zondag 14 december 2008

boom

Ik heb het al meerdere malen laten vallen: het moederschap doet rare dingen met je. Sommige dingen kun je wel van te voren bedenken, anderen worden in elk blad of boek speciaal voor kersverse ouders met veel grappig bedoelde anekdotes omschreven. En sommige dingen, die bedenk je gewoon niet. En daar sta je dan opeens, op zondag, met je zoon van net 3 jaar, een uitje te hebben in de Intratuin...

Het begon al toen ik in 2005 hoogzwanger was, en ineens een kerststal móést hebben. Wat zou dat kleine kindje in mijn buik wel niet denken als ie zou zien dat ie in een nestje terecht was gekomen, waar niet eens een kerststal aanwezig is? En dus kocht ik een kerststal.

En dit jaar bekroop me opeens het gevoel dat ik mijn zoon heel wat te kort zou doen, als hij zou opgroeien in een huis zonder kerstboom. (dit gevoel beperkt zich tot de tijd rond kerst, goddank). En dus kocht ik een kerstboom.

En dus haalde ik het in mijn hoofd om er een uitje van te maken om spulletjes te kopen om in die kerstboom te hangen. En dus vertrokken wij vanmiddag op de fiets naar de Intratuin, om met legio andere mensen te snuffelen tussen de honderden lampjes en kerstballen. En het bleek nog leuk ook, met warme chocomel, een kerstman waar mijn zoon eerst niks van wilde weten en vervolgens niet bij weg te krijgen was, een levende kerststal met een heel politiek correct zwart schaapje, en een miniatuur kerstdorp waar de efteling nog iets van zou kunnen leren.

En dus stond ik vandaag in mijn eentje de kerstboom te versieren; mijn zoon had natuurlijk veel meer interesse in al het speelgoed dat hij op zijn verjaardag had gekregen. Daar ging mijn behoefte om mijn warme herinneringen aan het uitpakken van de kerstballen en de kerststal van vroeger, nieuw leven in te blazen. Terwijl zoonlief een stel kabouters in een kasteel probeerde op te sluiten, was ik ondanks dat zoonlief niet deelnam aan het ritueel alsnog blij dat ik wél voor onbreekbare kerstballen had gekozen. Want je kunt veel van het moederschap zeggen, maar handiger heeft het me nou niet bepaald gemaakt.

En dus stond ik na een aardige tijd, toch enigszins tevreden te kijken naar mijn kerstboom. Dat moederschap mag er dan voor gezorgd hebben dat ik het ineens nodig vind zo'n boom met alle poeha eromheen in huis te halen; mijn smaak heeft het gelukkig niet aangetast; ik vind ze nog steeds spuuglelijk!

dinsdag 21 oktober 2008

groter huis gezocht

Toen ik, bijna hoogzwanger, tegen dit huisje aanliep, was ik natuurlijk helemaal in de wolken. Ik kan me nog levendig herinneren dat ik helemaal gelukkig werd bij het zien van al die deuren die op mijn gang uitkomen. Wauw! En een kamertje voor mijn kleine babytje, helemaal fijn. Inmiddels zijn we 3 jaar verder. En in die drie jaar heeft dat kleine babytje ietsje meer bij elkaar verzameld dan alleen een rammelaar, en dus wordt het al een tijdje best een beetje krap. De laatste tijd gaat het echter in een sneltreinvaart.


Zo heb ik sinds een maandje of wat overal in mijn huis poorten en tunnels en bruggen staan. Het moeilijke is, dat ik ze meestal niet met het blote oog zie. Ik heb inmiddels de tunnels leren te herkennen; een rijtje van een aantal dekens op de grond wijst er 9 van de 10 keer op dat er een tunnel op die plek aanwezig is. Bruggen zijn ook goed te herkennen, meestal door een rij met stoelen midden door de woonkamer. Maar poorten zijn, hoe goed ik ook mijn best doe, door mij nog steeds niet zomaar te zien. Gelukkig heb ik een zoon die me met liefde vertelt waar ze staan. 'Ho, stop. Hier is een poort. Zeg het toverwoord.' Of ik moet opeens mijn portemonnee trekken. Op een dag rijzen er zo 8 poorten en tunnels en bruggen op, in dat kleine huisje van mij is dat best krap.
Soms wordt mijn huis opeens gevuld door een enorme hoge toren, te herkennen aan kramp in mijn been, aangezien dat been vaak de steunpilaar voor de toren vormt.

Het wordt kortom allemaal nogal krap hier.
Zeker nu Nano en ik hier niet meer alleen wonen. Overdag nog wel, maar 's nachts worden we vergezeld door een heel leger aan kabouters en piraten, die voornamelijk op nano's kamer regelmatig feestjes en bijeenkomsten organiseren. En nu heb ik daar zelf in de woonkamer natuurlijk niet zo'n last van, maar als Nano écht wil slapen, dan worden alle kabouters en piraten naar buiten gebonjourd. En nu de winter eraan zit te komen, zie ik het al wel gebeuren dat ze vervolgens allemaal bij mij in de woonkamer blijven hangen.

U begrijpt: ik ben gaan zoeken naar een nieuw huis. Nu heb ik iets op het oog dat qua grootte te doen moet zijn, en qua prijs ook wel.

Maar ik zie het al voor me: binnen een mum van tijd zullen de kamers gevuld zijn met ridders, prinsjes en prinsesjes. En voor ik het weet moet ik mijn zoon elke avond wegtrekken uit riddertoernooien die uiteraard telkens precies op zijn kamer plaats vinden. En voor het slapengaan moet ik uiteraard tig keer checken of de ophaalbruggen wel zijn opgehaald, kijken of de hoge torens nog niet door vijandige ridders met kanonskogels zijn beschoten....

Wat is nu wijsheid? Zal ik hier toch maar blijven zitten, en me er maar bij neerleggen dat ik zo nu en dan bijna over een poortje struikel om vervolgens op de teen van een kabouter te stappen, of zal ik me maar storten in een nieuw avontuur en voor nano alvast een passend riddershelmpje op de kop proberen te tikken?

vrijdag 17 oktober 2008

Een peutertje in de grote wereld

Nano leest in de trein de krant. Op de voorpagina staat een foto van twee Islamitische dames, met een hoofddoekje om hun hoofd.
'Kijk mama! Kaboutertjes!!'

Nano kijkt een perconferentie van Wouter Bos.
'Mama, wie is dat?'
'Dat is Wouter Bos, Nano.'
'Ow Pieter Post he mama! Waar is zijn poes?'

Nano ziet een reportage van EenVandaag over wijlen Malalai Kakar. Als zij bedekt door een Burka haar werk gaat doen, zegt Nano:
'Kijk mama! Een paraplu.'
...
'Hé, de paraplu praat!'

dinsdag 2 september 2008

de maatschappelijke ladder

Een kind baren gaat onherroepelijk gepaard met een ongelofelijke berg opofferingen. Dat is waar menigeen mij tijdens mijn zwangerschap mee bang probeerde te maken, of voor probeerde te bereiden op dat wat komen zou. En natuurlijk hadden ze gelijk. Meer dan dat je je erop kan voorbereiden, hoeveel boekjes je ook leest, hoeveel ervaringsdeskundigen je ook spreekt, houdt het leven dat je had op op het moment dat er zo'n klein wormpje op je buik gelegd wordt.

Maar ik kan niet zeggen dat ik nou zo'n enorme heimwee heb naar de tijd dat ik tot twee uur 's middags met een enorme kater in mijn bed lag te stinken. Of dat ik met vrienden in depressieve buien niet anders kon concluderen dan dat het leven kut is, en tevens totaal zinloos. Of je niet-cool voelen omdat je eens een zaterdagavond thuis zit.
De enige opoffering waar ik zo nu en dan eens goed over kan sippen, is die van mijn carriére. Ik kan niet zeggen dat het allemaal anders loopt dan ik vroeger in mijn hoofd had, want ik hád vroeger niets in mijn hoofd. Maar ik merk wel dat ik eens in de zoveel tijd overvallen word door een enorme honger naar werk waar ik wél het idee heb iets toe te kunnen voegen, waar ik wat kan met de dingen waar ik jaren lang voor heb gevochten om voor mezelf toe te geven dát ik ze kán. Mijn kont vraagt zo nu en dan om een zakelijke pluim.
Maar er zijn ook tijden dat ik helemaal vergeet dat ik ooit misschien andere dingen ambieerde, dat ik als ik in Oeganda een andere keuze had gemaakt, nu tussen 9 en 5 (of dan wslk tussen 9 en 11 uur 's avonds) waarschijnlijk dingen had gedaan waar ik een stuk gelukkiger van zou worden dan van mijn huidige werkzaamheden.
Gelukkig heb ik dan mijn zoon, die me op zulke momenten met de neus op de feiten duwt.

Ik fiets met hem langs mijn werk.
'kijk nano daar is mama de hele dag als jij bij Nijntje bent.'
Intussen rijden we onder een viaduct, direct naast mijn werk.
Zegt de zoon: 'zit je de hele dag onder de brug mama?'

zondag 20 juli 2008

3 x kort

1. Of je worst lust

Nano is vegetarier, overtuigd, van het principiële soort. Dat zijn moeder ook vegetarier is, berust volledig op toeval. Indoctrinatie is dus totaal niet aan de orde.

We staan in de supermarkt, en terwijl ik met mijn neus in de verschillende soorten pasta duik, zie ik vanuit mijn ooghoek een jonge dame in supermarktuniform naar mijn zoon toe stappen. 'Hier heb je een plakje worst', en nog voordat ik het voor elkaar krijg uit de pasta te duiken en mijn zoon te redden van deze nare slagerin, zit haar hand met dat plakje worst al praktisch in mijn zoons mond. Ik trek haar hand en het plakje worst in een beweging uit zijn mond. De vrouw kijkt verbaasd en beteuterd tegelijk, mijn zoon zet het op een krijsen. 'Hij hoeft geen worst' meld ik haar zo vriendelijk mogelijk. Ze kijkt naar mijn zoon, die tussen zijn schreeuwen en snikken door roept 'ik wihil wo-horst'. Ongeloofwaardig kijkt de jonge vrouw me aan. 'Weet u zeker dat hij geen worst wilt?'
En ja, dat weet ik zeker...

2. Oppassen
In de trein bij de deur staat een grote gespierde neger. Het type waarbij het cliche over het steegje 's nachts prima past. Nano kijkt de grote man met grote ogen aan, tilt zijn armpje op, priemt zijn wijsvingertje de richting van de grote sterke neger op, en zegt, op bedreigende toon; 'jij moet oppassen'...

3. Geloof
Nano en ik bakken pannenkoeken.Ondertussen staat het cdtje van Stef Bos op. We luisteren het vaak, dus Nano zingt de teksten zo nu en dan mee.
Zondag in Soweto komt langs, met de tekst:

Dit is de eerste keer
Dat ik in iets geloof
Ik geloof
En vraag niet wat
Maar ik geloof
In deze dag
Ik geloof
Vraag niet in wie
Maar ik geloof
Wat ik hier zie
Ik geloof in wat ik zie .

Nano is van de nuchtere slag en zegt, nadat ie naar de stapel pannenkoeken heeft gekeken: ik geloof dat de pannenkoeken klaar zijn...

zaterdag 19 juli 2008

google analytics

Ik heb een aantal vrienden die standaard mijn stukjes lezen, hetgeen mij goed doet. De reacties vind ik vaak erg leuk om te lezen, en behalve voor mezelf en voor als nano later groot is, schrijf ik ook voor jullie.

Maar mijn site wordt door meer mensen bezocht. En lang leve Google Analytics, want ik weet dus ook hoe ze me weten te vinden. En ik lig al een paar maanden dubbel als ik er weer eens aan denk te checken wat zoal de zoektermen zijn waarop men mijn site vindt. En die wil ik u niet onthouden :)

Zo heb ik met mijn stukje over Bom en Bam een hoop mensen weten te trekken, voornamelijk omdat ik het over een potje sperma had. Mensen bleken op zoek te zijn naar de combinatie tuinbroek + sperma, bom + sperma, sperma explosie, en het antwoord op de vraag of je misselijk wordt van sperma.

Dan mijn fietsensleutel-ellende-verhaal: het leverde een hoop bezoekers op die op zoek waren naar manieren om een (gestolen?) fiets van zijn axa-slot te ontdoen zonder daarbij een sleuteltje te gebruiken.
Over fietsen gesproken: er bestaan dus mensen die echt op zoek zijn naar 'de coolste fiets van het schoolplein' en dan te lezen krijgen dat ík zo'n fiets heb!

Dat ik bij mijn laatste reis naar Oeganda, dat land even -geheel ten onrechte natuurlijk- met Benidorm vergeleek, heeft me ook veel bezoekers opgeleverd. Mensen die nieuwsgierig waren naar hoe je een taxi in benidorm kunt vinden bijvoorbeeld, of die meer willen weten over een explosie in Benidorm.
En over explosies willen veel mensen wat weten. Van zout explosies, explosies in operatiekamers tot het maken van kleine explosies, al dan niet met gebruik van een jerrycan.

En dan zijn er nog mensen die op mijn site denken te kunnen vinden hoe ze ene dorine kunnen smsen of wat het telefoonnummer is van ene Hodsy.


Je vrouw betrappen in bed foto's....

hmmm ik ben bang dat ik al deze mensen behoorlijk teleur heb gesteld. gezien hun gemiddelde tijd dat ze op mijn site bleven hangen, hebben ze idd niet echt gevonden wat ze zochten.

Sorry mensen...

woensdag 9 juli 2008

tiba


Nano wilde een zusje. En dus kreeg Nano een poes. Poes Tiba. En nano vindt poes Tiba leuk. Wat zeg ik? Nano is stapelgek op Poes Tiba. Al vanaf dat we Tiba hebben opgehaald, bekommert hij zich over haar. 'Wat is er toch Tiba' hoor ik regelmatig door het huis, nadat het gemiauw van Tiba had geklonken. Ze spelen samen; Tiba kan hoog springen, en Nano doet dan ook zijn best met haar mee te springen.
Hij helpt ook, een glunderende machtsglimlach niet onderdrukkend, met het opvoeden van Tiba. 'Nee Tiba, wat zég ik nou? Níét op de tafel!' En alsof ie het al jaren doet, geeft hij Tiba een krachtig zetje bij haar kont zodat ze de tafel verlaat.
Maar het grootste deel van de tijd zijn Tiba en Nano dol op elkaar. Was ik laatst zo blij en trots dat Nano zijn eerste (en voorlopig laatste) liefdesverklaring naar mij had uitgesproken ('mamma, ik vind jou een liefe'), de zin 'Tiba ik vind jou een liefe' klinkt ongeveer 20 keer per dag door ons huis...


's Morgens vroeg komt Nano zijn bedje uit. Hij loopt de keuken in waar ik zijn boterhammetjes smeer. Terwijl hij zijn bloedeigen moeder volledig links laat liggen, zoekt hij met zijn ogen de kat. Zodra hij haar gevonden heeft, houdt hij zijn hoofd nog geen centimeter van haar koppie vandaan. 'Goede morgen Poes Tiba' klinkt het opgewekt, waarna hij haar nog iets wat op een kus lijkt geeft. Mijn best doen niet jaloers te klinken, vraag ik hem of ie tegen mij ook nog iets zegt. Zonder te stoppen met zijn kus en knuffelactie met Tiba hoor ik hem iets mompelen. Dat zullen zijn goede-morgen-wensen voor zijn moeder wel zijn geweest...

De rest van de dag gaan de twee nieuwe vrienden als een soort verliefd puberstel door het huis heen. Eens in de zoveel tijd trekt nano de deur van zijn kamer dicht. Als ik dan langzaam de deur open doe om te kijken wat hij aan het uitvreten is, ligt ie met Tiba samen te knuffelen op zijn bed. Aan zijn blik kan ik merken dat ie het niet op prijs stelt dat ik hem stoor in dit gezellige samenzijn met Poes Tiba.
De leuke activiteiten die ik voor dat moment had bedacht om met zoonlief samen te doen, kan ik wel op mijn buik schrijven.

Ik ben dol op rituelen, dus lees ik Nano elke dag vanuit de schommelstoel een verhaaltje voor, voor het slapen gaan. Nano is dol op die momenten, meestal verslinden we wel 4 boekjes, en 'nog een keer' wordt bijna na elk boekje wel gescandeerd. Het is op en top genieten, voor Nano en voor mij. Herstel: het wás op en top genieten. Want Nano heeft nu Tiba. En dus zit ik terwijl ik een bladzijde omsla te kijken naar twee kleine speelse wezentjes die niet van elkaar af kunnen blijven. Ik vraag eerst nog vriendelijk of Nano nog luistert naar het verhaal, en of hij niet naar de plaatjes wil kijken. Maar met deze aardige zinnetjes krijg ik zijn aandacht niet. Dus zeg ik dat ik maar stop met voorlezen als hij alleen maar interesse heeft in Tiba. De eerste keer dat ik hiermee dreig doet hij -uit beleefdheid?- nog de moeite om zich even op het voorleesritueel te concentreren. Maar dat blijkt te veel gevraagd voor de verliefde peuter, en als ik nog eens mijn dreigement uitspreek, lijkt hij niet eens meer te twijfelen en laat me, tussen het knuffelen door, weten dat ie het prima vindt als ik stop met voorlezen...

Het leek me zo leuk; een klein jochie met een poes. Ik zag ze al samen knuffelen, en spelen. En toen ik Tiba samen met Nano ging ophalen, bedacht ik me: dit is vast weer zoiets wat ik totaal verkeerd ingeschat heb. Nano kijkt vast niet naar het beestje om. Zitten we in een huis vol kattepis en kapotte gerdijnen zonder dat mijn zoon er lol in heeft. Maar niets was minder waar, zoals u heeft kunnen lezen. Ik had prima ingeschat hoe dol Nano zou zijn op de poes. Ik heb hem met Tiba een speelkameraadje en vriendje gegeven waar menig zusje of mensenvriendje niet aan kan tippen.Wat ben ik toch een held :)

En zo zie je maar weer: zelfs als je overduidelijk de enige enorme loser van een verhaal bent, kun je het met een beetje pijn en moeite in de slot-alinea toch nog zo draaien dat je er als held uit komt...!

zaterdag 31 mei 2008

ochtendspits

Ik word wakker van mijn telefoon. Hmmm, ik heb een loge zie ik, zijne koninklijke hoogheid Nano Dion Kasaana Mukasa Marc Francis Xavier heeft blijkbaar vannacht mijn bed verkozen om een bezoekje aan te brengen. En zo te zien is ie niet alleen gekomen. Ook muis en pop en aap en giraf -die eigenlijk een paard is- en zijn lievelingsboekjes liggen in mijn bed.



Knap hoe hij met de behoorlijke geringe hoeveelheid lichaamsoppervlakte toch minimal 50% van mijn bed weet te bezetten.
Ik schrik als ik zie hoevaak ik onbewust al op de snooze-knop heb gedrukt (waarom lijken de deuren van de wondere wereld van het wereldwijde web altijd pas na middernacht voor je open te gaan?...). Mijn zoon is nog niet wakker te krijgen, dus ik snel uit mijn bed om alvast boterhammen te smeren en andere dingen van het ochtendlijstje weg te werken. Ik zet melk op voor pap en als deze klaar is, probeer ik mijn zoon wakker te krijgen. Het lukt voor geen meter. Waar ik legio ouders hoor klagen dat ze in alle vroegte elke dag gewekt worden door hun kinderen, heb ik een exemplaar dat niet wakker te krijgen is. Ik doe het licht aan en er komt een gemurmel uit hem 'ik wil slááápen'. Jammer de bammer, want er moet nog vanalles gebeuren voordat hij klaar is om op het kinderdagverblijf te verschijnen en we hebben nog 25 minuten op de klok. Ik lok hem zijn bed uit met de mededeling dat er pap voor hem klaar staat. Het vreetzakkie heeft dáár wel oren naar en komt zonder mokken zijn -herstel MIJN- bed uit. Poppie blijkt ook honger te hebben en Nano zelf lijkt spontaan te zijn vergeten hoe z'n lepel ook al weer werkt. Dus zit ik, met de klok in mijn nek hijgend, poppie en Nano pap te voeren. Tussen twee happen door haal ik het arsenaal aan haarverzorgingsproducten voor Nano te voorschijn zodat ik tussen de overige happen zijn kroes/krul/krulloze haarbol in bedwang kan proberen te krijgen. Huphup na de laatste hap door naar de commode om aangekleed te worden.
Nog vijf minuten en dan moeten we echt op de fiets zitten. Ik trek zijn shirt aan en ontvang een klap in mijn gezicht :-/ Ah nee he, moet ie nu echt NU een beroep doen op mijn opvoedkundigheid? Vooruit: 'Auw nano, dat was niet aardig.'
'Ow solly mamma. Kusje op?'
'Zo beter?'
'Zal ik nog een kusje erop doen?'
En voor ik het weet zijn we twee minuten en 20 kusjes verder.
Tanden poetsen, jas aan -nee nano, niet je bodywarmer, dan krijg je het koud. wat zegt mamma nou?.
'Tekening naar buurmeisje mamma'.
In zijn hand een volgestempeld a4tje. Aaaaaah, iets zegt me dat ik hem dit gisteren in de avondspits beloofd heb. En iets anders zegt me dat beloftes niet nakomen voor je kind bijna nog erger is dan een draai om zijn oren verkopen. Dus hup met de tekening in de hand, de tas op de rug naar de fiets. Ik maak hem in een moordtempo duidelijk dat we écht niet, nee écht niet met zijn driewieler naar het kinderdagverblijf gaan. Ik til Nano op de fiets, rats, met zijn klitteband-schoentje langs mijn panty. Ik denk nog naief dat de ladder onder mijn rokje zit... Op dat moment realiseer ik me dat ik -zoals altijd- mijn portomenaie en werkpasje vergeten ben. Nano van de fiets af, hol ik terug naar binnen. 'Mamma wat zoehoek je?'
Ik kan mijn pasje natuurlijk nergens vinden en hoor Nano vanuit de tuin roepen; 'Mamma wat ben je kwijhijt?' (die twee zinnen zijn verdomd snel in zijn vocabulair opgenomen).
Met een tussenstop bij het buurmeisje waar hij dus middels tekeningen mee correspondeert, zitten we 8 minuten achter op schema op de fiets. Strakblauwe lucht. Wat zeg ik? He voel ik daar nou regen? Negeren. Negeren. 'Mama ik ben nahat...' Snel handelen. Ik stap af, één regenjas in de fietstas. Wat is erger; een drijfnatte eefju bij de grootste familie van nederland of een kinderdagverblijf dat denkt dat ik mijn kind laat nat regenen? En dus verdrinkt nano in mijn regenjas en ik in de regen.
Tien minuten heb ik ergens in te halen. Ik kan natuurlijk op het kinderdagverblijf ons ritueel van samen een puzzeltje voor een keertje laten vallen.
'Mamma gaan we bij nijntje samen puzzel maken?'
Dus.
Dus kom ik 15 minuten te laat, drijfnat, met een ladder in mijn panty die natuurlijk al lang niet meer alleen onder mijn rokje zit, zonder mijn pasje maar met mijn ontbijt onder mijn armen geklemd -want wanneer had ik dat ook alweer moeten nuttigen- bij de grootste familie aan.

En mijn familieleden van de grootste familie kijken er niet eens van op...het is weer een ochtend als alle anderen.

woensdag 23 april 2008

10 minuten gesprek

Het moederschap van mij wordt steeds echter. Zo werd ik vandaag tijdens mijn lunchpauze verwacht op de opvang van mijn zoon voor een heus 10 minutengesprek over mijn zoon en zijn ontwikkelingen.
Ik had me goed voorbereid. In mijn tas zat een briefje waarop ik de avond ervoor een aantal afkortingen op had geschreven die ik graag met mijn zoons opvangers zou willen bespreken. Het kan voor alleenstaande ouders heel fijn zijn eens in de zoveel tijd je licht te laten schijnen over je zoon met mensen die ook veel tijd met hem doorbrengen.

Ik neem plaats tegenover twee dames die zijn uitverkoren twee keer per week in het bijzijn van mijn zoon te mogen zijn.
Ik steek van wal. Dat het me was opgevallen dat mijn zoon behoorlijk snel van begrip is. Kort samengevat zijn er eigenlijk maar weinig dingen die hij niet begrijpt. Ik kijk de dames na een iets uitgebreidere samenvatting aan, en vraag of zij ook wel eens eraan denken dat mijn zoon allicht HB zou kunnen zijn.
De dames kijken elkaar aan. Ze mompelen dat ze hem nog nooit zo hadden bekeken. Maar ik zie in hun ogen de herkenning en instemming.
Ik snap ze wel; ik wil ook niet dat mijn zoon in een bijzondere positie wordt geplaatst. Dat is voor een kind ook niet leuk. Zeker voor mijn zoon niet, daar zou hij nog wel eens heel gevoelig op kunnen reageren. Dat is me al vaker opgevallen; het is een erg gevoelige jongen. Of het de dames wel eens is opgevallen? Of zij ook denken dat mijn zoon een HSP is? Ze zeggen dat hij inderdaad heel gevoelig is. Zie je nou. Lag het toch niet aan mij. Dat is altijd moeilijk inschatten he.
Ik vraag de dames wat mijn zoon zoal doet de hele dag. Hij speelt met blokjes. Speelt hij nooit op de piano? Ah, zie daar, dat waren de dames vergeten te vertellen. Mijn zoon is dol op de piano. En op de trommel. Zo klein als ie is, weet ie toch de verleiding te weerstaan ongecontroleerd wild op de toetsen of de trom te slaan, maar met volledige overgave en rust bespeelt hij het instrument alsof hij nooit anders gedaan heeft. Hoewel het qua genen niet in de lijn der verwachtingen ligt (want zelfs vaders is -in tegenstelling tot wat de vooroordelen over Den Donkere Medemens doen vermoeden- zo a-muzikaal als een baksteen), heb ik toch het idee dat mijn zoon allicht MB is. De dames kijken naar beneden. Een kliedert met een pen op een blaadje dat voor haar ligt iets wat lijkt op de letters M en B. Prettig dat zij het dus ook zien. Want hoewel je eigenlijk wel weet dat het niet iets is wat in jouw hoofd zit, is het toch altijd fijn bevestiging te zien.
Nog even checken of ze ook hebben gemerkt dat hij vrij druk kan zijn. Ik weet dat het niet meer echt in is, maar zou het eventueel nog een nasleep van het ADHD-tijdperk kunnen zijn? Allicht als voorzorg toch alvast beginnen aan Ritalin?

Ik kijk op mijn lijstje, ik heb alle afkortingen besproken met de dames, en ben erg blij dat ze hetzelfde erover denken als ik.
Als ik de dames een hand schud, bijna alsof we een convenant hebben afgesloten -wij weten hoe het zit met mijn zoon- fluistert een van de dames me iets toe.
'Volgens mij is het een DNK'.
Ik ken het begrip niet, maar het klinkt goed; een anagram van mijn zoons voorletters, dat kan sowieso nooit slecht zijn. Ze fluistert verder:
'Dat zijn kindjes die soms 's morgens wat chaggerijnig zijn, maar snel alweer supervrolijk. Enthousiast met hun armen zwaaien als het eten aankomt, leuk met andere kindjes spelen, maar wel hun voorkeur hebben voor bepaalde kinderen en andere kindjes een beetje vermijden omdat ze te druk zijn. Zich heel goed kunnen vermaken met Duplo, in het keukentje allerlei prakkies klaarmaken en vervolgens uitdelen, geconcentreerd bezig kunnen zijn met het maken van puzzeltjes. Zelden zo vervelend zijn dat ze gestraft moeten worden, maar wel soms bananen in hun oren hebben. Houden van knuffelen en kusjes uitdelen. Buiten het liefst in de grote auto zitten. Iedereen napraten, keihard liedjes zingen.'
Ik glim van trots. Dát is mijn zoon!!
Het schijnt een uitstervend soort te zijn, allicht niet zo hip als indigo-kinderen, maar wel héél speciaal!

Eefju
Moeder van een Dood Normaal Kind

donderdag 3 april 2008

hoop doet leven

Het Vaderloze gezin wat is er loos?

Invloed van het vaderloze gezin op kind en samenleving


Het is reeds lang onderkend en wetenschappelijk bewezen dat kinderen in alleen-moeder huishoudens eerder problemen ondervinden op het emotionele vlak, op vlak van opleiding en scholing, in financieel opzicht en tevens vertonen zij een gedrag dat doorgaans geassocieerd wordt met sociale uitsluiting, zoals tienerzwangerschappen, alcohol -en drugsgebruik, werkeloosheid,… Kinderen uit ‘alleen-moeder-huishoudens’ ervaren vaker armoede dan kinderen uit twee-oudergezinnen. Onderzoekers kunnen zich derhalve afvragen of de armoede het gevolg is van het opgroeien in alleen-moeder-gezinnen, of dat er ook nog andere factoren in het spel zijn, zoals ‘leven in armoede’ wat het gevolg zou kunnen zijn van, of versterkt zou kunnen zijn door het leven in een één-moeder-gezin. In dat geval zijn sommige gevolgen van het leven in een éénoudergezin ontstaan door een soort kettingreactie, die armoede veroorzaakt, wat op zijn beurt dan andere problemen veroorzaakt.
Alleenstaande moeders hebben tweemaal zoveel kans dan twee-oudergezinnen om op enig moment in armoede te leven en zij lopen tweemaal zoveel kans om chronisch in de lage inkomensgroepen te blijven. Eénoudergezinnen lopen ook een tweemaal verhoogd risico dat ze een beroep op sociale bijstand doen dan koppels met afhankelijke kinderen. Alleenstaande moeders hebben een grotere kans op stress, depressie en andere emotionele en psychische problemen: op de leeftijd van 33 zullen gescheiden en nooit getrouwde moeders 2,5 maal méér dan getrouwde moeders hoge niveaus van psychologische problemen ondervinden. Zij rapporteren zevenmaal vaker zenuwproblemen. Jongeren in éénoudergezinnen hebben tot 30 % meer kans dan jongeren in twee-oudergezinnen, te melden dat hun ouders zelden of nooit weten waar ze waren.
Kinderen die zonder hun biologische vader opgroeien hebben een grotere kans op armoede en achterstand: doorgaans belanden zij in de onderste 40 % van de inkomensladder, in vergelijking met kinderen die in twee-ouderhuishoudens leven. Tevens hebben zij een grotere kans op emotionele en mentale problemen: onderzoek heeft uitgewezen dat ze 2,5 keer meer kans hebben om zich soms of vaak ongelukkig te voelen. Ze scoren 3,5 keer vaker laag als het gaat om zelfwaardering. Een uitgebreid lange termijn onderzoek onder 1.400 Amerikaanse families bracht aan het licht dat 20 tot 25 % van de kinderen uit een gescheiden gezin, in hun gedrag, blijvende tekenen vertoont van depressiviteit, impulsiviteit (risico’s nemen), onverantwoordelijk- of antisociaal gedrag en dit tegenover 10 % onder kinderen uit intacte twee-oudergezinnen. Zij ondervinden ook meer problemen op school: zij hebben een aanzienlijk grotere kans om lager te scoren bij lezen, rekenen en denkvaardigheden en in 50 % meer gevallen hebben zij problemen met leerkrachten. Tot driemaal vaker ondervinden zij ook problemen in vriendschappen en vertonen zij gedragsproblemen en/of vertonen vaker asociaal gedrag. Vaak zijn zij ook agressiever tegenover volwassenen, naar andere kinderen toe en vernielen zij ook veel vaker bezittingen. Kinderen uit éénoudergezinnen zullen tweemaal vaker van huis weglopen als kinderen uit twee-oudergezinnen.
Tieners die zonder hun biologische vader opgroeien hebben een grotere kans om problemen te krijgen met hun seksuele gedrag. Zij hebben ook een veel grotere kans op seksueel contact vóór hun 16de levensjaar vergeleken met kinderen uit huishoudens met de twee biologische ouders. Meisjes uit éénouderhuishoudens hebben anderhalve keer zo grote kans om moeder te worden vóór hun 18de levensjaar. Jongens uit gescheiden gezinnen hebben bijna twee keer zo grote kans om vader te worden vóór hun 22ste levensjaar. De kans op crimineel gedrag verhoogd ook bij kinderen van gescheiden ouders: jongeren van 11 tot 16 jaar hebben doorgaans 25 % meer kans op crimineel gedrag dan hun leeftijdsgenoten die in een éénoudergezin leven. Jonge mannen uit éénoudergezinnen hebben anderhalve keer meer kans om recidivist te zijn dan die met gezinnen met twee biologische ouders. Het lijkt er op dat het leven in éénoudergezinnen het crimineel gedrag beïnvloedt, hoogstwaarschijnlijk tengevolge van verminderde aandacht van de ouders voor het kind. Tevens hebben zij ook een grotere kans om op jonge leeftijd te gaan drinken (40 %), roken (50 %) en om drugs te gebruiken (50 %) dan hun leeftijdsgenoten uit huishoudens met twee biologische ouders. Na correcties voor sociale afkomst, mate van ouderlijke aandacht, verbondenheid met het gezin, problemen van vrienden, broers en zussen met politie en schoolprestaties, hebben jongens in éénoudergezinnen dubbel zo veel kans om te spijbelen dan die uit twee-oudergezinnen. Kinderen die met een alleenstaande moeder leven hebben driemaal zoveel kans om van school gestuurd te worden. Zestienjarigen uit éénoudergezinnen hebben ook tweemaal zo grote kans om hun schoolopleiding af te breken zonder diploma dan diegene uit intacte gezinnen.
Jonge volwassenen die opgroeiden zonder hun biologische vaders hebben een aanzienlijk kleinere kans op een beroepskwalificatie: uit onderzoeken is gebleken dat kinderen uit gebroken gezinnen tweemaal zoveel kans hebben om geen beroepskwalificatie te verwerven voor hun 33ste levensjaar en dit vanwege de sterke relatie tussen de echtscheiding tijdens de kinderjaren enerzijds en armoede en gedragsproblemen in die zelfde periode anderzijds. De wisselwerkingen tussen de echtscheiding en andere jeugdproblemen en hun effect op de opleiding van jonge volwassenen zijn tamelijk ingewikkeld. Armoede en gedragsproblemen zijn belangrijke factoren in vermindering van het succes van onderwijs en een echtscheiding kan beide factoren versterken. Deze groep heeft tevens een grotere kans op werkloosheid en zodoende ook een grotere kans op een laag inkomen. Op 33-jarige leeftijd hebben mannen met een gebroken gezinsachtergrond tweemaal zoveel kans om werkloos te zijn en hebben ze doorgaans anderhalve keer zo vaak meer dan één periode van werkloosheid achter de rug sinds hun schooltijd dan diegenen uit intacte gezinnen. Voor vrouwen zijn de inkomenseffecten van de ouderlijke echtscheiding ingewikkeld doordat echtscheiding van de ouders leidt tot een grotere kans op vroege zwangerschap, wat op zichzelf weer leidt tot een lagere kans op tewerkstelling. Vrouwen uit gebroken gezinnen hebben gemiddeld inkomens die 20 % lager liggen dan die van degenen die opgroeiden in een twee-oudergezin en ze hebben 30 % meer kans om in de laagste inkomensklassen te zitten. Daarenboven heeft deze groep van jonge volwassenen een grotere kans om in de bijstand verzeild te raken en om dakloos te worden. Uit studies in diverse landen is gebleken dat gemiddeld 20 à 25 % van deze kinderen te maken krijgen met langdurige emotionele of gedragsproblemen en hebben zij tot 30 % meer kans om gezondheidsproblemen te krijgen. Een echtscheiding tijdens de kinderjaren verhoogd aanzienlijk de kans voor jonge volwassenen om zwaar aan de drank te raken en/of een probleemdrinker te worden. Doorgaans gaat deze groep vroeger relaties aan en vaker in de vorm van samenwonen. De kans op echtscheiding en beëindiging van hun samenlevingsvorm is ook aanzienlijk groter.



(bron: http://www.wuz.nl/tag/maatschappij/6988 )

nano: succes... :-/

dinsdag 25 maart 2008

als de kat van huis is

het kind ging logeren.
en dus was de moeder alleen de hele avond en nacht. feest. wilde plannen. ze eindigde in de hoofdstad, oh en ah zeggen tegen een nieuw mensje, praten over borstvoeding en het ouderschap. daarna ging ze in het donker met de bus en de trein naar huis, want er was niemand die voor het donker thuis moest zijn om te slapen. Op het station kocht ze een mars want er was niemand die geen mars mocht maar er wel om zou gaan smeken. In de trein ging ze boven zitten, want er was geen wagentje waarmee gesleept diende te worden. Haar voeten op de bank tegenover haar, want er was geen kind dat het goede voorbeeld voorgeschoteld moest krijgen. Ze las de Rails, want er was niemand die liever wilde dat ze 'paardje paardje' speelde, of zijn blokjes opraapte, of dikkie dik voorlas. Toen ze haar aansluiting miste, mompelde ze godverdomme, want er was geen echo die goffedomme zou zeggen. Met haar fiets zigzagde ze tussen de strepen op het fietspad door, want er was niemand die achter van haar bagagedrager zou vallen. Thuis zette ze de muziek hard aan, want er was niemand die boos uit zijn kamertje zou komen, met zijn knuffel onder zijn arm geklemd, wrijvend in zijn ogen.
's Morgens zette ze haar wekker extra vaak op snooze want er was niemand die eerst nog wakker gemaakt diende te worden en kleren aan moest hebben, en pap moest eten. Ze werd wakker onder de douche, want er was niemand die haar daarvoor al had wakker gemaakt, noch was er iemand die onder de douche voordurend de regie over de douchekop opeiste waardoor de moeder blauwbekkend náást de warme waterstralen moest staan. Ze at cruesli, want er was niemand die bij het zien van een bak cruesli onmiddellijk zou weigeren nog een hap van die suffe Brinta te eten. En ondertussen zat ze op de bank, met het ontbijtnieuws op de tv aan, want er was niemand die ze wilde bijbrengen dat de tv 's morgens helemaal niet nodig is. Ze pakte haar tas in, deed open en bloot een pakje Sultana's in haar tas, want er was niemand die bij het zien van de Sultana's zo wild zou worden dat ie het komende uur niet te temmen zou zijn. Ze fietste extra laat van huis weg, want er hoefde niemand weggebracht te worden. En terwijl ze op de fiets nog éénmaal zigzagde tussen de straatbelijning, stoepje op en af fietste, haar hand niet uitstak toen ze ergens insloeg en hardop vloekte toen een automobilist haar geen voorrang gaf, bedacht ze:
wild hoor zo'n kindloze dag....

donderdag 13 maart 2008

de tussenstand

Om me heen is de bom gebarsten. (aanstaande) Kersverse ouders schieten als paddestoelen uit de grond. Allemaal vol nieuwsgierigheid, vraagtekens, alsof ze voor de magische deur van de Mini Playbackshow staan. Geen idee wat er achter die deur zit, alleen dat het totaal anders is dan alles wat er voor die deur zat.
Spannend wat voor mensje d'r in die dikke buiken zit, maar bijna net zo spannend: wat voor ouders er schuilgaan achter al die vrienden van me.
Het zet me uiteraard aan het denken wat voor ouder ik nou eigenlijk geworden ben, en wat mijn verwachtingen waren. Na dik twee jaar is het een mooi moment om eens de balans op te maken.

Ik kan nog moeilijk achterhalen wat mijn verwachtingen van mijzelf als moeder waren. Ik denk dat ik gemakkelijkerwijs mezelf zag als een soort cloon van mijn moeder. En heel gemakkelijk wilde ik zijn, niet te gecompliceerd, niet te krampachtig, niet te bezorgd, flexibel. En alsjeblieft niet iemand die alleen maar over haar kind kan praten, iemand die ook nog gewoon zichzelf is, niet alleen de moeder van. En het leek me dat ik nuchter genoeg was om boven al die vreselijk zwepende moedergevoelens te staan. Geen roze brilletje voor mij.

En nu de praktijk.

De drie RRRen, mijn ouders hadden er volgens mij nog nooit van gehoord, of ze hebben het weggewimpeld omdat het niet bij al hun hippie-idealen paste. Al vrij snel na de geboorte raakte ik in de ban van de R van Regelmaat. Wat gedijde dat kleine babietje er goed bij als alles volgens een redelijk strak ritme ging. En ook die peuter doet het uitstekend, met zijn vaste bedtijd, avondeten op een vast tijdstip. Zelfs als we na een dag hard werken pas om tien over zes ons huis binnenkomen, staan om half 7 twee dampende borden met overheerlijk eten klaar op de tafel. Ik ken mezelf amper terug, maar zelfs ik vind het prettig in zo'n ritme te leven.
Dan hebben we de R van Rust. Ook die is hier een tijd lang heilig geweest. Ik dacht vroeger: mijn kind kan overal wel slapen, gaat vrolijk mee naar feestjes en en en. Niks daarvan. Nano's bedtijd is, zeker in zijn baby/dreumes-tijd, heilig goed geweest hier in huis. De dag wordt gepland om zijn slaapjes heen, die hij netjes in zijn bed doet. Tijden veranderen, intussen is dat babietje een peutertje die wat makkelijker ietsje later naar bed gaat, en de tijden van zijn middagslaapje aanpast aan de plek waar hij die dag is.
De R van Reinheid...
Tja.
Haha, hoe naief kun je zijn? Ik dacht dus écht dat het moederschap van mij ook meteen een goede of op z'n minst een betere huisvrouw zou maken. Hoe dat in elkaar zou steken, geen idee....Maar ik kan jullie vertellen: niks is minder waar. Arme arme Nano, moet ie in net zo'n rommelig nest opgroeien als ik.

Flexibel ben ik wel, al zijn zijn slaaptijden heilig. Ik ben die stoere moeder geworden die zomaar eventjes met haar kind naar Afrika reist. Dat dan weer wel. Van overbezorgdheid heb ik volgens mij ook geen last, krampachtigheid heb ik mezelf ook nog niet op kunnen betrappen.

en dan. Dat moedergevoel, dat niet te veel willen praten over je kind, een eigen leven willen hebben naast het moederschap...In de afgelopen twee jaar is me wel duidelijk geworden dat Nano onbetwistbaar een deel van mijn leven ís, en het zou juist krampachtig zijn dát te ontkennen. Op mijn werk doe ik wel erg mijn best niet elke dag met voor andere doodvermoeiende anekdotes te komen over wat voor grappige dingen mijn zoon nou weer heeft gezegd. Ik probeer niet elke leuke foto die ik heb in een lijstje boven mijn bureau te hangen. En het kost me verdomd veel moeite...

Maar het meest opvallend vind ik nog wel, dat ik zo ongelofelijk gelukkig word van zijn bestaan, dat ik al vrolijk word als ik zijn schoentjes zie staan op de gang, van hoe hij in zijn bedje ligt met zijn poppie naast hem, zijn aapie om zijn nek, hoe hij 's morgens naar mijn bedje toe tippelt om even te melden dat 'nano wakkel is'. Niks is beter voor mijn humeur dan Nano die achter op de fiets alle liedjes die hij kent uit volle borst zingt. Zijn lach als hij mijn hoofd bij het kinderdagverblijf om het hoekje ziet verschijnen, is goud waard. Met hem in de hangstoel vlak voor het slapen een verhaaltje voorlezen, nadat hij eerst heeft besloten welke knuffels vanavond mee mogen luisteren, het is puur genieten. Zijn eigen taaltje dat langzaamaan steeds meer doorspekt wordt met woorden die ik ook ken, is de mooiste taal op aarde. Niks is lekkerder dan door zijn lekkere krullenbos kroelen. 'Mmmmm Lekkel mamma' is het beste compliment voor mijn kookkunsten. En een kusje van hem op een zere plek laat elke pijn als sneeuw voor de zon verdwijnen. Elke dag is Nano nóg leuker dan de dag ervoor, en de liefde groeit en groeit maar.
Ik hoor mezelf op een feestje zeggen dat sinds Nano er is, geen enkele dag nutteloos is. Jaja, heb je een emmertje? Maar het is verdorie zooo waar.
De keuze die ik deze week precies 3 jaar geleden maakte, en die voor velen, zelfs voor mijzelf, zo onnavolgbaar was, komt zonder twijfel met stip op nummer 1 in de top 10 van beste keuzes allertijden.

En het aller allermeeste heb ik mezelf verbaasd met dat ik het tegenwoordig dus voor elkaar krijg zulke zoetsappige teksten op mijn weblog neer te zetten, en er elk woord nog van te menen ook...



foto gemaakt door mara.

zondag 24 februari 2008

sleutels, pijn en chaos

Donderdag kreeg ik mijn nieuwe sleutels binnen. De dag erna dus met mijn hipste fiets van het schoolplein naar het werk. Ik haal de fiets uit de schuur. en als in een sprookje vielen op dat moment vanuit de hemel met een spotje erop en een gouden randje erom, mijn originele sleutels voor mijn voeten...

En ik was niets eens verbaasd.

Netzomin was er ook maar één iemand te vinden die op het hele sleutelverhaal verbaasd reageerde met: jeetje eefju, dat jóú dat nou moet gebeuren.

En dat doet pijn.

Wat ook pijn doet is een trein die afgelopen zaterdag speciaal voor mij stopte zodat de conducteur kon gaan zoeken naar iets wat uiteraard gewoon in de zak van mijn vest (hoe weet ik nou weer dat daar óók een zak in zit?) bleek te zitten.

En wat ook pijn doet is het zweet dat over mijn hele lichaam verschijnt als ik op mijn werk op die dag dat ik voor het eerst met mijn hippe fiets was gekomen, een mailtje ontvang met de tekst:
Op de binnenplaats is een fietssleutel gevonden. Deze is op te halen bij de
receptie.

En dat terwijl ik niet eens op de binnenplaats geweest was.

En wat ook pijn doet is al dat wachten dat ik mijn zoon aandoe, als hij met zijn mutsje op en zijn jasje aan klaar staat om te vertrekken, maar ik eerst nog overal moet zoeken waar mijn portemennee is. Of als ie helemaal van de fiets af moet klouteren omdat moeders toch haar pasje voor werk niet bij zich heeft. En uiteraard ook niet precies weet waar ze dat voor het laatst heeft gehad.

Ik wil geen pijn meer. Vandaar mijn dringende oproepje:

Chaoot zoekt controlfreak om de fijne kneepjes van het vak te leren en samen gelukkig te worden.

zondag 17 februari 2008

niets fiets

Gek is dat. Ik hou van fietsen. Al mijn hele leven volgens mij. op mijn 9de fietste ik op een waggel fietsje op en neer van Limburg naar Zeeland, op mijn 16de -zonder versnellingen wil ik er nog wel even bij vermelden (en ik had overigens 5.48 voor de cito, had ik dat al eens gemeld? ) - naar Parijs, later ook nog in Hongarije, en tijdens mijn puberteit trotseerde ik elke dag de Windraak of de Kellener of 'het veld' terwijl mijn plaatsgenootjes allemaal hadden gekozen voor een school die veel dichterbij lag. Jarenlang droomde ik ervan ooit nog eens op de fiets van apenbroodboom tot apenbroodboom in Afrika te fietsen (toen ik tijdens mijn laatste verblijf in uganda een boek las van iemand die daadwerkelijk van Senegal naar Tanzania was gefiets, was ik vrij snel genezen van deze droom. Er zijn grenzen). Ik en fietsen is dus eigenlijk best een goede combi.

Ik en fíétsen daarentegen....

Tijdens mijn middelbareschoolperiode stierven mijn fietsen altijd een snelle dood door de ellende die ik ze aandeed met mijn krantenwijkje.
Tijdens mijn studie werden mijn fietsen massaal gejat. En even massaal vond ik ze weer terug. Stond bijvoorbeeld mijn mooie fietsje waar ik zoveel tranen om had gelaten toen iemand zomaar besloot dat het nu ZIJN fiets was, zomaar opeens voor mijn neus in de fietsenstalling van het station. Ventielen eruit, bij de hema een slot gescoord, slot aan de fiets. Briefje erbij: Geachte dief, ik hoop dat u genoten heeft van mijn fiets. Nu zou ik hem graag weer zelf willen gebruiken. Bedankt voor het verwijderen van uw slot. Toen was het weer MIJN fiets.
Dezelfde fiets trof ik enkele maanden later zomaar opeens aan in de hand van een nogal slecht uitziende man. Ik denk dat ie ook stonk, al heb ik dat niet geroken, moet ik eerlijkheidshalve eraan toevoegen. Maar hij had dus mijn fiets vast. Maar even later had ik mijn fiets weer vast, was ie toch nog van mij. En is ie onder mijn derriere oud geworden en uiteindelijk ook gestorven.

Toen ik moeder werd, kocht ik een betere fiets. En na anderhalfjaar was ie opeens weg. Had um op het station gezet toen ik mocht zien hoe mijn vrienden elkaar het ja-woord gaven, en hij stond er niet meer toen ik later op de dag met mijn zoon in de stromende regen terug kwam. Ik moest hard huilen en het regende ook hard en het leven was even ook hard, best harmonieus dus eigenlijk.
De dag erna moest zoonlief gewoon naar de opvang gebracht worden, en moeders werd gewoon weer verwacht bij de grootste familie. Dus kocht moeders een nieuwe fiets, en daarbij keek ze niet op een euro. Een echte moederfiets. Fijn. De plaatstelijke krant schrijft een paar weken later op pagina 18 een klein stukje over de gemeente die heeft besloten fietsen te verplaatsen op het station die verkeerd geparkeerd staan. Ik kom aan op het station, op de plek waar ik mijn fietsje had achtergelaten, is niks te lezen over dat het verboden terrein is, laat staan dat verkeerd geparkeerde fietsen verplaatst worden. Maar helemaal achter het station staat, tussen heel veel andere voor gestolen aangenomen fietsen, inderdaad mijn mooie vertrouwde, maar door de regen en de ellende behoorlijk verrotte fiets. Toen had ik er ineens twee.

Maar dat duurde niet heel lang. Afgelopen maand besloot iemand anders dat hij of zij mijn dure en nog bijna nieuwe moederfiets beter kon gebruiken dan ik. Kan ik inkomen, dus ik kocht een nieuwe. En ik heb geen auto en wel een zoon en verantwoordelijkheden en zo, en nog steeds wensen om verre stukken te fietsen, dus ik koos weer niet voor een simpel modelletje. En ook niet voor een simpel slot. Ik fietste van de winkel naar huis, fiets in het schuurtje, op slot. Zoonlief en ik lopen naar de deur. Zoonlief vraagt de sleutel. En daarna heb ik de sleutels nooit meer gezien.

In mijn schuur staat een heel mooie fiets, de coolste van het schoolplein als ik de website van de winkel mag geloven, en intussen weet ik dat in mijn brievenbus de afstandsbediening voor mijn dvdspeler lag, dat in mijn printer de fiches zijn te vinden van een spelletje, dat er in mijn geluidsbox een tampon, een pen, 3 bouten van zoonliefs werkbankje en een onderdeel van zijn rietjesbeker liggen. En ik weet nu dat ik laatst per ongeluk een wasknijper heb opgezogen en dat mijn afval grotendeels bestaat uit luiers. En ik weet ook dat ik morgen nano weer ouderwets op mijn gammele fietsje, die ooit weken lang op het station stond weg te kwijnen, naar de oppas breng...

maandag 21 januari 2008

BOM BAM ik wil een zusje MAM

Nano wil een zusje.

Dat weet hij zelf nog niet, maar het is wel zo.

En dus zit Nano's mama met de handen in haar haar. Dat ik op mijn 25ste mijn hoofd zou openbreken over het vraagstuk: hoe maak ik een zusje voor mijn zoon dat had ik natuurlijk nooit verwacht. Maar ik pieker me wat af. Mijn hoofd voelt een beetje als een escher-driehoek:
al mijn gedachtes, mogelijkheden en afwegingen, lijken uiteindelijk toch niet aan elkaar te lijmen te zijn, terwijl ze toch een soort van geheel vormen.

Het grote ding is natuurlijk dat stomme regeltje van het takes two, terwijl ik behoorlijk one ben. En dat helemaal niet erg vind, behalve nu dan. En dus zit ik opeens met mijn neus in de artikelen over BOM's en BAM's en ik krijg een bijzonder onpasselijk gevoel als ik er aan denk dat dan zomaar het moment zou kunnen komen dat ik al mijn mannelijke vrienden alleen maar zie als sperma-producenten, dat ik bij ze ga smeken of ik een potje mag hebben van dat wondermiddel.
En dat de bel gaat, en dat dat de meneer van Select Mail is, met een potje sperma in zijn handen. (goed dat ik er over nadenk: het scheelt een hoop stappen als hij gewoon zijn eigen potje sperma bij me afgeeft...)
En ik word letterlijk misselijk als ik denk aan zelf in te brengen spuitjes vol met potentiele zaadjes die na het inbrengen gaan vechten om samen met mijn eitje Zusje te maken. En dat ik dan de komende 20 jaar maar moet zien of die chauffeur van Select net zo'n gevoel voor humor heeft als ik, of dat ik opeens zit opgescheept met een sjaggerijnig Zusje, dat niet snapt dat Gummbah ontzettend grappig is, en Ab Normaal helemaal níét om te lachen is.

En trouwens, ik weet niks van cycli, eisprongen, vruchtbare dagen en dat soort zaken, en ik vertik het te gaan zitten uitrekenen wanneer de tijd rijp is om actie te ondernemen.


En had ik niet ooit besloten dat een kindje goed te doen was alleen, maar dat het met twee allemaal wel heel erg ingewikkeld zou worden?


En was er niet iets met liefde in combinatie met kinderen krijgen?

Dus, uh, allemaal heel leuk dat gebam en gebom (en ze zullen vast niet allemaal meer tuinbroeken dragen en mannen verafschuwen) maar ik geloof dat ik er toch maar niet in mee ga.


Blijft over: toch maar een échte man zoeken, die dan ook bij me intrekt en de vader uithangt voor Zusje, en Zusjes overgeef opruimt, haar kast in elkaar timmert, Nano en Zusje helpt ontbijtje op bed te maken op moederdag. Klinkt goed. Maar ja, zie mijn explosie van 20 oktober afgelopen jaar; ik word er verder niet echt warm van, van de rest van dat idee. En ik ken ook geen enkele (uh jawel, wel een enkele, maar die houdt dan weer van Ab Normaal, leeft 6000 km verderop, of anderzins) man die wél warm wordt van dat idee.



Dus blijft over: een moeder en een zoontje, een onoplosbaar vraagstuk en een handje vol levenswijsheden (tijd heelt alle wonden, komt tijd, komt raad enz enz) die hopelijk toepasselijk zijn.

dinsdag 1 januari 2008

nachigulli

De laatste dagen van mijn tijd in Oeganda had ik nog één blogje in mijn hoofd, over de bijzondere band tussen Nano en Nachigulli, een negenjarig meisje. Terwijl ik in mijn hoofd een begin maakte aan het stukje, wist ik nog niet dat Nachigulli een dag voor mijn vertrek door een auto zou worden aangereden.
Nachigulli dus. Negen jaar geleden geboren in een dorp in Afrika. Haar moeder werd niet lang daarna vermoord door de echtgenote van haar vader. Daar zat ze dan, mamma dood en pappa duidelijk wel wat anders te doen dan een meisje opvoeden. Ze belandde dus bij oma (zie daarvoor mijn les over Moedergevoelens uit het jaar 2005), die haar zonder twijfel opnam, net als de dochter van de vrouw die Nachigulli's moeder om het leven bracht.
Ik leerde Nachigulli kennen in 2005 toen ik voor het eerst naar Oeganda ging. Ze kwam naast me zitten en begon heel venijnig in mijn arm te knijpen. Ze lachte gemeen naar me als ze zag dat ik pijn had van haar geknijp. Vervelend meisje, dacht ik. Ze bleef komen en op een gegeven moment werd het knijpen minder en toen bleek ze gewoon een heel lief meisje te zijn. Ik leerde haar allerlei Nederlandse kinderliedjes die ze nog steeds uit haar hoofd kent (en daardoor is mijn zoon wslk het enige kind ter wereld die 'deze vuist op deze vuist' van een Oegandees kindje heeft geleerd).
Ik begon haar steeds meer te waarderen en had er moeite mee dat ze door anderen vooral werd gezien als een meisje dat alles fout deed. Voortdurend klonk op boze toon haar naam door het dorp, om haar terecht te wijzen op iets wat ze nu weer fout had gedaan (of niet).




Dit jaar kwam ik met mijn zoon naar Oeganda, en Nachigulli en Nano, het was vanaf moment één een perfecte combinatie. Zo jong als ze zijn, zo anders qua achtergrond, leeftijd en taal; die twee hadden een klik waar al snel het hele dorp weet van had en waar de andere kinderen jaloers op waren. Het liefst speelde Nachigulli net iets te wilde spelletjes met Nano, hetgeen Nano bijzonder goed wist te waarderen. Schaterlachend liet ie zich om haar lichaam heen gooien terwijl zijn moeder er alles aan deed niet heel bezorgd haar kind uit de handen van Nachigulli te trekken. Of ze liep de hele dag met Nano op haar heup of rug door het dorp. Ze gaven elkaar dikke knuffels en kusjes.

Ze zongen samen liedjes en Nachigulli kwam elke dag voordat ze naar de put vertrok om water te halen even dag zeggen tegen haar vriendje. Dat afscheid viel steeds zwaarder, en toen Nano het op een hartverscheurend krijsen zetten zodra zij zwaaiend uit het zicht verdween, besloot Nachigulli Nano elke dag op haar rug mee te nemen naar de whale. Vrolijk zwaaiend 'bye mama' verdween Nano dan uit mijn gezichtsveld; het afscheid met zijn moeder ging hem duidelijk minder moeilijk af. De heenweg naar de put toe was een groot feest. 2 Kilometer de helling afrennen terwijl de jerrycannen achter hun aanbungelden. Op de terugweg moesten die twee kilometer omhoog geklommen worden, ditmaal met volle jerrycans. Bikkel Nachigulli, nog steeds maar 9 jaar oud, tilde elke dag eerst de jerrycans een stuk de helling op om vervolgens terug te rennen om Nano op haar rug te tillen om het stukje helling opnieuw te beklimmen. In dubbele etappes legde ze de route al tillend af. En ze deed het met liefde.

Ik wandelde met een vriend een heel stuk de bush in, om te kijken waar hij een huis had gebouwd, toen zijn telefoon ging. Hij sprak in Luganda, hing op en zei tegen mij: there is terrible news. Nachigulli is hit by a car.
Ik omarm oma, die als een hoopje ongeluk in de hoek van de kamer zit. Ik krijg mijn tranen niet onder controle. 'Nachigulli is probably dead' waren Bakers woorden geweest toen we hem in het dorp tegenkwamen. Ik kon moeilijk inschatten hoe ik die woorden moest interpreteren. Was het in het rijtje van al die verkeersdoden, van al die mensen die overleden waren in de tijden dat ik in Oeganda was, van de vriend van Baker die de dag daarvoor zomaar overleed? Of paste het meer in het rijtje van al die mensen die ik dit jaar weer begroet had, ook al had ik van Baker aan de telefoon over velen van hen gehoord dat ze 'almost dead' waren?
Ik baalde dat ik nooit had geleerd te bidden en dat ik nergens in geloofde waarnaar toe ik zou kúnnen bidden dat Nachigulli bij die laatste groep zou horen.
Terwijl ik buiten bij oma mijn zoon bezighield, kwam het nieuws. Nachigulli is back. She is allright.
Ze lag op de bank. Met grote verbaasde en angstige ogen keek ze de kamer rond. Geen blik van herkenning, wel van grote angst. She is allright. En ze hadden haar een wit zakje met 6 pillen meegegeven, 3 times a day, had de nurse er op gezet. Geen diagnose, geen bijlsuiter, niks. She is allright. Ze kan niet meer normaal nadenken, ze herkent niks of niemand, maar ze is allright hoor. Terwijl mijn zoon naar haar toekroop, werd ik overvallen door een ontzettend woest gevoel over de gezondheidszorg. Tuurlijk, het was een groot feest te zien dat ze leefde, maar mijn hoofd kon er niet bij dat doktoren zo'n ongeval met een zakje ondefinieerbare pillen afdeden. Niet eens een advies dat ze moest blijven liggen of iets dergelijks. Ik maak me boos dat niemand haar vertroetelt. Wat is dat toch voor iets geks met dit land, dat zelfs als een kind een zwaar auto-ongeluk heeft gehad, niemand haar een knuffel geeft?


De glimlach die altijd op haar gezicht verschijnt bij het zien van Nano, blijft achterwege. Wel slaat ze haar arm om hem heen en sluit hem zo in haar armen, in haar wereldje.
Ik eis dat ze terug gaat naar een goed ziekenhuis. Dat doen ze.
Ze komen terug met een veel grotere berg medicijnen. En een iets beter gestelde Nachigulli. Ze lacht als ze Nano ziet en Nano blijft tot we weer vertrekken naar Nederland in haar armen liggen als mascotte die haar weer helemaal beter zal maken.


Lieve lieve Nachigulli, ik hoop zo dat die gekke pillen haar echt zullen helpen, dat haar hersenen niet op een of andere manier toch allerlei langetermijnschade hebben opgelopen, en dat ze volgend jaar weer even vrolijk als voorheen met mijn zoon door het dorp zal springen.