woensdag 10 december 2014

De Natuur

Mijn broer hield van de natuur. Dat was de laatste jaren wel duidelijk. Een tuinman in hart en nieren, altijd oog voor plantjes, hoe klein of verlept ze ook waren. Maar de liefde voor de natuur ging veel verder terug.

Vroeger, toen ik een jaar of tien was, had ik een heel stoere broer. Lang haar, met de onderkant weggeschoren. Spijkerbroek met scheuren erin, een tattoo, een oorbel. Uit zijn kamer klonken op hard volume de Peppers, Publi Enemy en Rage Against the Machine. Hij spoot met graffiti eerst zijn kamer en later het hele dorp onder. Met zijn even stoere vrienden hing hij uren op zijn kamer, waar ik als klein zusje absoluut niet binnen mocht komen om te kijken met welke stoere-jongens-dingen zij bezig waren.
En die super stoere broer kwam opeens op een dag thuis met een paar plantjes. En die plantjes waren zijn alles. Hij plantte ze achter in de tuin en als hij van het Kleesj terug naar huis gefietst kwam, was het het eerste waar hij naar toe liep. Kijken of zijn plantjes goed waren gegroeid en niet waren aangevreten door de schapen.
Toen hij in die periode in coma raakte, waren zijn vrienden zo lief om meteen de zorg voor de plantjes over te nemen. Ze hadden blijkbaar ook een grote liefde voor planten, hetgeen me ook bij hen totaal verbaasde. Ik zie ze nog zitten, met z'n allen om onze tafel buiten, teriwjl mijn broer vocht voor zijn leven in het ziekenhuis. Ze hadden een deel van de plantjes afgeknipt en waren ze met zorg klein aan het knippen. Zo ontroerend; van die grote stoere jongens die zich zo bekommerden om plantjes.

Een paar jaar later, toen ik Doe Maar ontdekte, viel bij mij pas het kwartje. Het was een groene plant. Een mooie plant. Ee welriekende plant. Een grote en sterke, ja een nuttige plant....


 Dag grote broer, goede reis. 15-07-1975 - 05-12-2014