maandag 18 december 2017

Hans en Grietje in drie dialogen

1.
‘Heb je het al gehoord?’
‘Niet te doen he!’
‘Hoe kun je dat nou over je hart verkrijgen, je kinderen het huis uitzetten zodat je zelf meer te eten hebt!’
‘Terwijl zij er toch niet echt uit ziet alsof ze onmiddellijk omvalt van de honger.’
‘Maar ja, het zijn niet haar kinderen he. Dat is toch anders he.’
‘Ja dat zag je ook met die vrouw uit het bos in het Oosten, die had toch ook haar stiefkinderen weg gestuurd? Maar die kwamen telkens mooi weer terug!’
‘En vergeet die ene stiefmoeder niet, met die appel en die bloedmooie dochter, jaren geleden.’
‘Ja, die was zelf dan ook lelijker dan de nacht, geen wonder dat ze jaloers was op dat kind.’
‘Blijkbaar kun je alleen stiefmoeder worden als je haren op je kin hebt en een pukkelige neus.’
‘Daar vallen weduwnaars blijkbaar op.’
‘Nou dan maken wij geen schijn van kans, ha!’
‘Och die arme kinderen toch, misschien zijn ze al wel doodgevroren. Of opgevreten door een wolf.’
‘Nou, laten we die kinderen ook niet heilig verklaren. Laten we eerlijk zijn; het was een stelletje bloed-irritante kinderen.’
‘Bij de hand! Vreselijk. Zou het er geen dag mee uithouden eerlijk gezegd. Hij heeft die kinderen ook veel te veel verwend nadat hun moeder overleed.’
‘Dat is een valkuil he. Denken dat die kinderen dan zielig zijn en dat je niet meer boos op ze mag worden.’
‘Ja, en je ziet wat er van komt. Hij heeft ze er geen dienst mee bewezen.’
‘Maar ja, ook geen man met ruggengraat he. Je ziet wel wie daar de broek aan heeft.’
‘Zit tot over zijn oren onder de plak.’
‘Mag de naam kerel niet eens dragen eigenlijk he.’
‘Arme Lia, ze zou zich in haar graf omdraaien als ze zou zien wat er allemaal gaande is.’
‘Nou over de doden natuurlijk niks dan goeds. Maar over Lia heb ik ook wel eens gehoord dat ze het bijltje er wel heel snel bij heeft neergegooid.’
‘Je hebt gelijk. Dat heb ik ook wel eens gedacht...echt gestreden heeft ze niet he, om haar ziekte te verslaan.’
‘Je zou van een goede moeder toch wat meer verwachten.’
‘En je ziet nu wat er uiteindelijk van komt. Het hele dorp al weer dagen in rep en roer...’

2.
   ‘Naam?’ hij klonk niet bepaald vriendelijk.
   ‘Margreet Bos,’ haar stem kraakte nog steeds, concludeerde ze teleurgesteld.
   ‘Overleden aan?’
   ‘Een longembolie, denk ik.’ Ze had zich dit gesprekje wat zachter voorgesteld, het leek wel een kruisverhoor. En het irriteerde haar dat ze hem amper kon zien door het enorme witte licht waarin hij stond. Enkel door de contouren van zijn indrukwekkende baard, durfde ze te conculderen dat dit dan wel Petrus zou moeten zijn.
   ‘Wat doe je hier? Ik zie alleen maar narigheid. Ik zie geen liefde. Ik zie zelfs alleen maar haat.’
   ‘Ik heb weinig liefde ontvangen ja,’ snauwde ze.
   ‘Ik heb het over geven mevrouw Bos. Liefde geven. Vertel wat je met je stiefkinderen hebt gedaan?’
Margreet voelde een driftbui opkomen. Het zou toch niet waarwezen dat haar stiefkinderen haar nu de weg naar de hemel zouden afnemen? Ze hadden haar bij leven al genoeg ellende gebracht. Ze probeerde kalm te blijven. Dat was haar laatste redmiddel. En het was nu alles of niets, dat snapte ze ook wel.
   ‘Ik heb ze naar het bos gestuurd in de hoop dat ze daar eten zouden vinden om te kunnen overleven,’ zei ze met haar liefste stem.
Petrus bleef even stil.
   ‘Ik heb twijfels over uw motief mevrouw Bos. Barmhartigheid is een woord dat niet in uw vocabulaire voorkomt, volgens mij.’
   ‘Nou meneer, als ik zo slim zou zijn dat ik zulke moeilijke woorden zou kunnen gebruiken, was ik echt niet met zo’n armoedig houthakker met twee etterkinderen getrouwd.’ He, had ze zich toch weer laten gaan.
Petrus zette een stap naar voren waardoor ze hem voor het eerst in de ogen kon kijken.
   ‘De poort blijft dicht mevrouw,’ sprak hij plechtig. Hij wees haar enkel met een armgebaar de weg naar de andere poort.
Als ze nog voeten had gehad, was ze nu stampvoetend weggestoven. Ze kon niet anders dan geruisloos haar ondergang tegemoet gaan. Tot haar verbazing riep Petrus haar nog na.
   ‘Mevrouw Bos. Zegt u eens eerlijk, dacht u nu echt dat ik de poort voor u zou openen?’

3
   ‘Wat doet dit met jou?’
Hans keek op terwijl hij één wenkbrouw omhoog trok. Vroeg hij dat nou echt? De psych zat schuin voor hem, hij had de vingertoppen van zijn linkerhand tegen die van zijn rechterhand aan gedrukt en maakte er onophoudelijk kleine pulserende bewegingen mee. Te cliché. De doos met tissues op de tafel; check. Hans voelde zijn mondhoeken licht omhoog krullen. Het was allemaal natuurlijk helemaal niet grappig, maar zoveel clichés op een hoopje, daar kon hij de humor wel van inzien. Jammer dat hij niet op een sofa lag eigenlijk.
   ‘Hoe voel je je daarbij?’ de psych deed nog een poging.
   ‘Ja jezus, hoe ik me daarbij voel? Kut natuurlijk. God, ik gun het mijn zus echt. Haar vent is top, en dat verdient ze. En ik ben echt trots als ze weer in een programma haar nieuwe boek mag promoten en iedereen vol lof over haar werk praat. Echt. ‘
Hij zag de psych een bemoedigend knikje geven. Zucht, dat soort signalen werkten altijd averechts bij hem. Maar ja, hij zat hier nou toch. Nu moest hij doorpakken. Niet kijken naar de pulserende vingers, of de tissues op tafel.
   ‘Maar het is natuurlijk wel bizar. Ik bedoel, uh, we komen uit het zelfde nest, hebben dezelfde geschiedenis. En dat het haar dan sterker heeft gemaakt en ik er als zwak wezen uitgekomen ben, dat voelt vrij kut ja.’ Hij friemelde aan het kettinkje met het kiezelsteentje eraan dat om zijn nek hing.
Weer dat begrijpende knikje van de psych.
   ‘En wat maakt dat jij het idee hebt dat jij zwak bent?’
   ‘Jezus gast, heb je mijn dossier niet gelezen? Ik ga al jaren kliniek in en uit. Kijk naar mijn lijf. Ik weeg 52 kilo! Ik heb nog nooit een relatie gehad die langer duurde dan het orgasme. Ik ben niet achterlijk, das niet de biografie van een sterk persoon...’
   ‘Ik merk dat je boos wordt.’
Scherpe analyse, dacht Hans cynisch. Dat cynisme maakte hem nog bozer, het zat hem behoorlijk in de weg. Heerlijk moest dat zijn, als je zo’n gesprek zonder blikken of blozen gewoon serieus zou kunnen voeren. Goed, nieuwe poging. Ah, de psych was hem al voor.
   ‘Kun je proberen te beschrijven wat je precies zo boos maakt?’
Hans bleef even zwijgend naar de wiebelende schoen van de psych kijken.

   ‘Weet je, ze had ervoor kunnen zorgen dat ik me niet zo eenzaam had gevoeld met mijn verleden. Ik weet dat onze geschiedenis absurd is. Zij is de enige met wie ik dat zou kunnen delen.’ Zowaar voelde zijn strot verdomd stroef en opgezwollen aan opeens. Natte ogen. Voorzichtig keek Hans op. Als de psych maar niet... Toch wel.... Hij zag de hand van hem al naar de doos met tissues gaan en met een subtiel gebaar zijn kant op schuiven. Ja doei. Er waren grenzen. Zijn ogen waren op slag droog, zijn keel soepel. Tijd om weg te wezen!


Opdracht: schrijf jouw versie van Hans en Grietje. Het was de laatste opdracht. Maar in januari begin ik vrolijk aan de vervolgcursus, heb de smaak te pakken. 

donderdag 30 november 2017

Carriéretijgers


Hoewel de klokken al luidden, was de kerk nog halfleeg toen ze binnen kwamen.
   'Alsjeblieft een beetje achterin, dadelijk denken ze nog dat we nabestaanden zijn,' fluisterde Isa terwijl ze Jeroen met een lichte duw de achterste aansluitende vrije rij in forceerde.
   ´Je hebt een vlek!´en ze wees naar zijn overhemd dat zichtbaar werd bij het zitten gaan.
   ´Godv...´ Ze snoerde hem de mond met een por in zijn zij.
   ´Dit is al het tweede overhemd dat ik vandaag met vlek uit mijn kast haal,´ bromde hij haar kant op.
   ´De ossengalzeep staat op de wasmachine. Werkt prima.´
   ´Mark zei laatst vlak voordat we de meet-up in gingen ook al dat ik er uit zie als een    vrijgezel.’
   ‘Heb je hem welkom geheten in 2017?’
Van achter in de kerk werd de kist binnengereden. De buurvrouw liep er snotterend achteraan, gesteund door twee vrouwen die gezien de overeenkomst in uiterlijk, allen sluik haar en een bol gezicht, wel zussen van de buurvrouw moesten zijn.
Toen de kist hun rij was gepasseerd, probeerde hij vlug met een beetje spuug de vlek alsnog uit zijn overhemd te verwijderen. Zijn overhemd was nu vies én nat.
   ‘Er zijn toch ook genoeg zzp-ers die parttime werken?’
   ‘Anders neem je voortaan je was mee naar je moeder als je bij haar op bezoek gaat,’ beet ze hem fluisterend toe.
Ze volgden de andere kerkgangers die weer allemaal gingen staan. Met het bidprentje bedekte hij de vlek.
   ‘Voor het geld hoef je het echt niet te doen.’
   ‘Vraag je ma anders meteen even waarom ze vergeten is jou te leren hoe je je kleren moet wassen.’
   ‘Het is ook niet dat ik nou een standaard 9 tot 5 baan heb.’
Met de hoek van de laatste foto van de buurman pulkte hij aan de vlek.
   ‘Ah ja, thanks for telling, anders was die zware baan van je me misschien helemaal ontgaan.’ Met een korte corrigerende zwiep tikte ze ondertussen zijn hand met bidprentje van de vlek af.
Het koor zong, de buurvrouw snifte en Jeroen kuchte.
   ‘Met die nieuwe stap gaat er echt wel een tandje bij. Dan kan het niet zo doormodderen,’ mompelde hij in zijn kuch.
Met opgetrokken wenkbrauwen keek ze hem aan. Hij bleef strak naar de bank voor hem staren.
   ‘Op mijn werk is er niemand die dat kan bolwerken zoals wij het samen doen.’
   ‘Dus omdat Mark een hersenloze huisvrouw aan de haak heeft geslagen, moet ik mijn baan opzeggen?’ Ze kreeg het niet voor elkaar alles op fluistertoon uit te brengen.
   ‘Dat zeg ik toch niet? Je moet het niet zo persoonlijk nemen.’
   ‘Ah ja, niet persoonlijk...’
 Het koor was gestopt met zingen en de man naast haar keek geïrriteerd opzij. Jeroen wachtte tot de stem van de pastoor weer door de kerk galmde.
   ‘Ik kan deze stap niet alleen,’ en hij legde zijn hand wat onhandig op haar bovenbeen. Isa schoof op richting de geïrriteerde man.
   ‘We moeten het hier toch gewoon over kunnen hebben?’ vervolgde hij.
   ‘Jeroen,’ siste ze, ‘kijk om je heen. We zitten in een fokking kerk. Voor het altaar staat de buurvrouw te huilen. En jij vertelt me doodleuk dat ik huisvrouw moet worden? Dit is níét het er gewoon over hebben!’
Niet alleen de geïrriteerde man keek hen nu boos aan, ook op het bankje ervoor kwam men in beweging om te zien wat er achter hen gaande was.
Isa schroefde haar volume weer naar beneden maar kreeg het niet voor elkaar niks meer te zeggen.
   ‘Het is dat er in die schrijfopdracht staat dat ik niet de ruimte mag verlaten. Anders was ik nú vertrokken. Het had me geen fuck uitgemaakt wat de kerk ervan gedacht zou hebben. Of de buurvrouw. Of Mark met zijn huisslaaf. ’
Ze graaide in haar tas en haalde er met een woeste beweging een verfrommeld papiertje uit. Haar ogen schoten over de letters.  
   ‘Oh ik had het onderwerp ook nog moeten omzeilen!’ begon ze verontwaardigd, met weer wat meer volume.
Jeroen zag dat nu ook de gezusters op de eerste rij zich omdraaiden. Gegeneerd dook hij wat verder in elkaar.
   ‘Dus meneer vertelt me tijdens een uitvaart dat ik eigenlijk voor niks heb gestudeerd en me jarenlang uit de naad heb gewerkt om mijn bedrijf op de kaart te zetten. Dat ik dat allemaal maar aan de wilgen moet hangen omdat hij zo nodig de succesvolle topmanager wil uithangen. En ik moet dan doodleuk beginnen over wat we met kerst gaan eten dit jaar?’
   ‘Isa...’ probeerde hij haar tegen beter weten in te sussen.
De dame voor hen bemoeide zich er nu ook mee. Bijna smekend fluisterde ze met betraande ogen ‘mevrouw, alstublieft.’
‘Dit moet een dialoog zijn, geen ...uh...trialoog,’ -Isa gokte dat dat het juiste woord was-            ‘dus kunt u zich alstublieft weer omdraaien?’ sprak ze droogjes tegen de dame.
Toen wendde ze zich weer tot Jeroen, die zichtbaar zijn best deed te verdwijnen.  
   ‘Maar goed, ik heb me toch al niet aan de opdracht gehouden, dus ik ben weg.’
Hoewel de geïrriteerde man zijn benen al meewerkend opzij gevouwen had, was het toch nog een heel gedoe om het gangpad te bereiken. Het duurde allemaal nog langer dan nodig omdat ze met haar panty bleef hangen aan het klittenband van de tas van de man. Ze had de aandacht van de hele kerk toen ze uit de kerkbank kwam geworsteld. In Paradisum klonk terwijl ze, tegen alle regels in, met ferme passen de kerk verliet.

Opdracht cursus Creatief schrijven: schrijf een dialoog waarin op een ongepast moment een verwijt middels subteksten aan de orde komt. Een van de personages probeert het onderwerp te omzeilen en  de personages mogen de ruimte niet verlaten.  

maandag 20 november 2017

Gü, lieve goddelijke Gü. Met je strakke laagjes, dat glimmend dakje van ultra-donkere chocola, je strakke luxe vormgegeven verpakking. Met je goddelijke smaak waar je concurrerende kant-en-klare-toetjes niet in de verste verte bij in de buurt komen.

Gü. Ik koop je maar zelden. Je bent duur -ik neem het je niet kwalijk, je kan het hebben- en je bent dikmakend -ook dat neem ik je niet kwalijk, er zijn minder goddelijke dingen te bedenken waar je van aankomt.

Afgelopen week schreeuwde je naar me, met je oranje-bonus-kaartje voor je. Je maakt me egoïstisch, Gü. Áls ik je koop, wil ik je alleen, helemaal voor mezelf. Twee toetjes met z'n drieën delen, ik zou het helaas niet kunnen, hoeveel ik ook van mijn kinderen hou. Jij verleidde me dus vanuit je schap, en ik zag kans je helemaal voor mezelf aan te schaffen. De kinderen zochten nieuwe jam uit, met hun rug naar me toe. Ik had de zelfscanner vast, het kon, als ik maar snel handelde.  Snel scande ik je en stopte me in mijn rugzak. Een exclusieve plek, los van al de plebs-boodschappen die in mijn mandje lagen. Die plek verdiende je, en het was uit het zicht van de kinderen. Mooi zo.

En toen gebeurde het. We werden gecontroleerd bij het zelfscan-apparaat. Niks aan de hand, behalve dat ik kaas met 35% korting had gehaald en het meisje van de Appie niet de 35% sticker had gescand. Nog niks aan de hand. Maar de consequentie was dat ze nu álles opnieuw moest scannen. Álles Gü. Maar jij zat in mijn rugzak, verstopt voor mijn kinderen. Wat kon ik doen? Mijn hoofd ratelde. Ik was van plan je te betalen Gü, echt! Je hebt klasse, daar betaal ik voor, natuurlijk! Ik had je tenslotte ook al gescand.  Maar het werd me nu wel heel erg moeilijk gemaakt. Hoe kon ik voor het oog van mijn kroost nou mijn rugzak openen en tegen het meisje van de kassa zeggen dat ik ook nog mijn grote liefde in mijn tas had zitten omdat ik die niet wilde delen met mijn kinderen? In een nanoseconde woog ik het morele dilemma af. Ik heb je gestolen Gü, het spijt me. Ik vond dat het niet anders kon. Het was dat of voorgoed door mijn kinderen gezien worden als een egoïstische, zelfzuchtige moeder. Dat ik dat allemaal bén is al erg genoeg. Sorry Gü, sorry Appie.

woensdag 15 november 2017

Hakuna Matata



Geroutineerd vouwde Hannie de Afrikaanse doek om haar haren. Ze wierp daarna een vluchtige blik op de spiegel, al had ze haar spiegelbeeld al lang niet meer nodig om te zien of de doek goed zat. Ook de blik die ze daarna op haar horloge wierp, was eigenlijk overbodig; 09.45, zoals ze al wist.  Tijd om de nieuwe groep op te wachten bij de ingang van het museum. Ze hoorde tijdens haar loopje door de gang al het gebrek aan geroezemoes; de groep was duidelijk nog niet gearriveerd. De rondleiding begon om tien uur, dus ze waren nog niet te laat. Maar toch kon ze een klein gevoel van ergernis niet onderdrukken. Ze zette altijd zo duidelijk in de mail dat het van belang was dat de gasten ruim op tijd aanwezig zouden zijn en ze kon zich gewoon niet voorstellen waarom mensen daar geen gehoor aan gaven.                                                                  
En deze groep had ook nog het verzoek ingediend de rondleiding in het Engels te krijgen. Hoewel ze nooit in het buitenland was geweest -op het schoolreisje naar Berlijn ruim 30 jaar geleden na- was Engels an sich geen probleem voor haar. Tijdens de djembé-lessen en op de Afrika-dagen en -festivals was het doorgaans de voertaal en ze hield van het internationale karakter dat het met zich mee bracht. Maar het betekende wel dat ze haar hele rondleiding opnieuw had moeten timen. Ze kon de Nederlandse versie wel dromen, ze wist precies welke woorden ze waar moest vertellen, om stipt om 12 uur bij het museum-restaurant de rondleiding te kunnen afronden. In het Engels lag dat natuurlijk allemaal net weer anders, dat had ze nu helemaal moeten uitdokteren.                                               
Nu was het natuurlijk wel zaak dat ze gewoon om tien uur kon beginnen. Anders moest ze alsnog zinnen gaan schrappen, en dat hele proces moest dan allemaal improviserend op het moment zelf in haar hoofd gebeuren. Ze voelde de rode vlekken al bijna in haar nek schieten bij het idee dat dat vandaag allicht allemaal boven haar hoofd hing.
Haar horloge piepte tien uur. Ze kon er niks aan doen dat ze meteen met een enigszins chagrijnige blik naar buiten keek, richting parkeerplaats.  De groep stond nu in haar hoofd definitief in de min. De minuten die volgden, hield ze zich bezig met tellen. Telkens telde ze af van honderd tot één, haar blik strak op de parkeerplaats gericht, in de hoop dat precies bij één de groep zou arriveren. Ze had al twaalf keer  de één bereikt, toen er een busje de parkeerplaats op gedraaid kwam. Ze zag direct dat de bus gevuld was met donkere mensen. He, had de dansgroep zich nou alweer vergist? Zo moeilijk was het toch niet dat zij enkel op de zaterdagen in de oneven weken geboekt waren? Maar toen de schuifdeur van het busje openzwaaide, werd haar meteen duidelijk dat dit niet de dansgroep was. De kleurige gebatikte kostuums hadden plaats gemaakt voor vrij grouwe en vooral westers-ogende kleding. Ondanks dat ze de afgelopen minuten enkel bezig was geweest met wachten op haar groep, duurde het even voordat ze besefte dat deze Afrikanen haar gezelschap vormden voor deze ochtend.  Ze voelde even een lichte paniek opkomen, maar besloot resoluut die niet toe te laten.  Stick to the plan!  Ze begroette de groep in het Swahili, zoals ze altijd deed om alvast in de stemming te komen. Karibu! Het gezelschap keek haar wat lacherig aan. Ze liet een stilte vallen om de excuses over het te laat komen te kunnen ontvangen. Het bleef stil. Ze rechtte haar rug. “Afrika, een continent dat we vooral kennen van de armoede, de oorlogen, kindersterfte, lang zittende dictators, en nare ziektes als aids en malaria. Vandaag wil ik jullie in de tentoonstelling Africa Smiles mee op reis nemen naar een andere kant van dit continent. Ik wil jullie kennis laten maken met de geuren, kleuren en klanken van dit werelddeel.”
Ze was blij dat haar gedegen voorbereiding haar vruchten afwierp. Ze had niet hoeven zoeken naar de Engelse woorden. Niks zo vervelend als een gids die niet vloeiend uit haar woorden komt en haar verhaal niet paraat heeft.  De groep volgde haar naar de ruimte over huisvesting. Hoevaak had ze hier al de leiding genomen, een groep nieuwsgierige volgelingen achter haar? Ze hingen doorgaans aan haar lippen als ze vertelde over dat spannende continent waar ze zo van in de ban was door de  de mooie mensen, de opzwepende ritmes, de mysterieuze gebruiken. Heerlijk was dat als de mensen zich door haar verhalen lieten meevoeren, alsof ze zweefde, gedragen door de bezoekers.
Vandaag voelde het anders. De Afrikanen spraken onderling geen engels, maar een taal waar ze geen touw aan vast kon knopen. Ze spraken hard, met z’n allen door elkaar. Tussen al die vreemde woorden en klanken door klonk bijna onophoudelijk hard gelach. Hannie probeerde zich enkel bezig te houden met de volgende teksten die ze moest vertellen, en met de tijd die ze nog moest zien in te halen, maar ze kon zich niet los wrikken van het gevoel dat de groep achter haar rug om om háár zoveel lol had. Waren ze aan het bekritiseren hoe ze de Vlisco-doek om haar middel had geknoopt? Misschien vonden ze het uberhaubt wel bespottelijk dat ze, als enige nota bene, Afrikaanse kleding droeg?
Bij het bereiken van de eerste nagebouwde Afrikaanse hut, nam ze een flinke hap lucht om met evenveel overtuiging en passie haar verhaal te kunnen doen als anders. Ze vond de moed om  enthousiast te beginnen, maar de groep ging niet mee in haar verhaal, het bleef stil bij de ingebouwde grapjes, en er werd in het engels gemord dat Afrika echt niet vol stond met dit soort ronde hutjes met rieten daken. Waar waren de betonnen huizen, de golfplaten daken? En de grote paleizen waar de locale popsterren in woonden? Die waren veel interessanter om te vertonen toch? Van een van de popsterrren -er viel een naam die Hannie werkelijk niks zei- werd gezegd dat hij in alle 16 kamers van zijn huis een tv had, dat hadden ze hier mooi kunnen nabouwen!
De zweetdruppels dropen onder haar gekleurde hoofddoek uit, terwijl ze zich met haar Afrikaanse gevolg door het museum sleepte.  Ze probeerde houvast te blijven vinden in het draaiboek. Maar bij elk verhaaltje van haar kwam er op een andere moment reactie uit de groep dan ze gewend was. De meeste vragen van bezoekers kon ze net zo dromen als haar antwoorden. Maar deze groep leek niet gevoed door nieuwsgierigheid en verwondering en Hannie kon zo een twee drie geen antwoord verzinnen op alle opmerkingen die de groep constant naar haar terugkaatste. Het voelde allerminst alsof ze zweefde. Ze kreeg steeds meer het gevoel dat ze met een enorme kracht de grond in werd gezogen. De groep leek zich ondertussen nog prima te vermaken, ze lachten nog steeds om alles wat ze zagen en wat er verteld werd. Hannie had de grootste moeite dat lachen te kunnen plaatsen. Het kostte haar bakken met energie.
Het djembé-onderdeel was doorgaans het hoogtepunt van de rondleiding, maar het hing nu al een uur als het zwaard van Damocles boven haar hoofd. Ze voelde aan alles dat het deze keer niet zo zou zijn dat zij met haar ritme de hele groep naar een opzwepend harmonieus eind zou weten te stuwen. Wat moest ze dan? Moest ze afwijken van wat ze normaal met haar groep deed, enkel omdat dit Afrikanen waren? Dat kon toch nooit de bedoeling zijn, de gedachte klonk zelfs een beetje racistisch. En als ze iet niet was! Dus besloot ze ook dit deel, zij het met inmiddels vlekken in haar nek en onder haar oksels, hetzelfde aan te pakken als ze altijd deed. Maar in plaats van rustig 1 voor 1 haar ritmes na te spelen hadden de Afrikanen vrijwel direct haar ritme ingepikt en overgenomen en was de ruimte gevuld met allerlei ritmes waar Hannie geen enkele controle over had. Ze wilde dat ze het los kon laten, maar het voelde als falen als gids als ze dan maar zou besluiten de groep gewoon te laten spelen waar ze zin in hadden. Even ging ze nog stug door met door al die drums heen instructies te geven, maar ze voelde haar waardigheid als gids met elke slag die ze op de drums deed meer de bodem in geslagen worden. Met rood aangelopen hoofd, keek ze op haar horloge. De tijd had een loopje met haar genomen, de minuten hadden zich deze ochtend gedragen alsof ze uren waren. Het was nog géén twaalf uur, maar ze was klaar, op. Ze kon zich niet bedenken waar ze het vandaan moest halen nu al improviserend nog extra minuten te vullen. Het was werkelijk niks voor haar maar met een zucht besloot ze eerder dan in haar draaiboek stond met haar afsluitende praatje te beginnen. “Stilte,” riep ze, en ze schrok zelf van het hoge schooljuf-gehalte dat haar kreet had. Maar het hielp. De groep keek haar aan, zij keek naar de grond terwijl  ze monotoon haar laatste tekst opdreunde. “Ik hoop dat jullie veel geleerd hebben van deze rondleiding.  Als laatste wil ik jullie nog een bekende Afrikaanse wijsheid meegeven: hamna shida ,  of bekender Hakuna matata. Wind je niet op, maak je niet druk.”
Ze veegde haar verhitte voorhoofd af met een punt van de doek die los om haar hoofd was komen te zitten.  “Goedemiddag allemaal nog,” mompelde ze richting de groep en keek verward  nog eens naar haar horloge.  “Goedemorgen bedoel ik,” corrigeerde ze zichzelf, zonder de groep nog aan te kijken. Vurig hopend dat niemand van haar collegae haar in deze staat zou tegenkomen, vluchtte ze weg. 

Opdracht Cursus Creatief Schrijven: Bedenk aan de hand van een bestaand persoon een personage, en bedenk een schurende situatie waarin hij met zijn karakter in terecht kan komen / schrijf een character-based plot.