donderdag 14 maart 2013

masterplan

Het was 2005, ik was zwanger en ik had een masterplan. En zoals het een masterplan betaamt, was het een briljant idee. Ik zou er mijn grootste vijand finaal mee verslaan. Nooit meer zou ik last hebben van een aanrecht vol vieze borden, glazen, bestek en op elkaar gestapelde pannen. Nooit meer ouders, huisgenoten of partners die zeuren over die enorme berg. Nee, mijn masterplan zou korte metten maken met die vreselijke afwas, en dat zonder afwasmachine. Het enige wat ik hoefde te doen, was vanaf de eerste dag dat mijn kind geboren zou worden, ik positief zou praten over de afwas. Zodra mijn kind oud genoeg zou zijn om een theedoek vast te houden, zou ik de afwas als een beloning presenteren. (oooh heb je goed op de wc geplast? Dan mag jij vanavond de afwas doen! Van dat werk...) En vervolgens zou hij stiekem de afwas doen als hij de kans zou krijgen. Als ik het zo teruglees is het nog steeds een meesterlijk plan.

Maar het liep natuurlijk anders. Want jaar in jaar uit net doen of je iets heel leuk vindt waar je eigenlijk een grondige hekel aan hebt, dat klinkt op papier als appeltje eitje, in praktijk bleek dat nog geen week vol te houden.... Dus hoorde zoonlief mij dag in dag uit, week in week uit, jaar in jaar uit, zuchten, klagen, grommen over de afwas. No way dat hij toen zijn handjes een theedoek vast konden houden stond te springen om de enorme afwasachterstanden weg te werken. Dus de afwas stapelde zich op, en de ergernis ook.

Twee weken geleden, jaren nadat het masterplan al volledig was afgeschreven, gebeurde er echter opeens een wonder. Hij stond naast me, af te drogen, om zijn mond een gelukzalige glimlach die hij probeerde te onderdrukken maar waar hij in faalde. Ik had de neiging mezelf te knijpen om te checken of ik droomde, maar het was niet zo. "zal ik je dan elk weekend helpen met de afwas?" vroeg hij zelfs, met een toon alsof hij het absurde voorstel deed om voortaan elke ochtend te ontbijten met frietjes. Oke, even eerlijk zijn. Het was natuurlijk niet helemaal wat het leek. Hij lag eigenlijk al in bed, kwam zoals gewoonlijk met een of andere creatief bedachte smoes naar beneden, en tot onzer beide grote verbazing stond ik toen de afwas te doen (meestal zijn Pauw en Witteman al uitgepraat als ik eindelijk zin verzamel om de afwasbak vol te laten lopen, dus het was goed geluk dat het deze avond anders liep). Bij het zien van mijn activiteit zag hij meteen een beter scenario om langer op te mogen blijven dan hij het in bed had bedacht. En dus vroeg hij poeslief of hij me mocht helpen. En dát kon ik natuurlijk niet weigeren...

Voor even veranderde de wereld weer in een roze wolk, ik zag ons elke avond samen afwassen, de ditjes-en-datjes van de dag bespreken en ondertussen meeblêren met Paul Simon en Tom Waits.

Inmiddels zijn we twee weken verder, zal ik nog zeggen hoe het afliep, of spreekt dat voor zich??