vrijdag 26 januari 2018

Drie keer Quaat

1.
Als je aan punk denkt, dan is de Westelijke Mijnstreek in Zuid-Limburg allicht niet de eerste locatie die in je op komt. Toch was een kleine stad in deze regio de plek waar in 1995 uit het niks opeens overal stickers opdoken met het woord quaat, van de q met een bliksemschicht het krakerslogo gemaakt, en de a omgetoverd tot een anarchistenteken. Steeds meer jongeren vroegen zich af waar al die stickers op sloegen die ze op de wc's van de verschillende middelbare scholen en in de jongerencentra tegen kwamen. Het duurde niet lang of ook de geruchtenstroom kwam op gang. Sittard zou een eigen punkband hebben, of krijgen. Er werd lustig op los gegist hoe de bezetting van deze band eruit zou zien. En zo was Quaat al een legende voordat ze ook maar één noot gespeeld hadden.
Op een ochtend in mei kwamen de zes bandleden bij elkaar in een oefenruimte, bij sommigen zat het haar mooi in het vet, in strakke spikes of kaarsrechte hanenkammen. Anderen droegen hun lange haar sluik langs het gezicht. Legerkistjes aan, jassen met badges en spikes. Naast de gitaren en bassen werd er ook een klarinet uit de koffer gehaald, niet het eerste instrument waar je aan denkt bij een punkband. De zanger haalde een vel papier uit zijn zak en liet de door hem opgekrabbelde tekst aan de rest zien. Hij was boos op de maatschappij, dat was wel duidelijk. De gitarist kwam meteen met akkoorden, de bassist probeerde een basloopje uit en de drummer probeerde een goed ritme te vinden. De energie kolkte door de kleine ruimte. Een droom ging hier uitkomen. Enkel het meisje met de klarinet was stil. De onzekere indruk die ze maakte stak schril af tegen haar felroze hanenkam en piercings in lip, neus en oren. 
De gitarist schoot haar te hulp en krabbelde wat noten voor haar op papier. Ze keek er ongemakkelijk naar. Oké, die noten kon ze wel spelen. Maar hoe dan? Ze zette in, maar raakte na drie maten al in de knoei hoe ze verder moest. De bassist riep haar toe dat ze het anders kon houden bij de eerste drie noten. Dat zette geen zoden aan de dijk, het meisje bleef onzeker staren naar de noten, haar wangen inmiddels meer roze dan haar haar. ‘Hou het anders bij de eerste toon, ‘ zei de gitarist licht spottend, maar ook omdat hij niet wist hoe hij dit amuzikale varkentje anders zou moeten wassen. Oké, de eerste toon dus. Dat moest te doen zijn. Maar meteen nadat de drummer had afgetikt sloeg de twijfel alweer toe. Was het dan de bedoeling dat ze die toon voortdurend moest aanhouden? Of moest ze hem telkens opnieuw aanzetten?
Het anti-maatschappij-lied werd zodoende verstoord door een constante c uit een klarinet. Of constant? Ogenschijnlijk op geheel willekeurige momenten onderbrak de toon kort omdat de klarinettist naar adem snakte. 
Van Quaat is na deze repetitie niks meer vernomen. Wel werd dezelfde avond nog door vier jongeren uit de westelijke mijnstreek een nieuwe punkband opgericht. Heel burgerlijk zonder klarinettist.


2. 
Ik wilde een band. Een punkband. Op het podium in een donker hol vol met zwetende, pogoënde punkers. Zelf een bandnaam bedenken, ons eigen logo met een marker op de rug van onze legerjassen. Het zou de kers op mijn punktaart zijn. Ik had alleen een klein probleem. Bij het uitdelen van muzikaliteit had ik niet vooraan in de rij gestaan. Ik twijfel of ik überhaupt ooit in die rij ben gaan staan. Al won ik wel altijd de duetjes die ik met mijn klarinetlerares speelde; ik was altijd één a twee maten voor haar klaar. Het bleek echter ondanks mijn a-muzikaliteit én mijn weinig-rock-‘n-roll instrument niet moeilijk een band bij elkaar te zoeken; ik had de bezetting van mijn eigen punkband in no-time rond!
Naar de eerste repetitie ging ik echter met dezelfde tegenzin als naar de gymles. Het was kicken dat ik super muzikale vrienden bij elkaar had gebracht, maar hoe moest ik daartussen standhouden? Ik klikte met klamme handen mijn klarinetkoffer open terwijl de rest al aan het inspelen was. Ik keek om me heen, werd er nu van me verwacht dat ik uit het niks ook ging meespelen? Maar hoe dan? Ik kreeg een vel met uh akkoorden, noten -ik had geen idee- onder mijn neus geduwd. Er kwam geen verdere instructie bij. Blijkbaar verwachtten mijn bandleden dat ik hiermee aan de slag kon gaan. Ik bleef vertwijfeld naar het blad staren, mezelf zoveel mogelijk verstoppend achter mijn klarinet. Moest ik dit dan de hele tijd achter elkaar spelen? En in welk tempo? Ik floot zachtjes één noot, omdat het me gek leek als ik helemaal niet zou spelen.
   ‘Speel anders maar alleen de eerste drie!’ Blijkbaar viel iemand op hoe ik ontzettend zat te stuntelen hoe ik hier iets muzikaals van moest bakken. Maar de eerste drie noten, dat maakte het eigenlijk alleen maar ingewikkelder. Ik was niet zo dat ik nu opeens wel enig benul had hoe ik dit tot een goed eind kon voortbrengen. Ik begon me behoorlijk opgelaten te voelen.
‘Speel anders alleen de eerste toon’. Ik slikte. Dit was wel een beetje de meest kleinerende opmerking die ik ooit naar me toegeworpen had gekregen. En zélfs nu wist ik niet wat ik er mee aan moest. Mijn instructie was totaal vernederend vereenvoudigd tot het spelen van één enkele toon, en zelfs daar wist mijn hoofd 100 vragen bij te bedenken. Eén toon, als in dat ik steeds dezelfde toon moest spelen in plaats van al die tonen die op dat vel papier waren gekrabbeld? Maar nog steeds bleef dan de vraag: in welk tempo dan? Of werd er nu serieus gevraagd of ik gewoon gedurende het hele nummer één noot wilde blazen? Ik voelde aan alles dat alles wat nu nog over was van mijn imago totaal naar de klote zou gaan als ik nu alsnog om duidelijkheid zou vragen. Ik koos dus maar voor de optie waar mijn hoofd het minste vragen bij stelde. En zo kwam het dat ik een heel discutabele rol kreeg in mijn eigen punkband, namelijk die van de klarinettist die het hele nummer lang één toon uitstootte. Gelukkig zijn punknummers doorgaans kort, en kwam ik daardoor maar een enkele keer in ademnood.
Er is na deze repetitie nooit meer een woord gesproken over Quaat. Soms hoeven dingen niet uitgesproken te worden, als iedereen wel weet hoe het in elkaar zit. Hoewel ik pas maanden later begreep hoe pijnlijk het écht in elkaar zat; diezelfde avond nog was er een nieuwe -succesvolle- band opgericht, zónder Eefje-één-toon. Het duurde jaren voordat ik daar de humor van in kon zien.


3.
Hij was vijftien en speelde al zolang gitaar als hij zich kon herinneren. Niet alleen thuis, met zijn familie samen, maar ook in allerlei orkesten en bandjes die door de muziekschool werden samengesteld. Kwam er een nieuw album van een band uit, dan kon hij het meestal na één dag helemaal meespelen.  Dat hij op een dag werd gevraagd in een punkband te spelen was een geschenk uit de hemel, dat was toch wel even wat anders dan die gelegenheidsbandjes van de muziekschool. Nu kon hij echt zijn eigen muziek gaan maken, met zijn toffe vrienden. En hij vond het wel spannend klinken dat ze niet voor de standaard bezetting gingen. Zijn muzikale nieuwsgierigheid was groot genoeg om vooral heel benieuwd te zijn wat de mogelijkheden van een klarinet waren binnen een punkband. En zíj was met het idee van de band gekomen, dus al had hij liever snoeiharde punk uit de boekjes gemaakt, dan was dat niet echt een optie geweest.
Hij zat vol energie toen de eerste repetitiedag was aangebroken. Hij had de weken eraan vooraf al heel wat verschillende gitaarrifjes uitgeprobeerd, met zijn broer had hij al wat nummers op papier gezet. Er hoefde alleen nog maar tekst bij, dan lag er al een halve demo van Quaat klaar. Wat voelde het tof om zo met vrienden in het oefenhok muziek te maken! De zanger had een goede tekst klaar die vrij makkelijk op de muziek kon worden gezet die hij had voorbereid. Even afstemmen en gaan! De klarinettist had echter moeite met intunen, merkte hij al snel. Niet zo gek, want van al hun muzikale voorbeelden, had geen enkele band een klarinettist. Hij had echter zelf wel wat ideetjes hoe de klarinet best heel cool zou kunnen klinken bij de rest, dus hielp hij haar even op weg. En daarna snel weer spelen, want daar waren ze voor bij elkaar gekomen; om lekker te jammen. Het klonk vet, alleen snapte hij niet wat de klarinettist van zijn noten bakte. Hoezo speelde ze die noten niet gewoon mee met de rest? Zo ingewikkeld was het niet toch? Oké, misschien alleen die eerste drie noten dan om het te proberen? Maar zelfs dat was blijkbaar te moeilijk voor haar. Terwijl de rest van de band al vrij snel de flow te pakken had, bleef zij maar stuntelen. Het klonk nergens naar. Grappig, dacht hij nog even, dat ze zo met haar hanenkam en piercings er het punkst uit zag van de hele band, maar muzikaal was ze het minst punk van iedereen. Tenzij je onder punk verstond dat je maar wat deed wat zo min mogelijk met muzikaliteit te maken had. Gelukkig was de rest van de band wel wat hij zich er op zijn kamer van voor had gesteld. Dus het was makkelijk haar links te laten liggen. Hij loste haar nog even uit haar lijden door de opdracht voor haar te vergemakkelijken; gewoon lekker één toon spelen, was voor zijn oren ook makkelijker eruit te filteren.
Hij ging met een voldaan gevoel naar huis. Ja, in een punkband spelen was zo cool als hij zich van te voren had voorgesteld. En er zat potentie in deze band, daar werd hij gelukkig van. Alleen de klarinet, tja, dat voelde iedereen, dat was geen succes. Haar uit de band zetten was een beetje gek, het was tenslotte haar idee. Maar ze zou toch wel begrijpen als ze een nieuwe band zouden beginnen zonder haar? Jawel toch? Hij zocht het nummer van de zanger op in de telefoongids.   


Noot voor eventueel meelezende betrokkenen: no hard feelings 💜 En ik heb uiteraard gebruik gemaakt van artistieke vrijheid en delen die ik niet wist, of niet meer wist, zelf ingevuld. 



Opdracht cursus Creatief Schrijven: Schrijf een gebeurtenis op vanuit 3 perspectieven: ik-vorm, derde persoon, en alwetende verteller. 

donderdag 11 januari 2018

Nog lang en gelukkig?


1. 
Gespannen keek Roos op naar klok met de gouden wijzers. Ze voelde een kleine steek in haar buik. Vijf over half twaalf. Ze was er al bang voor geweest.  Nog 7 uur en 10 minuten en dan ging haar wekker; ze kon het niet langer voor zich uit schuiven. Anders zou ze morgen weer gapend achter haar bureau zitten. De gewenste acht uur slaap had ze al maanden niet meer gehaald, waardoor ze overdag steeds minder in staat was om geconcentreerd de stukken te lezen en schrijven. Met een rusteloos gevoel in haar benen liep ze naar de drankkast. Geroutineerd  schoof ze het glazen deurtje open en trok er een fles Benromach Whiskey uit. Een slokje voor het slapengaan was er de afgelopen maanden ingeslopen. Ze had niet het idee dat het nog hielp, maar durfde het ook niet achterwege te laten. Elke strohalm greep ze aan.  Ze was fanatiek gaan sporten in de avond, als haar man naar bed ging – en ze voelde elke dag meer hoe ze hem teleurstelde dat ze niet meer samen met hem naar het slaapvertrek ging- begon ze een meditatiesessie, gevolgd door een neutje voor het slapen. Alles om de kans maar te vergroten dat ze gewoon in slaap zou kunnen vallen. Maar het werd een steeds groter ding in haar hoofd en ze voelde hoe het steeds meer een self-fulfilling prophecy werd.
Ze staarde tussen de kierende gordijnen door de donkere nacht in. Elke avond begonnen de  zenuwen al op te spelen als de eerste tekenen van de opkomende duisternis zich lieten zien. Het duurde dan nog uren voor ze naar bed moest, maar de gedachte dat dat moment er weer aan kwam, maakte haar altijd misselijk. Waarom zou het deze keer wel lukken? Waarom zou ze deze nacht niet uren liggen te draaien in bed? Vijftig verschillende tijden zien verschijnen op de digitale wekker op haar nachtkastje. Uitrekenen hoeveel uur ze nog heeft. Stress vanwege de uitkomst van die som. Stiekem toch nog eens naar de drankkast. Haar man wakker maken voor een vrijpartij terwijl ze daar eigenlijk geen zin in had, maar hopend dat het haar slaperig zou maken. Toch nog even op haar telefoon kijken. Draaien. Rechtop zitten. Gapen. Liggen. Woelen. Naar de wc. Het paleis uit sneaken, de nacht in. Ronddwalen door de brede lanen. Ongure types. De pikzwarte nacht die plek maakte voor de eerste tekenen van de dag. Fluitende vogels. Krantenbezorgers. Ochtendkou. Bij haar man terug in bed.
Voorzichtig trok ze het gordijn dicht, terwijl ze met haar andere hand trillend voelde in haar broekzak. Het zat er nog.
Natuurlijk had haar arts haar gewaarschuwd dat ze last kon krijgen van slaapproblemen toen ze een jaar geleden wakker werd gekust. Maar ze had nooit kunnen bevroeden hoezeer het haar leven, en dat van haar man, zou vergallen. Hoe ze avond in avond uit tot wanhoop werd gedreven.
Ze keek achterdochtig de kamer rond, scande met snel op en neer schietende ogen alle gordijnen op kieren. Ze was de afgelopen tijd wel gedrilld altijd bedacht te zijn op eventuele royaltywatchers. En dit was het laatst denkbare moment waarop ze ze zou kunnen gebruiken. Ging ze het doen? Zou ze het niet nog één keer proberen? Woelen, de klok zien verspringen, drinken, dolen. Haar handen maakten onwennig het aluminium-pakje open. Nog één keer de gordijnen checken. Ze voelde dat ze het ging doen. Ja ze ging het doen. Haar lichaam vulde zich met paradijselijke lucht. Daarna werd het pikzwart. Als de nacht.   




2.
   ‘Hoezo vindt ze onze eitjes niet lekker?’
   ‘Moeder, laat nou maar,’ mompelde hij, terwijl hij de broodjes uit de oven haalde.  Oh, hij kon haar wel wurgen.
   ‘Laat nou maar? We hebben altijd de beste eitjes van het land, gelegd door de allerduurste hennetjes ter wereld. Hoezo zouden die niet goed genoeg voor haar zijn?’
Hoeveel van zulke gesprekken had hij de afgelopen tijd wel niet met zijn moeder over de nukken van zijn vrouw gevoerd? Hij wist niet wat hij erger vond: de achterlijke eisen die zijn vrouw stelden aan zo’n beetje alles in het leven of de manier waarop zijn moeder hem daar telkens op aan sprak.
Hij ademde diep in. Hij wist dat hij het gesprek niet aan moest gaan met zijn moeder, maar het werd met de keer moeilijker. Hij draaide zich om naar de deur, al had hij ook weinig zin bij zijn vrouw in de eetkamer te gaan zitten. Maar zijn moeder had er blijkbaar nog niet genoeg van en snerpte ‘Ik hoorde trouwens dat ze ook commentaar heeft op de kleding die de lakeien dragen? Dat ze zegt dat al dat groen geen goede vibe met zich mee brengt?’ Moeder kokhalsde bijna bij het woord vibe.  
   ‘Moeder,’ siste hij met zijn kaken op elkaar.
   ‘Ja zoon,’ antwoordde ze laconiek, alsof zijn ergernis over dit gesprek haar totaal was ontgaan.
   ‘En ze had ook al geklaagd dat ons Rosenthal-servies, wat was het ook alweer.... niet Feng Shui was?’ Met haar onderlip en nekspieren trok ze een zuur, afkeurend gezicht, zoals alleen dames met haar allure dat kunnen doen. 
Hij voelde alles draaien in zijn buik. Vanuit de eetkamer klonk een gil van zijn vrouw.
   ‘Gatver! Er zitten velletjes in mijn sinasappelsap!’ klonk het door de deur heen. Hij voelde zonder op te kijken de zie je nou-blik van zijn moeder priemen. Toen hij voorzichtig zijn hoofd omhoog hief, zag hij zijn moeder heftig hoofdschuddend voor hem staan.
Hij nam nog één keer een flinke teug adem. Waar hij dacht dat hij zou briezen van al die opgekropte woede, werd hij verrast door de totale kalmte die uit zijn mond kwam.
   ‘Moeder. Ja het is afschuwelijk wat ze allemaal eist. Ze is het ergste, het allerergste wat me ooit is overkomen. Maar laten we één ding wel even in het vizier houden. Wiens totaal idiote idee was het om mijn aanstaande vrouw te selecteren op basis van veeleisendheid?’
Hij voelde een ader kloppen op zijn voorhoofd die hij nog nooit had gevoeld. Even ijzig ging hij verder.
    ‘Wie besloot,  met haar autoritaire leiderschap, dat het een goed idee zou zijn als mijn aanstaande zo’n zeikwijf zou zijn dat ze zelfs een bed met 8 matrassen en 16 spreien niet goed genoeg vond omdat er een nano-erwtje onder lag?’
Hij keek zijn moeder recht in de ogen aan en sprak toen even rustig met iets meer kracht: ’Wie?’
Met zijn hand lichtte hij een mes uit het messenblok schuin achter hem terwijl hij zijn moeder strak bleef aankijken.