vrijdag 31 januari 2014

ravage


Het was 12 december toen ik 's morgens om kwart voor 6 begon aan een vreselijk priegelwerk. Mijn zoon had een traktatie uitgezocht. Eentje waar vreselijk veel precisiewerk bij kwam kijken, maar dat nam ik voor lief omdat ik het waardeerde dat hij met een tamelijk gezond voorstel kwam.
Toen om 6 uur bleek dat mijn spuitzak aan alle kanten lekte en het vullen van de eitjes dus helemaal geen eitje zou zijn, nam ik het al wat minder voor lief. Toen vervolgens bleek dat die olijven ook een vreselijk tijdrovend gepriegel waren en de klok veel sneller ging dan mijn handen, het zweet op mijn voorhoofd stond en ik moeite had de jarige job gezellig te woord te staan, besloot ik nooit meer akkoord te gaan met een priegeltraktatie, en al helemaal niet zelf een vreselijk-veel-werk-traktatie uit te zoeken.

Vandaag pakte ik het dus beter aan. Zoë is nog jong, dus je kunt ze nog praktisch alles laten trakteren zonder dat ze gaan mokken. Dus ik besloot een simpel bloemetje uit fruit te stansen, rondje van ander fruit erin als hart, op stokje, en klaar. Zoë werd vrolijk van het idee en ik dus ook.
Bij het inkopen van het fruit, kreeg ik mijn eerste twijfels. Want je moet best een gek plat stuk fruit hebben wil je daar makkelijk 15 bloemetjes uit kunnen stansen. De watermeloen die ik op het oog had, was natuurlijk nergens te koop eind januari. Met heel wat matige alternatieven zodat ik in de ochtend de keus nog had, kwam ik thuis. Ik probeerde een paar dingetjes uit, en het viel niet tegen.
De wekker ging, en ik begon aan het simpele klusje. Maar het duurde maar vijf minuten tot ik besefte dat ik me vreselijk verkeken had op deze traktatie. De galiameloen had maar weinig rechte kanten en het bleek een heel gepuzzel om niet 15 galiameloenen nodig te hebben voor 15 relatief mini traktaties. De perzik sneed opeens lang niet zo mooi als de avond ervoor. En bij het doorboren met het stokje begon de ellende pas echt. Tal van gebroken bloemetjes sierden mijn aanrechtblad. Heel wat resten onbruikbaar fruit lagen om me heen, en steeds minder stukken onaangeraakt fruit bleven over, terwijl er pas 4 bloemetje op de oase prikten, en de klok weer eens een loopje met me nam.
Uiteindelijk kreeg ik toch enigszins de slag te pakken. En zowaar stonden er toen Nano naar beneden kwam al 10 bloemetjes klaar, en het zag er nog best een beetje oke uit, dacht ik. Heel even. Want Nano keek ernaar en zei, veelbetekenend 'tja'.... Toen Zoë naar beneden kwam, was ik praktisch klaar met dit helse karwei. Ik zette mijn allerpositiefste stem op, ondanks de domper van Nano's commentaar, en liet haar vrolijk de traktatie zien En ja, ze was blij!!! Wat fijn, zo'n bijna driejarige, die behoorlijk wat noten op haar zang heeft, maar bij deze traktatie toch vergevingsgezind was naar haar stressende moedertje.

Van de resten fruit maakte ik snel een smoothie voor het ontbijt en toen konden we gaan. Met de auto, want dat is natuurlijk makkelijker met het vervoeren van zulke dingen. Het was de allereerste drempel in de straat, nog geen 20 meter van mijn huis, waar het helemaal mis ging. Ik keek opzij en zag het blok oase op haar kant liggen, de meeste stukjes fruit van het stokje gegleden op de stoel. Het kon niet waar zijn!!!! Waren we na het hele debacle zo dichtbij een redelijk iets voor Zoë om te trakteren, ging het in de laatste tien minuten nog faliekant mis. Foeterend reed ik door naar school, me te laat beseffend dat dit voor Zoë nou ook niet echt een vrolijke gebeurtenis meer was, met uit elkaar gevallen bloemetjes en een foeterende moeder. Aangekomen bij de opvang herpakte ik mezelf, bekeek de schade, en hoewel die groot leek, slaagde ik er toch in om in een paar minuten praktisch alle bloemetjes weer in elkaar te zetten. Dat viel dan toch nog reuze mee. Het had nog maar weinig te maken met de traktatie die ik ooit in mijn hoofd had zitten, maar een beetje kijkend door mijn wimpers vond ik dat het wel nog uitdeelwaardig was. Ik maakte Zoë blij met de mededeling dat er nog gewoon getrakteerd kon worden, ze keurde mijn herstelpoging goed en we pakten haar fietsje uit de achterbak van de auto. Klep dicht, bloemetjes pakken en klaar! Herstel; klep dicht, te hard, stuk oase met net gerepareerde bloemetjes kwam op z'n kop terecht, alle bloemetjes aan diggelen. Deze ravage kun ik met alle liefde in mijn lijf nooit meer tot een toonbaar iets repareren. Het was over. Het totale mislukken van de simpele bloemetjestraktatie was een feit. Nooit meer zou ik mezelf voornemen een simpele traktatie te maken waarbij er ook maar enige kans bestond op dikke vette priegel adders onder het gras. Nooit meer.

 
Met lege handen gaf ik Zoë af op de opvang. Met de zelfde gemaakte opgewekte positiviteit als waarmee ik haar vanochtend de bloemetjes had laten zien, vroeg ik haar -alsof het doodnormaal is na zo'n ochtend opeens over te stappen op een totaal ander plan- of ze het niet leuk zou vinden om op mandarijntjes te trakteren.  Ik denk dat door de opgewekte toon toch te horen was, dat het enige juiste antwoord op deze vraag 'ja natuurlijk mama, leuk!' was. En dat antwoord gaf ze dus. En dus ging ik terug naar huis (dankte de Tros op mijn blote knieën dat ze me ontslagen hadden en dat ik dus alle tijd had), kocht een zak mandarijnen, knipte snel wat hoedjes en kwam een half uur later met vijftien vrolijke mandarijntjes de opvang binnen.






En in mijn volgende leven, beloof ik mezelf nu plechtig, ga ik geloven dat snoep en chips helemaal niet zo slecht is voor kinderen en koop ik gewoon een zakje chips. Zo.