maandag 1 april 2013

papa

Nano's papa woont in Afrika. Zoës papa niet. Die woont in de telefoon. Elke ochtend als Zoë bij mij in bed kruipt en mijn telefoon ziet, is de eerste zin die ze zegt: mag ik papa kijken? En dan kijkt ze naar de foto's die haar vader eens in de zoveel tijd door stuurt naar ons, met haar vingertjes over het touchscreen zwiepend alsof ze in de baarmoeder al beschikte over een smartfoon. Zoë geniet van de fotos van haar vader. Meestal staat hij erop met een geit of een eend of een koe of terwijl hij avocado's plukt en eet. Toen haar vader hier de vorige keer was, nam ik zijn stem op met mijn telefoon terwijl hij een Oegandees kinderliedje zong. Tot ik die opname kwijt raakte, was ook dat iets waar Zoë vaak naar vroeg. Als ze verdrietig was, kon haar papa die zo ver weg woont haar daarmee toch troosten.

Soms woont Zoës vader niet in de telefoon. Dan loopt hij gewoon in het wild. En dan begint ze enthousiast 'Papa Papa' te roepen. De betreffende wildvreemde man snapt meestal wel hoe de vork ongeveer in de steel zit, als hij kijkt naar het plaatje van mijn witte huid, Zoës lichtbruine huid, en de donkerbruine huid van hemzelf. En meestal laat de man in zijn donkere gezicht een mooie glimlach zien. En dan is Zoë tevreden.

Nog een week of 6, dan kan ze haar zwiepende vingertje over het echte gezicht van haar papa laten glijden en hoeft ze niet meer naar wildvreemde Afrikanen papa te roepen. Ik hoop voor d'r dat ze niet zó modern is dat ze de telefoon-variant leuker vindt dan de echte...