem op, ondanks de domper van Nano's commentaar, en liet haar vrolijk de traktatie zien En ja, ze was blij!!! Wat fijn, zo'n bijna driejarige, die behoorlijk wat noten op haar zang heeft, maar bij deze traktatie toch vergevingsgezind was naar haar stressende moedertje.

Van de resten fruit maakte ik snel een smoothie voor het ontbijt en toen konden we gaan. Met de auto, want dat is natuurlijk makkelijker met het vervoeren van zulke dingen. Het was de allereerste drempel in de straat, nog geen 20 meter van mijn huis, waar het helemaal mis ging. Ik keek opzij en zag het blok oase op haar kant liggen, de meeste stukjes fruit van het stokje gegleden op de stoel. Het kon niet waar zijn!!!! Waren we na het hele debacle zo dichtbij een redelijk iets voor Zoë om te trakteren, ging het in de laatste tien minuten nog faliekant mis. Foeterend reed ik door naar school, me te laat beseffend dat dit voor Zoë nou ook niet echt een vrolijke gebeurtenis meer was, met uit elkaar gevallen bloemetjes en een foeterende moeder. Aangekomen bij de opvang herpakte ik mezelf, bekeek de schade, en hoewel die groot leek, slaagde ik er toch in om in een paar minuten praktisch alle bloemetjes weer in elkaar te zetten. Dat viel dan toch nog reuze mee. Het had nog maar weinig te maken met de traktatie die ik ooit in mijn hoofd had zitten, maar een beetje kijkend door mijn wimpers vond ik dat het wel nog uitdeelwaardig was. Ik maakte Zoë blij met de mededeling dat er nog gewoon getrakteerd kon worden, ze keurde mijn herstelpoging goed en we pakten haar fietsje uit de achterbak van de auto. Klep dicht, bloemetjes pakken en klaar! Herstel; klep dicht, te hard, stuk oase met net gerepareerde bloemetjes kwam op z'n kop terecht, alle bloemetjes aan diggelen. Deze ravage kun ik met alle liefde in mijn lijf nooit meer tot een toonbaar iets repareren. Het was over. Het totale mislukken van de simpele bloemetjestraktatie was een feit. Nooit meer zou ik mezelf voornemen een simpele traktatie te maken waarbij er ook maar enige kans bestond op dikke vette priegel adders onder het gras. Nooit meer.

 
Met lege handen gaf ik Zoë af op de opvang. Met de zelfde gemaakte opgewekte positiviteit als waarmee ik haar vanochtend de bloemetjes had laten zien, vroeg ik haar -alsof het doodnormaal is na zo'n ochtend opeens over te stappen op een totaal ander plan- of ze het niet leuk zou vinden om op mandarijntjes te trakteren.  Ik denk dat door de opgewekte toon toch te horen was, dat het enige juiste antwoord op deze vraag 'ja natuurlijk mama, leuk!' was. En dat antwoord gaf ze dus. En dus ging ik terug naar huis (dankte de Tros op mijn blote knieën dat ze me ontslagen hadden en dat ik dus alle tijd had), kocht een zak mandarijnen, knipte snel wat hoedjes en kwam een half uur later met vijftien vrolijke mandarijntjes de opvang binnen.






En in mijn volgende leven, beloof ik mezelf nu plechtig, ga ik geloven dat snoep en chips helemaal niet zo slecht is voor kinderen en koop ik gewoon een zakje chips. Zo.













maandag 23 december 2013

bugs

Geachte Ontwerper van het Leven,

Graag zou ik u op de hoogte willen stellen van mijn recente bevindingen. De laatste maanden kwam ik er namelijk achter dat in uw verder vrij voortreffelijke Ontwerp een aantal errors zitten. Ik ben niet boos op u, noch teleurgesteld, ik meld het u alleen even omdat u allicht nog niet op de hoogte was van de zwakke plekken. Wie weet kunt u als u tijd heeft een update beschikbaar stellen waarbij deze bugs gerepareerd zijn?

Het gaat om de volgende tegenstrijdigheden:
Waarom is het zo dat als ik eindelijk tijd heb om 's morgens een krant te lezen, ik geen geld meer heb voor het abonnement? Waarom heb ik voor het eerst tijd om me vrijwillig in te zetten voor maatschappelijke organisaties maar mag dat niet van het uwv? En waarom kan ik nu pas zonder haast ronddolen in de Ikea, in de Hema en dat leuke hippe winkeltje hier om de hoek, of de hele dag liggen relaxen in de sauna,  als mijn inkomen zo is afgenomen dat dat er niet meer vanaf kan? En de grootste bug: waarom heb ik in deze tijd een hoofd vol inspiratie voor meesterlijke blogjes over veranderingen, twijfels en genante situaties, maar houdt juist nu een stemmetje in mij hoofd me tegen omdat ik me bij alles afvraag wat een eventuele nieuwe baas daar wel niet van zou kunnen vinden...

Excuses voor mijn recht-voor-mijn-raapheid maar dat is toch gewoon slecht bedacht?


maandag 26 augustus 2013

prijsvraag

De een z'n dood is de ander z'n brood, en de een z'n ontslag betekent voor de ander gelach. Dus hup, sla een slaatje uit mijn overtalligheid (gatver, wat een vies woord, maar let's face it: dat is de toestand die op me van toepassing is!), en doe mee met de dol-dwaze Voorspel-Eveline's-Toekomst-Prijsvraag!!!

De grote vraag:
Wat doe ik in augustus 2014???????

a) Dan heb je een zelfde baan als nu (wat doe je ook alweer eigenlijk?????), maar dan bij een ander bedrijf
b) Dan zit je in de ww, diep ongelukkig te wezen omdat brief 78 ook geen positieve reactie te weeg bracht
c) Dan zit je in de ww, te genieten van alle vrije tijd, niks geen gehaast, lang leve het thuisblijfmoederschap en laat die bijstand maar komen!
d) Dan ben je hard aan het studeren om de uitvaartbranche in te gaan (en eventueel daarnaast al aan het werk)
e) Dan doe je eindelijk iets waar je voor opgeleid bent zodat de staat niet voor niks al dat geld in je studie heeft gestoken
f) Dan heb je een rijke stinkerd aan de haak geslagen, en doe je alleen nog maar dingen waar je zin in hebt
g) Dan heb je een rijke stinkerd aan de haak geslagen, en betaal je van zijn geld een au pair om vervolgens 24/7 beschikbaar te zijn voor de arbeidsmarkt
h) Dan heb je je eigen maaltijd-service-bedrijf
i) Iets anders


Wat kun je winnen?
Onder de goede antwoorden verloot ik een vijf-gangen diner*. Heb je met i het goede antwoord gekregen, dan krijg je daarnaast nog een ontbijt- en lunchpakket mee voor de volgende dag.
Maar er is meer!!!
Tuurlijk is er meer! Een lettertje invullen bij de reacties is leuk, en makkelijk. Zoek je meer uitdaging? Help mij dan naar mijn volgende baan toe! Geef jij mij de gouden tip, breng je me in contact met mijn nieuwe baas, kom je met een inzicht waar ik zelf nog niet op was gekomen die leidt tot mijn nieuwe salaris? Dan win je ook een vijfgangen diner, en voor een week lang homemade diepvriesmaaltijden om mee te nemen.
Dus sla u slag en doe mee!!


* win je met antwoord b of c, dan krijg je vanwege mijn financiele situatie een 3 gangen diner. Ook leuk.

woensdag 24 juli 2013

serenade

Soms. Nee; vaak. Vaak vindt Nano het de laatste tijd nodig mij te melden hoe stom ik ben. De stomste. Alles, maar dan ook alles doe ik fout, en hij is daar de Dupe van. Het zal vast een fase zijn, quadruple p(pre-pre-puberale periode) of zo.

Maar gisteren. Man, oh man. Uit het niks, zonder aanleiding, als donderslag bij heldere hemel, zonder (voor mij bekend) winstbejag, begon hij. Een serenade, een ode aan mij, in vele woorden. Uitgebreid vertelde hij waarin hij zoveel meer geluk had dan álle kinderen die hij kent. Dat hij van deze week zonder moeite al tien dingen kon noemen die andere kinderen nóóit zouden mogen van zijn ouders. Met scheerschuim spelen, de hele voortuin inpikken met zijn klimtoren die hij keer op keer verder uitbreidt. Een kabelbaan door de hele tuin heen aanleggen, waardoor je moet uitkijken dat je zonder struikelen of gekeeld te worden de voordeur haalt. Met modder spelen zonder dat je moeder boos wordt dat je kleren vies zijn. Bergen speelgoed hebben. En ondanks die bergen speelgoed ook nog de huisraad mogen gebruiken voor je spel, omdat dat natuurlijk eigenlijk veel leuker is. En een keer een pak pasta gebruiken in je keukentje, ondanks dat die pasta vervolgens overal zit, en niet meer gegeten kan worden, zelfs dat mag van zijn moeder.
En ok, één punt had hij het niet mee getroffen. Dat die moeder van hem zo belachelijk krampachtig doet over snoep. Maar dat punt wuifde hij snel weg. Want hey, hij kreeg wel de lekkerste lunch mee van de hele school, en hij had ten minste een moeder die zo nu en dan iets lekkers bakt. En die niet elke week in de avond het zelfde saaie eten voor zet.

En oh, heerlijk moederbrein, wat werk je toch fantastisch. Want al die negatieve uitlatingen over zijn moeder, dat zijn natuurlijk Buien, Fases, Uitbarstingen die hij niet echt meent, maar die er uit moeten. Dingen die je kunt opzoeken in een of ander opvoedboek en waar dan staat dat het Volstrekt Normaal is dat je kind af en toe zo te keer gaat en dat het vooral niet persoonlijk is, en dat je niet moet gaan denken dat je écht gefaald hebt. Maar deze uitbarsting van liefde, van complimenten, nee, dat is natuurlijk geen Fase, dat is hoe hij het écht voelt, en zo onpersoonlijk je je die andere uitbarstingen moet nemen, zo persoonlijk vat ik nu deze stroom aan woorden op.

Bedankt Nano, bedankt moederbrein, de veren zitten heerlijk in mijn derriere!