woensdag 17 augustus 2011

Talking 'bout shit

Het is, gevoed door vele voorbeelden in de omgeving, het angstbeeld van veel aanstaande ouders: na de geboorte van het kind zo op gaan in het ouderschap dat je het alleen daar nog over kan hebben, dat je niet meer in staat bent te relativeren en dat je in een kinderbubbel zit die heel ver afstaat van de grote buitenwereld waarbij het helemaal niet allemaal om kinderen draait.
Dat je totaal uit het oog verliest dat er ook mensen zijn die niet per se alle ins en outs willen horen van jouw kind, maar die ook over onderwerpen willen praten waar jij het bestaan al bijna vergeten was. Ik noem films (maar dan niet de nieuwe cars), concerten (en dan niet wanneer Dirk Scheele weer optreedt), de politiek (en dan niet alleen dat de kinderopvangtoeslag gekort wordt), enz enz.

De afgelopen jaren heb ik ontdekt dat het vrij makkelijk is ouders in drie categorieën in te delen, afgaand op de mate waarin zij 'contact met de gewone wereld' verloren zijn, of hoe je het ook wil beschrijven.
En dat categoriseren gaat op basis van poep. Praten over poep.
Categorie 1 bevat ouders die snappen dat niemand zit te wachten op praat over de poep van hun kroost. Met de dokter het er over hebben als het afwijkt, is nog te doen, maar verder houdt deze ouder zijn poeppraatjes mooi voor zich.
Categorie 2 bevat ouders die denken dat andere ouders het interessant vinden te horen wat voor kleur poep hun kind die morgen had, of welke substantie het was. Die andere ouders hebben ten slotte ook kinderen, dus weten hoe verdomd interessant het kan zijn, poep.
Categorie 3 bevat de ouders die totaal kwijt zijn dat het leven van anderen níét om hun kinderen draait, en al he-le-maal niet om de poep van hun kinderen. Die hoor je dus tegen Jan en Alleman, ouders, het kassameisje, de ober, oude kindloze mannen op straat, tot in de kleinste details uitleggen wat er die dag in de luier van hun kind zat. Uiteraard wordt de kleur vermeld (het zat een beetje tussen spinazie en andijvie in met soms een vleugje pindakleur), de substantie (alsof je op zo'n klei-machine van die haren probeert te maken), de snelheid en manier waarmee het naar buiten kwam (het leek wel vuurwerk) en waar het allemaal nog meer terecht kwam behalve in de luier (de nek van de baby, maar ook de nek van de moeder, en de postbode die net langs kwam...).


Tot welke categorie ouder ik behoor?
Voor het schrijven van een blogje over poep, heb ik natuurlijk wel inspiratie gehaald uit het dagelijkse leven. Maar ik heb me proberen te redden door het algemener te trekken en het slechts te hebben over ouders die praten over poep in plaats van over poep zelf. En daarmee hoop ik vurig dat ik toch een plekje in de eerste categorie verdiend heb...

dinsdag 2 augustus 2011

kamperen


De dag dat ik op vakantie ga. Ik wil mijn schoenen aantrekken, maar wat vind ik daar? Lood??? In míjn schoenen?
Het moet niet veel gekker worden. Ik was toch de o-zo-nonchalante ik-kan-alles-wel-aan alleenstaande moeder? Ik had toch nooit lood in mijn schoenen?? Oke, oke, het was niet echt mijn eigen plan geweest om in mijn eentje met een baby en een kleuter te gaan kamperen, dat was meer noodgedwongen daar al mijn andere vakantieplannen omstebeurt om allerlei externe redenen in het water vielen. Maar waren al die beren op de weg die ik opeens zag niet een tikkeltje overdreven?

Nou nee. De mensen die me vooraf zeiden dat het wel mee zou vallen, zijn vast en zeker nog nooit alleen met een baby en een kleuter gaan kamperen. (Nu ik er over nadenk, zei eigenlijk bijna niemand dat. De meeste mensen trokken hun wenkbrauwen in een stand waar ik niet zo goed van wist wat ze er mee bedoelde, maar echt bemoedigend kwam het niet over).

Doe het niet, zou ik tegen iedereen (wie in hemelsnaam?) willen zeggen die overmoedigd is geraakt door een redelijk geslaagd alleenstaand moederschap, en overweegt met nog-niet-kunnen-zitten-en-zeker-niet-doorslapende-baby en ik-wil-ook-gewoon-aandacht-en-helpen-doe-ik-alleen-als-ik-het-wil-en-dat-is-meestal-niet-als-het-echt-nodig-is-kleuter te gaan kamperen. Doe het niet.

Maar zou ik het hebben gedaan als ik van te voren had geweten dat het zo'n uitputtingsslag zou worden? Jups. Want ik blijf een moeder. En een moeder die haar kind op de heenweg in de volgepakte auto ziet glunderen en hoort zeggen: 'wauw, we gaan gewoon écht op vakantie, het lijkt wel of ik droom!', die snapt dan gewoon dat het de moeite waard is. Engelukkig heb ik nu een jaar om weer een beetje bij te tanken...