Het was 12 december toen ik 's morgens om kwart voor 6 begon aan een vreselijk priegelwerk. Mijn zoon had
een traktatie uitgezocht. Eentje waar vreselijk veel precisiewerk bij kwam kijken, maar dat nam ik voor lief omdat ik het waardeerde dat hij met een tamelijk gezond voorstel kwam.
Toen om 6 uur bleek dat mijn spuitzak aan alle kanten lekte en het
vullen van de eitjes dus helemaal geen eitje zou zijn, nam ik het al wat
minder voor lief. Toen vervolgens bleek dat die olijven ook een
vreselijk tijdrovend gepriegel waren en de klok veel sneller ging dan
mijn handen, het zweet op mijn voorhoofd stond en ik moeite had de
jarige job gezellig te woord te staan, besloot ik nooit meer akkoord te
gaan met een priegeltraktatie, en al helemaal niet zelf een
vreselijk-veel-werk-traktatie uit te zoeken.
Vandaag
pakte ik het dus beter aan. Zoë is nog jong, dus je kunt ze nog
praktisch alles laten trakteren zonder dat ze gaan mokken. Dus ik
besloot een simpel bloemetje uit fruit te stansen, rondje van ander
fruit erin als hart, op stokje, en klaar. Zoë werd vrolijk van het idee
en ik dus ook.
Bij het inkopen van het fruit, kreeg ik mijn
eerste twijfels. Want je moet best een gek plat stuk fruit hebben wil je
daar makkelijk 15 bloemetjes uit kunnen stansen. De watermeloen die ik
op het oog had, was natuurlijk nergens te koop eind januari. Met heel
wat matige alternatieven zodat ik in de ochtend de keus nog had, kwam ik
thuis. Ik probeerde een paar dingetjes uit, en het viel niet tegen.
De
wekker ging, en ik begon aan het simpele klusje. Maar het duurde maar
vijf minuten tot ik besefte dat ik me vreselijk verkeken had op deze
traktatie. De galiameloen had maar weinig rechte kanten en het bleek een
heel gepuzzel om niet 15 galiameloenen nodig te hebben voor 15 relatief
mini traktaties. De perzik sneed opeens lang niet zo mooi als de avond
ervoor. En bij het doorboren met het stokje begon de ellende pas echt.
Tal van gebroken bloemetjes sierden mijn aanrechtblad. Heel wat resten
onbruikbaar fruit lagen om me heen, en steeds minder stukken
onaangeraakt fruit bleven over, terwijl er pas 4 bloemetje op de oase
prikten, en de klok weer eens een loopje met me nam.
Uiteindelijk
kreeg ik toch enigszins de slag te pakken. En zowaar stonden er toen
Nano naar beneden kwam al 10 bloemetjes klaar, en het zag er nog best
een beetje oke uit, dacht ik. Heel even. Want Nano keek ernaar en zei,
veelbetekenend 'tja'.... Toen Zoë naar beneden kwam, was ik praktisch
klaar met dit helse karwei. Ik zette mijn allerpositiefste stem op,
ondanks de domper van Nano's commentaar, en liet haar vrolijk de
traktatie zien En ja, ze was blij!!! Wat fijn, zo'n bijna driejarige,
die behoorlijk wat noten op haar zang heeft, maar bij deze traktatie
toch vergevingsgezind was naar haar stressende moedertje.
Van de
resten fruit maakte ik snel een smoothie voor het ontbijt en toen konden
we gaan. Met de auto, want dat is natuurlijk makkelijker met het
vervoeren van zulke dingen. Het was de allereerste drempel in de straat,
nog geen 20 meter van mijn huis, waar het helemaal mis ging. Ik keek
opzij en zag het blok oase op haar kant liggen, de meeste stukjes fruit
van het stokje gegleden op de stoel. Het kon niet waar zijn!!!! Waren we
na het hele debacle zo dichtbij een redelijk iets voor Zoë om te
trakteren, ging het in de laatste tien minuten nog faliekant mis.
Foeterend reed ik door naar school, me te laat beseffend dat dit voor
Zoë nou ook niet echt een vrolijke gebeurtenis meer was, met uit elkaar
gevallen bloemetjes en een foeterende moeder. Aangekomen bij de opvang
herpakte ik mezelf, bekeek de schade, en hoewel die groot leek, slaagde
ik er toch in om in een paar minuten praktisch alle bloemetjes weer in
elkaar te zetten. Dat viel dan toch nog reuze mee. Het had nog maar
weinig te maken met de traktatie die ik ooit in mijn hoofd had zitten,
maar een beetje kijkend door mijn wimpers vond ik dat het wel nog
uitdeelwaardig was. Ik maakte Zoë blij met de mededeling dat er nog
gewoon getrakteerd kon worden, ze keurde mijn herstelpoging goed en we
pakten haar fietsje uit de achterbak van de auto. Klep dicht, bloemetjes
pakken en klaar! Herstel; klep dicht, te hard, stuk oase met net
gerepareerde bloemetjes kwam op z'n kop terecht, alle bloemetjes aan
diggelen. Deze ravage kun ik met alle liefde in mijn lijf nooit meer tot
een toonbaar iets repareren. Het was over. Het totale mislukken van de
simpele bloemetjestraktatie was een feit. Nooit meer zou ik mezelf
voornemen een simpele traktatie te maken waarbij er ook maar enige kans
bestond op dikke vette priegel adders onder het gras. Nooit meer.

Met
lege handen gaf ik Zoë af op de opvang. Met de zelfde gemaakte
opgewekte positiviteit als waarmee ik haar vanochtend de bloemetjes had
laten zien, vroeg ik haar -alsof het doodnormaal is na zo'n ochtend
opeens over te stappen op een totaal ander plan- of ze het niet leuk zou
vinden om op mandarijntjes te trakteren. Ik denk dat door de opgewekte
toon toch te horen was, dat het enige juiste antwoord op deze vraag 'ja
natuurlijk mama, leuk!' was. En dat antwoord gaf ze dus. En dus ging ik
terug naar huis (dankte de Tros op mijn blote knieën dat ze me
ontslagen hadden en dat ik dus alle tijd had), kocht een zak
mandarijnen, knipte snel wat hoedjes en kwam een half uur later met vijftien vrolijke mandarijntjes de opvang binnen.
En
in mijn volgende leven, beloof ik mezelf nu plechtig, ga ik geloven dat
snoep en chips helemaal niet zo slecht is voor kinderen en koop ik
gewoon een zakje chips. Zo.