donderdag 30 november 2017

Carriéretijgers


Hoewel de klokken al luidden, was de kerk nog halfleeg toen ze binnen kwamen.
   'Alsjeblieft een beetje achterin, dadelijk denken ze nog dat we nabestaanden zijn,' fluisterde Isa terwijl ze Jeroen met een lichte duw de achterste aansluitende vrije rij in forceerde.
   ´Je hebt een vlek!´en ze wees naar zijn overhemd dat zichtbaar werd bij het zitten gaan.
   ´Godv...´ Ze snoerde hem de mond met een por in zijn zij.
   ´Dit is al het tweede overhemd dat ik vandaag met vlek uit mijn kast haal,´ bromde hij haar kant op.
   ´De ossengalzeep staat op de wasmachine. Werkt prima.´
   ´Mark zei laatst vlak voordat we de meet-up in gingen ook al dat ik er uit zie als een    vrijgezel.’
   ‘Heb je hem welkom geheten in 2017?’
Van achter in de kerk werd de kist binnengereden. De buurvrouw liep er snotterend achteraan, gesteund door twee vrouwen die gezien de overeenkomst in uiterlijk, allen sluik haar en een bol gezicht, wel zussen van de buurvrouw moesten zijn.
Toen de kist hun rij was gepasseerd, probeerde hij vlug met een beetje spuug de vlek alsnog uit zijn overhemd te verwijderen. Zijn overhemd was nu vies én nat.
   ‘Er zijn toch ook genoeg zzp-ers die parttime werken?’
   ‘Anders neem je voortaan je was mee naar je moeder als je bij haar op bezoek gaat,’ beet ze hem fluisterend toe.
Ze volgden de andere kerkgangers die weer allemaal gingen staan. Met het bidprentje bedekte hij de vlek.
   ‘Voor het geld hoef je het echt niet te doen.’
   ‘Vraag je ma anders meteen even waarom ze vergeten is jou te leren hoe je je kleren moet wassen.’
   ‘Het is ook niet dat ik nou een standaard 9 tot 5 baan heb.’
Met de hoek van de laatste foto van de buurman pulkte hij aan de vlek.
   ‘Ah ja, thanks for telling, anders was die zware baan van je me misschien helemaal ontgaan.’ Met een korte corrigerende zwiep tikte ze ondertussen zijn hand met bidprentje van de vlek af.
Het koor zong, de buurvrouw snifte en Jeroen kuchte.
   ‘Met die nieuwe stap gaat er echt wel een tandje bij. Dan kan het niet zo doormodderen,’ mompelde hij in zijn kuch.
Met opgetrokken wenkbrauwen keek ze hem aan. Hij bleef strak naar de bank voor hem staren.
   ‘Op mijn werk is er niemand die dat kan bolwerken zoals wij het samen doen.’
   ‘Dus omdat Mark een hersenloze huisvrouw aan de haak heeft geslagen, moet ik mijn baan opzeggen?’ Ze kreeg het niet voor elkaar alles op fluistertoon uit te brengen.
   ‘Dat zeg ik toch niet? Je moet het niet zo persoonlijk nemen.’
   ‘Ah ja, niet persoonlijk...’
 Het koor was gestopt met zingen en de man naast haar keek geïrriteerd opzij. Jeroen wachtte tot de stem van de pastoor weer door de kerk galmde.
   ‘Ik kan deze stap niet alleen,’ en hij legde zijn hand wat onhandig op haar bovenbeen. Isa schoof op richting de geïrriteerde man.
   ‘We moeten het hier toch gewoon over kunnen hebben?’ vervolgde hij.
   ‘Jeroen,’ siste ze, ‘kijk om je heen. We zitten in een fokking kerk. Voor het altaar staat de buurvrouw te huilen. En jij vertelt me doodleuk dat ik huisvrouw moet worden? Dit is níét het er gewoon over hebben!’
Niet alleen de geïrriteerde man keek hen nu boos aan, ook op het bankje ervoor kwam men in beweging om te zien wat er achter hen gaande was.
Isa schroefde haar volume weer naar beneden maar kreeg het niet voor elkaar niks meer te zeggen.
   ‘Het is dat er in die schrijfopdracht staat dat ik niet de ruimte mag verlaten. Anders was ik nú vertrokken. Het had me geen fuck uitgemaakt wat de kerk ervan gedacht zou hebben. Of de buurvrouw. Of Mark met zijn huisslaaf. ’
Ze graaide in haar tas en haalde er met een woeste beweging een verfrommeld papiertje uit. Haar ogen schoten over de letters.  
   ‘Oh ik had het onderwerp ook nog moeten omzeilen!’ begon ze verontwaardigd, met weer wat meer volume.
Jeroen zag dat nu ook de gezusters op de eerste rij zich omdraaiden. Gegeneerd dook hij wat verder in elkaar.
   ‘Dus meneer vertelt me tijdens een uitvaart dat ik eigenlijk voor niks heb gestudeerd en me jarenlang uit de naad heb gewerkt om mijn bedrijf op de kaart te zetten. Dat ik dat allemaal maar aan de wilgen moet hangen omdat hij zo nodig de succesvolle topmanager wil uithangen. En ik moet dan doodleuk beginnen over wat we met kerst gaan eten dit jaar?’
   ‘Isa...’ probeerde hij haar tegen beter weten in te sussen.
De dame voor hen bemoeide zich er nu ook mee. Bijna smekend fluisterde ze met betraande ogen ‘mevrouw, alstublieft.’
‘Dit moet een dialoog zijn, geen ...uh...trialoog,’ -Isa gokte dat dat het juiste woord was-            ‘dus kunt u zich alstublieft weer omdraaien?’ sprak ze droogjes tegen de dame.
Toen wendde ze zich weer tot Jeroen, die zichtbaar zijn best deed te verdwijnen.  
   ‘Maar goed, ik heb me toch al niet aan de opdracht gehouden, dus ik ben weg.’
Hoewel de geïrriteerde man zijn benen al meewerkend opzij gevouwen had, was het toch nog een heel gedoe om het gangpad te bereiken. Het duurde allemaal nog langer dan nodig omdat ze met haar panty bleef hangen aan het klittenband van de tas van de man. Ze had de aandacht van de hele kerk toen ze uit de kerkbank kwam geworsteld. In Paradisum klonk terwijl ze, tegen alle regels in, met ferme passen de kerk verliet.

Opdracht cursus Creatief schrijven: schrijf een dialoog waarin op een ongepast moment een verwijt middels subteksten aan de orde komt. Een van de personages probeert het onderwerp te omzeilen en  de personages mogen de ruimte niet verlaten.  

maandag 20 november 2017

Gü, lieve goddelijke Gü. Met je strakke laagjes, dat glimmend dakje van ultra-donkere chocola, je strakke luxe vormgegeven verpakking. Met je goddelijke smaak waar je concurrerende kant-en-klare-toetjes niet in de verste verte bij in de buurt komen.

Gü. Ik koop je maar zelden. Je bent duur -ik neem het je niet kwalijk, je kan het hebben- en je bent dikmakend -ook dat neem ik je niet kwalijk, er zijn minder goddelijke dingen te bedenken waar je van aankomt.

Afgelopen week schreeuwde je naar me, met je oranje-bonus-kaartje voor je. Je maakt me egoïstisch, Gü. Áls ik je koop, wil ik je alleen, helemaal voor mezelf. Twee toetjes met z'n drieën delen, ik zou het helaas niet kunnen, hoeveel ik ook van mijn kinderen hou. Jij verleidde me dus vanuit je schap, en ik zag kans je helemaal voor mezelf aan te schaffen. De kinderen zochten nieuwe jam uit, met hun rug naar me toe. Ik had de zelfscanner vast, het kon, als ik maar snel handelde.  Snel scande ik je en stopte me in mijn rugzak. Een exclusieve plek, los van al de plebs-boodschappen die in mijn mandje lagen. Die plek verdiende je, en het was uit het zicht van de kinderen. Mooi zo.

En toen gebeurde het. We werden gecontroleerd bij het zelfscan-apparaat. Niks aan de hand, behalve dat ik kaas met 35% korting had gehaald en het meisje van de Appie niet de 35% sticker had gescand. Nog niks aan de hand. Maar de consequentie was dat ze nu álles opnieuw moest scannen. Álles Gü. Maar jij zat in mijn rugzak, verstopt voor mijn kinderen. Wat kon ik doen? Mijn hoofd ratelde. Ik was van plan je te betalen Gü, echt! Je hebt klasse, daar betaal ik voor, natuurlijk! Ik had je tenslotte ook al gescand.  Maar het werd me nu wel heel erg moeilijk gemaakt. Hoe kon ik voor het oog van mijn kroost nou mijn rugzak openen en tegen het meisje van de kassa zeggen dat ik ook nog mijn grote liefde in mijn tas had zitten omdat ik die niet wilde delen met mijn kinderen? In een nanoseconde woog ik het morele dilemma af. Ik heb je gestolen Gü, het spijt me. Ik vond dat het niet anders kon. Het was dat of voorgoed door mijn kinderen gezien worden als een egoïstische, zelfzuchtige moeder. Dat ik dat allemaal bén is al erg genoeg. Sorry Gü, sorry Appie.

woensdag 15 november 2017

Hakuna Matata



Geroutineerd vouwde Hannie de Afrikaanse doek om haar haren. Ze wierp daarna een vluchtige blik op de spiegel, al had ze haar spiegelbeeld al lang niet meer nodig om te zien of de doek goed zat. Ook de blik die ze daarna op haar horloge wierp, was eigenlijk overbodig; 09.45, zoals ze al wist.  Tijd om de nieuwe groep op te wachten bij de ingang van het museum. Ze hoorde tijdens haar loopje door de gang al het gebrek aan geroezemoes; de groep was duidelijk nog niet gearriveerd. De rondleiding begon om tien uur, dus ze waren nog niet te laat. Maar toch kon ze een klein gevoel van ergernis niet onderdrukken. Ze zette altijd zo duidelijk in de mail dat het van belang was dat de gasten ruim op tijd aanwezig zouden zijn en ze kon zich gewoon niet voorstellen waarom mensen daar geen gehoor aan gaven.                                                                  
En deze groep had ook nog het verzoek ingediend de rondleiding in het Engels te krijgen. Hoewel ze nooit in het buitenland was geweest -op het schoolreisje naar Berlijn ruim 30 jaar geleden na- was Engels an sich geen probleem voor haar. Tijdens de djembé-lessen en op de Afrika-dagen en -festivals was het doorgaans de voertaal en ze hield van het internationale karakter dat het met zich mee bracht. Maar het betekende wel dat ze haar hele rondleiding opnieuw had moeten timen. Ze kon de Nederlandse versie wel dromen, ze wist precies welke woorden ze waar moest vertellen, om stipt om 12 uur bij het museum-restaurant de rondleiding te kunnen afronden. In het Engels lag dat natuurlijk allemaal net weer anders, dat had ze nu helemaal moeten uitdokteren.                                               
Nu was het natuurlijk wel zaak dat ze gewoon om tien uur kon beginnen. Anders moest ze alsnog zinnen gaan schrappen, en dat hele proces moest dan allemaal improviserend op het moment zelf in haar hoofd gebeuren. Ze voelde de rode vlekken al bijna in haar nek schieten bij het idee dat dat vandaag allicht allemaal boven haar hoofd hing.
Haar horloge piepte tien uur. Ze kon er niks aan doen dat ze meteen met een enigszins chagrijnige blik naar buiten keek, richting parkeerplaats.  De groep stond nu in haar hoofd definitief in de min. De minuten die volgden, hield ze zich bezig met tellen. Telkens telde ze af van honderd tot één, haar blik strak op de parkeerplaats gericht, in de hoop dat precies bij één de groep zou arriveren. Ze had al twaalf keer  de één bereikt, toen er een busje de parkeerplaats op gedraaid kwam. Ze zag direct dat de bus gevuld was met donkere mensen. He, had de dansgroep zich nou alweer vergist? Zo moeilijk was het toch niet dat zij enkel op de zaterdagen in de oneven weken geboekt waren? Maar toen de schuifdeur van het busje openzwaaide, werd haar meteen duidelijk dat dit niet de dansgroep was. De kleurige gebatikte kostuums hadden plaats gemaakt voor vrij grouwe en vooral westers-ogende kleding. Ondanks dat ze de afgelopen minuten enkel bezig was geweest met wachten op haar groep, duurde het even voordat ze besefte dat deze Afrikanen haar gezelschap vormden voor deze ochtend.  Ze voelde even een lichte paniek opkomen, maar besloot resoluut die niet toe te laten.  Stick to the plan!  Ze begroette de groep in het Swahili, zoals ze altijd deed om alvast in de stemming te komen. Karibu! Het gezelschap keek haar wat lacherig aan. Ze liet een stilte vallen om de excuses over het te laat komen te kunnen ontvangen. Het bleef stil. Ze rechtte haar rug. “Afrika, een continent dat we vooral kennen van de armoede, de oorlogen, kindersterfte, lang zittende dictators, en nare ziektes als aids en malaria. Vandaag wil ik jullie in de tentoonstelling Africa Smiles mee op reis nemen naar een andere kant van dit continent. Ik wil jullie kennis laten maken met de geuren, kleuren en klanken van dit werelddeel.”
Ze was blij dat haar gedegen voorbereiding haar vruchten afwierp. Ze had niet hoeven zoeken naar de Engelse woorden. Niks zo vervelend als een gids die niet vloeiend uit haar woorden komt en haar verhaal niet paraat heeft.  De groep volgde haar naar de ruimte over huisvesting. Hoevaak had ze hier al de leiding genomen, een groep nieuwsgierige volgelingen achter haar? Ze hingen doorgaans aan haar lippen als ze vertelde over dat spannende continent waar ze zo van in de ban was door de  de mooie mensen, de opzwepende ritmes, de mysterieuze gebruiken. Heerlijk was dat als de mensen zich door haar verhalen lieten meevoeren, alsof ze zweefde, gedragen door de bezoekers.
Vandaag voelde het anders. De Afrikanen spraken onderling geen engels, maar een taal waar ze geen touw aan vast kon knopen. Ze spraken hard, met z’n allen door elkaar. Tussen al die vreemde woorden en klanken door klonk bijna onophoudelijk hard gelach. Hannie probeerde zich enkel bezig te houden met de volgende teksten die ze moest vertellen, en met de tijd die ze nog moest zien in te halen, maar ze kon zich niet los wrikken van het gevoel dat de groep achter haar rug om om háár zoveel lol had. Waren ze aan het bekritiseren hoe ze de Vlisco-doek om haar middel had geknoopt? Misschien vonden ze het uberhaubt wel bespottelijk dat ze, als enige nota bene, Afrikaanse kleding droeg?
Bij het bereiken van de eerste nagebouwde Afrikaanse hut, nam ze een flinke hap lucht om met evenveel overtuiging en passie haar verhaal te kunnen doen als anders. Ze vond de moed om  enthousiast te beginnen, maar de groep ging niet mee in haar verhaal, het bleef stil bij de ingebouwde grapjes, en er werd in het engels gemord dat Afrika echt niet vol stond met dit soort ronde hutjes met rieten daken. Waar waren de betonnen huizen, de golfplaten daken? En de grote paleizen waar de locale popsterren in woonden? Die waren veel interessanter om te vertonen toch? Van een van de popsterrren -er viel een naam die Hannie werkelijk niks zei- werd gezegd dat hij in alle 16 kamers van zijn huis een tv had, dat hadden ze hier mooi kunnen nabouwen!
De zweetdruppels dropen onder haar gekleurde hoofddoek uit, terwijl ze zich met haar Afrikaanse gevolg door het museum sleepte.  Ze probeerde houvast te blijven vinden in het draaiboek. Maar bij elk verhaaltje van haar kwam er op een andere moment reactie uit de groep dan ze gewend was. De meeste vragen van bezoekers kon ze net zo dromen als haar antwoorden. Maar deze groep leek niet gevoed door nieuwsgierigheid en verwondering en Hannie kon zo een twee drie geen antwoord verzinnen op alle opmerkingen die de groep constant naar haar terugkaatste. Het voelde allerminst alsof ze zweefde. Ze kreeg steeds meer het gevoel dat ze met een enorme kracht de grond in werd gezogen. De groep leek zich ondertussen nog prima te vermaken, ze lachten nog steeds om alles wat ze zagen en wat er verteld werd. Hannie had de grootste moeite dat lachen te kunnen plaatsen. Het kostte haar bakken met energie.
Het djembé-onderdeel was doorgaans het hoogtepunt van de rondleiding, maar het hing nu al een uur als het zwaard van Damocles boven haar hoofd. Ze voelde aan alles dat het deze keer niet zo zou zijn dat zij met haar ritme de hele groep naar een opzwepend harmonieus eind zou weten te stuwen. Wat moest ze dan? Moest ze afwijken van wat ze normaal met haar groep deed, enkel omdat dit Afrikanen waren? Dat kon toch nooit de bedoeling zijn, de gedachte klonk zelfs een beetje racistisch. En als ze iet niet was! Dus besloot ze ook dit deel, zij het met inmiddels vlekken in haar nek en onder haar oksels, hetzelfde aan te pakken als ze altijd deed. Maar in plaats van rustig 1 voor 1 haar ritmes na te spelen hadden de Afrikanen vrijwel direct haar ritme ingepikt en overgenomen en was de ruimte gevuld met allerlei ritmes waar Hannie geen enkele controle over had. Ze wilde dat ze het los kon laten, maar het voelde als falen als gids als ze dan maar zou besluiten de groep gewoon te laten spelen waar ze zin in hadden. Even ging ze nog stug door met door al die drums heen instructies te geven, maar ze voelde haar waardigheid als gids met elke slag die ze op de drums deed meer de bodem in geslagen worden. Met rood aangelopen hoofd, keek ze op haar horloge. De tijd had een loopje met haar genomen, de minuten hadden zich deze ochtend gedragen alsof ze uren waren. Het was nog géén twaalf uur, maar ze was klaar, op. Ze kon zich niet bedenken waar ze het vandaan moest halen nu al improviserend nog extra minuten te vullen. Het was werkelijk niks voor haar maar met een zucht besloot ze eerder dan in haar draaiboek stond met haar afsluitende praatje te beginnen. “Stilte,” riep ze, en ze schrok zelf van het hoge schooljuf-gehalte dat haar kreet had. Maar het hielp. De groep keek haar aan, zij keek naar de grond terwijl  ze monotoon haar laatste tekst opdreunde. “Ik hoop dat jullie veel geleerd hebben van deze rondleiding.  Als laatste wil ik jullie nog een bekende Afrikaanse wijsheid meegeven: hamna shida ,  of bekender Hakuna matata. Wind je niet op, maak je niet druk.”
Ze veegde haar verhitte voorhoofd af met een punt van de doek die los om haar hoofd was komen te zitten.  “Goedemiddag allemaal nog,” mompelde ze richting de groep en keek verward  nog eens naar haar horloge.  “Goedemorgen bedoel ik,” corrigeerde ze zichzelf, zonder de groep nog aan te kijken. Vurig hopend dat niemand van haar collegae haar in deze staat zou tegenkomen, vluchtte ze weg. 

Opdracht Cursus Creatief Schrijven: Bedenk aan de hand van een bestaand persoon een personage, en bedenk een schurende situatie waarin hij met zijn karakter in terecht kan komen / schrijf een character-based plot.
 

zondag 5 november 2017

De toren van Bologna

Één ding kon je niet ontgaan als je die bewuste zondag de tourist office van Bologna binnenstapte: de a4jes die overal opgehangen waren. Ze waren met velen; wel tien stuks op de deur alleen al. Maar ook over de rekken met folders, op de tafel waarop de plattengrond van de stad geplakt was, op elke desk. Ze hingen werkelijk schots en scheef, waaruit je enkel kon concluderen dat ze met toenemende boosheid waren opgehangen. De plakband om elk a4tje op te hangen moet met een enorme aggressie telkens van de rol zijn afgebeten. Als een woeste leeuw moet iemand door de kleine ruimte zijn gesjeesd om de boodschap zo duidelijk mogelijk over te brengen op al die toeristen. DE TOREN WAS GESLOTEN DOOR TECHNISCHE PROBLEMEN, EN NEEEEE (!!!!!!!!) ZE WISTEN NIET (NIET) TOT WANNEER DEZE GESLOTEN ZOU BLIJVEN.

Ze moeten afschuwelijke uren hebben meegemaakt toen die briefjes er nog niet hingen en al die mensen hen maar bleven vragen wanneer de toren dan allicht weer open ging. Ja dat moet een ware nachtmerrie zijn geweest die hen uiteindelijk ertoe gedreven heeft om hun bureau op deze manier toe te takelen. Een andere oplossing was niet meer mogelijk. Ze móésten iets doen, en dit was het enige wat hun nog zou kunnen redden uit deze hel zonder dat ze de deuren echt zouden moeten sluiten.

Nano en ik hadden geluk. We kwamen niet naar de Tourist Office voor de toren, al wilden voornamelijk Nano die wel heel graag beklimmen tijdens ons verblijf. Nee we wilden graag informatie over de vertrekplek van de bus richting de katherdraal van San Luca, die op een heuvel buiten de stad lag. Ik moest een nummertje trekken om een dame aan de desk te spreken te krijgen. Daarvoor moest ik eerst een woest geplakt a4tje optillen, anders kon ik niet bij de knop. DE TOREN WAS GESLOTEN EN ZE WISTEN NIET TOT WANNEER DEZE GESLOTEN ZOU BLIJVEN!! Ja, ja. Mijn nummer verscheen vrijwel direct op het scherm. Omringd door 2 a4tjes. Ik liep met nano naar desk 4. De vrouw keek nors. Ik denk niet dat ze van toeristen hield. Ik probeerde te vragen over de bus, maar voor ik het besefte had ik haar gevraagd of ze wist wanneer de toren weer open ging. Oeps.

En toen ging alles heel snel. Stoom kwam uit haar oren, en ook uit haar andere lichaamsopeningen, terwijl ze als vanzelf rechtovereind gelanceerd werd. De toerisme-dame hing nu met haar bovenlijf óver de desk heen, angstaanjagend dicht bij ons. Haar handen graaiden naar beneden. Ze trok met een straffe beweging het a4tje dat voor op haar desk zat los. Toen schoot haar lichaam weer terug naar achter. Ergens halverwege bleef ze hangen, met haar buik steunend tegen haar desk. Het a4tje plantte ze met een flinke knal tussen ons in. Haar hand wees krachtig naar de onderste regel op het a4tje. Als een dictator bulderde ze staccato: WE - WETEN- NIET - TOT - WANNEER - en ze zette nog een tandje bij - DE - TOREN - GESLOTEN -BLIJFT. Ik weet niet of ik het me verbeeldde, maar het leek alsof ze daarna uitpuffend haar bovenlijf op de desk liet vallen. Ze veegde het zweet van haar voorhoofd. Nano en ik hadden intussen een stapje naar achteren gedaan, voor de zekerheid.  'Ok,' zei ik droogjes. 'De bus naar San Luca, waar kan ik die dan vinden?' Ze keek ons niet meer aan. Ik weet niet of ze uberhaubt nog in staat was iemand ooit nog aan te kijken. Ik schatte in dat  ik een totaal lege blik had aangetroffen, áls onze blikken elkaar wel nog hadden gekruist. Ze haalde hoorbaar een aantal keer diep adem door haar neus. Terwijl ze in het niks staarde, perste ze haar lippen samen. Er siste iets tussen haar lippen door. 'Buiten' denk ik dat ze met een omweg onze kant op slingerde, alsof wij in de veronderstelling waren geweest dat de bus dit gezellige toeristenbureau binnen zou rijden. Het leek ons het beste naar buiten te lopen, op mijn telefoon kon ik vast de opstapplek van de bus wel vinden. Ik keek nog één keer om en zag de dame in totaal destuctieve staat achter haar desk hangen. Ik hoop dat niemand haar de dag erna verteld heeft dat de 97,6 meter hoge toren weer beklimbaar was...
de tourist-office gezien vanaf de top van de toren, met op de berg op de achtergrond San Luca



(dit is zomaar een losse tussendoor blog, los van de cursus Creatief Schrijven)

donderdag 2 november 2017

Een beige leven



Hij probeerde zijn voeten telkens zorgvuldig op het smalle pad te zetten maar hij zag dat zijn beige italiaanse schoenen desondanks langszaam maar zeker een steeds grotere laag modder hadden aangetrokken. Hij deed zijn best dat niet erg te vinden en liep verder richting het opgaande struweel dat  voor hem lag. Een kleurige herfstspreeuw kruiste fladderend zijn pad. Hoe lang zou hij nou al onderweg zijn? En zou hij al gemist worden? Het voelde goed om hier uit te waaien, prentte hij zichzelf in, met die adembenemende natuur om hem heen. Al was het vooral gure en koude lucht die hij inhaleerde.
Toen hij honger begon te krijgen nam hij wat onhandig plaats op een omgevallen boomstam. Uit zijn aktentas haalde hij een Tupperware-bakje met rauwkost. Geen slaolie, dat was wel een beetje droogjes, daar had hij door alle spanning niet zo goed over nagedacht vanochtend. Gelukkig had hij zijn snee volkoren brood wel besmeerd met halvarine. Hij keek wat schuchter om zich heen, een vis in het water kon hij zich hier toch niet noemen. Maar het was een heel stuk beter dan die kantoortuin waar hij normaal met zijn team stipt om 12 uur lunchte. Ja dit moment moest hij koesteren.
Hoe zou Tineke reageren? En de tweeling? Die zouden vast woedend zijn in eerste instantie. Maar er zou hopelijk een moment komen dat ze zijn actie zouden kunnen zien als een kleine heldendaad. Daar zouden allicht heel wat jaren overheen gaan.  Misschien zouden zijn zonen door zijn beslissing veel eerder dan hij beseffen waar het allemaal om gaat in het leven, en wat juist totaal onbenullig is, ook al doet iedereen om je heen je anders geloven.
Zouden ze, al zoekend naar sporen, de mail van Saar vinden en linken aan zijn actie? Het was iets na acht uur geweest gisterenavond, het journaal was net afgelopen. Hij was net de hoeslakens en moltons van de waslijn aan het halen, toen zijn telefoon zoemde dat er een nieuwe email was. Meestal was het zijn werkmail; een bestelling of een vraag van een bedrijf of particulier of radiatorfolie nou echt zo effectief was. Maar tot zijn verbazing was het dit keer een mail in zijn hotmail-account. Daar kwam nooit meer iets binnen eigenlijk, op de maandelijkse nieuwsbrief van de buurtvereniging na, die hijzelf altijd verzond. Hij keek verbouwereerd naar de afzender. Saar. Een blauwe maandag waren ze een setje geweest. Maar dat was geen lang leven beschoren geweest, dat had iedereen meteen al geweten. De vrijgevochten, idealistische globetrotter met de behouden en gereserveerde huismus. Het duurde dan ook niet lang voor ze weer gevlogen was, naar de jungle van Colombia, als hij het zich goed herinnerde. Ze hadden elkaar nooit meer gesproken. Zij had vast zelfs nooit meer aan die saaie ex van haar gedacht. Hij daarentegen best wel eens.  Als hij weer eens op zijn werk naar het systeemplafond zat te staren als kleine afleiding van het invullen van de excelsheets met de kwartaalresultaten, mijmerde hij wel eens waar zo iemand als Saar nou mee bezig zou zijn, wat zij zou zien als ze omhoog keek om even te ontsnappen aan de dagelijkse beslommeringen. Al leek het hem sterk dat zij in haar leven überhaubt dagelijkse beslommeringen zou kennen waar ze van wilde ontsnappen.                       
 Of hij kon zich als hij thuis kwam van zijn werk soms ineens inbeelden hoe zíj naar zijn huis en zijn leven zou kijken. Ze zou vast jeuk krijgen van zijn degelijke doorzonwoning met herfstkrans aan de deur, twee vazen symmetrisch voor het raam. Meestal was hij trots op alles wat hij voor elkaar had gebokst, op de auto én caravan op de oprit, zijn gezin, de heg die altijd netjes geknipt was. Maar op die momenten dat hij opeens met haar ogen ernaar keek, kon hij haar jeuk bijna zelf voelen. Ja, ze zou het vast een leeg bestaan vinden, veel te veel gericht op net een grotere auto dan de buren kunnen veroorloven, het gras groener krijger dan in de folder van het tuincentrum.
En nu stond haar naam bovenaan in zijn mail-app. Hij had gewacht met het lezen van de mail tot Tineke na Nieuwsuur naar de slaapkamer was vertrokken.
Het begon te motregenen. Fluks zette hij zijn weg voort. Zijn natgeworden pantalon plakte al hinderlijk tegen zijn benen toen hij de rand van de Oostvaardersplassen bereikt had.  Hij baande zich moeizaam een weg door het rietpluim. Hij voelde de moeheid in zijn benen toenemen. De nacht had hem  na het lezen van het mailtje geen enkele slaap gegund. De eerste uren voelde hij zich met de  minuut miserabeler, had hij geconstateerd. Maar vanaf dat hij een besluit had genomen, was hij elk uur rustiger geworden. Maar de slaap had hij niet meer kunnen vatten. Hij was opgestaan voordat het alarm op zijn telefoon af zou gaan.
Zijn telefoon. Die zou hij vanaf deze plek met een beetje een strakke worp in het water moeten kunnen mikken. Verdonkeremanen, eerst de telefoon, dan de rest. Hij opende zijn aktentas om hem er uit te halen. Hij merkte dat zijn handen trilden. Was het omdat hij daar natgeregend stond in de novemberwind? Hij deed zijn best om de telefoon vast te pakken zonder op het scherm te kijken, zodat hij hem meteen weg kon gooien. Maar het scherm lichtte op en trok onontkomelijk zijn aandacht. “Stefan” schreeuwde de letters. Niet opnemen, nu snel handelen. Maar voor hij het wist had hij met zijn trillende vinger toch over het groene pictogram  geveegd.    ‘Sjoerd?’ Hij schrok hoe zijn bubbel opeens verbroken werd door de stem van zijn collega. Kon hij nog ophangen? Hij bracht de telefoon tegen zijn natgeregende wang en oor.    ‘Uh, ja,’ antwoordde hij schor.    ‘Waar zit je man? We hebben een topdeal binnen!’ Hij keek om zich heen, naar het meer voor hem en toen naar zijn bemodderde schoenen, zijn doorweekte broekspijpen. ‘Sjoerd?’ Hij kuchte alleen maar.  ‘Alle gemeenten-gebouwen gaan toch over op ons radiatorfolie! We zijn binnen!’  Heel even maar keek hij nog één keer uit over de Oostvaarderdsplassen. Toen verraste hij zichzelf door zich resoluut om te draaien. Direct zette hij de pas er in.    ‘Ik kom eraan’.  Gelukkig heb ik nog een droog pak in de auto hangen, dacht hij, terwijl hij tijdens het lopen zijn natgeregende haar enigszins probeerde te fatsoeneren.  Hij zag niks meer van het natuurschoon om hem heen en kon alleen maar denken aan de autoverwarming die hem zometeen zou opwarmen. En aan een garage die hij nu misschien wel zou kunnen gaan bouwen. 

Opdracht cursus creatief schrijven: let op het woordgebruik van mensen om je heen en laat je daardoor inspireren bij je tekst.
Ik vond mijn inspiratie in dit draadje op twitter over de saaiste woorden in de Nederlandse taal: https://twitter.com/arcinho/status/921456715056472067https://twitter.com/arcinho/status/921456715056472067 https://twitter.com/arcinho/status/921456715056472067
Ik zocht daar zelf een paar draadjes bij met mooie woorden en die twee lijsten met woorden werden het uitgangspunt voor dit verhaal.