Ook was ik weer totaal vergeten hoe vreselijk uitputtend, energievretend en frustrerend de combinatie is van een kind dat moet wennen aan zo'n totaal ander leven en een heel dorp dat op je lip zit. Ik moet dat vorig jaar ook zo ervaren hebben, maar ik was vergeten hoe benauwend dat voelt. Want dat voelt het; verstikkend, met mijn -o zo lenige- benen in een enorm spagaat. Want Nano heeft het moeilijk, net als in 2006 en in 2007, met al die enorme veranderingen, en uit dat in een enorme uitbarsting van peuterpuberen waar de Nanny's en babyfluisteraars en wat dies meer zij wel pap van lusten. En het dorp kijkt toe, fronst voortdurend kolosaal haar wenkbrauwen als ik begrip toon voor Nano's enorme nukken in plaats van hem met een ferme klap de mond te snoeren. En dat oordeel zou ik natuurlijk links kunnen laten liggen, maar de druk van het dorp is ongekend. Al die pakken slaag die hier voortdurend worden uitgedeeld leiden natuurlijk wel tot enorm gedisciplineerde kinderen, en dan is zelfs in mijn ogen Nano opeens wel een enorm verwend kind dat slecht luistert en altijd maar begrip kan verwachten. Het levert een hele stroom aan moeilijke momenten op.
Gelukkig heb ik uit de voorgaande jaren ook geleerd dat het beter gaat na een tijdje, dat Nano dan wèl rondloopt alsof het zijn tweede thuis is, en dus ga ik door deze toch behoorlijk pittige periode met aardig wat hoop heen. En ondertussen geniet ik tussen alle enorme nukken van Nano, vreselijke dilemma's in mijn hoofd en volgekotste lakens (want ook nu is Nano exact twee dagen nadat hij in het dorp aangekomen is ziek geworden, gelukkig lijkt het een minder hardnekkig iets te zijn dan vorig jaar)van alle kleine momentjes dat Nano langzaamaan wederom went aan het Afrikaanse leven. Hoe snel het begrip 'Power Break' in zijn vocabulair is opgenomen, en hoe hij van zijn nieuwe vriendjes leert dat het terugkomen van de stroom gepaard gaat met een enorm gejuich en dansjes. Hoe hij zojuist met grote ogen bekeek hoe het dorp 's avonds wordt opgelicht door heel veel kaarsjes die kleine kraampjes verlichten waar vanalles en nog wat ondefenieerbaars wordt klaargemaakt. Hoe hij het nog een paar keer per dag heeft over de trein die op weg naar Schiphol even stil kwam te staan (en alles wat daarna nog is gebeurt, moet dus blijkbaar nog een plekje krijgen in zijn hoofd). Hoe hij een paar keer per dag een opleving krijgt en met zijn Oegandese vriendjes speelt met speelgoed dat niet zou misstaan op de Novibkalender. Hoe hij samen met die vriendjes al zoekend probeert het taalprobleem te omzeilen en uiteindelijk uitkomt op een universeel oorlogje-spelen, beng beng. En vooral hoe hij vanaf de eerste seconde dat hij met zijn vader oog in oog stond, hem in alle rust en zonder enige weerstand toestond in zijn leven, op zijn schoot plaats nam alsof hij wekelijks het vlees snijdt in huize Nano.
Dat alles maakt dat deze pittige week best door te komen is, en dat het enkel wachten is op een betere balans tussen de plus- en minpunten.
spelende nano.