maandag 17 juli 2006

Gomezi

Enigszins zenuwachtig, want het hele dorp had het er al een week over, probeerde ik de nacht door te komen voor de doop van mijn zoon, u weet wel, Nano dion kasaana mukasa marc francis xavier Mevis. In de keuken kraaien al de hele nacht de kippen die morgen voor het bezoek geslacht zullen worden. Ik heb er geen kijkje genomen maar ik schat in dat nast de kippen een berg ingewanden ligt, drukbezocht door een zwerm vliegen, ook klaar om klaargemaakt te worden. Ik kan de slaap niet goed vatten, zou mijn jurk wel passen, is er genoeg eten, hoe zal de dienst verlopen, en hoewel ik speciaal voor zulke gelegenheden op de Albert Cuyp nog sandalen hadden gekocht, zijn deze de afgelopen dagen door het Afrikaanse stof zo aangetast, dat een van Bakers moeders me vriendelijk doch zeer dringend heeft verzocht niet met deze schoenen in de kerk te verschijnen...Als ik eindelijk slaap, word ik om vijf uur gewekt door de harde stem van een van de vele mamma's van Baker. Ze komt me helpen mijn Gomesi (de traditionele jurk die ik voor het eerst van mijn leven zal dragen) aan te trekken. Deze jurk was een geschenk van de enige echte moeder van Baker, en is helemaal op maat gemaakt. Het dragen van deze jurk is duidelijk voor iedereen een teken dat ik deel wil uitmaken van hun cultuur.Eerst krijg ik de ene doek na de andere om mijn billen gebonden zodat die billenpartij van mij eindelijk eens iets voorstelt. Om de boel bij elkaar te houden, knipt mijn aankleedmamma zonder pardon een deel van de rok af die ze draagt. Als we na heel lang prutsen en freubelen eindelijk klaar zijn, blijkt dat deze mamma niet de beste keus was om me te helpen met mijn Gomesi. Hoewel ik haast begin te glunderen als ik de straat op ga en ik echt van alle kanten hoor: 'wow you look so smart', word ik ook bij elk huis naar binnen geroepen omdat elke vrouw wel iets ziet dat niet goed zit aan mijn jurk. Vooral de gouden strik om mijn middel blijkt heel nauwkeurig te komen. Eindelijk in de kerk beland, de mis bijna begonnen, word ik nog eenmaal door een andere mamma van Baker uit de kerkbankjes getrokken. Ze neemt me mee naar buiten, en achter de kerk waar waarschijnlijk tijdens de mis de stoere jongens dingen doen die God echt niet zo bedoeld heeft, wordt er nog een keer flink zwetend gewerkt om mijn jurk goed te laten zitten.


Dan kan ik eindelijk stralend de kerk binnenlopen, door iedereen toegejuicht omdat ik er eindelijk uitzie als een echte Oegandeze mamma. Op mijn arm mijn zoon, waar het natuurlijk eigenlijk om draait vandaag, maar die in zijn witte pakje nogal schraal afsteekt bij zijn moeder. Ze doen de dienst die drie uur duurt speciaal voor mij in het Luganda, zodat ik de taal ook snel onder de knie heb. Het heeft één voordeel: ik word niet afgeleid door alle dingen die gezegd worden en waar ik me vast niet in kan vinden, en beleef zowaar in die drie uur naast de pijn in mijn kont, de hitte, en de drukte om mijn schreeuwende kind stil te krijgen, iets religieus. Onder luid getrommel en gezang wordt mijn liefste ondergedompeld in het water van Afrika. De pastoor blijkt ondanks mijn mooie jurk er bezwaar tegen te hebben dat ik als vegetarier mijn eigen kind vasthou tijdens alle handelingen, dus telkens als er iets belangrijks staat te gebeuren, wordt nano uit mijn handen getrokken.Na drie uur mogen we de kerk verlaten, mijn jurk zit van geen kanten meer, het is heet door de vele doeken die er onder de rok gepropt zijn, en er had best iemand mogen melden dat mijn gomezi ontzettend doorschijnt, gezien mijn gewoonte mijn bh niet omhoog te trekken na het voeden.We komen buiten, mijn kindje is nu ook een kindje van God, maar voor mij iets belangrijker: ik mag eindelijk mijn jurk uit...!

zaterdag 8 juli 2006

Tradities


Afrika is een continent van tradities, en daar kom je zeker achter als je een kind hebt dat half Afrikaans is. In de afgelopen weken was het ongeveer haasten van de ene traditionele ceremonie naar de andere. En ik moet zeggen dat ik het wel kan waarderen. Uiteraard, nieuwsgierig als ik ben, wil ik van alles de achterliggende gedachten weten, maar helaas gaat de uitleg in de meeste gevallen niet verder dan: 'We African people do things this way.'






Bij aankomst in Bulaga stonden alle vrouwen van de familie klaar. Kakelend als een stel kippen werden Nano en ik bejubeld toen we het busje uitstapten. Geheel naar traditie werd door iedereen die Nano vasthield wat geld in zijn hand of broekzakje gestopt. En vast ook geheel volgens Afrikaanse traditite werd vervolgens dat lieve inimini broekzakje van mijn zoon geplunderd door ons 'huishulpje', maar dat even terzijde.






Bij de eerste ontmoeting met zijn oma, de moeder van Baker, werd Nano's lichaam versierd met een kralenketting die om zijn middel bungelt. De achterliggende gedachte? Het onderscheidt het onderlichaam van het bovenlichaam. Op mijn vraag waarom je dat onderscheid wilt maken, kwamen alleen maar vragende gezichten waarom ik niet snap dat het natuurlijk heel erg fijn is om je onderlichaam van je bovenlichaam te scheiden.









Nano gaat elke dag in bad. Niet zomaar in bad, niet lekker spetterdespet, nee, Nano gaat elke dag in een Afrikaans bad. Van Grootmoeder hebben we een grote pan gekregen vol met mysterieuze kruiden en een laagje water. Elke avond zetten we de pan op het vuur, gieten vervolgens het water in het badje, wassen Nano met het blad van een speciale plant, gieten het water weer terug in de pan en de dag erna doen we weer precies hetzelfde, met hetzelfde water.












Nano heet niet meer Nano. De traditie is, dat de sonname van het kind bepaald wordt door de familie van de vaders kant. Als er een meisje geboren wordt, zijn het de vrouwen die zich beraden over een toepasselijke naam, in Nano's geval waren het dus de mannen. De hele familie is special voor deze gelegenheid bij elkaar gekomen, en terwijl nano door zijn overgrootmoeder hoog in de lucht wordt gegooid, wordt zijn naam bekend gemaakt. Rapapa rapapa en het is geworden: Mukasa Marc. Mukasa betekent de God van de zee, en Marc iets met Jezus die hem altijd lief zal hebbben. Nadat zijn naam bekend is gemaakt, wordt hij van hand op hand gedragen. Elk familielid gooit hem enkele keren in de lucht terwijl zij onder groot applaus wensen uitspreken voor hun nieuwe clanlid. Er wordt vooral gewenst dat Mukasa hard zal gaan werken, veel vrouwen zal krijgen en vooral nooit de vieze goedkope vis hoeft te eten. Vervolgens wordt er een heerlijk diner geserveerd, gemaakt door grandma. (pikant detail is dat de nacht erna de moeder van mukasa kotsend boven een bak hing en de dag erna vier familieleden in het ziekenhuis zijn opgenomen wegens maagproblemen...) De familie is echt ongekend blij met hun nieuwe aanwinst, ik kreeg zelfs tranen in mijn ogen toen ik het gezicht van grandma zag toen ze Nano (en mij) voor het eerst zag, zo'n stralend gezicht heb ik echt nog nooit gezien. Om hun vreugde te tonen hebben ze Nano Mukasa Marc ook maar meteen gekroond tot clanhoofd, net als zijn vader en opa. En dat houdt geloof ik weer in dat hij de rest van zijn leven een trommel en een speer in zijn kamer moet hebben en iets geks onder zijn kussen.


Bij Nano werd deze week ook geheel volgens Oegandese traditie Malaria geconstateerd. Nadat Nano een keer had gehoest, had het hele dorp de diagnose al gesteld: Nano heeft malaria. Na lang aandringen, want hij oogde alles behalve ziek en zijn temperatuur was nog nooit zo perfect geweest, 37,1, hebben we toch maar een bezoek aan de kliniek gebracht in het dorp. 'Mijn zoon hoest en is verkouden', was mijn mededeling. Maar het kon hen weinig schelen, er werd direct bloed geprikt en jawel: Nano heeft malaria. Zo verbaasd als ik was, zo vanzelfsprekend leek het personeel en mijn omstanders het te vinden. En met het zelfde gemak waarmee de diagnose was gesteld werd me een hele berg medicijnen toegestopt die ik allemaal drie keer daags bij hem naar binnen moest zien te proppen. Erg in de war, want mijn moederinstinct zei toch echt dat Nano gewoon verkouden was, maar ja, een ziekte als malaria ontkennen zou wel heel slecht zijn, ben ik maar an de zware keur begonnen. Na drie dagen werd Nano pas echt ziek. Hij wilde niet meer drinken, was erg duf, een lachje kon er niet vanaf, en hij sliep 20/7. Ziek van de gedachte dat Nano ernstig ziek aan het worden was in dit gekke land, besloot ik toch maar eens een échte arts op te zoeken. En in het internationale hospital werd mijn moederinstinct ontzettend bevestigd; Er was in zijn hele lichaam geen spoortje malaria te vinden, had er ook de laatste weken niet ingezeten, en alle kwalen die hij nu had, waren bijwerkingen van de medicijnen die hij onnodig toegediend had gekregen...Ook na dit verhaal krijg ik nog minimaal 5 keer per dag van familie, dorpsbewoners ed te horen dat nano volgens hen malaria heeft...Och, het is een houvast en zekerheid in deze Afrikaanse onzekere samenleving; als een kind een beetje een dipdagje heeft , heeft het malaria. Makkelijk, duidelijk, en het levert nog geld op ook.
Zondag wordt Nano geheel volgens Oegandees katholieke traditie gedoopt. De naaisters zijn al langs geweest om mijn maten op te meten, dus zondag zal ik pronken in een traditionele ik mag wel zeggen mierzoete jurk (marike, ik weet al wat ik op je bruiloft ga dragen...). Op deze dag krijgt nano ook weer een nieuwe naam namelijk Nano Francis Xavier, naar een of andere heilige. De verhalen over deze vast ook heugelijke dag zullen wellicht later volgen.(maar deze mooie korte dialoog tussen Baker en de Pastoor wil ik jullie niet onthouden:
'Does she know how to pray?'
'No'
'Is she not a Chatolic?'
'No'
'A protastant?'
'No, she is a vegetarian'
LiefsMama Nano Dion Kasaana Mukasa Marc Francis Xavier 

zondag 2 juli 2006

zo anders.

Een jaar geleden had ik denk ik welgeteld 1 minuut nodig om te wennen aan Oeganda. Toen ik de rode aarde zag vanuit het vliegtuig, de hete lucht voelde en de geur rook toen ik het vliegtuig uitstapte, wist ik dat ik me hier thuis zou voelen. Hoe anders is het dit keer.
Als moeder van een deels Oegandees kind, kost het me heel wat meer energie om te wennen.

Want wat valt het zwaar dat je in Oeganda niet alleen moedert, maar dat het hele dorp met je mee moedert. Zelf bepalen wat er met je kind gebeurt, zit er niet in, aangezien bij elke ontmoeting je kind uit je handen wordt gegrist, of het nou slaapt of niet, of de ontmoeting is met een kind dat net zelf op d'r benen kan staan, of een oude dronkaard. Maar het betekent ook dat ik voordurend door iedereen, van jonge snotneuzen van 15 tot wildvreemden, erop wordt gewezen dat ik een slechte moeder ben.Want er zijn nogal wat dingen die ik fout doe; dat ik Nano twee keer per dag een fles geef, wordt als een zonde gezien, een speen is uit den boze, je kind ook maar een seconde laten huilen kan echt niet zonder het hele dorp op je dak te krijgen, hem bijvoeden voordat hij zeven maanden is, is niet verstandig, je kind kleden alsof het heel warm is (want dat is het) is slecht, Nano's vuile was bij je eigen vuile was leggen, is de boze geesten op je afroepen, de operatie die ik na mijn bevalling heb ondergaan had niet gehoeven want met kruiden had he took wel geheeld, als moeder van een half-mzungukind magi k er toch wel echt zorg voor dragen dat mijn kind altijd schone kleding draagt, al is dat vechten tegen de bierkaai want om de minuut zit je kind in de vieze handen van iemand, je kind op de buik dragen is slecht voor zijn nekje en van dat plassertje kan echt wel een stukje af...

Hmmm, ik weet niet of ik het haal om hier binnen vier weken aan te wennen, en ik weet ook niet of ik of Nano daar zoveel beter van word...


Volgende keer een iets positiever verhaal hopelijk over alle tradities waar nano mee te maken krijgt.

LiefsMamaNano