dinsdag 2 september 2008

de maatschappelijke ladder

Een kind baren gaat onherroepelijk gepaard met een ongelofelijke berg opofferingen. Dat is waar menigeen mij tijdens mijn zwangerschap mee bang probeerde te maken, of voor probeerde te bereiden op dat wat komen zou. En natuurlijk hadden ze gelijk. Meer dan dat je je erop kan voorbereiden, hoeveel boekjes je ook leest, hoeveel ervaringsdeskundigen je ook spreekt, houdt het leven dat je had op op het moment dat er zo'n klein wormpje op je buik gelegd wordt.

Maar ik kan niet zeggen dat ik nou zo'n enorme heimwee heb naar de tijd dat ik tot twee uur 's middags met een enorme kater in mijn bed lag te stinken. Of dat ik met vrienden in depressieve buien niet anders kon concluderen dan dat het leven kut is, en tevens totaal zinloos. Of je niet-cool voelen omdat je eens een zaterdagavond thuis zit.
De enige opoffering waar ik zo nu en dan eens goed over kan sippen, is die van mijn carriére. Ik kan niet zeggen dat het allemaal anders loopt dan ik vroeger in mijn hoofd had, want ik hád vroeger niets in mijn hoofd. Maar ik merk wel dat ik eens in de zoveel tijd overvallen word door een enorme honger naar werk waar ik wél het idee heb iets toe te kunnen voegen, waar ik wat kan met de dingen waar ik jaren lang voor heb gevochten om voor mezelf toe te geven dát ik ze kán. Mijn kont vraagt zo nu en dan om een zakelijke pluim.
Maar er zijn ook tijden dat ik helemaal vergeet dat ik ooit misschien andere dingen ambieerde, dat ik als ik in Oeganda een andere keuze had gemaakt, nu tussen 9 en 5 (of dan wslk tussen 9 en 11 uur 's avonds) waarschijnlijk dingen had gedaan waar ik een stuk gelukkiger van zou worden dan van mijn huidige werkzaamheden.
Gelukkig heb ik dan mijn zoon, die me op zulke momenten met de neus op de feiten duwt.

Ik fiets met hem langs mijn werk.
'kijk nano daar is mama de hele dag als jij bij Nijntje bent.'
Intussen rijden we onder een viaduct, direct naast mijn werk.
Zegt de zoon: 'zit je de hele dag onder de brug mama?'