donderdag 17 mei 2007

Topsport

Sommige mensen lopen eens in de zoveel tijd een halve marathon, anderen staan elke week op een natgeregend veldje achter een bal aan te trappen, naar de tv kijkend met halters te zwaaien, in een sportclub tussen het rondzwaaiend zweet van anderen zich kapot te rennen. Ík ga eens in de zoveel tijd mèt een dreumes van 1,5 twee uur in de trein zitten. Hoewel, zitten, dat is nou net niet wat ik doe eigenlijk.
Met nano in de trein, echt, je moet er een topconditie voor hebben. Nano vindt stilzitten namelijk iets voor oude mensen. Dus loopt nano voortdurend door de coupe heen te banjeren. Bang dat anderen er niet van gediend zijn dat ze in hun rustige treinreis (zij wèl...) gestoord worden door twee vunzige handjes die hen vragen hem op te tillen, ren ik er altijd maar achter aan. Daar gaan de eerste caloriën.Het eerste rondje vallen er altijd wat oh's en ah's voor dat lieve dreumesje dat daar dapper door de trein stapt.Na een kwartiertje beginnen de andere treinreizigers ons te herkennen als we weer eens langs komen wandelen met z'n tweeen. Na een half uur begin ik her en der wat meelijdende blikken te krijgen, als ik weer eens door nano aan mijn hand getrokken door de coupe snel. En na een uur klinken er weer overal oh's en ah's, maar nu voor dat zielige moedertje dat de hele tijd maar achter haar kind aan moet sjokken.
Maar nano heeft nog een veel grotere hobby: traplopen. Hij heeft leren traplopen ìn de trein, en elke keer als we weer in een trein zitten, wil hij even checken of 'zijn' trap nog steeds zo lekker beklimbaar is. Dus klimt mamma achter hem aan, trap of, trap af, trap op, trap af, trap op, trap af -ow we zijn in den bosch- trap op, trap af, trap op, trap af, trap op, trap af, want stel je voor dat de trein opeens stil staat of nano zijn klimskills ineens kwijt is.Op een gegeven moment vindt nano de trappen niet leuk meer, door de coupe heen wandelen ook niet. En dan is het tijd geworden om de grote trucendoos open te gooien. vingerpoppetjes, blokken die door de trien heen wordne gegooid, allerlei eten dat zijn mond in belandt of juist niet, boekjes die opnieuw en opnieuw en opnieuw moeten worden voorgelezen.
Bij slechte wedstrijden, begin ik na tien minuten al af te tellen, nog 2 uur en 15 minuten...nog 2 uur en 10 minuten...Bij betere wedstrijden begint het aftellen na een uurtje afmatting. En heel af en toe win ik een wedstrijd, dan kom ik op de plaats van bestemming niet totaal buiten adem, doorweekt van het zweet, met bessures en spierpijn aan.

Het wordt tijd dat ik eens een medaille ontvang voor die prestaties...