Non Fictie/Fictie

donderdag 22 januari 2009

moeder is jarig.

De dagen voorafgaand aan mijn verjaardag, had ik mijn zoon al meerdere malen ingelicht over het heugelijke nieuws dat ik binnenkort jarig zou zijn. De verwachtingen waren dus hooggespannen dat zoonlief zijn spaarpot zou hebben omgekeerd om bij een winkel een prachtig cadeau voor zijn moeder te kunnen kopen.

De avond voorafgaand aan mijn verjaardag.
'Nog even slapen he, mama en dan ben je jarig. Hier, mag jij al mijn vriendjes vannacht hebben'

En zo werd ik op mijn verjaardag wakker tussen giraf, poppie, zussie, De Grote Beer, Doppie het Aapie, muis, eend, konijn, Meneer Jummie en hond (die ooit van mij was maar die zoonlief zonder pardon aan zijn vriendengroep heeft toegevoegd). Een feest was het eigenlijk niet, want zelfs in mijn tweepersoonsbed namen Nano's vrienden enorm veel ruimte in.

Nano werd wakker en kwam bij me in bed gekropen. Hij was mijn verjaardag niet vergeten, bleek wel toen hij zijn handje openvouwde en er een oud klef Sinterklaassnoepje te voorschijn kwam, dat hij de dag daarvoor in de buurtsuper had gekregen. Hij had het bewaard voor mijn verjaardag!
'Hier mama, hou maar even vast,' zei hij gul, terwijl hij zelf met zijn vingertje het snoepje ook vast bleef houden. Ik dacht dat het een soort cadeautje was, maar zijn handje liet het snoepje niet los. Het was een eer dat ik op mijn verjaardag even zijn snoepje mocht vasthouden, waarna hij er zelf een hap van nam.

Daarna kregen we aan de ontbijttafel een soort van ruzie. Nano vond dat het ook zijn verjaardag was. Ik vond van niet.

We fietsten naar zijn gastouder toe, Nano achterop. 'Hey, nu heb je nog niet voor me gezongen!' roep ik naar achteren, referend aan de vele malen dat ie de dag ervoor had verteld dat hij voor me zou gaan zingen op mijn verjaardag.
'He wat jammer nou,' luidt zijn antwoord. Ik vraag of ie het alsnog wil doen. Hij zegt dat het te laat is.

's Middags haal ik hem op bij de gastouder. Zijn eerste vraag is of ik wel nog taart voor hem bewaard heb. Dan komt hij aan met een kroon die hij samen met de gastouder gemaakt heeft. Ik ben blij verrrast, maar merk op dat hij misschien wel een beetje klein is voor me. Verontwaardig kijkt hij me aan; ' Maar hij is voor míj, mamma'.
Dus fietsen we terug naar huis, Nano een kroon op zijn hoofd, mensen die Hoera naar hem roepen.

Thuis zingt hij alsnog voor me, onder toeziend oog van zijn opa en de buurvrouw, die hem een groot applaus geven.

Mijn verjaardag zal nooit meer hetzelfde zijn.

maandag 19 januari 2009

een grote wereld

Het is vandaag 19 januari, een prima dag om eens even iets recht te zetten. Mensen om mij heen worden dertig, of iets wat daar dicht in de buurt komt. En dus praten mensen om mij heen over kinderen. Over wel of niet. En dus hoor ik zo nu en dan het hele scala aan voors en tegens langs komen. Iets hebben om voor te leven, je vrijheid opgeven, je stamboom voortzetten, nooit meer kunnen uitslapen. Een veelgehoord tegenargument is dat je wereld zo klein wordt als je een kind krijgt. Pardon? Goed, dat gaan we dus even recht zetten. Je wereld wordt níét kleiner als je een kleine krijgt. Sterker nog: hij wordt enorm groot. Ik heb de laatste maanden bijna elke Hilversumse kroeg van binnen gezien en kan u zodoende precies een lijstje geven van welke kroeg een rookvrije zone heeft, welke net doet of het rookverbod er nooit gekomen en welke de roker ook met de enorme vorst buiten laat roken. Ik kan u ook precies vertellen hoe de gemiddelde bedrijfskantine van de Hilversumse supermarkt eruit ziet. (behalve die van de aldi, daar was ik niet welkom). Hoe ik daar terecht kom? Door mijn zoon, die me altijd op de meest onmogelijke momenten van achterop de fiets, of al lopend aan mijn hand, de meest gevreesde zin van 2009 toefluistert: 'Mama, ik moet plassssssssssssen'. Na deze zin, tasten mijn ogen binnen een paar seconde de omgeving af. Meestal is de conclusie hetzelfde: het kan nu écht niet. Maar voordat ik begonnen ben met een zin over 'het ophouden', heeft nano zijn zin altijd al uitgebreid met de toevoeging 'Ik moet echt heeeel nodig'.
En zo weten we dus inmiddels beide de weg achter de schermen bij de Dirk, en bij de Albert Heyn, en bij de Pizzabezorger, een willekeurige kapper, de wasstraat, cafe A t/m Z.

De keus voor wel of geen kind, moet iedereen zelf maken, ik zou niet durven mensen ervan te overtuigen ervoor te gaan en zie dat ook totaal niet als mijn missie. Maar als je nou geen kinderen wilt, omdat je wereld dan zoveel kleiner wordt, dan wil ik dát bij deze dus wel even wegnemen en zie ik het geboortekaartje graag tegemoet komen!

vrijdag 2 januari 2009

paspoort

Waar het voor velen vooral gedoe is om eens per 4 jaar een nieuw paspoort aan te vragen (want natuurlijk zijn de gemeentehuizen nooit open als je níét hoeft te werken, en uiteraard weigert je kind op het moment supreme dat de ambtenaar aan hem vraagt wie die vrouw is die naast hem staat, ook maar iets te zeggen dat op 'mama' lijkt...), is het voor de globetrottende medemens vooral een heel emotionele aangelegenheid. En aangezien ik mezelf nog steeds reken tot de (gematigde) globetrotters der aarde, stond ik afgelopen maand dus weer een beetje met knikkende knieën op het gemeentehuis.
Vier jaar geleden was het al geen makkie geweest. Een boekje waar middels stempels en visa te zien was dat ik voor het eerst van mijn leven buiten Europa was gereisd (naar India, waar ik zo in shock was van alles dat ik in mijn herinnering al die weken alleen maar naar de grond heb gestaard omdat ik dacht anders gek te worden...). Mijn reis naar Zuid-Amerika stond er met een een hoop stempels (want bijvoorbeeld eventjes voor mijn verjaardag naar Chili, stempel, stempel) in beschreven. De reis waarbij ik me voor het eerst een echte backpacker voelde (en het illegaal beklimmen van de Machu Picchu denk ik wel het hoogtepunt is van mijn globetrottende carriere tot nu toe.)
Het paspoort waar ik afgelopen maand afscheid van heb genomen, was nog wel wat betekenisvoller voor mij. Zo stonden er stempels in die symbool stonden voor de eerste keer dat ik voeten op aarde zette op het Afrikaanse continent. Waar ik eigenlijk alleen maar heenging omdat mijn docent me het zo vriendelijk vroeg, want eigenlijk had ik helemaal niks met Afrika, wilde liever nog een keerjte naar Zuid-Amerika. Dat ik tegen mijn eigen verwachtingen in, meteen vanaf de eerste dag helemaal verliefd werd op Afrika, mag inmiddels voor niemand meer een geheim zijn.
En dan de stempels van 2005, op mijn 23ste verjaardag het eerste visum voor Oeganda, een land waar ik stiekem nog van had moeten opzoeken waar het nou precies lag. Geen haar op mijn hoofd dat eer toen aan dacht, dat er in twee jaar tijd nog wel twee visa bij zouden komen van hetzelfde land.
De grootste verrassing van dat hele paspport is natuurlijk de sticker die door een ambtenaar op mijn verzoek op de pagina 'Kinderen' is geplakt. Een klein vrij donker jongetje prijkt er op de sticker; mijn zoon.
En hoewel ik er uiteraard na drie jaar al best aan ben gewend dat mijn leven zo is gelopen, kan ik me als een buitenstaander verbazen over het verhaal dat dit paspoort vertelt. Het leven zit vol verrassingen, en ik hou er van!!! Op naar het volgende paspoort met over vier jaar hopelijk net zo'n mooi stempel-verhaal!

zondag 14 december 2008

boom

Ik heb het al meerdere malen laten vallen: het moederschap doet rare dingen met je. Sommige dingen kun je wel van te voren bedenken, anderen worden in elk blad of boek speciaal voor kersverse ouders met veel grappig bedoelde anekdotes omschreven. En sommige dingen, die bedenk je gewoon niet. En daar sta je dan opeens, op zondag, met je zoon van net 3 jaar, een uitje te hebben in de Intratuin...

Het begon al toen ik in 2005 hoogzwanger was, en ineens een kerststal móést hebben. Wat zou dat kleine kindje in mijn buik wel niet denken als ie zou zien dat ie in een nestje terecht was gekomen, waar niet eens een kerststal aanwezig is? En dus kocht ik een kerststal.

En dit jaar bekroop me opeens het gevoel dat ik mijn zoon heel wat te kort zou doen, als hij zou opgroeien in een huis zonder kerstboom. (dit gevoel beperkt zich tot de tijd rond kerst, goddank). En dus kocht ik een kerstboom.

En dus haalde ik het in mijn hoofd om er een uitje van te maken om spulletjes te kopen om in die kerstboom te hangen. En dus vertrokken wij vanmiddag op de fiets naar de Intratuin, om met legio andere mensen te snuffelen tussen de honderden lampjes en kerstballen. En het bleek nog leuk ook, met warme chocomel, een kerstman waar mijn zoon eerst niks van wilde weten en vervolgens niet bij weg te krijgen was, een levende kerststal met een heel politiek correct zwart schaapje, en een miniatuur kerstdorp waar de efteling nog iets van zou kunnen leren.

En dus stond ik vandaag in mijn eentje de kerstboom te versieren; mijn zoon had natuurlijk veel meer interesse in al het speelgoed dat hij op zijn verjaardag had gekregen. Daar ging mijn behoefte om mijn warme herinneringen aan het uitpakken van de kerstballen en de kerststal van vroeger, nieuw leven in te blazen. Terwijl zoonlief een stel kabouters in een kasteel probeerde op te sluiten, was ik ondanks dat zoonlief niet deelnam aan het ritueel alsnog blij dat ik wél voor onbreekbare kerstballen had gekozen. Want je kunt veel van het moederschap zeggen, maar handiger heeft het me nou niet bepaald gemaakt.

En dus stond ik na een aardige tijd, toch enigszins tevreden te kijken naar mijn kerstboom. Dat moederschap mag er dan voor gezorgd hebben dat ik het ineens nodig vind zo'n boom met alle poeha eromheen in huis te halen; mijn smaak heeft het gelukkig niet aangetast; ik vind ze nog steeds spuuglelijk!

dinsdag 21 oktober 2008

groter huis gezocht

Toen ik, bijna hoogzwanger, tegen dit huisje aanliep, was ik natuurlijk helemaal in de wolken. Ik kan me nog levendig herinneren dat ik helemaal gelukkig werd bij het zien van al die deuren die op mijn gang uitkomen. Wauw! En een kamertje voor mijn kleine babytje, helemaal fijn. Inmiddels zijn we 3 jaar verder. En in die drie jaar heeft dat kleine babytje ietsje meer bij elkaar verzameld dan alleen een rammelaar, en dus wordt het al een tijdje best een beetje krap. De laatste tijd gaat het echter in een sneltreinvaart.


Zo heb ik sinds een maandje of wat overal in mijn huis poorten en tunnels en bruggen staan. Het moeilijke is, dat ik ze meestal niet met het blote oog zie. Ik heb inmiddels de tunnels leren te herkennen; een rijtje van een aantal dekens op de grond wijst er 9 van de 10 keer op dat er een tunnel op die plek aanwezig is. Bruggen zijn ook goed te herkennen, meestal door een rij met stoelen midden door de woonkamer. Maar poorten zijn, hoe goed ik ook mijn best doe, door mij nog steeds niet zomaar te zien. Gelukkig heb ik een zoon die me met liefde vertelt waar ze staan. 'Ho, stop. Hier is een poort. Zeg het toverwoord.' Of ik moet opeens mijn portemonnee trekken. Op een dag rijzen er zo 8 poorten en tunnels en bruggen op, in dat kleine huisje van mij is dat best krap.
Soms wordt mijn huis opeens gevuld door een enorme hoge toren, te herkennen aan kramp in mijn been, aangezien dat been vaak de steunpilaar voor de toren vormt.

Het wordt kortom allemaal nogal krap hier.
Zeker nu Nano en ik hier niet meer alleen wonen. Overdag nog wel, maar 's nachts worden we vergezeld door een heel leger aan kabouters en piraten, die voornamelijk op nano's kamer regelmatig feestjes en bijeenkomsten organiseren. En nu heb ik daar zelf in de woonkamer natuurlijk niet zo'n last van, maar als Nano écht wil slapen, dan worden alle kabouters en piraten naar buiten gebonjourd. En nu de winter eraan zit te komen, zie ik het al wel gebeuren dat ze vervolgens allemaal bij mij in de woonkamer blijven hangen.

U begrijpt: ik ben gaan zoeken naar een nieuw huis. Nu heb ik iets op het oog dat qua grootte te doen moet zijn, en qua prijs ook wel.

Maar ik zie het al voor me: binnen een mum van tijd zullen de kamers gevuld zijn met ridders, prinsjes en prinsesjes. En voor ik het weet moet ik mijn zoon elke avond wegtrekken uit riddertoernooien die uiteraard telkens precies op zijn kamer plaats vinden. En voor het slapengaan moet ik uiteraard tig keer checken of de ophaalbruggen wel zijn opgehaald, kijken of de hoge torens nog niet door vijandige ridders met kanonskogels zijn beschoten....

Wat is nu wijsheid? Zal ik hier toch maar blijven zitten, en me er maar bij neerleggen dat ik zo nu en dan bijna over een poortje struikel om vervolgens op de teen van een kabouter te stappen, of zal ik me maar storten in een nieuw avontuur en voor nano alvast een passend riddershelmpje op de kop proberen te tikken?

vrijdag 17 oktober 2008

Een peutertje in de grote wereld

Nano leest in de trein de krant. Op de voorpagina staat een foto van twee Islamitische dames, met een hoofddoekje om hun hoofd.
'Kijk mama! Kaboutertjes!!'

Nano kijkt een perconferentie van Wouter Bos.
'Mama, wie is dat?'
'Dat is Wouter Bos, Nano.'
'Ow Pieter Post he mama! Waar is zijn poes?'

Nano ziet een reportage van EenVandaag over wijlen Malalai Kakar. Als zij bedekt door een Burka haar werk gaat doen, zegt Nano:
'Kijk mama! Een paraplu.'
...
'Hé, de paraplu praat!'

dinsdag 2 september 2008

de maatschappelijke ladder

Een kind baren gaat onherroepelijk gepaard met een ongelofelijke berg opofferingen. Dat is waar menigeen mij tijdens mijn zwangerschap mee bang probeerde te maken, of voor probeerde te bereiden op dat wat komen zou. En natuurlijk hadden ze gelijk. Meer dan dat je je erop kan voorbereiden, hoeveel boekjes je ook leest, hoeveel ervaringsdeskundigen je ook spreekt, houdt het leven dat je had op op het moment dat er zo'n klein wormpje op je buik gelegd wordt.

Maar ik kan niet zeggen dat ik nou zo'n enorme heimwee heb naar de tijd dat ik tot twee uur 's middags met een enorme kater in mijn bed lag te stinken. Of dat ik met vrienden in depressieve buien niet anders kon concluderen dan dat het leven kut is, en tevens totaal zinloos. Of je niet-cool voelen omdat je eens een zaterdagavond thuis zit.
De enige opoffering waar ik zo nu en dan eens goed over kan sippen, is die van mijn carriére. Ik kan niet zeggen dat het allemaal anders loopt dan ik vroeger in mijn hoofd had, want ik hád vroeger niets in mijn hoofd. Maar ik merk wel dat ik eens in de zoveel tijd overvallen word door een enorme honger naar werk waar ik wél het idee heb iets toe te kunnen voegen, waar ik wat kan met de dingen waar ik jaren lang voor heb gevochten om voor mezelf toe te geven dát ik ze kán. Mijn kont vraagt zo nu en dan om een zakelijke pluim.
Maar er zijn ook tijden dat ik helemaal vergeet dat ik ooit misschien andere dingen ambieerde, dat ik als ik in Oeganda een andere keuze had gemaakt, nu tussen 9 en 5 (of dan wslk tussen 9 en 11 uur 's avonds) waarschijnlijk dingen had gedaan waar ik een stuk gelukkiger van zou worden dan van mijn huidige werkzaamheden.
Gelukkig heb ik dan mijn zoon, die me op zulke momenten met de neus op de feiten duwt.

Ik fiets met hem langs mijn werk.
'kijk nano daar is mama de hele dag als jij bij Nijntje bent.'
Intussen rijden we onder een viaduct, direct naast mijn werk.
Zegt de zoon: 'zit je de hele dag onder de brug mama?'

zondag 20 juli 2008

3 x kort

1. Of je worst lust

Nano is vegetarier, overtuigd, van het principiële soort. Dat zijn moeder ook vegetarier is, berust volledig op toeval. Indoctrinatie is dus totaal niet aan de orde.

We staan in de supermarkt, en terwijl ik met mijn neus in de verschillende soorten pasta duik, zie ik vanuit mijn ooghoek een jonge dame in supermarktuniform naar mijn zoon toe stappen. 'Hier heb je een plakje worst', en nog voordat ik het voor elkaar krijg uit de pasta te duiken en mijn zoon te redden van deze nare slagerin, zit haar hand met dat plakje worst al praktisch in mijn zoons mond. Ik trek haar hand en het plakje worst in een beweging uit zijn mond. De vrouw kijkt verbaasd en beteuterd tegelijk, mijn zoon zet het op een krijsen. 'Hij hoeft geen worst' meld ik haar zo vriendelijk mogelijk. Ze kijkt naar mijn zoon, die tussen zijn schreeuwen en snikken door roept 'ik wihil wo-horst'. Ongeloofwaardig kijkt de jonge vrouw me aan. 'Weet u zeker dat hij geen worst wilt?'
En ja, dat weet ik zeker...

2. Oppassen
In de trein bij de deur staat een grote gespierde neger. Het type waarbij het cliche over het steegje 's nachts prima past. Nano kijkt de grote man met grote ogen aan, tilt zijn armpje op, priemt zijn wijsvingertje de richting van de grote sterke neger op, en zegt, op bedreigende toon; 'jij moet oppassen'...

3. Geloof
Nano en ik bakken pannenkoeken.Ondertussen staat het cdtje van Stef Bos op. We luisteren het vaak, dus Nano zingt de teksten zo nu en dan mee.
Zondag in Soweto komt langs, met de tekst:

Dit is de eerste keer
Dat ik in iets geloof
Ik geloof
En vraag niet wat
Maar ik geloof
In deze dag
Ik geloof
Vraag niet in wie
Maar ik geloof
Wat ik hier zie
Ik geloof in wat ik zie .

Nano is van de nuchtere slag en zegt, nadat ie naar de stapel pannenkoeken heeft gekeken: ik geloof dat de pannenkoeken klaar zijn...

zaterdag 19 juli 2008

google analytics

Ik heb een aantal vrienden die standaard mijn stukjes lezen, hetgeen mij goed doet. De reacties vind ik vaak erg leuk om te lezen, en behalve voor mezelf en voor als nano later groot is, schrijf ik ook voor jullie.

Maar mijn site wordt door meer mensen bezocht. En lang leve Google Analytics, want ik weet dus ook hoe ze me weten te vinden. En ik lig al een paar maanden dubbel als ik er weer eens aan denk te checken wat zoal de zoektermen zijn waarop men mijn site vindt. En die wil ik u niet onthouden :)

Zo heb ik met mijn stukje over Bom en Bam een hoop mensen weten te trekken, voornamelijk omdat ik het over een potje sperma had. Mensen bleken op zoek te zijn naar de combinatie tuinbroek + sperma, bom + sperma, sperma explosie, en het antwoord op de vraag of je misselijk wordt van sperma.

Dan mijn fietsensleutel-ellende-verhaal: het leverde een hoop bezoekers op die op zoek waren naar manieren om een (gestolen?) fiets van zijn axa-slot te ontdoen zonder daarbij een sleuteltje te gebruiken.
Over fietsen gesproken: er bestaan dus mensen die echt op zoek zijn naar 'de coolste fiets van het schoolplein' en dan te lezen krijgen dat ík zo'n fiets heb!

Dat ik bij mijn laatste reis naar Oeganda, dat land even -geheel ten onrechte natuurlijk- met Benidorm vergeleek, heeft me ook veel bezoekers opgeleverd. Mensen die nieuwsgierig waren naar hoe je een taxi in benidorm kunt vinden bijvoorbeeld, of die meer willen weten over een explosie in Benidorm.
En over explosies willen veel mensen wat weten. Van zout explosies, explosies in operatiekamers tot het maken van kleine explosies, al dan niet met gebruik van een jerrycan.

En dan zijn er nog mensen die op mijn site denken te kunnen vinden hoe ze ene dorine kunnen smsen of wat het telefoonnummer is van ene Hodsy.


Je vrouw betrappen in bed foto's....

hmmm ik ben bang dat ik al deze mensen behoorlijk teleur heb gesteld. gezien hun gemiddelde tijd dat ze op mijn site bleven hangen, hebben ze idd niet echt gevonden wat ze zochten.

Sorry mensen...

woensdag 9 juli 2008

tiba


Nano wilde een zusje. En dus kreeg Nano een poes. Poes Tiba. En nano vindt poes Tiba leuk. Wat zeg ik? Nano is stapelgek op Poes Tiba. Al vanaf dat we Tiba hebben opgehaald, bekommert hij zich over haar. 'Wat is er toch Tiba' hoor ik regelmatig door het huis, nadat het gemiauw van Tiba had geklonken. Ze spelen samen; Tiba kan hoog springen, en Nano doet dan ook zijn best met haar mee te springen.
Hij helpt ook, een glunderende machtsglimlach niet onderdrukkend, met het opvoeden van Tiba. 'Nee Tiba, wat zég ik nou? Níét op de tafel!' En alsof ie het al jaren doet, geeft hij Tiba een krachtig zetje bij haar kont zodat ze de tafel verlaat.
Maar het grootste deel van de tijd zijn Tiba en Nano dol op elkaar. Was ik laatst zo blij en trots dat Nano zijn eerste (en voorlopig laatste) liefdesverklaring naar mij had uitgesproken ('mamma, ik vind jou een liefe'), de zin 'Tiba ik vind jou een liefe' klinkt ongeveer 20 keer per dag door ons huis...


's Morgens vroeg komt Nano zijn bedje uit. Hij loopt de keuken in waar ik zijn boterhammetjes smeer. Terwijl hij zijn bloedeigen moeder volledig links laat liggen, zoekt hij met zijn ogen de kat. Zodra hij haar gevonden heeft, houdt hij zijn hoofd nog geen centimeter van haar koppie vandaan. 'Goede morgen Poes Tiba' klinkt het opgewekt, waarna hij haar nog iets wat op een kus lijkt geeft. Mijn best doen niet jaloers te klinken, vraag ik hem of ie tegen mij ook nog iets zegt. Zonder te stoppen met zijn kus en knuffelactie met Tiba hoor ik hem iets mompelen. Dat zullen zijn goede-morgen-wensen voor zijn moeder wel zijn geweest...

De rest van de dag gaan de twee nieuwe vrienden als een soort verliefd puberstel door het huis heen. Eens in de zoveel tijd trekt nano de deur van zijn kamer dicht. Als ik dan langzaam de deur open doe om te kijken wat hij aan het uitvreten is, ligt ie met Tiba samen te knuffelen op zijn bed. Aan zijn blik kan ik merken dat ie het niet op prijs stelt dat ik hem stoor in dit gezellige samenzijn met Poes Tiba.
De leuke activiteiten die ik voor dat moment had bedacht om met zoonlief samen te doen, kan ik wel op mijn buik schrijven.

Ik ben dol op rituelen, dus lees ik Nano elke dag vanuit de schommelstoel een verhaaltje voor, voor het slapen gaan. Nano is dol op die momenten, meestal verslinden we wel 4 boekjes, en 'nog een keer' wordt bijna na elk boekje wel gescandeerd. Het is op en top genieten, voor Nano en voor mij. Herstel: het wás op en top genieten. Want Nano heeft nu Tiba. En dus zit ik terwijl ik een bladzijde omsla te kijken naar twee kleine speelse wezentjes die niet van elkaar af kunnen blijven. Ik vraag eerst nog vriendelijk of Nano nog luistert naar het verhaal, en of hij niet naar de plaatjes wil kijken. Maar met deze aardige zinnetjes krijg ik zijn aandacht niet. Dus zeg ik dat ik maar stop met voorlezen als hij alleen maar interesse heeft in Tiba. De eerste keer dat ik hiermee dreig doet hij -uit beleefdheid?- nog de moeite om zich even op het voorleesritueel te concentreren. Maar dat blijkt te veel gevraagd voor de verliefde peuter, en als ik nog eens mijn dreigement uitspreek, lijkt hij niet eens meer te twijfelen en laat me, tussen het knuffelen door, weten dat ie het prima vindt als ik stop met voorlezen...

Het leek me zo leuk; een klein jochie met een poes. Ik zag ze al samen knuffelen, en spelen. En toen ik Tiba samen met Nano ging ophalen, bedacht ik me: dit is vast weer zoiets wat ik totaal verkeerd ingeschat heb. Nano kijkt vast niet naar het beestje om. Zitten we in een huis vol kattepis en kapotte gerdijnen zonder dat mijn zoon er lol in heeft. Maar niets was minder waar, zoals u heeft kunnen lezen. Ik had prima ingeschat hoe dol Nano zou zijn op de poes. Ik heb hem met Tiba een speelkameraadje en vriendje gegeven waar menig zusje of mensenvriendje niet aan kan tippen.Wat ben ik toch een held :)

En zo zie je maar weer: zelfs als je overduidelijk de enige enorme loser van een verhaal bent, kun je het met een beetje pijn en moeite in de slot-alinea toch nog zo draaien dat je er als held uit komt...!

zaterdag 31 mei 2008

ochtendspits

Ik word wakker van mijn telefoon. Hmmm, ik heb een loge zie ik, zijne koninklijke hoogheid Nano Dion Kasaana Mukasa Marc Francis Xavier heeft blijkbaar vannacht mijn bed verkozen om een bezoekje aan te brengen. En zo te zien is ie niet alleen gekomen. Ook muis en pop en aap en giraf -die eigenlijk een paard is- en zijn lievelingsboekjes liggen in mijn bed.



Knap hoe hij met de behoorlijke geringe hoeveelheid lichaamsoppervlakte toch minimal 50% van mijn bed weet te bezetten.
Ik schrik als ik zie hoevaak ik onbewust al op de snooze-knop heb gedrukt (waarom lijken de deuren van de wondere wereld van het wereldwijde web altijd pas na middernacht voor je open te gaan?...). Mijn zoon is nog niet wakker te krijgen, dus ik snel uit mijn bed om alvast boterhammen te smeren en andere dingen van het ochtendlijstje weg te werken. Ik zet melk op voor pap en als deze klaar is, probeer ik mijn zoon wakker te krijgen. Het lukt voor geen meter. Waar ik legio ouders hoor klagen dat ze in alle vroegte elke dag gewekt worden door hun kinderen, heb ik een exemplaar dat niet wakker te krijgen is. Ik doe het licht aan en er komt een gemurmel uit hem 'ik wil slááápen'. Jammer de bammer, want er moet nog vanalles gebeuren voordat hij klaar is om op het kinderdagverblijf te verschijnen en we hebben nog 25 minuten op de klok. Ik lok hem zijn bed uit met de mededeling dat er pap voor hem klaar staat. Het vreetzakkie heeft dáár wel oren naar en komt zonder mokken zijn -herstel MIJN- bed uit. Poppie blijkt ook honger te hebben en Nano zelf lijkt spontaan te zijn vergeten hoe z'n lepel ook al weer werkt. Dus zit ik, met de klok in mijn nek hijgend, poppie en Nano pap te voeren. Tussen twee happen door haal ik het arsenaal aan haarverzorgingsproducten voor Nano te voorschijn zodat ik tussen de overige happen zijn kroes/krul/krulloze haarbol in bedwang kan proberen te krijgen. Huphup na de laatste hap door naar de commode om aangekleed te worden.
Nog vijf minuten en dan moeten we echt op de fiets zitten. Ik trek zijn shirt aan en ontvang een klap in mijn gezicht :-/ Ah nee he, moet ie nu echt NU een beroep doen op mijn opvoedkundigheid? Vooruit: 'Auw nano, dat was niet aardig.'
'Ow solly mamma. Kusje op?'
'Zo beter?'
'Zal ik nog een kusje erop doen?'
En voor ik het weet zijn we twee minuten en 20 kusjes verder.
Tanden poetsen, jas aan -nee nano, niet je bodywarmer, dan krijg je het koud. wat zegt mamma nou?.
'Tekening naar buurmeisje mamma'.
In zijn hand een volgestempeld a4tje. Aaaaaah, iets zegt me dat ik hem dit gisteren in de avondspits beloofd heb. En iets anders zegt me dat beloftes niet nakomen voor je kind bijna nog erger is dan een draai om zijn oren verkopen. Dus hup met de tekening in de hand, de tas op de rug naar de fiets. Ik maak hem in een moordtempo duidelijk dat we écht niet, nee écht niet met zijn driewieler naar het kinderdagverblijf gaan. Ik til Nano op de fiets, rats, met zijn klitteband-schoentje langs mijn panty. Ik denk nog naief dat de ladder onder mijn rokje zit... Op dat moment realiseer ik me dat ik -zoals altijd- mijn portomenaie en werkpasje vergeten ben. Nano van de fiets af, hol ik terug naar binnen. 'Mamma wat zoehoek je?'
Ik kan mijn pasje natuurlijk nergens vinden en hoor Nano vanuit de tuin roepen; 'Mamma wat ben je kwijhijt?' (die twee zinnen zijn verdomd snel in zijn vocabulair opgenomen).
Met een tussenstop bij het buurmeisje waar hij dus middels tekeningen mee correspondeert, zitten we 8 minuten achter op schema op de fiets. Strakblauwe lucht. Wat zeg ik? He voel ik daar nou regen? Negeren. Negeren. 'Mama ik ben nahat...' Snel handelen. Ik stap af, één regenjas in de fietstas. Wat is erger; een drijfnatte eefju bij de grootste familie van nederland of een kinderdagverblijf dat denkt dat ik mijn kind laat nat regenen? En dus verdrinkt nano in mijn regenjas en ik in de regen.
Tien minuten heb ik ergens in te halen. Ik kan natuurlijk op het kinderdagverblijf ons ritueel van samen een puzzeltje voor een keertje laten vallen.
'Mamma gaan we bij nijntje samen puzzel maken?'
Dus.
Dus kom ik 15 minuten te laat, drijfnat, met een ladder in mijn panty die natuurlijk al lang niet meer alleen onder mijn rokje zit, zonder mijn pasje maar met mijn ontbijt onder mijn armen geklemd -want wanneer had ik dat ook alweer moeten nuttigen- bij de grootste familie aan.

En mijn familieleden van de grootste familie kijken er niet eens van op...het is weer een ochtend als alle anderen.

woensdag 23 april 2008

10 minuten gesprek

Het moederschap van mij wordt steeds echter. Zo werd ik vandaag tijdens mijn lunchpauze verwacht op de opvang van mijn zoon voor een heus 10 minutengesprek over mijn zoon en zijn ontwikkelingen.
Ik had me goed voorbereid. In mijn tas zat een briefje waarop ik de avond ervoor een aantal afkortingen op had geschreven die ik graag met mijn zoons opvangers zou willen bespreken. Het kan voor alleenstaande ouders heel fijn zijn eens in de zoveel tijd je licht te laten schijnen over je zoon met mensen die ook veel tijd met hem doorbrengen.

Ik neem plaats tegenover twee dames die zijn uitverkoren twee keer per week in het bijzijn van mijn zoon te mogen zijn.
Ik steek van wal. Dat het me was opgevallen dat mijn zoon behoorlijk snel van begrip is. Kort samengevat zijn er eigenlijk maar weinig dingen die hij niet begrijpt. Ik kijk de dames na een iets uitgebreidere samenvatting aan, en vraag of zij ook wel eens eraan denken dat mijn zoon allicht HB zou kunnen zijn.
De dames kijken elkaar aan. Ze mompelen dat ze hem nog nooit zo hadden bekeken. Maar ik zie in hun ogen de herkenning en instemming.
Ik snap ze wel; ik wil ook niet dat mijn zoon in een bijzondere positie wordt geplaatst. Dat is voor een kind ook niet leuk. Zeker voor mijn zoon niet, daar zou hij nog wel eens heel gevoelig op kunnen reageren. Dat is me al vaker opgevallen; het is een erg gevoelige jongen. Of het de dames wel eens is opgevallen? Of zij ook denken dat mijn zoon een HSP is? Ze zeggen dat hij inderdaad heel gevoelig is. Zie je nou. Lag het toch niet aan mij. Dat is altijd moeilijk inschatten he.
Ik vraag de dames wat mijn zoon zoal doet de hele dag. Hij speelt met blokjes. Speelt hij nooit op de piano? Ah, zie daar, dat waren de dames vergeten te vertellen. Mijn zoon is dol op de piano. En op de trommel. Zo klein als ie is, weet ie toch de verleiding te weerstaan ongecontroleerd wild op de toetsen of de trom te slaan, maar met volledige overgave en rust bespeelt hij het instrument alsof hij nooit anders gedaan heeft. Hoewel het qua genen niet in de lijn der verwachtingen ligt (want zelfs vaders is -in tegenstelling tot wat de vooroordelen over Den Donkere Medemens doen vermoeden- zo a-muzikaal als een baksteen), heb ik toch het idee dat mijn zoon allicht MB is. De dames kijken naar beneden. Een kliedert met een pen op een blaadje dat voor haar ligt iets wat lijkt op de letters M en B. Prettig dat zij het dus ook zien. Want hoewel je eigenlijk wel weet dat het niet iets is wat in jouw hoofd zit, is het toch altijd fijn bevestiging te zien.
Nog even checken of ze ook hebben gemerkt dat hij vrij druk kan zijn. Ik weet dat het niet meer echt in is, maar zou het eventueel nog een nasleep van het ADHD-tijdperk kunnen zijn? Allicht als voorzorg toch alvast beginnen aan Ritalin?

Ik kijk op mijn lijstje, ik heb alle afkortingen besproken met de dames, en ben erg blij dat ze hetzelfde erover denken als ik.
Als ik de dames een hand schud, bijna alsof we een convenant hebben afgesloten -wij weten hoe het zit met mijn zoon- fluistert een van de dames me iets toe.
'Volgens mij is het een DNK'.
Ik ken het begrip niet, maar het klinkt goed; een anagram van mijn zoons voorletters, dat kan sowieso nooit slecht zijn. Ze fluistert verder:
'Dat zijn kindjes die soms 's morgens wat chaggerijnig zijn, maar snel alweer supervrolijk. Enthousiast met hun armen zwaaien als het eten aankomt, leuk met andere kindjes spelen, maar wel hun voorkeur hebben voor bepaalde kinderen en andere kindjes een beetje vermijden omdat ze te druk zijn. Zich heel goed kunnen vermaken met Duplo, in het keukentje allerlei prakkies klaarmaken en vervolgens uitdelen, geconcentreerd bezig kunnen zijn met het maken van puzzeltjes. Zelden zo vervelend zijn dat ze gestraft moeten worden, maar wel soms bananen in hun oren hebben. Houden van knuffelen en kusjes uitdelen. Buiten het liefst in de grote auto zitten. Iedereen napraten, keihard liedjes zingen.'
Ik glim van trots. Dát is mijn zoon!!
Het schijnt een uitstervend soort te zijn, allicht niet zo hip als indigo-kinderen, maar wel héél speciaal!

Eefju
Moeder van een Dood Normaal Kind

donderdag 3 april 2008

hoop doet leven

Het Vaderloze gezin wat is er loos?

Invloed van het vaderloze gezin op kind en samenleving


Het is reeds lang onderkend en wetenschappelijk bewezen dat kinderen in alleen-moeder huishoudens eerder problemen ondervinden op het emotionele vlak, op vlak van opleiding en scholing, in financieel opzicht en tevens vertonen zij een gedrag dat doorgaans geassocieerd wordt met sociale uitsluiting, zoals tienerzwangerschappen, alcohol -en drugsgebruik, werkeloosheid,… Kinderen uit ‘alleen-moeder-huishoudens’ ervaren vaker armoede dan kinderen uit twee-oudergezinnen. Onderzoekers kunnen zich derhalve afvragen of de armoede het gevolg is van het opgroeien in alleen-moeder-gezinnen, of dat er ook nog andere factoren in het spel zijn, zoals ‘leven in armoede’ wat het gevolg zou kunnen zijn van, of versterkt zou kunnen zijn door het leven in een één-moeder-gezin. In dat geval zijn sommige gevolgen van het leven in een éénoudergezin ontstaan door een soort kettingreactie, die armoede veroorzaakt, wat op zijn beurt dan andere problemen veroorzaakt.
Alleenstaande moeders hebben tweemaal zoveel kans dan twee-oudergezinnen om op enig moment in armoede te leven en zij lopen tweemaal zoveel kans om chronisch in de lage inkomensgroepen te blijven. Eénoudergezinnen lopen ook een tweemaal verhoogd risico dat ze een beroep op sociale bijstand doen dan koppels met afhankelijke kinderen. Alleenstaande moeders hebben een grotere kans op stress, depressie en andere emotionele en psychische problemen: op de leeftijd van 33 zullen gescheiden en nooit getrouwde moeders 2,5 maal méér dan getrouwde moeders hoge niveaus van psychologische problemen ondervinden. Zij rapporteren zevenmaal vaker zenuwproblemen. Jongeren in éénoudergezinnen hebben tot 30 % meer kans dan jongeren in twee-oudergezinnen, te melden dat hun ouders zelden of nooit weten waar ze waren.
Kinderen die zonder hun biologische vader opgroeien hebben een grotere kans op armoede en achterstand: doorgaans belanden zij in de onderste 40 % van de inkomensladder, in vergelijking met kinderen die in twee-ouderhuishoudens leven. Tevens hebben zij een grotere kans op emotionele en mentale problemen: onderzoek heeft uitgewezen dat ze 2,5 keer meer kans hebben om zich soms of vaak ongelukkig te voelen. Ze scoren 3,5 keer vaker laag als het gaat om zelfwaardering. Een uitgebreid lange termijn onderzoek onder 1.400 Amerikaanse families bracht aan het licht dat 20 tot 25 % van de kinderen uit een gescheiden gezin, in hun gedrag, blijvende tekenen vertoont van depressiviteit, impulsiviteit (risico’s nemen), onverantwoordelijk- of antisociaal gedrag en dit tegenover 10 % onder kinderen uit intacte twee-oudergezinnen. Zij ondervinden ook meer problemen op school: zij hebben een aanzienlijk grotere kans om lager te scoren bij lezen, rekenen en denkvaardigheden en in 50 % meer gevallen hebben zij problemen met leerkrachten. Tot driemaal vaker ondervinden zij ook problemen in vriendschappen en vertonen zij gedragsproblemen en/of vertonen vaker asociaal gedrag. Vaak zijn zij ook agressiever tegenover volwassenen, naar andere kinderen toe en vernielen zij ook veel vaker bezittingen. Kinderen uit éénoudergezinnen zullen tweemaal vaker van huis weglopen als kinderen uit twee-oudergezinnen.
Tieners die zonder hun biologische vader opgroeien hebben een grotere kans om problemen te krijgen met hun seksuele gedrag. Zij hebben ook een veel grotere kans op seksueel contact vóór hun 16de levensjaar vergeleken met kinderen uit huishoudens met de twee biologische ouders. Meisjes uit éénouderhuishoudens hebben anderhalve keer zo grote kans om moeder te worden vóór hun 18de levensjaar. Jongens uit gescheiden gezinnen hebben bijna twee keer zo grote kans om vader te worden vóór hun 22ste levensjaar. De kans op crimineel gedrag verhoogd ook bij kinderen van gescheiden ouders: jongeren van 11 tot 16 jaar hebben doorgaans 25 % meer kans op crimineel gedrag dan hun leeftijdsgenoten die in een éénoudergezin leven. Jonge mannen uit éénoudergezinnen hebben anderhalve keer meer kans om recidivist te zijn dan die met gezinnen met twee biologische ouders. Het lijkt er op dat het leven in éénoudergezinnen het crimineel gedrag beïnvloedt, hoogstwaarschijnlijk tengevolge van verminderde aandacht van de ouders voor het kind. Tevens hebben zij ook een grotere kans om op jonge leeftijd te gaan drinken (40 %), roken (50 %) en om drugs te gebruiken (50 %) dan hun leeftijdsgenoten uit huishoudens met twee biologische ouders. Na correcties voor sociale afkomst, mate van ouderlijke aandacht, verbondenheid met het gezin, problemen van vrienden, broers en zussen met politie en schoolprestaties, hebben jongens in éénoudergezinnen dubbel zo veel kans om te spijbelen dan die uit twee-oudergezinnen. Kinderen die met een alleenstaande moeder leven hebben driemaal zoveel kans om van school gestuurd te worden. Zestienjarigen uit éénoudergezinnen hebben ook tweemaal zo grote kans om hun schoolopleiding af te breken zonder diploma dan diegene uit intacte gezinnen.
Jonge volwassenen die opgroeiden zonder hun biologische vaders hebben een aanzienlijk kleinere kans op een beroepskwalificatie: uit onderzoeken is gebleken dat kinderen uit gebroken gezinnen tweemaal zoveel kans hebben om geen beroepskwalificatie te verwerven voor hun 33ste levensjaar en dit vanwege de sterke relatie tussen de echtscheiding tijdens de kinderjaren enerzijds en armoede en gedragsproblemen in die zelfde periode anderzijds. De wisselwerkingen tussen de echtscheiding en andere jeugdproblemen en hun effect op de opleiding van jonge volwassenen zijn tamelijk ingewikkeld. Armoede en gedragsproblemen zijn belangrijke factoren in vermindering van het succes van onderwijs en een echtscheiding kan beide factoren versterken. Deze groep heeft tevens een grotere kans op werkloosheid en zodoende ook een grotere kans op een laag inkomen. Op 33-jarige leeftijd hebben mannen met een gebroken gezinsachtergrond tweemaal zoveel kans om werkloos te zijn en hebben ze doorgaans anderhalve keer zo vaak meer dan één periode van werkloosheid achter de rug sinds hun schooltijd dan diegenen uit intacte gezinnen. Voor vrouwen zijn de inkomenseffecten van de ouderlijke echtscheiding ingewikkeld doordat echtscheiding van de ouders leidt tot een grotere kans op vroege zwangerschap, wat op zichzelf weer leidt tot een lagere kans op tewerkstelling. Vrouwen uit gebroken gezinnen hebben gemiddeld inkomens die 20 % lager liggen dan die van degenen die opgroeiden in een twee-oudergezin en ze hebben 30 % meer kans om in de laagste inkomensklassen te zitten. Daarenboven heeft deze groep van jonge volwassenen een grotere kans om in de bijstand verzeild te raken en om dakloos te worden. Uit studies in diverse landen is gebleken dat gemiddeld 20 à 25 % van deze kinderen te maken krijgen met langdurige emotionele of gedragsproblemen en hebben zij tot 30 % meer kans om gezondheidsproblemen te krijgen. Een echtscheiding tijdens de kinderjaren verhoogd aanzienlijk de kans voor jonge volwassenen om zwaar aan de drank te raken en/of een probleemdrinker te worden. Doorgaans gaat deze groep vroeger relaties aan en vaker in de vorm van samenwonen. De kans op echtscheiding en beëindiging van hun samenlevingsvorm is ook aanzienlijk groter.



(bron: http://www.wuz.nl/tag/maatschappij/6988 )

nano: succes... :-/